prev-horizontal.png

Pagina Menu

Services aan- en uitschakelen

 

Tijdens het opstarten van Windows worden een groot aantal services geladen, de meeste daarvan zijn essentieel voor de werking van Windows. Door onderin het venster een vinkje te plaatsen bij Alle Microsoft-services verbergen, worden die aan het oog ontrokken. Op dit tabblad staan ook services van de verschillende securitypakketten (waaronder de virusscanner en de firewall), ook die kunnen beter niet worden uitgeschakeld.

Door overbodige services uit te schakelen, kan er flink wat prestatiewinst worden behaald. Geef het commando SERVICES.MSC in het zoekveld van het startmenu om de beheermodule voor de services te openen (de module is tevens bereikbaar via het onderdeel Systeembeheer van het configuratiescherm). In deze beheermodule staat een uitgebreide beschrijving van de eigenschappen van de verschillende services, er wordt per service aangegeven welke andere services ervan afhankelijk zijn.

 

Selecteer in de module Services een service uit de lijst voor een beschrijving van diens functie (die wordt links naast de lijst getoond). Aan de hand van deze informatie is al enigszins te achterhalen of de service belangrijk is of niet. Het blijft echter lastig te bepalen of de service probleemloos verwijderd kan worden. De lengte van de lijst maakt het er ook niet gemakkelijker op.

Dubbelklik op een service om de instellingen in te zien of te wijzigen. Op het eerste tabblad kan de betreffende service worden in- of uitgeschakeld, ook kan hier het opstarttype worden bepaald (Uitgeschakeld, Handmatig, Automatisch of Automatisch (vertraagd starten)). Een service die op Automatisch staat, wordt vanzelf door Windows opgestart. Staat de service op Handmatig, dan wordt deze alleen gestart wanneer het nodig is, bijvoorbeeld omdat een programma daarom vraagt (de service is dan niet definitief uitgeschakeld). Een uitgeschakelde service kan niet worden opgestart. Het is ook mogelijk services vertraagd te laten starten waardoor het laden geen vertraging op zal leveren voor het startproces. De informatie over de onderlinge afhankelijkheden (het laatste tabblad) kan wellicht nog van dienst zijn bij het bepalen van het nut van een service.

Open hier zeker ook het tabblad Afhankelijkheden: u ziet dan welke andere services desgewenst van de (goede werking van de) geselecteerde service afhangen, zodat u niet ongewild ook die services uitschakelt.

Twijfelt u nog welke services u al dan niet veilig kunt uitzetten, dan kunt u altijd nog terecht op het web. Bezoek voor Windows 7 dit adres. Dezelfde site bevat ook uitgebreide aanbevelingen voor Windows 8 en voor Windows 8.1.

letop.pngSommige services met opstarttype Automatisch worden in Windows 7 vanzelf weer uitgeschakeld wanneer deze niet (meer) nodig zijn, dat bespaart toch weer systeembronnen.

De services waar prestatiewinst te behalen is

In onderstaande lijst zijn een groot aan services vermeld die normaal gesproken zonder problemen kunnen worden uitgeschakeld. Denk er echter om: eerst goed lezen, ook de over die service vermelde informatie in de Service-module. Houd in gedachten dat de mogelijke oorzaak van problemen hier gecreëerd (en dus ook weer opgelost) kunnen worden. Is er twijfel over de juistheid van een voorgenomen wijziging, verander dan liever niets, dat is altijd veilig. Blijkt een bepaalde Windows-functie na uitschakelen van een service niet meer te werken, schakel de service dan gewoon weer in (Automatisch of Handmatig). Noteer vóór aanvang van het wijzigen eerst de door Windows aangebrachte standaard instellingen. Het is verstandig niet teveel services in één keer uit te schakelen, neem gerust een paar dagen de tijd om te kunnen onderzoeken wat de gevolgen van een wijziging zijn. Schakel geen services uit waar andere actieve services van afhankelijk zijn. Bij twijfel is het beter de service op Handmatig te zetten, zodat deze alleen wordt geladen wanneer dat nodig blijkt.

Adaptive Brightness: Is de monitor niet van een lichtsensor voorzien (voor het automatisch aanpassen van de helderheid van het beeldscherm aan het omgevingslicht), dan kan deze service worden uitgeschakeld.

Application Experience: Onderzoekt de compatibiliteit van diverse oudere programma's en zorgt zo mogelijk voor updates voor inmiddels bekende problemen. Hoewel het uitschakelen geen problemen zal opleveren, is het verstandiger deze service ongewijzigd te laten.

Application Information: Service om applicaties met aanvullende administrator-rechten te starten. Dat is niet meer mogelijk als de service is uitgeschakeld.

BitLocker Drive Encryption Service: Wordt er geen gebruik gemaakt van BitLocker voor het versleutelen van de gegevens op de harde schijf (en eventueel het beveiligd starten van Windows), dan kan deze service worden uitgeschakeld.

Block Level Backup Service: Behulpzaam bij het eigen backup-programma van Windows. Niet nodig als deze functie door andere software wordt verzorgd.

Bluetooth Support Service: Alleen nuttig wanneer een Bluetooth-verbinding wordt onderhouden met externe apparaten.

Desktop Windows Manager: Niet nodig wanneer u geen gebruik maakt van de Aero Glass Interface.

Certifigate Propagation: Niet nodig als u geen smartcards gebruikt.

Computer browser: Houdt bij welke computers en bestanden op het netwerk aanwezig zijn. Deze service kan eventueel worden uitgeschakeld, zeker wanneer er geen sprake is van een netwerk. Na het uitschakelen van de service blijft het overigens nog wèl mogelijk op het netwerk te browsen. De service is afhankelijk van de services Server en Workstation.

Desktop Window Manager Session Manager: Noodzakelijke service voor de Aero Glass-interface. Wordt daar echter geen gebruik van gemaakt, dan kan de service net zo goed worden uitgeschakeld.

Diagnostic Policy-service en Diagnostic System Host: Voor het achterhalen van de oorzaak van allerlei problemen en het aandragen van oplossingen. Deze services zijn verantwoordelijk voor het tonen van de vraag of bepaalde functionaliteit naar behoren werkt en komen (waar mogelijk) met oplossingen. Verloopt alles inmiddels naar wens en zijn er geen problemen (meer), dan kunnen ze worden uitgeschakeld.

Disk Defragmenter: Voor het automatisch defragmenteren van de harde schijf. Wordt deze service uitgeschakeld dan moet ook de bijbehorende taak worden uitgeschakeld (via het configuratiescherm, onderdeel Systeembeheer, Taakplanner, Bibliotheek voor Taakplanner, Microsoft, Windows, Defrag).

Services uit- en inschakelen met msconfig

Ook met de tool MSCONFIG, tabblad Services kunnen programma's en services worden in- en uitgeschakeld die tijdens het starten van Windows worden geladen. Het hulpprogramma voor systeemconfiguratie MSCONFIG wordt standaard meegeleverd met Windows.

Het programma wordt gestart met het commando MSCONFIG in het venster Programma's en bestanden zoeken van het startmenu. MSCONFIG bevat een aantal tabbladen waarvan Opstarten en Services de meest interessante zijn: tabblad Opstarten bevat een overzicht van met Windows op te starten programma's en tabblad Services een aantal (al dan niet essentiële) services die bij het starten van Windows automatisch worden geladen. In de loop der tijd (met het installeren van verschillende programma’s) raken deze tabbladen behoorlijk gevuld, soms met nuttige maar vaak ook met onnodige opstartitems en services. Is Windows echter net geïnstalleerd, dan zal er nog niet veel overbodigs zijn toegevoegd. Toch is het aan te bevelen ook dàn het programma MSCONFIG even op te starten om te kijken of er nog iets geoptimaliseerd kan worden.

De beste plek om wijzigingen in de services aan te brengen is echter de module Services van Systeembeheer. Die bevat meer instelmogelijkheden en voorkomt (in tegenstelling tot MSCONFIG) dat per ongeluk essentiële services worden uitgeschakeld.

Distributed Link Tracking Client: Zorgt ervoor dat zich op verschillende computers bevindende, aan elkaar gekoppelde bestanden ook daadwerkelijk aan elkaar gekoppeld blijven. Dit is een optie die niet vaak wordt gebruikt, en dus in veel gevallen kan worden uitgeschakeld.

Encrypting File System (EFS): Maakt encryptie van bestanden op NTFS-partities mogelijk. Wordt daar geen gebruik van gemaakt, dan kan deze service worden uitgeschakeld.

Function Discovery Provider Host Maakt het mogelijk de gedeelde netwerkbronnen te delen met andere computers. Is deze service niet geactiveerd, dan zijn de gedeelde bestanden onvindbaar voor andere computers in het netwerk. Schakel deze service niet uit wanneer gebruik wordt gemaakt van Thuisgroep voor het delen van persoonlijke bestanden tussen de computers in het netwerk (de bij Thuisgroep behorende service HomeGroup Provider is namelijk afhankelijk van deze service).

Function Discovery Resource Publication: Voor het laten ontdekken van de gedeelde bestanden en printers door andere computers in het netwerk. Hoeft de betreffende computer niet te worden gezien door andere computers in het netwerk, dan kan deze service worden uitgeschakeld.

HomeGroup Listener en HomeGroup Provider: Voor het delen van persoonlijke bestanden met behulp van Thuisgroep. Wordt daar geen gebruik van gemaakt, dan kunnen deze services worden uitgeschakeld.

Human Interface Device Access:Ondersteuning voor een mediacenter-afstandsbediening en de sneltoetsen op het toetsenbord (e-mailknop en dergelijke).

Internet Connection Sharing (ICS): Voor het delen van de internetverbinding met andere computers in het netwerk. De internetverbinding van een specifieke computer wordt hiermee gedeeld, zodat via deze computer ook andere computers van een internetverbinding kunnen worden voorzien. Het is overigens veel makkelijker én veiliger de internetverbinding via een router over meerdere PC's te delen. Wordt de internetverbinding niet via de computer gedeeld (of is er op de betreffende PC überhaupt geen internetverbinding aangemaakt), dan kan deze service worden uitgeschakeld.

IP Helper: Ondersteuning van een IPv6-verbinding op een IPv4-netwerk. IPv6 is de nieuwe manier van IP-adressen uitdelen. Bij deze methode krijgt elke computer een eigen IP-adres op internet in plaats van één vast IP-adres per internetverbinding (de huidige IPv4-methode, waarbij een router met een NAT-server het netwerk onderhoudt). Het gebruik van IPv6 heeft zo zijn voordelen (én ook nadelen), op het moment wordt het echter nog maar weinig toegepast. Wordt geen gebruik gemaakt van IPv6, dan kan deze service uit veiligheidsoverwegingen beter worden uitgeschakeld.

Link-Layer Topologye Discovery Mapper: Mag weg als u niet geïnteresseerd bent in een netwerkmap in het netwerkcentrum.

Network List Service en Network Location Awareness: ook zonder deze services werkt de internetverbinding zonder problemen, er kan dan alleen geen status van de netwerkverbinding meer worden weergegeven bij de netwerkverbinding (in het systeemvak) en in het netwerkcentrum (bereikbaar via het configuratiescherm). Voor behoud van deze functionaliteit kunnen deze services dan ook beter aan blijven staan.

Offline Files: Zorgt ervoor dat via het netwerk toegankelijke bestanden ook offline beschikbaar zijn. De offline bewerkte bestanden worden bij de eerstvolgende verbinding automatisch met het bestand op de originele opslaglocatie gesynchroniseerd. Is het niet gewenst of niet nodig dat de bestandslocaties in het netwerk ook offline beschikbaar zijn, dan kan deze service worden uitgeschakeld.

Peer Name Resolution Protocol, Peer networking Groeping en Peer Networking Identity Manager::ls u geen gebruik maakt van Windows Meeting Space, kunt u deze uitschakelen.

Portable Device Enumerator-service: Ter bescherming van beveiligde informatie op draagbare media. Wordt deze service uitgeschakeld dan kan beveiligde media niet meer worden uitgelezen. Wordt er niet met beveiligde informatie op draagbare media gewerkt, dan veroorzaakt het uitschakelen van deze service geen problemen.

Power: Service voor het beheer van het energiebeleid. Uitschakelen onderdrukt meldingen van het energiebeheer.

Remote Access Connection Manager: Noodzakelijk voor het tot stand brengen van een inbel- of een VPN-verbinding. Wordt gebruik gemaakt van een router, dan kan deze service gerust worden uitgeschakeld. De service Remote Access Auto Connection Manager kan dan ook worden uitgeschakeld, aangezien Remote Access Connection Manager daarvan afhankelijk is.

Remote Desktop Configuration, Remote Desktop Services en Remote Desktop Services UserMode Port Redirector: Noodzakelijk voor het kunnen toepassen van Extern bureaublad. Wordt daar geen gebruik van gemaakt, dan kunnen deze services worden uitgeschakeld.

Remote Registry: Dankzij deze service kunnen registersleutels ook door externe gebruikers via de netwerkverbinding worden gewijzigd. Dit is niet echt veilig, vandaar dat het beter is deze service uit te schakelen.

Routing and Remote Access: Is het niet de bedoeling dat derden via het netwerk op de computer kunnen inloggen, dan heeft deze service geen nut: uitschakelen dus.

Secondary Logon: Maakt het mogelijk met een tweede account een applicatie te starten via Opstarten als (Run as). Uitzetten als u het nooit gebruikt is wel zo veilig.

Server en Workstation: Alleen nodig wanneer binnen een netwerk printers en bestanden moeten worden gedeeld. Is dat niet aan de orde, dan kunnen deze services worden uitgeschakeld. Het blijft daarna overigens nog steeds mogelijk in de netwerkmappen van een andere, op het netwerk aangesloten computer te bladeren. Zijn deze services gedeactiveerd, dan kan Bestands- en printerdeling in het Netwerkcentrum bij taak Geavanceerde instellingen voor delen wijzigen niet meer worden ingeschakeld.

Shell Hardware Detection: Verzorgt de autoplay-functie, van belang bij het automatisch afspelen van CD's, DVD's, USB-sticks en dergelijke. Wordt deze functie niet gebruikt, dan kan de service worden uitgeschakeld. Let op: het is dan tevens noodzakelijk de service Windows Image Acquisition (WIA) uit te schakelen.

Tablet PC Input Service: Wordt geen gebruik gemaakt van de invoermogelijkheden van een Tablet PC, dan kan deze service worden uitgeschakeld.

Task Scheduler: Het is niet mogelijk deze service uit te schakelen. Voor de meeste taken is vastgelegd dat ze niet uitgevoerd mogen worden op het moment dat actief gebruik wordt gemaakt van de computer. Instellingen van de geagendeerde taken kunnen worden gewijzigd bij het onderdeel Systeembeheer, Taakplanner van het configuratiescherm.

Themes: Zijn de speciale visuele effecten niet nodig? Dan kan ook deze service worden uitgeschakeld. Het uitschakelen is overigens alleen aan te raden wanneer de PC echt traag is, want het gaat uiteindelijk ook om de ultieme gebruikerservaring van Windows 7. De instellingen van de visuele effecten kunnen ook via het configuratiescherm worden aangepast, onderdeel Systeem, Geavanceerde systeeminstellingen (links in het taakvenster), tabblad Geavanceerd, knop Instellingen (bij Prestaties).

Windows Audio en Windows Audio Endpoint Builder: Voor het afspelen van geluid, dus niet uitschakelen.

Windows Biometric Service: Deze service is noodzakelijk voor het afhandelen van biometrische gegevens. Wordt er geen gebruik gemaakt van digitale identificatie op basis van bijvoorbeeld vingerafdruk of irisscan dan kan deze service worden uitgeschakeld.

Windows Defender: Een extra beveiliging tegen kwaadwillende software. Wordt Windows Defender zelf uitgeschakeld (via het configuratiescherm, onderdeel Windows Defender, optie Hulpprogramma's, link Opties, taak Administratorbevoegdheden), dan wordt het starten van deze service automatisch op handmatig gezet. Wordt deze service uitgeschakeld (in plaats van het starten te wijzigen in Handmatig), dan kan Windows Defender ook niet meer via het configuratiescherm worden geopend.

Windows Error Reporting Service: Geeft een foutmelding wanneer een programma niet meer reageert. Wordt deze service uitgeschakeld, dan zal er ook geen melding meer komen hoe het probleem mogelijk opgelost kan worden en wordt er ook geen log meer bijgehouden.

Windows Event Log: Deze service registreert gebeurtenissen en houdt logboeken bij. Wordt dit programma uitgeschakeld, dan wordt het moeilijker te achterhalen waar een probleem is ontstaan en zal de oplossing dus lastiger worden.

Windows Firewall: Is de computer al voorzien van een softwarematige firewall, dan is de Windows firewall overbodig (zorg wel dat een voor Windows 7 geschikte firewall is geïnstalleerd voordat de computer het internet opgaat).

Windows Image Acquisition (WIA): Voor het binnenhalen van afbeeldingen via een scanner of camera.

Windows Media Player Network Sharing Service: Mogen er met Windows Media Player geen bestanden worden gedeeld, dan kan deze service worden uitgeschakeld.

Windows Search: Indexeert gegevens (zoals persoonlijke bestanden en e-mailberichten) waardoor het zoeken naar deze gegevens aanzienlijk versnelt. Het uitschakelen van deze service degradeert de zoekfunctie tot het gebruik van de langzamere 'stukvoorstuk'-zoekmethode. Het indexeren gebeurt overigens alleen op het moment dat de computer niet wordt gebruikt, wat dat betreft hoeft deze service dus niet uitgeschakeld te worden.

Windows Time: Voor het regelmatig automatisch synchroniseren van de tijd en datum van de PC. Wanneer de tijd niet op de seconde nauwkeurig hoeft te lopen, kan deze service ook worden uitgeschakeld.

Windows Update: detecteert updates voor Windows en andere programma's. Als u de service niet 24 uur per dag nodig hebt, kunt u die op handmatig zetten en bereiken via Start > Alle programma's > Windows Update.

WWAN AutoConfig: Voor het verbinden van de computer met een netwerk (waaronder internet) door middel van een mobiele breedbanddienst (GSM & CDMA).

letop.pngEen groot aantal services blijft hier onbesproken. Het kan de moeite lonen zelf nog eens te bekijken of uit de overige services nog wat winst te behalen valt, maar wellicht is toch het beste advies ze ongewijzigd te laten staan.

Tabblad Opstarten

Tabblad Opstarten toont alle programma's die tijdens het starten van Windows worden geladen. Beslis van elk item afzonderlijk of dat wel gewenst is en of dat niet beter kan worden uitgeschakeld (door het vinkje te verwijderen). Het is wèl zaak eerst te achterhalen waar een item voor dient zodat u noodzakelijke opstartitems niet uitschakelt. Wordt een item gedeactiveerd maar blijkt het achteraf onmisbaar, dan kunt u het item altijd weer met het plaatsen van een vinkje activeren.

 

 

 

Bij het sluiten vraagt MSCONFIG de computer opnieuw op te starten. Nadat de computer opnieuw is gestart, wordt een scherm getoond met de mededeling dat er opstartitems zijn uitgeschakeld. Deze melding wordt bij elke herstart opnieuw getoond totdat de optie Dit bericht in het vervolg niet meer weergeven wordt aangevinkt.

letop.png Mogelijk staat er een virus tussen de vermelde items. Stop in dat geval eerst het betreffende proces in Taakbeheer (CTRL-SHIFT-ESC), anders plaatst het actieve virus de verwijzing zo weer terug. Worden verwijderde items hierna toch weer vanzelf geactiveerd, dan kan MSCONFIG beter in veilige modus worden geopend, zodat het betreffende programma niet in staat is zichzelf weer te activeren net voordat Windows opnieuw opstart. Toets hiervoor de toets F8 tijdens het opstarten van Windows.

Definitief uit de lijst met opstartitems verwijderen

Blijkt een item niet noodzakelijk of ongewenst, dan kan dat ook definitief uit de lijst met opstartitems worden verwijderd. Hoewel sommige van deze vermeldingen ook eenvoudig uit de map Opstarten (toegankelijk via Start > Alle programma's) te verwijderen zijn, moeten de meeste vermeldingen uit het register worden verwijderd (zie de kolom Locatie van het tabblad Opstarten in MSCONFIG). Start hiervoor de registereditor en ga naar de volgende registersleutels (de vertakking Wow6432Node komt
HKLM \Software \(Wow6432Node\)Microsoft \Windows \CurrentVersion \Run????
HKCU \Software \(Wow6432Node\)Microsoft \Windows \CurrentVersion \Run????

letop.pngMaak wel eerst een back-up van de te verwijderen sleutels door ze te exporteren naar een REG-bestand (via Bestand, Exporteren). Een dubbelklik op dit bestand is voldoende om de registerwaarden weer te herstellen.

Opstartitems in een duidelijk overzicht

MSCONFIG komt wellicht wat onoverzichtelijk over. De tool AutoRuns geeft in een duidelijk overzicht aan waar de opstartitems voor staan en op welke locatie ze terug te vinden zijn. Ook de tool Process Explorer bewijst zijn nut bij het uitzoeken van startproblemen. Met behulp van dit programma kunnen de lopende processen worden onderzocht.

Startproblemen oplossen

De oorzaak van een startprobleem of een blauw scherm (Blue Screen of Death; BSOD) is soms eenvoudig met MSCONFIG te achterhalen.

letop.png Noteer eerst de huidige instellingen van tabbladen Opstarten en Services voordat er wijzigingen worden aangebracht.

Schakel vervolgens alle items op het tabblad Opstarten en de niet-Microsoft-services op het tabblad Services uit. Herstart de computer en controleer of alle uitgeschakelde items nog steeds uitgeschakeld zijn, maak anders de wijziging nogmaals maar dan in veilige modus (druk daarvoor op F8 tijdens het starten van Windows). Als het probleem nu is opgelost kunnen een aantal items worden toegevoegd (te beginnen met het tabblad Services) om vervolgens de computer te herstarten. Voeg op deze manier net zo lang items toe totdat de veroorzaker is gevonden.

Alsnog verwijderen oude installatie

Is Windows7 opnieuw geïnstalleerd zonder de oude installatie (door middel van partitioneren en formatteren) te verwijderen, dan kan het zijn dat het startmenu zowel het nieuwe als het oude besturingssysteem toont. Moet de oudere versie alsnog uit het startmenu (en van de harde schijf) worden verwijderd, zorg er dan eerst voor dat de nieuwe installatie als standaard besturingssysteem wordt geladen. Verwijder vervolgens het besturingssysteem dat niet overeenkomt met het standaard besturingssysteem. Deze wijzigingen kunnen worden doorgevoerd met het commando BCDEDIT, het is echter aanzienlijk makkelijker om daarvoor gebruik te maken van de tool EasyBCD. Tot slot kan de bijbehorende installatiemap met behulp van de Windows Verkenner van de betreffende partitie worden verwijderd.

Beschadigde bootsector

Start Windows niet meer op, dan is de bootsector mogelijk beschadigd. Die kan bij Windows worden hersteld door op te starten vanaf de Windows7-installatie-DVD of met behulp van een systeemherstelschijf. Die kan voor Windows7 en vista worden aangemaakt via het configuratiescherm, onderdeel Back-up maken en terugzetten, taak Een systeemherstelschijf maken. Doorloop de setup en kies na de taal- en toetsenbordinstellingen voor Uw computer herstellen, selecteer de Windows7 partitie, klik op Volgende en kies Opdrachtprompt. Vervolgens kan het startproces met het commando BOOTREC /fixboot worden hersteld. Met het commando BOOTREC /fixmbr wordt het Master Bootrecord (MBR) hersteld en met het commando EXIT wordt de herstelconsole verlaten.

Processen controleren

Vertrouwt u de functie of geaardheid van een geïnstalleerd programma niet (het is bijvoorbeeld mogelijk dat de PC met een trojan horse besmet is)? Raadpleeg dan de website processlibrary.com.

Systeemherstel? Doe het zo

Sommige beveiligingspakketten verhinderen dat u Windows Systeemherstel kunt uitvoeren. Windows 7 beschikt over een speciale opstartmodus. Omdat Systeemherstel dan "kaal", dus zonder dat er andere software draait, wordt uitgevoerd, werkt Systeemherstel eigenlijk altijd.

U gaat als volgt te werk:

  1. Start de pc opnieuw op. Tijdens het starten moet u op de F8 toets drukken. Als het goed is, ziet u een startmenu. Zo niet, dan opnieuw starten en het nog eens proberen. In dat startmenu selecteert u de optie Uw computer herstellen en klikt u de Enter-toets.
  2. Nu verschijnt een venster Opties voor Systeemherstel. Tenzij u een heel specifiek toetsenbord gebruikt, kunt u de standaardselectie Verenigde Staten (internationaal) laten staan en op Volgende klikken. Kies dan uw standaard gebruikersnaam in het bovenste veld. In het veld eronder typt u het wachtwoord dat u gewoonlijk gebruikt.
  3. In het veld Opties voor Systeemherstel klikt u op de link Systeemherstel. In de wizard die dan start, klikt u op Volgende. Selecteer een herstelpunt en klik op Volgende.
  4. Na een klik op Voltooien klikt u op Ja in het venster waarin u wordt gevraagd door te gaan. Systeemherstel gaat nu aan de slag. Na de herstelprocedure krijgt u een venster te zien met de melding dat het herstellen is geslaagd. Klik dan op de knop Opnieuw starten. Is het herstellen niet gelukt, dan is er met het gekozen herstelpunt iets mis. Doorloop de hele procedure nogmaals, maar kies een ander herstelpunt. Als het mis blijft gaan, is er misschien een virus actief of zijn er problemen met de harde schijf.
  5. Na een herstart verschijnt nog eens de mededeling dat de herstelprocedure is geslaagd. Klik in dit venster op Sluiten. De kans bestaat dat uw antiviruspakket niet meer werkt. Controleer of er een waarschuwing wordt gegeven. Zo ja, probeer dan met een handmatige update het euvel te verhelpen. Meestal moet u daarvoor in de systeemwerkbalk met de recher muisknop op het pictogram van uw virusscanner klikken. In het contextmenu dat dan opent, ziet u meestal wel iets als Update of Nu bijwerken. Klik hierop en wacht tot alle updates zijn toegepast.

Nieuwsbrief