prev-horizontal.png

Pagina Menu

Overzicht van de systeeminstellingen

In Windows7 kunt u wat verbeteringen aanbrengen, zodat het besturingsprogramma wat gebruikersvriendelijker wordt. Een algemeen overzicht van de systeeminstellingen vindt u bij het onderdeel Systeem van het Configuratiescherm. In dit venster is een door Windows berekende systeemclassificatie van de aanwezige hardware (Windows Prestatie-index) af te lezen. Volg anders de link Systeemclassificatie is niet beschikbaar om die alsnog te laten berekenen. Deze score wordt bepaald door de afzonderlijke prestaties van de aanwezige hardware (de maximale score is 7,9). De score maakt duidelijk in hoeverre het systeem geschikt is voor de verschillende functionaliteiten van Windows 7, en waar hardware verbeteringen mogelijk zijn. U bereikt de Prestatie-Index door gelijktijdig de Windowstoets plus Pause-toets in te drukken. Een andere manier is: klik op de Windows Button, klik dan met de rechter muis knop op Computer en dan Eigenschappen. De score vindt u achter Classificatie.

windowsprestatieindex.gif

 

Door op de link Windows Prestatie-index te klikken, worden de subscores getoond waarop de totaalscore is gebaseerd. Voor diverse hardware-onderdelen (de processor, het RAM-geheugen, de grafische kaart en de harde schijf/partitie waar Windows op is geïnstalleerd) wordt een aparte score berekend. De totaalscore wordt bepaald door de zwakste schakel in het systeem, de laagste is dus bepalend voor de totaalscore. Deze methode vrij subjectief, maar laat wel zien welke onderdelen vervangen moeten worden om de algemene prestaties te verbeteren. Moet de Windows Prestatie-index opnieuw worden berekend, dan kan dat met de link De analyse opnieuw uitvoeren.

 

windowsprestatieindex2.gif

 

Het berekenen van de basisscore werkt niet meer

Lukt het niet meer de Windows Prestatie index opnieuw te berekenen? In veel gevallen kan dat met de volgende handelingen worden opgelost: start de Windows Verkenner en verwijder de bestanden in de map C:\Windows\Performance\­WinSAT\DataStore (maak de map zo nodig eerst zichtbaar via de knop Organiseren, Map- en zoekopties, tabblad Weergave en activeer de optie Verborgen bestanden, mappen en stations weergeven). Start vervolgens de registereditor en verwijder de registerwaarde PerfcplEnabled in de volgende registersleutels (indien aanwezig):
HKLM\Software\Policies\­Microsoft\Windows\­Control Panel\Performance Control Panel
HKCU\Software\­Policies\Microsoft\­Windows\Control Panel\­Performance Control Panel

 

De gedetailleerde resultaten van de prestatie index

Voor de Windows Prestatie index is de laagste waarde bepalend voor de totaalscore. Het is echter niet duidelijk waarop dat precies wordt gebaseerd, laat staan dat het mogelijk is te testen op prestatie­verbeteringen. In de map C:\Windows\Performance\­WinSAT\DataStore worden de meer gedetailleerde resultaten (in XML-formaat) opgeslagen. Met het commando WINSAT.EXE formal in de Opdrachtprompt is het mogelijk zelf een prestatietest uit te voeren, met het commando WINSAT.EXE /? worden de overige mogelijkheden getoond.

 

Wijzigen van de weergavetaal

De meest uitgebreide versie (Windows 7 Ultimate) ondersteunt meerdere talen zodat de weergave­taal eenvoudig kan worden gewijzigd. Tijdens de setup van Windows wordt alleen de standaard­taal geïnstalleerd, extra talen kunt u na het downloaden via Microsoft Update toevoegen. Vervolgens kan de weergave­taal via het configuratie­scherm, onderdeel Landinstellingen, tabblad Toetsen­borden en talen worden aangepast.

De geavanceerde systeem­instellingen zijn bereikbaar via het onderdeel Systeem van het Configuratiescherm, optie Geavanceerde systeeminstellingen (links in het taakvenster).

Jumplists en Snap

Jumplists

Een nieuwe toevoeging aan Windows 7 zijn de zogeheten Jumplists. Het zijn compacte menu's waarin de belangrijkste functies of bestanden van een programma worden getoond. Klik met de rechter muisknop op de taakbalkknop van een geopend programma en de Jumplist verschijnt. De inhoud van de Jumplist is afhankelijk van het programma. Klikt u bijvoorbeeld met rechts op de knop van Internet Explorer, dan biedt de Jumplist onder meer de mogelijkheid om recent bezochte websites te openen, een nieuw tabblad of browservenster te openen, of alle vensters te sluiten. Klikt u met rechts op de knop van Windows Live Messenger, dan kunt u uw aanwezigheidsstatus aanpassen, uzelf af te melden of direct Hotmail te openen. Met een Jumplist kunt u bijvoorbeeld snel de laatst gebruikte bestanden openen zonder dat u eerst het bijbehorende programma moet starten. Om gebruik te kunnen maken van een Jumplist moet een programma eerst worden vast gemaakt aan de taakbalk. Klik met de rechter muisknop op het pictogram van het programma. Selecteer vervolgens de optie Aan de taakbalk vastmaken. Als u nu met de rechter muisknop op het pictogram op de taakbalk klikt, verschijnt de Jumplist, een menu met veel gebruikte functies en bestanden. Wilt u een programma weer van de taakbalk verwijderen, dan opent u de Jumplist en selecteert u de optie Dit programma losmaken van de taakbalk.

Snap

Met de functie Snap kunt u vensters eenvoudig en snel naast elkaar zetten. Sleep een programma­venster naar de linker rand van het scherm en het venster wordt op de volledige linker helft van het scherm getoond. Sleep nu een tweede venster naar de rechter rand van het scherm, dat venster wordt op de rechter helft van het scherm geopend. Dat is erg handig als u bijvoorbeeld twee documenten wilt vergelijken, of met twee programma's tegelijk wilt werken. U hoeft niet steeds het andere venster zichtbaar te maken.

Tabblad Systeembeveiliging

Systeemherstel (het herstellen van Windows naar een eerder gemaakt systeemherstelpunt) is nuttig wanneer het systeem op de een of andere manier in de problemen komt. De herstelgegevens worden per partitie opgeslagen in de map System Volume Information en kunnen op elk gewenst moment worden teruggezet. Wees voorzichtig met het toepassen van systeemherstel, het komt wel eens voor dat er gegevens bij verloren gaan of dat er zich nadien startproblemen voordoen.

Systeemherstel heeft overigens sinds Windows Vista een handige nieuwe functie: het bijhouden van bestandsversies (ook wel schaduwkopieën genoemd). Via de Eigenschappen van een willekeurig bestand (tabblad Vorige versies) kan een gewijzigd bestand in oude staat worden hersteld op basis van de door Systeemherstel aangemaakte schaduwkopieën van eerdere versies (denk bijvoorbeeld aan een Office-document waarin in het verleden gemaakte wijzigingen moeten worden teruggedraaid).

Wanneer u met een systeemback-up gaat werken, dan is Systeemherstel van minder belang voor de Windows partitie. U kunt deze functie dan uitschakelen (let op: dus alleen voor de C:-partitie). Verwijder hiervoor het vinkje bij de Windows-partitie op tabblad Systeembeveiliging: de mappen van System Volume Information worden nu automatisch geleegd waardoor flink wat schijfruimte wordt vrijgemaakt. Het is hierna niet meer mogelijk terug te keren naar een eerder gemaakt herstelpunt en/of met behulp van bestandsherstel bestanden te herstellen. Worden de persoonlijke data op een aparte partitie opgeslagen (bijvoorbeeld de D:-partitie), activeer die dan op dit tabblad zodat bestands­herstel van de persoonlijke bestanden nog steeds mogelijk blijft.

let op In geval van een multiboot systeem kan Systeemherstel voor problemen zorgen wanneer dat in beide besturings­systemen voor dezelfde partitie wordt gebruikt.

 

Wacht met het uitschakelen van Systeem­herstel

Wacht met het uitschakelen van Systeem­herstel in ieder geval totdat de installatie van Windows, de benodigde drivers en gewenste software is afgerond. Gaat er tijdens het installeren iets fout, dan kunt u mogelijk nog terug vallen op Systeem­herstel. Is uiteindelijk alles naar tevredenheid geïnstalleerd, dan kunt u Systeem­herstel uitschakelen om vervolgens een image van de systeem­partitie te maken. Gaat er in de toekomst iets mis, dan kunt u altijd terugkeren naar een eerder gemaakte systeem backup. In een paar minuten is Windows weer als nieuw. Systeem backup werkt beter dan Windows Systeem­herstel.

Tabblad Externe verbindingen

Binnen Windows 7 is het vrij eenvoudig om anderen via een internetverbinding toegang te verlenen zodat zij op afstand de besturing van uw systeem kunnen overnemen. Mocht een bepaalde handeling niet lukken, dan kan iemand dat voordoen vanaf diens eigen PC door gebruik te maken van de internetverbinding. Deze persoon krijgt dan tijdelijk de volledige besturing over de PC, doe dit dus alleen met personen die te vertrouwen zijn. Wordt geen gebruik gemaakt van hulp op afstand, dan kunt u deze optie om veiligheidsredenen beter uitschakelen.

Tabblad Computernaam

Op dit tabblad kan de computer van een naam worden voorzien waarmee de PC in een netwerk wordt geïdentificeerd. De computernaam moet uniek zijn in het netwerk, terwijl de naam van de werkgroep juist voor elke computer gelijk moet zijn. Meer informatie over het aanleggen van een (draadloos) netwerk is elders op deze website te vinden.

Tabblad Geavanceerd

Op het tabblad Geavanceerd kunnen een groot aantal instellingen worden geoptimaliseerd. Onder de knop Instellingen bij het onderdeel Opstart- en herstelinstellingen kan de optie De computer automatisch opnieuw opstarten worden uitgeschakeld. Dit voorkomt dat Windows 7 bij problemen automatisch herstart, waardoor het onmogelijk wordt eerst onderzoek naar de oorzaak te doen.

 

 

 

 

 

De knop Instellingen bij het onderdeel Prestaties opent het venster Instellingen voor prestaties. Één van de aanpassings­mogelijkheden in dit venster is het verminderen van de hoeveelheid visuele effecten om de systeem­prestaties te verbeteren (voor het aanpassen van de instellingen voor visuele effecten zie de pagina over het aanpassen van het startmenu en het bureaublad). Op het tabblad Geavanceerd van hetzelfde venster kan met de knop Wijzigen het gebruik van het Virtueel geheugen worden aangepast. Eventueel kunt u de locatie en de omvang van het wisselbestand (het virtuele geheugen) aanpassen door de optie Wisselbestands­grootte voor alle stations automatisch beheren te deactiveren. Gebruik voor het virtueel geheugen altijd de snelste harde schijf.

 

virtueelgeheugen.png

 

 

 

 

 

 

De benodigde grootte van het virtueel geheugen is afhankelijk van het geheugengebruik van de gebruikte programma's. Een virtueel geheugen dat qua grootte overeenkomt met het aanwezige RAM-geheugen is in de meeste gevallen meer dan voldoende. Door de Begingrootte en de Maximale grootte dezelfde waarde te geven (in het voorbeeld 2048 Mb), wordt voorkomen dat het wisselbestand in omvang kan wijzigen en daardoor gefragmenteerd kan raken. Vergeet niet na elke wijziging op de knop Instellen te klikken om de aanpassingen definitief te maken. Om de wijzigingen vervolgens toe te passen, is een herstart van de PC noodzakelijk.

 

Pagefile leeg maken bij afsluiten

Het wissel&sh;ybestand (ook wel pagefile genoemd) wordt standaard op de C-schijf onder de naam PAGEFILE.SYS opgeslagen. Door dit bestand bij afsluiten van de computer automatisch te laten overschrijven, wordt dat onleesbaar gemaakt zodat onbevoegden niet in de in het RAM-geheugen geladen gegevens kunnen neuzen. Maak hiervoor in het register de DWORD-waarde ClearPage­FileAtShut­down met de waarde 1 aan in de registersleutel HKLM\SYSTEM\­CurrentControlSet\Control\­Session Manager\Memory Management. Windows sluit hierdoor wel langzamer af, voer deze wijziging dus alleen uit als dit uit veiligheids­overwegingen echt noodzakelijk is. De waarde 0 zet die functie weer uit.

Readyboost en Readydrive

Zodra er zich een situatie voordoet waarbij gebrek is aan het snelle RAM-geheugen, wordt een gedeelte van het gebruikte geheugen weggeschreven naar het virtuele geheugen (de pagefile). Het relatief langzame virtuele geheugen op de harde schijf is niet echt bevorderlijk voor de systeemprestaties. Gelukkig is er met de optie ReadyBoost een beter alternatief voor handen in de vorm van relatief snel toegankelijk flashgeheugen (zoals een USB-stick, Compact Flash (CF) - of Secure Digital (SD)-kaart) om het systeem te versnellen.

Na het aansluiten van het flashgeheugen wordt automatisch gevraagd of dit geheugen gebruikt moet worden voor het versnellen van de computer. Op het tabblad ReadyBoost van de eigenschappen van het betreffende flashgeheugen kunnen de instellingen worden gewijzigd. Het weggeschreven bestand (ReadyBoost.sfcache) wordt versleuteld middels AES 128-bits encryptie zodat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen. Het is een extra beveiliging voor het geval het draagbare geheugen per ongeluk in de verkeerde handen valt. Op een systeem met voldoende werkgeheugen zijn de voordelen overigens beperkt of zelfs niet eens merkbaar.

Een variant hierop is ReadyDrive waarbij de harde schijf zelf is voorzien van flashgeheugen. Gegevens worden tijdelijk in het flashgeheugen van de harde schijf opgeslagen waardoor het mogelijk is gegevens snel uit te lezen terwijl de harde schijf is uitgeschakeld. Dit heeft naast prestatiewinst als gunstige neveneffecten dat het energiebesparend werkt en de levensduur van de harde schijf verlengt. De relatief lage doorvoersnelheid van een USB2.0-aansluiting ten opzichte van die van een harde schijf maakt ReadyDrive een beter alternatief dan ReadyBoost. ReadyDrive is interessant voor laptops omdat hierbij het energieverbruik en de levensduur van de harde schijf een grotere rol spelen.

Windows Verkenner optimaliseren

Met de Windows Verkenner kan de inhoud op de verschillende harde schijven, DVD-spelers en diskettestations worden beheerd. Enkele veel gebruikte beheerfaciliteiten zijn het kopiëren en verplaatsen van bestanden, aanmaken van nieuwe mappen, branden van CD's en DVD's, etc. De Windows Verkenner is standaard te vinden via het Startmenu > Alle programma's > Bureau accessoires. Dat is een erg onhandige locatie voor een programma dat zo vaak wordt gebruikt. Het is daarom verstandig een logischer locatie te maken, klik hiervoor met rechts op de snelkoppeling en kies Aan het menu Start vastmaken. Vanaf nu is de Verkenner snel toegankelijk via het Startmenu. De Verkenner kan overigens ook snel worden gestart door met rechts te klikken op de Start-knop en te kiezen voor Verkennen.

Bibliotheken

In voorgaande versies van Windows werden uw bestanden standaard in de map Mijn documenten opgeslagen. In Windows 7 is dat anders. Nu beheert u bestanden via Bibliotheken. Er zijn standaard vier bibliotheken: Documenten, Muziek, Afbeeldingen en Video's. Een bibliotheek lijkt in eerste instantie veel op een map, maar in tegenstelling tot een normale map worden in een bibliotheek bestanden verzameld die op verschillende plaatsen zijn opgeslagen. Met de bibliotheek Muziek krijgt u bijvoorbeeld in één keer toegang tot alle muziekbestanden, ongeacht waar ze zijn opgeslagen. U kunt ook zelf een bibliotheek maken. Klik op Start en daarna op Documenten. klik met de rechter muisknop op Bibliotheken. Selecteer nu Nieuw en daarna Bibliotheek. Geef de bibliotheek een passende naam en druk op Enter. Selecteer in het linker deel van het venster de nieuwe bibliotheek. Momenteel is die nog leeg. Om de bibliotheek te vullen klikt u in het rechter deel van het venster op Een map opnemen. Selecteer nu een map die u aan deze bibliotheek wilt koppelen. Deze map wordt dan de standaard opslaglocatie voor de items in deze bibliotheek. Klik hierna op Map opnemen. Klik nu met de rechter muisknop op de Bibliotheek en selecteer Eigenschappen. Kies bij Deze bibliotheek optimaliseren voor de optie Diverse bestanden aangezien we al standaardbibliotheken hebben voor de andere opties. Zorg er ook voor dat er een vinkje staat voor de optie Wordt in het navigatievenster weergegeven, zodat de bibliotheek samen met de andere wordt getoond in de verkenner. Klik daarna op OK. Houd er rekening mee dat de nieuwe bibliotheek wel verschijnt in de Verkenner, maar niet in het Startmenu. Deze laatste feit is voor velen één van de redenen om het gebruik van bibiotheken links te laten liggen.

Enkele standaard instellingen wijzigen

In de Windows Verkenner wordt standaard gewerkt met relatieve paden, zodat bepaalde locaties op meerdere manieren bereikbaar zijn. Het werkt praktischer wanneer het linker navigatievenster (met de boomstructuur) wat breder zou zijn. Dat kunt u aanpassen door de verticale afscheiding met de muis naar rechts te trekken. De weergave van de boomstructuur in het navigatievenster kunt u via de knop Organiseren, Map- en zoekopties, tabblad Algemeen aanpassen. Vooral de optie Automatisch uitvouwen tot huidige map is erg praktisch, omdat daarmee meteen de boomstructuur wordt aangepast. De menubalk is volgens de standaard instellingen verborgen, maar kan met de linker ALT-toets tijdelijk tevoorschijn worden gehaald. Via de knop Organiseren, Indeling, Menubalk kunt u de menubalk permanent weergeven.

De systeembestanden worden standaard verborgen. Voor de minder ervaren computergebruiker zijn dat prima instellingen. Blijkt na verloop van tijd dat deze instellingen toch minder praktisch zijn, schakel die optie dan uit door in de Windows Verkenner via de knop Organiseren, Map- en zoekopties, tabblad Weergave de volgende aanpassingen te maken:

 

 

explorerinstellingen.gif

 

 

 

Met een wat tragere harde schijf kan de weergave van foto­miniaturen (ook wel thumbnails genoemd) voor vertraging zorgen. In die gevallen is het nuttig de optie Altijd pictogrammen weergeven, nooit miniaturen te activeren (alleen van toepassing op de beeldweergave met normale en grotere pictogrammen, in te stellen met de knop Beeld). Door de optie Lege stations in de map Computer verbergen te deactiveren, worden lege stations (bijvoorbeeld een lege kaartlezer of een leeg DVD-station) niet standaard verborgen bij de weergave van de map Computer. In de mapstructuur van de Windows Verkenner blijven ze echter nog steeds verborgen: klik met rechts op een leeg gedeelte bij de mapstructuur en kies Alle mappen weergeven zodat de reeds bezette schijfletters ook hier worden getoond.

De optie Mapvensters in een afzonderlijk proces openen kost meer geheugen, maar voorkomt dat alle openstaande vensters worden afgesloten bij het vastlopen van de Windows Verkenner. Is dit geen probleem, dan kan deze optie net zo goed gedeactiveerd blijven. De optie Selectievakjes gebruiken om items te selecteren kan nuttig zijn bij het selecteren van bestanden.

letop.png Worden de miniatuurweergaven (ook wel thumbnails genoemd) niet goed weergegeven? Verwijder ze dan eens met Windows Schijfopruiming. Windows Verkenner zal de tumbnails opnieuw moeten aanmaken waardoor de weergave­problemen mogelijk worden opgelost.

Windows verkenner tips

Met de F5-toets worden de gegevens in de Windows Verkenner (net als in de Internet Explorer) ververst. Met de toets­combinaties CTRL-C, CTRL-X en CTRL-V kunnen bestanden en mappen respec­tievelijk worden geko­pieerd, geknipt en geplakt. Tijdens het selecteren van mappen en / of bestanden zijn de toetsen SHIFT en CTRL en de toets­combinaties SHIFT-HOME en SHIFT-END onmis­baar.

De prullenbak

De eigenschappen van de prullenbak kunnen worden ingesteld door met rechts op de prullenbak te klikken en te kiezen voor Eigenschappen. Wilt u niet elke keer hoeven bevestigen wanneer een bestand naar de prullenbak wordt gestuurd, schakel dan op tabblad Algemeen de optie Vragen om bevestiging bij het verwijderen uit. Moeten bestanden en/of mappen definitief worden verwijderd (zonder dat ze eerst in de prullenbak terecht komen), houd dan de SHIFT-toets ingedrukt bij het deleten.

letop.pngBent u te enthousiast geweest met het verwijderen dan kunt u bestanden altijd nog proberen terug te halen met recoverytools als PC Inspector File Recovery en Recuva, zelfs als ze reeds uit de prullenbak zijn verwijderd. Verwijderde bestanden zijn namelijk pas echt weg wanneer de daarvoor gebruikte schijfruimte door een ander bestand wordt overschreven. Om te voorkomen dat een verwijderd bestand tijdens de installatie wordt overschreven, is het raadzaam de recoverytool uit voorzorg al te installeren vóórdat zich problemen voordoen.

Geluiden en Multimedia

Bij het onderdeel Geluid van het Configuratiescherm, tabblad Geluiden kan het geluidsschema worden gewijzigd of uitgeschakeld. Wordt geen gebruik gemaakt van de Windows geluiden of ervaart u ze als vervelend, schakel ze dan uit door bij het onderwerp Geluidsschema te kiezen voor Geen geluiden. Geluiden kunnen hier ook gedeeltelijk worden uitgeschakeld, bijvoorbeeld wanneer u alleen geluid wenst bij het starten en afsluiten van Windows. Het algemene volume stelt u in met het volume-icoontje in het systeemvak. Dit icoontje kunt u verwijderen via de Eigenschappen van het systeemvak, bereikbaar met een rechter muisklik op de klok. Het volume kan ook per programma afzonderlijk worden ingesteld via de optie Mixer van een openstaand venster.

Toetsenbord

toetsenbordindeling.png

 

 

 

 

Tijdens de setup van Windows werd u gevraagd een van de standaard toetsenbordindelingen te kiezen. Deze keuze kunt u achteraf terug vinden bij het onderdeel Land en taal van het Configuratie­scherm, tabblad Toetsenborden en talen, knop Toetsenborden wijzigen. Is er meer dan één invoertaal gedefinieerd? Dan switcht Windows van toetsenbord­indeling wanneer er tegelijkertijd op de linker ALT- en de rechter SHIFT-toets wordt gedrukt. Deze toets­combinatie wordt regelmatig per ongeluk aangeraakt, met als gevolg dat de toetsen­bordindeling (zonder daar een melding over te geven) wordt aangepast. Door de toetscombinatie nogmaals te gebruiken, herstelt u de standaardinstelling. Een herstart van de computer heeft hetzelfde resultaat. Om dergelijke problemen te voorkomen, is het wellicht beter de niet gebruikte toetsenbordindelingen uit het overzicht te verwijderen.

De standaard door Windows geïnstalleerde toetsenbordindeling Verenigde Staten (internationaal) heeft de voor velen ongewenste eigenschap dat het aanhalingsteken (' of ") pas op het scherm verschijnt nadat een volgende toetsdruk is gegeven. Het is een kwestie van smaak, maar velen vinden dit onhandig. Een andere toetsenbordindeling (bijvoorbeeld Verenigde Staten) is dan beter geschikt.

 

Het euroteken

Het -teken staat op de meeste toetsen­borden op dezelfde toets als het cijfer 5. Gebruik deze toets in combinatie met de rechter ALT toets om het €-teken te plaatsen. Bij de toetsenbordindeling Verenigde Staten kunt u ook de toets­combinatie CTRL-ALT-5 gebruiken. Het teken kan ook nog worden geplaatst met het intoet­sen van de code 0128 op het numerieke toetsen­bord in combinatie met het ingedrukt houden van de linker ALT toets.

Geïnstalleerde software en Windows-onderdelen

Het onderdeel Programma's en onderdelen van het Configuratiescherm toont de verschillende geïnstalleerde softwarepakketten. Links in het taakvenster kunnen de geïnstalleerde updates van Windows worden weergegeven en eventueel ongedaan worden gemaakt. Ook is het in dit venster mogelijk specifieke Windows-onderdelen toe te voegen of te verwijderen met de taak Windows-onderdelen in- of uitschakelen.

Controleer gelijk even de instellingen van het onderdeel Standaard Programma's van het Configuratiescherm, onderdeel Uw standaard programma's instellen. Hier worden onder andere de standaard programma's voor internet, e-mail, agenda, contactpersonen, foto's en media benoemd.

Schermbeveiliging

Via het onderdeel Persoonlijke instellingen van het Configuratiescherm (ook bereikbaar met een rechter muisklik op het bureaublad, Aan persoonlijke voorkeur aanpassen), optie Schermbeveiliging kan een screensaver worden ingesteld zodat het beeldscherm tegen inbranden wordt beschermd. De meest gewaardeerde screensaver is wellicht een diavoorstelling van een persoonlijke foto. Kies voor Foto’s waarna met de knop Instellingen de afbeeldingen kunnen worden geselecteerd. In dit venster kan ook de optie Aanmeldingsscherm weergeven bij hervatten worden aangevinkt. Deze optie zorgt ervoor dat het gebruikersaccount pas weer beschikbaar is nadat deze in het aanmeldingsscherm (al dan niet met een wachtwoord) is ontgrendeld.

Het beeldscherm kan overigens ook worden beschermd door dat na enige tijd van inactiviteit uit te laten schakelen, dat bespaart ook nog energie. Via Energiebeheer via het Configuratiescherm kan een energie­beheerschema worden gekozen dat het beste bij het gebruik past. Via de optie De schema-instellingen wijzigen kunt u instellen na welke periode van inactiviteit het beeldscherm uitgeschakeld moet worden. In dit venster kunt u ook vastleggen na welke periode van inactiviteit de computer in de slaapstand moet worden gezet. De wake-uptijd van de moderne beeldschermen is erg kort en geeft dus nauwelijks vertraging.

Slaapstand, sluimerstand en hybride slaapstand

Er zijn drie verschillende mogelijkheden om de computer in een energiebesparende modus te zetten: de slaapstand, de sluimerstand en de hybride slaapstand. De slaapstand is een energiebesparende modus waarbij de computer 'aan' blijft zodat deze binnen enkele seconden na activatie door bijvoorbeeld een muisbeweging of een toetsaanslag weer toegankelijk is. Nadeel is wel dat de (nog) niet opgeslagen gegevens verloren raken bij een stroomonderbreking. De sluimerstand zet de computer daadwerkelijk 'uit' nadat het werkgeheugen met daarin de openstaande programma’s in het bestand C:\HIBERFIL.SYS is opgeslagen. Bij het starten van de computer worden de gegevens weer in het werkgeheugen geladen zodat het systeem relatief snel weer geactiveerd wordt. In de hybride slaapstand zijn de mogelijkheden van de slaapstand en de sluimerstand gecombineerd waardoor een optimale tussenvariant ontstaat.

letop.png Zodra de hybride slaapstand is geactiveerd, noemt Windows die vervolgens slaapstand. Bij de hybride slaapstand wordt het werkgeheugen weggeschreven naar de harde schijf waarna de computer in een energiebesparende modus wordt gezet. Met deze instelling kunnen geen gegevens verloren raken, terwijl de computer wel binnen enkele seconden weer toegankelijk is. De hybride slaapstand wordt overigens niet door elk moederbord ondersteund.

Instellingen wijzigen

slaapstand.png

De instellingen voor de slaap- en sluimerstand kunnen via het Configuratiescherm, onderdeel Energiebeheer worden aangepast. Via de taak Wijzigen wanneer de computer in slaapstand gaat, kan worden vastgelegd na welke periode van inactiviteit het beeldscherm wordt uitgeschakeld en de computer in de slaapstand gezet. Geeft de slaapstand problemen bij het ontwaken dan kan altijd nog als alternatief de sluimerstand worden uitgeprobeerd (via de geavanceerde instellingen).

Kan de slaapstand niet worden geactiveerd, dan moet die eerst worden ingeschakeld. Start de Opdrachtprompt (Start, Alle programma’s, Bureau-accessoires) met aanvullende administratorrechten door met rechts op de snelkoppeling te klikken en te kiezen voor Als administrator uitvoeren en geef het commando POWERCFG /HIBERNATE ON. De hybride slaapstand wordt overigens niet toegepast bij laptops omdat deze geen last hebben van onverwachte stroomonderbrekingen. Dreigt de accu van een laptop leeg te raken terwijl deze in de slaapstand staat, dan wordt de slaapstand automatisch omgezet in de sluimerstand waarmee gegevensverlies wordt voorkomen. Het is overigens verstandig de computer regelmatig op de normale wijze te laten starten zodat problemen met Windows worden voorkomen.

Voor de geavanceerde mogelijkheden van energiebeheer is het noodzakelijk dat het moederbord ondersteuning biedt voor ACPI (Advanced Conifiguration and Power Interface). Controleer zo nodig de power management-opties in het BIOS, die zijn meestal toegankelijk met de DEL- of F2-toets tijdens het opstarten van de computer. Voor de slaapstand is minimaal S1 nodig, voor het toepassen van de hybride slaapstand gaat de voorkeur echter uit naar S3.

De uitknop wijzigen in de slaapstand-knop

aanuitknopmenustart.png

 

 

Het Startmenu is standaard voorzien van een uitknop waarmee Windows kan worden afgesloten. De overige opties (het wisselen van gebruiker, afmelden, vergrendelen, opnieuw starten en inschakelen van de slaapstand) zitten verborgen onder de knop met het pijltje (oftewel het menu Vergrendelen). De functionaliteit van deze knop kunt u via de eigenschappen van het Startmenu aanpassen (klik met rechts op de Startknop en kies Eigenschappen) zodat de computer hiermee snel in de slaapstand kan worden gezet in plaats van te worden uitgeschakeld.

De computer kan via het menu Vergrendelen in het startmenu handmatig in de slaapstand worden gezet. Het kan echter ook door de functie van de aan-/uitknop (en eventueel de slaapstandknop) van de computer te wijzigen (via het configuratiescherm, onderdeel Energiebeheer, taak Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen) zodat de slaapstand of de sluimerstand eenvoudig via deze knop kan worden toegepast.

letop.png Het uitzetten kan dan uitsluitend nog via het menu Vergrendelen van het startmenu).

Aanmeldscherm bij het ontwaken uit de slaapstand

Zodra Windows uit de slaapstand ontwaakt, moet eerst het gebruikersaccount worden ontgrendeld via het aanmeldscherm, ongeacht of deze is voorzien van een wachtwoord. Deze beveiliging kan desgewenst via het onderdeel Energiebeheer in het configuratiescherm worden uitgeschakeld. Kies in het taakvenster voor de taak Een wachtwoord vereisen bij uit slaapstand komen, waarna (via de link Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn) de optie Geen wachtwoord vereisen geactiveerd kan worden.

Problemen bij het ontwaken uit de slaapstand

Het komt wel eens voor dat de computer niet op juiste wijze uit de slaapstand ontwaakt (waardoor bijvoorbeeld het scherm op zwart blijft). Er zijn vele mogelijke oorzaken, een eenduidige oplossing is dus niet te geven. Wellicht dat het probleem met een van de volgende tips kan worden opgelost: schakel de screensaver uit, installeer de laatst beschikbare drivers van het moederbord en de grafische kaart, deactiveer eventueel bij de power management-opties in het BIOS de optie Re-call VGA BIOS From S3 of flash in het uiterste geval het BIOS met de laatst beschikbare versie. Schakel desnoods via Energiebeheer, optie Geavanceerde energie-instellingen wijzigen de (hybride) slaapstand uit en activeer als alternatief de sluimerstand.

Ongevraagd ontwaken uit de slaapstand

Ontwaakt de computer ongevraagd uit de slaapstand? Het apparaat of proces dat dit aanstuurt (meestal de muis of de netwerkadapter) kan worden achterhaald met het class="clearall" commando POWERCFG -DEVICEQUERY WAKE_ARMED (open hiervoor de Opdrachtprompt via het startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires). Vervolgens kan bij het energiebeheer worden vastgelegd dat de veroorzaker de computer niet meer uit de slaapstand mag halen (Configuratiescherm, Apparaatbeheer, klik met rechts op het betreffende item, Eigenschappen, tabblad Energiebeheer, vink uit de optie Dit apparaat mag de computer uit de slaapstand halen). Schakel bij voorkeur ook de opties Wake on Ring en Wake on Lan uit bij de power management-opties in het BIOS.