prev-horizontal.png

Pagina Menu

Gebruikers­accounts

Veel computers worden voorzien van meer dan een gebruikersaccount. Onder Windows7 kunt u kiezen uit een standaardgebruiker met beperkte beheerrechten of een administratoraccount met volledige beheerrechten. Een gebruikersaccount kan geheel naar eigen wens worden ingesteld. U kunt onder andere persoonlijke gegevens naar een aparte datapartitie verhuizen en de instellingen van een gebruikersaccount overzetten naar een nieuw aangemaakt account. De mogelijkheid meerdere gebruikersaccounts in te stellen is eigenlijk onmisbaar wanneer meerdere personen op dezelfde computer werken. Elke gebruiker heeft zijn/haar eigen voorkeursinstellingen, documenten, e-mailaccount, adresboek, agenda, internetfavorieten en wellicht ook nog een chatprogramma waarop automatisch wordt ingelogd.

Gebruikersaccounts aanmaken en instellen

De instellingen van reeds aangemaakte accounts (zoals de weergegeven naam, het bijbehorende plaatje, het ingestelde wachtwoord, het accounttype en ouderlijk toezicht), kunnen bij het onderdeel Gebruikersaccounts van het configuratiescherm worden gewijzigd. Via de link Een andere account beheren, link Een nieuwe account maken kunnen extra gebruikersaccounts worden aangemaakt. Een nieuw account kan worden ingesteld als Standaardgebruiker (een account met beperkte mogelijkheden) of als Administrator (een account met volledige beheerrechten). Hoeft een nieuwe gebruiker geen onderhoud aan Windows te verrichten, dan ligt een account met beperkte rechten het meest voor de hand. De rechten van een standaardgebruiker zijn echter zó beperkt dat het in sommige situaties problemen oplevert. Het is daarom beter tijdens het afstellen van een gebruikersaccount gebruik te maken van een account met beheerrechten en deze pas later om te zetten naar een standaardgebruiker. Is het uit veiligheidsoverwegingen toelaatbaar, dan is het wellicht beter helemaal geen gebruik te maken van de accounts met beperkte rechten.

Ook vanuit een account met beperkte rechten kunnen programma’s met beheerrechten worden uitgevoerd: klik met rechts op een programma-icoon en selecteer de optie Als administrator uitvoeren. Vervolgens moet u nog wel de inloggegevens (gebruikersnaam en wachtwoord) van een van de beheerder­accounts opgeven.

Het commando "net user"

Kan een bepaalde gebruikersaccount niet worden gemaakt of verwijderd? Met behulp van het commando NET USER kan de wijziging alsnog worden uitgevoerd. Klik hiervoor met rechts op de snelkoppeling van de Opdrachtprompt (startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires) en kies voor Als administrator uitvoeren om het commandovenster met administratorrechten uit te voeren. Het commando NET USER toont een lijst van alle aangemaakte gebruikersaccounts. Met het commando NET USER inlognaam /ADD wordt een gebruiker toegevoegd, en met het commando NET USER inlognaam /DELETE wordt er een verwijderd. Vooral het laatste commando kan nog wel eens van pas komen. Het commando NET biedt overigens meer mogelijkheden, zie hiervoor de commando's NET en NET HELP.

 

Maak gebruik van verkorte namen

Bij het aanmaken van gebruikersnamen kunt u beter geen gebruik maken van namen met een spatie. De voor het gebruikersaccount aangemaakte map bevat dan namelijk óók een spatie en sommige programma's kunnen daar niet mee overweg. Wilt u toch een gebruikersnaam met spatie gebruiken (bijvoorbeeld met een voor- en achternaam), wijzig die dan na het aanmaken van het account bij het onderdeel Gebruikers­accounts.

 

Standaard­accounts zijn veiliger

Wilt u zo veilig mogelijk werken en er zeker van zijn dat virussen geen ongewenste aanpassingen aan het systeem kunnen maken? Voorzie dan alle accounts van beperkte rechten, dus ook uw eigen account. Er moet wel tenminste één extra administrator­account worden aangemaakt, anders is het natuurlijk niet meer mogelijk systeemwijzigingen door te voeren.

Bent u het wachtwoord van het administrator­account vergeten? Op de pagina over opstartbare CD's is te lezen hoe dit probleem kan worden omzeild.

 

Referentiebeheer (oftewel het wachtwoord­beheer)

Wordt één gebruikers­account door meerdere personen gebruikt, dan komt het vroeg of laat wel eens voor dat Windows verschillende wachtwoorden voor dezelfde toepassing bewaart. Voor sommige toepassingen kan dit vervelend zijn, bijvoorbeeld bij de Live Messenger omdat elke keer handmatig tussen de verschillende gebruikers gewisseld moet worden. Met het onderdeel Referentie­beheer in het configuratie­scherm kunnen opgeslagen wachtwoorden worden verwijderd. Met de optie Back-up van kluis maken kan overigens een back-up van de opgeslagen wachtwoorden en certificaten worden gemaakt. Indien noodzakelijk kunnen ze met de optie Kluis terugzetten weer in ere worden hersteld (altijd handig in geval van een herinstallatie van Windows).

Het welkomstscherm overslaan

controluserpsw2.png

 

 

 

 

Beschikt de computer over meerdere gebruikersaccounts, dan toont Windows bij het starten standaard een keuzemenu waaruit handmatig het gewenste account kan worden gekozen. Wordt slechts één van de accounts veelvuldig gebruikt, dan kan deze extra handeling op den duur gaan irriteren. Gelukkig is het ook mogelijk het welkomstscherm over te slaan en automatisch op het meest gebruikte account in te loggen (ongeacht of dit account met een wachtwoord is beveiligd). Log hiervoor in met het betreffende gebruikersaccount, klik met rechts op de snelkoppeling van de Opdrachtprompt (startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires) en kies voor Als administrator uitvoeren om het commandovenster met administratorrechten uit te voeren. Geef in het opdrachtvenster vervolgens het commando control userpasswords2 waarna het volgende venster opent. Selecteer het account waarmee automatisch moet worden ingelogd, deactiveer de optie Gebruikers moeten een gebruikersnaam en wachtwoord opgeven om deze computer te kunnen gebruiken en klik op Toepassen. Vervolgens wordt het wachtwoord van het gebruikersaccount gevraagd. Nadat dit venster met de knop OK is bevestigd, wordt het gebruikersaccount voortaan automatisch aangemeld.

Gebruikersaccountbeheer en Als administrator uitvoeren

gebruikersaccountbeheer.gif

 

 

Alle accounts zijn standaard voorzien van een extra beveiligingsmaatregel (Gebruikers­accountbeheer) waardoor er voor veel essentiële systeemwijzigingen eerst goedkeuring wordt gevraagd. Deze waarschuwingen kunnen bij het onderdeel Gebruikersaccounts van het configuratiescherm, optie Instellingen voor Gebruikers­accountbeheer wijzigen eventueel worden ingeperkt of zelfs uitgeschakeld.

Een administratoraccount start standaard op zonder de extra administratorrechten. Deze kunnen echter waar nodig worden geactiveerd door met rechts op een programma te klikken en te kiezen voor Als administrator uitvoeren.

alsadministratoruitvoeren.gif

 

Is het nodig dat een programma te allen tijde opstart met administratorrechten, dan kan dat worden ingesteld door met rechts op de snelkoppeling of het programma te klikken, te kiezen voor Eigenschappen, tabblad Snelkoppeling, knop Geavanceerd en de optie Als administrator uitvoeren te activeren.

 

Wat te doen als de beperkte rechten te beperkt zijn

Het komt onder Windows 7 regelmatig voor dat een account met beperkte rechten (Standaard­gebruiker) toepassingen niet kan uitvoeren omdat de rechten tè beperkt zijn. Het accounttype zou in dat geval (tijdelijk) gewijzigd kunnen worden in een administrator­account, maar helemaal perfect is die oplossing natuurlijk niet. Een betere methode is het uitbreiden van de beheer­mogelijkheden van het gebruikers­account. Door het account te voorzien van beheerrechten mag de betreffende toepassing namelijk wèl aanpassingen maken in die bestanden en/of register­sleutels.

Is er sprake van te beperkte rechten, dan kan met de gratis tool Process Monitor van Sysinternals worden achterhaald welke bestanden en/of register­sleutels voor het betreffende programma de bottleneck vormen. Nadat in Process Monitor de opdracht Capture Events is gegeven, houdt deze een overzicht bij van alle aangevraagde bestanden en register­sleutels. Wanneer duidelijk is voor welke bestanden en/of register­sleutels de beheer­rechten ontbreken, kunnen deze met behulp van een administrator­account aan het betreffende account worden toegewezen. Klik voor het aanpassen van de machtigingen op register­niveau met rechts op een register­sleutel en kies voor Machtigingen. Door vervolgens voor het betreffende gebruikers­account bij Volledig beheer de optie Toestaan te activeren (gebruik eventueel de knop Toevoegen wanneer de gebruikers­naam nog niet aanwezig is), krijgt deze voortaan permanent toestemming zonder verdere beperkingen gebruik te maken van de betreffende register­sleutel. Op vergelijkbare wijze kunnen de machtigingen op bestands­niveau (via het tabblad Beveiligen van de eigenschappen van een bestand of map) worden aangepast.

"Echte" Administrator account zichtbaar maken

Heeft u in Windows 7 ook wel eens de melding gekregen dat u alleen als administrator een bepaald bestand kan verwijderen of een programma kan starten? Als u als gebruiker beschikt over administrator rechten, kunt u proberen het betreffende programma als administrator te verwijderen of te starten. Hiertoe klikt u met de rechtermuistoets op het programma en kiest u voor "Uitvoeren als administrator" of "Run as administrator".

Mocht dit niet helpen dan dient u gebruik te maken van het "echte" administrator account dat in Windows 7 (maar ook in Vista) wel degelijk bestaat. Normaal gesproken is dit een inactief account waardoor het niet zichtbaar is in het inlogscherm. Om het administrator account te activeren doorloopt u onderstaande stappen:

a. Start de command prompt, en doe dit als administrator (rechtermuistoets, run as administrator).
b. Gebruik het commando net user administrator /active:yes om het administrator account weer te activeren.
c. Meld u zelf af bij Windows, u zult zien dat het administrator account in het inlogscherm wel getoond wordt.
d. Wanneer u het wachtwoord van het administrator account vergeten bent kunt u het volgende commando gebruiken net user administrator <wachtwoord> (zonder de haakjes natuurlijk).

Accounts verbergen

Het aanmeldingsvenster van Windows 7 geeft in principe alle beschikbare gebruikersaccounts weer. Met een truc via het Windows-register kunt u een gebruikersaccount verbergen en dus aan het zicht onttrekken.

Open het Windows-register. In het menu Start typt u in het zoekvak Regedit.exe, gevolgd door een druk op Enter. Ga naar de sleutel HKEY_LOCAL_MACHINE \ SOFTWARE\ Microsoft \ Windows NT \ CurrentVersion \ Winlogon \ SpecialAccounts \ UserList. In het rechtervenster zoekt u de gebruikersaccount die u wilt verbergen. Grote kans dat die nog niet aanwezig is. Kies voor Bewerken, Nieuw, DWORD-waarde. Deze waarde geeft u de naam van de gebruikersaccount (hanteer exact dezelfde naam). Vervolgens dubbelklikt u op de zojuist gemaakte waarde. In het vak Waardegegevens typt u een 0. Bevestig met OK. Verlaat het register via Bestand, Afsluiten.

Nadat u de machine opnieuw hebt gestart, is de account niet meer zichtbaar in het welkomstvenster. Het verbergen van een gebruikersaccount betekent niet dat u dat niet meer kunt gebruiken om u aan te melden bij Windows. Om dat alsnog te gebruiken om u aan te melden bij Windows, drukt u in het aanmeldingsvenster op Ctrl+Alt+Del. Hierna hebt u de mogelijkheid om de naam van de account en het bijbehorende wachtwoord op te geven.

Wilt u in de toekomst het account weer zichtbaar maken in het welkomstvenster? In het Windows-register verandert u de zojuist gemaakte waarde 0 in een 1, waarna u Windows 7 opnieuw opstart.

Documenten en instellingen per gebruikersaccount

documentengebruiker.png

 

 

 

 

 

De persoonlijke documenten en instellingen van de verschillende gebruikers worden opgeslagen in de map C:\Gebruikers. Wordt de map geopend in een opdrachtvenster dan blijkt deze in werkelijkheid C:\Users te heten. De oorsprong van deze naamswijziging zit hem in het feit dat de gehanteerde taal voor de gebruikers­interface naar keuze kan worden gewijzigd. In deze map staan de submappen van de verschillende gebruikers. Voor elke nieuw aangemaakte gebruiker wordt automatisch een submap aangemaakt waarin diens persoonlijke documenten en instellingen worden opgeslagen. De afbeelding laat zien hoe deze persoonlijke map er in de Windows Verkenner uitziet. In dit voorbeeld worden óók de verborgen mappen getoond, deze optie kan worden ingeschakeld bij de mapopties van de Windows Verkenner.

De gebruikersmap krijgt automatisch een onderverdeling in mappen voor persoonlijke data, zoals Mijn afbeeldingen, Contactpersonen, Desktop (de icoontjes op het bureaublad), Mijn documenten, Downloads, Favorieten (voor internet), Mijn muziek, Opgeslagen spellen, Mijn video's en nog een belangrijke map AppData met persoonlijke Windows- en software-instellingen. De opgeslagen data en instellingen in de map C:/Gebruikers/inlognaam zijn alleen van toepassing voor de betreffende gebruiker (hoewel ze zonder beveiliging ook toegankelijk zijn voor andere gebruikers). In de gebruikersmap staan ook een tiental ontoegankelijke, verborgen snelkoppelingen die als enig doel hebben programma's uit het Windows XP-tijdperk met een symbolische link automatisch naar de nieuwe locatie door te sturen.

Bibliotheken

Gelijksoortige bestanden (zoals persoonlijke documenten, afbeeldingen, muziekbestanden en video's) worden vaak op meer dan één locatie opgeslagen waardoor het overzicht over de totale collectie snel verloren raakt. Door gebruik te maken van bibliotheken kunnen collecties van hetzelfde type bestand echter gebundeld worden gepresenteerd alsof ze op één locatie zijn opgeslagen, feitelijk bevatten de bibliotheken slechts snelkoppelingen naar de geselecteerde mappen, de mappen worden dus niet verplaatst. Standaard zijn er bibliotheken voor Documenten, Afbeeldingen, Muziek en Video's die via het startmenu kunnen worden geopend.

In eerste instantie zijn alleen de bestanden uit de persoonlijke en de openbare (voor elke gebruiker toegankelijke) mappen aan de bibliotheken gekoppeld, ze worden dus als submap aan de betreffende bibliotheek gekoppeld. Nieuwe opslaglocaties kunnen eenvoudig aan de bibliotheek worden toegevoegd: klik met rechts op een bibliotheek, kies Eigenschappen, knop Een map opnemen, navigeer naar de toe te voegen map en voeg deze toe met de knop Map opnemen. Bestaat een bibliotheek uit meerdere opslaglocaties, dan kan met de knop Opslaglocatie instellen één van de mappen als standaard opslaglocatie worden ingesteld Dit is met name handig wanneer gebruik wordt gemaakt van een aparte partitie voor het opslaan van persoonlijke documenten.

Het is ook mogelijk een zelfgedefinieerde bibliotheek toe te voegen (bijvoorbeeld voor lopende projecten): klik met rechts op Bibliotheken, kies Nieuw, Bibliotheek en geef de nieuw aangemaakte map direct een toepasselijke naam. Klik vervolgens met rechts op de nieuw aangemaakte bibliotheek en voeg met de knop Een map opnemen één of meerdere opslaglocaties toe aan de bibliotheek. Geef eventueel via het selectiekader Deze bibliotheek optimaliseren voor aan welk type bestanden (documenten, afbeeldingen, muziek of video's) er in de bibliotheek zijn opgeslagen zodat de weergave daarvoor kan worden geoptimaliseerd.

Documenten en instellingen kopiëren naar een ander account

Het kopiëren van Windows-instellingen van het ene naar het andere account gaat vrij eenvoudig. Maak daarvoor eerst een account aan waarin alle instellingen perfect worden afgesteld, met uitzondering van de echt persoonlijke instellingen (zoals de gegevens van de e-mailaccounts, wachtwoorden etc.). Ga vervolgens naar het startmenu, Alle programma's, Bureau-accessoires, Systeemwerkset, Windows Easy Transfer, klik op Volgende en selecteer achtereenvolgens Een externe harde schijf of USB-flashstation en Dit is mijn oude computer. Na een korte analyse kunnen in het volgende venster alle accounts uit met uitzondering van het eigen account worden uitgevinkt. Ga verder met de knop Volgende, knop Opslaan (een wachtwoord is niet verplicht) en selecteer de gewenste opslaglocatie (bijvoorbeeld C:). Het bestand krijgt de naam Windows Easy Transfer - Items van oude computer.MIG toegewezen (die kan worden gewijzigd), sla het bestand op en rond de wizard af.

Het bij een nieuw account doorvoeren van de zojuist opgeslagen instellingen gaat op vergelijkbare wijze. Start Windows Easy Transfer (dit kan vanuit hetzelfde gebruikersaccount als waarin de back-up is gemaakt), klik op Volgende, selecteer wederom Een externe harde schijf of USB flashstation en daarna Dit is mijn nieuwe computer. Vervolg de wizard door Ja te selecteren, navigeer naar het zojuist opgeslagen MIG-bestand en open dat. Kies voor Geavanceerde opties en selecteer bij Gebruikersaccount op de nieuwe computer het gewenste gebruikersaccount (dus niet het account met dezelfde naam). Was het nieuwe gebruikersaccount nog niet aangemaakt, dan kan dat hier alsnog worden gedaan. Klik vervolgens op de knop Opslaan gevolgd door de knop Overdragen om het overzetten van de instellingen van start te laten gaan. Zodra het overzetten is afgerond, is het alleen nog noodzakelijk het huidige account af te loggen om vervolgens op het nieuwe account in te loggen. Tenslotte kan het MIG-bestand worden verwijderd. Er zullen nog wel wat kleine (al dan niet Windows-instellingen) moeten worden aangepast, maar het resultaat is meestal zeer bevredigend.

Het terugzetten van de gegevens gaat overigens gemakkelijker door op het aangemaakte MIG-bestand te dubbelklikken.

Documenten en instellingen voor alle gebruikersaccounts

De map C: \ Gebruikers \ Openbaar bevat documenten en instellingen die op alle gebruikers van toepassing zijn. Staat er bijvoorbeeld een link in de submap Openbaar bureaublad van de map Openbaar, dan wordt deze bij elke gebruiker op het bureaublad weergegeven. Moet een bestand voor elke gebruiker beschikbaar zijn, dan is het dus verstandig dat in eerste instantie ergens in de map Openbaar te plaatsen (in plaats van in de persoonlijke map van elke afzonderlijke gebruiker). Standaard maakt Windows de volgende submappen aan in de map Openbaar: Openbare documenten, Openbare downloads, Openbare muziek, Openbare afbeeldingen, Openbare tv-opnamen en Openbare video's. De algemene map Menu Start (die de snelkoppelingen bevat die voor alle gebruikersaccounts van toepassing zijn) is te vinden op de locatie C:\ProgramData\Microsoft\Windows\Menu Start.

Basisinstellingen voor nieuw aan te maken gebruikersaccounts

In de map C:\Gebruikers\­Default staan de standaard instellingen voor de nieuw aan te maken gebruikersaccounts. Bewerk deze map naar wens zodat de gewenste basisinstellingen alvast klaar staan. Dit scheelt veel werk wanneer straks nieuwe gebruikersaccounts worden aangemaakt, de instellingen hoeven zodoende maar één keer goed te worden geregeld.

Persoonlijke bestanden scheiden van de systeembestanden

Standaard worden de persoonlijke bestanden (documenten, afbeeldingen, muziek, video's, e-mailarchief, contactpersonen, e.d.) opgeslagen op de Windows-partitie, midden tussen de systeembestanden van het besturingssysteem. Dat is niet de meest praktische opslaglocatie is. De persoonlijke bestanden kunnen beter op een andere locatie worden opgeslagen, bij voorkeur op een aparte datapartitie.

Door op de datapartitie voor elk gebruikers­account een eigen persoonlijke map aan te maken (en te voorzien van een duidelijke naam, bijvoorbeeld D:\Herman), kunnen de persoonlijke gegevens veel overzichtelijker worden ingedeeld. Het periodiek uitvoeren van een geautomatiseerde back-up van de persoonlijke gegevens wordt zo stukken eenvoudiger en omdat de datapartitie buiten schot blijft bij het herinstalleren van Windows (al dan niet met een systeemback-up), staan de persoonlijke gegevens hier relatief veilig. Een aparte datapartitie heeft dus grote voordelen, met name wanneer Windows niet meer wil opstarten.