Pagina Menu

Instellingen vinden

instellingenmenu.png

Het vereenvoudigde instellingenmenu

 

 

In Windows 8 waren de instellingen onderverdeeld in het configuratiescherm en in de tegeltjesinterface. Een onhandige oplossing, instellingen waren lastig te vinden en u schakelde herhaaldelijk onverwacht tussen de instellingenvensters. In Windows 10 zijn de twee instellingenmenu's samengevoegd in één venster. Met het venster Instellingen (bereikbaar via de optie Instellingen in Start of via het Actiecentrum > Alle instellingen) wordt het configuratiescherm in Windows 10 naar de achtergrond gedrukt. Overigens is het configuratiescherm nog niet helemaal verdwenen. Het is nog te openen. Is een bepaalde instelling niet (meer) te vinden? Kijk dan even verder bij het oude vertrouwde configuratiescherm.

Voor aanraakschermen is het nieuwe instellingenmenu een verbetering, maar door de veelheid aan instellingen (verdeeld over 9 categorieën) is dat wel ten koste gegaan aan de overzichtelijkheid. De meeste instellingen zijn met de zoekfunctie van Instellingen te achterhalen.

In feite blijven in Windows 10 alle systeeminstellingen nog altijd verspreid zitten over twee plekken: het Configuratiescherm én de Instellingen. Maar er is een oplossing. Klik met de rechter muisknop op het bureaublad en kies Nieuw > Map. Geef de map als naam: GodMode.{ED7BA470-8E54-465E-825C-99712043E01C} en druk op Enter.

letop.pngHet is misschien minder goed te zien, maar achter GodMode. staat geen spatie, tussen de accolades volgt de reeks van cijfers en letters.

Die map heeft nu niet meer het standaardpictogram, maar is veranderd in het icoontje van het bekende Configuratiescherm. De GodMode-map is een map net als alle andere, u kunt hem overal naar toe verplaatsen. Dubbelklik op het icoon en u komt in GodMode terecht. Hier ziet u onder elkaar instellingen die betrekking hebben op onder meer beveiliging en onderhoud, energiebeheer, toegankelijkheid en het systeem. Met het veldje rechts boven kunt u het overzicht doorzoeken. Als u GodMode niet meer wilt gebruiken, kunt u de map verwijderen.

Beeldscherm

De optie Beeldscherm (links in het menu) biedt mogelijkheden voor het aanpassen van de oriëntatie, weergavegrootte en de resolutie van aangesloten beeldschermen (wijzigingen moet u met de knop Toepassen bevestigen, de beeldschermopties moet u voor elke monitor apart instellen). Het is tegenwoordig gebruikelijk de computer te voorzien van een tweede beeldscherm. Voor desktop­gebruikers is het eenvoudiger om met twee beeldschermen te werken in plaats van met één heel groot. De positie van de beeldschermen ten opzichte van elkaar kunt u door verslepen wijzigen.

Sluit u een projector op de laptop aan dan kunt u met de toets­combinatie Win+P snel een scherm uitschakelen of kopiëren

Elk type scherm heeft andere optimale instellingen: voor een 17 inch- of kleiner beeldscherm is een resolutie van 1024*768 pixels meestal geschikt, voor grotere schermen komt u al snel uit op 1280*1024, 1600*1200 pixels of zelfs nog hoger. Voor breedbeeld­schermen zijn de verhoudingen wéér anders. Is de tekst in apps en andere schermen lastig te lezen, dan kan de resolutie worden verlaagd via de link Geavanceerde beeldscherm­instellingen (of via het Configuratiescherm > Beeldscherm >Resolutie aanpassen). Dat gaat echter wel ten koste van de kwaliteit van de weergave. Blijkt het verlagen van de ingestelde resolutie geen oplossing, probeer dan eens of het aanpassen van de grootte van de tekst, vensters e.d. bevalt. Wordt de schuifregelaar helemaal naar rechts verschoven, dan wordt het lettertype zo groot dat delen van de tekst gemakkelijk buiten het scherm vallen. De lettergrootte kunt u daarom beter aanpassen via de optie Geavanceerde beeldscherm­instellingen > Tekstgrootte en andere items afzonderlijk aanpassen.

In geval van een draaibaar scherm (zoals bij tablets) kunt u de schermstand instellen en het automatisch draaien vergrendelen. Afhankelijk van de hardware hebben sommige tablets en laptops de optie om het helderheids­niveau van het scherm in te stellen en/of aan te geven dat de helderheid van het scherm automatisch moet worden aangepast aan de hoeveelheid licht in de omgeving. Via de optie Geavanceerde beeldscherm­instellingen > ClearType-tekst wordt de wizard voor ClearType doorlopen, met deze functie kunt u de tekstweergave naar eigen inzicht verbeteren.

Visuele effecten aanpassen
instellingen_visuele_effecten.png

 

 

Treden er aanzienlijke vertragingen op bij het openen, minimaliseren, maximaliseren, verplaatsen en sluiten van vensters, dan wordt de grafische kaart mogelijk te veel belast door de visuele effecten. Het is dan beter die effecten minder veeleisend in te stellen. Ga hiervoor naar het Configuratiescherm > Systeem > Geavanceerde systeeminstellingen > tabblad Geavanceerd > Prestaties > knop Instellingen. Optimale systeem­instellingen (met behoud van enkele visuele effecten) krijgt u door alle opties uit te schakelen, met uitzondering van Miniaturen in plaats van pictogrammen weergeven, Miniatuur­voorbeeld­weergaven van de taakbalk opslaan, Vallende schaduw voor namen van pictogrammen op bureaublad gebruiken (oftewel de transparantie van de achtergrond van de pictogrammen op het bureaublad) en Zachte randen rond schermlettertypen weergeven (de functie ClearType).

Meldingen en acties

De vier knoppen die bij Meldingen en acties worden ingesteld blijven zichtbaar in het Actiecentrum, ook wanneer de optie Samenvouwen is geactiveerd. Stel via de optie Geef aan welke pictogrammen u op de taakbalk wilt zien in van welke apps, programma's en systeemtaken (zoals OneDrive) u een pictogram in het systeemvak wilt zien. De pictogrammen die u niet in het systeemvak wilt zien, worden automatisch verborgen onder het opwaartse pijltje (links in het systeemvak). Via de optie Systeempictogrammen in- of uitschakelen kunt u bepaalde systeemvak­pictogrammen (voor bijvoorbeeld de klok, het geluidsvolume, de netwerkverbinding, de GPS-locatie, het schermtoetsenbord, het Actiecentrum e.d.) in- of uitschakelen. Herhaaldelijk terugkerende meldingen in het systeemvak, actiecentrum en/of vergrendelingsscherm kunt u bij onderdeel Meldingen uitzetten.

Apps en onderdelen

Apps en onderdelen bevat een overzicht van alle geïnstalleerde programma's en apps, inclusief de installatiedatum en de hoeveelheid schijfruimte die ze in beslag nemen. Nadat een app is geselecteerd, verschijnen de knoppen om die te verwijderen (vergelijkbaar met het Configuratiescherm > Programma's en onderdelen). De sorteer- en zoekfuncties maken het makkelijk om een bepaald programma of app te vinden.

.NET FRAMEWORK 3.5 (inclusief .NET 2.0 en 3.0)

Menig programma vereist dat .NET Framework is geïnstalleerd zodat gebruik kan worden gemaakt van de .NET bibliotheken. Dat scheelt ontwikkelaars tijd om deze programma’s te schrijven en blijft de omvang beperkt. .NET Framework 3.5 (inclusief .NET 2.0 en 3.0) is te activeren via het Configuratiescherm > Programma’s en onderdelen > Windows-onderdelen in- of uitschakelen. Het is niet noodzakelijk om direct .NET Framework te installeren, dit kan ook gebeuren zodra een programma daar om vraagt.

Multitasking

Bij het onderdeel Multitasking is vastgelegd hoe vensters zich mogen gedragen wanneer ze worden verplaatst naar een hoek of rand van het beeldscherm. De eerste optie (het automatisch schikken) vergroot het venster naar een kwart of een half beeldscherm. Zet u die optie uit dan zijn vensters niet meer aan een hoek of rand vast te maken. Waar mogelijk wordt bij het vergroten rekening gehouden met reeds openstaande vensters zodat die niet naar de achtergrond worden gedrukt. Door de tweede optie uit te schakelen krijgt een venster echter altijd een formaat van een kwart of half scherm, ongeacht of die ruimte al door een ander venster wordt gebruikt. Vergelijkbaar met Taakweergave verdeelt de derde optie de resterende openstaande vensters over het nog ongebruikte deel van het bureaublad, met een enkele klik wordt een van deze vensters in de nog resterende ruimte geopend.

Windows 10 heeft de mogelijkheid om met meerdere bureaubladen te werken. Volgens de standaard instellingen toont de taakbalk (en de bladerfunctie ALT-TAB) alleen vensters die in het actieve bureaublad zijn geopend. Wilt u vensters van alle virtuele bureaubladen tonen, wijzig dan in het onderdeel Virtuele bureaubladen de optie Alleen het bureaublad dat ik gebruik naar Alle bureaubladen.

Tabletmodus

Windows 10 kan naadloos overgaan van de standaard desktopmodus naar de tabletmodus en andersom. De desktopmodus (vooral geschikt voor desktops en laptops) kenmerkt zich door het bureaublad (met de snelkoppelingen), het menu Start (met de tegelknoppen) en de vertrouwde vensters. Bij de tabletmodus worden Start en de apps schermvullend weergegeven. Een aantal Windows-onderdelen wordt minder prominent weergegeven of zelfs verborgen (zoals het Bureaublad en het Systeemvak) zodat Windows ook met aanraak­bewegingen is aan te sturen. Wordt regelmatig gewisseld tussen de verschillende modi (bijvoorbeeld bij tablets met aankoppelbaar of los toetsenbord), wijzig dan bij de eerste keuzebox de modus die moet worden gebruikt bij het aanmelden van het gebruikersaccount. De tweede keuzebox bepaalt wat er moet gebeuren wanneer een app het apparaat automatisch van modus wil laten wisselen. De op de taakbalk getoonde programma­knoppen worden in de tabletmodus standaard verborgen. Door de optie App-pictogrammen op de taakbalk verbergen in de tabletmodus op Uit te zetten, worden ze alsnog getoond.

Batterij sparen

Is er voorlopig geen mogelijkheid om de laptop of tablet op te laden, zet dan bij het onderdeel Batterijbesparing de optie op Aan. Deze energiesparende modus (waarbij de helderheid van het scherm wordt verlaagd en de achtergrondprocessen en pushberichten op een laag pitje worden gezet) wordt geactiveerd zodra de netstroom is losgekoppeld. Bevat het betreffende apparaat geen interne accu (zoals de desktop) dan is dit onderdeel verborgen.

Energiebeheer en slaapstand

Door het beeldscherm na enige tijd van inactiviteit uit te laten schakelen, spaart u energie (de wake-uptijd van beeldschermen is erg kort, dit geeft dus nauwelijks vertraging). Stel bij het onderdeel Energiebeheer en slaapstand > Scherm in na hoeveel minuten het beeldscherm moet worden uitgeschakeld. Betreft het een laptop of tablet dan zijn er aparte tijdsintervallen voor batterijstroom en netstroom. Via het onderdeel Slaapstand kunt u aangeven na welke periode van inactiviteit het gehele apparaat in slaapstand moet gaan. Het onderdeel Wi-Fi geeft aan wat er met de WiFi-verbinding moet gebeuren zodra het apparaat in de slaapstand gaat.

Slaapstand, sluimerstand en hybride slaapstand

Er zijn drie mogelijkheden om de computer naar een energie besparende modus te laten overschakelen: de slaapstand, de sluimerstand en de hybride slaapstand. De slaapstand is een modus waarbij de computer 'aan' blijft zodat die binnen enkele seconden na activeren (door bijvoorbeeld een muisbeweging of een toetsaanslag) weer toegankelijk is. Nadeel is wel dat (nog) niet opgeslagen gegevens verloren raken bij een stroomonderbreking. De sluimerstand zet de computer daadwerkelijk 'uit' nadat het werkgeheugen (met daarin de openstaande programma's) in het bestand C:\HIBERFIL.SYS is opgeslagen. Bij het opstarten van de computer worden de gegevens weer in het werkgeheugen geladen zodat het systeem vrij snel weer geactiveerd wordt. In de hybride slaapstand zijn de mogelijkheden van de slaapstand en de sluimerstand gecombineerd waardoor een optimale tussenvariant ontstaat (let op: zodra de hybride slaapstand is geactiveerd, noemt Windows die slaapstand). Bij de hybride slaapstand wordt het werkgeheugen weg geschreven naar de interne schijf waarna de computer in een energie­besparende modus wordt gezet (omdat laptops en tablets geen last hebben van onverwachte stroom­onderbrekingen, wordt de hybride slaapstand niet toegepast). Met deze instellingen kunnen geen gegevens verloren raken, terwijl de computer wel binnen enkele seconden weer toegankelijk is. De hybride slaapstand wordt overigens niet door elk moederbord ondersteund.

Instellingen energiebeheer

Kunt u de slaapstand niet activeren, dan moet u die eerst inschakelen. Start via het Win-X menu de Opdracht­prompt (admini­strator) en geef het commando powercfg /hibernate on.

De instellingen voor de slaap- en sluimerstand kunt u via de opties Extra energie-instellingen (ook te openen via het Configuratiescherm > Energiebeheer) worden aangepast. Via de taak Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen kunt u de functies van de aan/uit-knop en de slaapstand-knop (de fysieke knoppen op de computer) wijzigen. Bij het onderdeel Instellingen voor afsluiten (dat wordt pas actief nadat op de optie Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn is geklikt) zijn de instellingen voor afsluiten te wijzigen, activeer hier zo nodig de optie Sluimerstand zodat die ook wordt toegevoegd aan het rijtje mogelijkheden van de knop Aan/Uit (in Start en het aanmeldscherm).

Via de taak Selecteren wanneer het beeldscherm moet worden uitgeschakeld, optie Geavanceerde energie-instellingen wijzigen > Slaapstand is de timer voor de sluimerstand in te stellen en indien mogelijk ook de hybride slaapstand. Via de optie Activeringstimers toestaan stelt u in dat de computer uit de slaap- of sluimerstand gehaald mag worden voor het uitvoeren van onderhoudstaken (zoals dagelijks onderhoud, beveiligingsscans e.d.). Schakel die optie uit wanneer u dat niet goed uitkomt (de onderhouds­werkzaamheden worden dan uitgesteld totdat de computer handmatig uit de slaapstand is gehaald).

Aanmelden bij ontwaken uit slaapstand

Zodra Windows uit de slaapstand ontwaakt, moet u eerst het gebruikersaccount ontgrendelen via het aanmeldscherm, ongeacht of dat is voorzien van een wachtwoord. Deze beveiliging kunt u uitschakelen via het onderdeel Energiebeheer, taak Een wachtwoord vereisen bij uit slaapstand komen, optie Geen wachtwoord vereisen (die verschijnt pas nadat u op de optie Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn heeft geklikt).

Ongevraagd ontwaken uit slaapstand

Ontwaakt de computer ongevraagd uit de slaapstand? Het apparaat of proces dat dit aanstuurt (meestal de muis of de netwerkadapter) kan worden achterhaald met het commando POWERCFG -DEVICEQUERY WAKE_ARMED (open hiervoor via het Win-X menu de Opdrachtprompt (administrator)). Vervolgens kunt u bij het energiebeheer van de veroorzaker vastleggen dat dat de computer niet meer uit de slaapstand mag halen (Configuratiescherm of Win-X menu, onderdeel Apparaatbeheer, klik met rechts op het betreffende item, Eigenschappen > Energiebeheer, vink uit optie Dit apparaat mag de computer uit de slaapstand halen). Schakel bij voorkeur ook de opties Wake on Ring en Wake on Lan uit bij de power management-opties in het BIOS/UEFI.

Opslag

Het onderdeel Opslag toont de gebruikte en de nog beschikbare schijfruimte per partitie. Bij het onderdeel Opslaglocaties kunt u voor apps, documenten, muziek, afbeeldingen en video's instellen op welke partitie die geïnstalleerd cq. opgeslagen moeten worden. Heeft u direct bij het aanmaken van het gebruikersaccount aangegeven dat persoonlijke documenten en afbeeldingen in OneDrive opgeslagen moeten worden dan worden die als standaard opslaglocatie weergegeven.

Offline kaarten

Gebruikt u het apparaat ook voor navigatie­doeleinden dan is het handig om het benodigde kaartmateriaal alvast te downloaden. Om een hoge rekening te voorkomen is het verstandig de optie Verbindingen met een datalimiet op Uit te laten staan, het kaartmateriaal wordt dan alleen gedownload via een Wi-Fi-verbinding of een verbinding met een onbeperkte datalimiet. Met de optie Kaartupdates op Aan worden gedownloade kaarten automatisch bijgewerkt, mits het apparaat op netstroom is aangesloten. Wordt het kaartmateriaal slechts sporadisch gebruikt dan is het regelmatig updaten niet noodzakelijk en kunt u die optie net zo goed uitgeschakelen.

Standaard apps

Bij het onderdeel Standaard-apps is te zien welke app standaard is ingesteld om bepaalde bestanden te openen of te bewerken (er zijn standaard apps voor internet, e-mail, agenda, muziek, video’s, foto’s en geografische kaarten). Ook voor bepaalde bestandstypes en protocollen kan een standaard app worden ingesteld. Dat kan echter beter via de optie Standaard app instellen door app (of via het Configuratiescherm, onderdeel Standaard­programma’s > Een bestandstype of protocol aan een specifiek programma koppelen) omdat u dan meer opties heeft.

Info

Het onderdeel Info bevat onder andere netwerk­gerelateerde instellingen zoals de pc-naam (de computernaam waarmee de pc in het eigen netwerk wordt herkend) en de organisatie (de werkgroepnaam van het netwerk waarop de pc is aangesloten). Deze informatie is vergelijkbaar met de gegevens uit het onderdeel Systeem in het Configuratiescherm. De optie Productcode wijzigen of Uw versie van Windows upgraden (voor het invoeren van een nieuwe productcode in geval van activatieproblemen) verwijst door naar het onderdeel Bijwerken en beveiliging, onderdeel Activering.

Synchroniseren

Windows 10 beschikt over een synchronisatie­functie. Hiermee kunt u instellingen van het besturingssysteem bewaren in uw Microsoft account. De onderdelen die u wilt synchroniseren, kunt u als volgt instellen: ga via het startmenu naar Instellingen > Accounts > Uw instellingen synchroniseren.

Als u op problemen stuit bij het synchroniseren van instellingen, kunt u die mogelijk oplossen met de Microsoft-probleemoplosser voor Accounts. Dit is een geautomatiseerd hulpprogramma dat sommige synchronisatie­problemen automatisch kan opsporen en verhelpen.

Kiezen welke instellingen u wilt synchroniseren
  1. Veeg vanaf de rechterrand van het scherm en tik achtereenvolgens op Instellingen en Pc-instellingen wijzigen.
    Als u met een muis werkt: wijs de rechter benedenhoek van het scherm aan, beweeg de muisaanwijzer naar boven en klik achtereenvolgens op Instellingen en Pc-instellingen wijzigen.
  2. Tik of klik op OneDrive en vervolgens op Synchronisatie­instellingen.
  3. Schakel onder de verschillende categorieën de instellingen uit die u niet wilt synchroniseren.
Het synchroniseren van instellingen volledig uitschakelen

Wilt u bepaalde persoonlijke instellingen niet synchroniseren, dan kunt u die uitschakelen. Het is ook mogelijk om het synchroniseren volledig uit te schakelen.

  1. Veeg vanaf de rechter rand van het scherm en tik achtereenvolgens op Instellingen en Pc-instellingen wijzigen.
    Als u met een muis werkt: wijs de rechter benedenhoek van het scherm aan, beweeg de muiswijzer naar boven en klik achtereenvolgens op Instellingen en Pc-instellingen wijzigen.
  2. Tik of klik op OneDrive en vervolgens op Synchronisatie instellingen.
  3. Schakel onder Instellingen synchroniseren met OneDrive de optie Je instellingen op deze pc synchroniseren uit.

Windows Updates

Als het goed is, wordt uw besturingssysteem automatisch bijgewerkt via Windows Update. Mede hierdoor blijft uw systeem veilig functioneren, vooral als er problemen worden gevonden in de toekomst. U kunt zelf controleren de updates worden opgehaald en goed toegepast. Ga naar de Windows 10-instellingen en open Instellingen voor Windows Update via de zoekfunctie. Klik op Naar updates zoeken om te kijken of uw systeem helemaal bij de tijd is. Bij Geavanceerde opties kunt u aangeven hoe (en wanneer) de updates binnen komen.

Updaten lukt niet

Soms krijgt Windows 10 het niet voor elkaar om de eigen updates te installeren. Eén van de volgende oplossingen zou best eens kunnen werken.

Herstelpunt

Allereerst, gebruik System Restore. Om dat programma in Windows te openen, klik op Start, typ system restore en selecteer System Restore. In Windows 8 gaat u naar de Search charm, typt u restore point en selecteert u Create a restore point. In het dialoogvenster dat verschijnt, klikt u op de knop System Restore. Er verschijnt dan een System Restore wizard. Selecteer daarin een herstelpunt met een datum voorafgaand aan de eerste mislukte update (soms moet u Show more restore points aanklikken). In Windows 10 typt u in het zoekveld Herstelpunt. In het dialoogvenster Systeemeigenschappen kiest u de knop Systeemherstel. Als u klaar bent met de wizard, wordt Windows opnieuw gestart. Probeer daarna Windows Update opnieuw te draaien.

Werkte dat niet, dan zijn er nog een aantal andere dingen die u kunt proberen:

Controleer op malware

Een Trojan of ander kwaadaardig programma kan opzettelijk de update blokkeren en kan uw antivirus­programma al hebben aangetast.

Probeer Microsoft's diagnostische tool

Die heet de Windows Update Trouble­shooter. De tool is gratis en kan het probleem misschien opsporen.

Probeer het programma Tweaking.com

Met dit programma kunt u Windows Update naar wij voor u hopen op een andere wijze herstellen. Het is wel raadzaam om voor het gebruik handmatig een systeemherstelpunt van Windows aan te maken. Mocht dit programma namelijk voor meer problemen zorgen, dan kunt u nog terugkeren naar de vorige situatie.

Download Repair Windows Updates van Tweaking.com naar bijvoorbeeld het bureaublad.

Probeer het programma wsusoffline

Nog steeds geen succes? Probeer dan het programma wsusoffline1081.zip dat u kunt vinden op de site WSUS Offline Update. U bereikt dat programma via download.wsusoffline.net/?v=10.0. Rechts boven vindt u de meest recente versie. WSUS werkt niet alleen voor Windows 7 en 8, maar ook voor Windows 10.

Licentie kwijt na een nieuwe processor of moederbord?

account-toevoegen

Windows opnieuw activeren

Windows 10 wordt na een herinstallatie automatisch geactiveerd. Windows stuurt een 'vingerafdruk' van de computer naar de activatie server van Microsoft om te controleren of er voor uw computer een Windowslicentie is geregistreerd. Heeft u echter de processor of het moederbord vervangen dan kunt u activatie­problemen verwachten, u raakt bijvoorbeeld uw Windows-licentie kwijr. Een medewerker van Microsoft kan misschien via de telefoon uw licentie nog herstellen, maar of dat lukt...

Koppel de Windows-licentie aan een Microsoft account

Sinds de Windows 10 Anniversary Update is aan dit onrecht wat te doen. Door de Windows 10-licentie eerst aan een Microsoft account te koppelen, kunt u die licentie altijd weer via dit account herstellen. Het koppelen van die licentie aan een account verloopt via Instellingen, onderdeel Bijwerken en beveiliging, sub Activering, link Account toevoegen. Heeft u zich nog niet met dit Microsoft account aangemeld, dan vraagt Windows ook nog om het wachtwoord van het gebruikers­account. Een geslaagde koppeling herkent u aan de melding Windows is geactiveerd met een digitale licentie die is gekoppeld aan uw Microsoft account (in plaats van Windows is geactiveerd met een digitale licentie; zie bijgaande afbeelding).

Als u de hardware heeft vervangen, gaat het opnieuw activeren van Windows via de probleemoplosser. Die opent u met Activering, optie Problemen oplossen. Open de optie Ik heb onlangs hardware op dit apparaat gewijzigd en geef het Microsoft account op waaraan u de licentie heeft gekoppeld. Selecteer vervolgens de betreffende computer uit de lijst met gekoppelde apparaten. De ervaring moet nog leren of u deze methode ook kunt gebruiken om een licentie naar een compleet nieuwe computer over te zetten.