print.gif

Website

Een website (het woorddeel "web" verwijst naar het World Wide Web en het Engelse "site" betekent plek) is een verzameling samenhangende webpagina's met data, zoals tekst, afbeeldingen of video's, die gehost (= letterlijk: 'geherbergd, onderdak geboden', dus: opgeslagen, en vervolgens (meestal) opvraagbaar gemaakt via internet) worden op een of meerdere webservers en meestal toegankelijk zijn via het Internet.

Webdesign is het maken en vormgeven van alle websites in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerpen van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de bezoekers anders. Vanwege de technische aspecten is een webdesigner naast vormgever veelal ook programmeur.

Een webpagina is een document, geschreven in (X)HTML dat vrijwel altijd beschikbaar is via HTTP, een protocol waarmee een webserver communiceert met een client (meestal de webbrowser van uw computer). Een webbrowser vertaalt het HTTP bericht in leesbare informatie zoals het tonen van een webpagina.

Alle publiek toegankelijke websites worden over het algemeen collectief benoemd als het "wereldwijde web". Een kerneigenschap van het wereldwijde web vormt de hyperlink, hiermee kan een gebruiker direct naar een specifieke tekst of andere digitale entiteit springen.

Belangrijke standaarden rondom het wereldwijde web worden onder andere beheerd en uitgebreid door voorstellen van het World Wide Web Consortium, beter bekend als het W3C.

Hoofdpagina

Elke website heeft een hoofdpagina, ook wel index, homepage of startpagina genoemd. De hoofdpagina biedt een navigatie om door de rest van de site heen te gaan. De homepage kan, maar hoeft niet, een samenvatting te geven van de belangrijkste informatie die op de website staat, bijvoorbeeld in de vorm van categorieën, meest bezochte pagina's, het laatste nieuws, etc. De hoofdpagina dient als uitvalbasis voor de bezoeker. Een bezoeker kan bijvoorbeeld via de homepage van het ene naar het andere onderdeel navigeren.

Een webserver is vaak zo ingesteld dat als alleen het domein wordt aangevraagd en niet een specifiek document, er toch een document naar de gebruiker wordt gestuurd. Meestal is dit de hoofdpagina, alhoewel eind jaren 1990 een zogeheten 'splash page' ook vaak voorkwam. Dit laatste was een document waar de gebruiker niets aan had, maar waarin de aanbieder bijvoorbeeld een logo kon tonen of een animatie kon afspelen.

Hiërachie

Vaak is een website hiërarchisch ingedeeld. Een site wordt daarbij onderverdeeld in onderwerpen en eventueel subonderwerpen, die elk hun eigen pagina krijgen. Door eerst naar de homepage te gaan, dan naar de onderwerpspagina en dan naar subonderwerpspagina volgt de gebruiker de hiërarchie van een site. Een aanbieder kan dit gevolgde pad zichtbaar maken. Dit wordt wel broodkruimelnavigatie genoemd.

Opmaak

webdesign.gif

Een voorbeeld van webdesign: een pagina uit Wikipedia

In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden websites over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriëntatiemogelijkheden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor HTML-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiëring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de designer niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezers verschillende apparaten zullen gebruiken om hun websites te raadplegen.

Dynamische en interactieve webpagina's

Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic HTML, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowsers als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

Weergave

Websites zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. HTML wordt door elke computer/browser afzonderlijk geïnterpreteerd en weergegeven. Een webdesigner dient voor reguliere websites rekening te houden met deze pluriforme weergave.

Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen te raadplegen is.

Werkwijze

De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in HTML, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Lorem ipsum (afgekort: lipsum) is de benaming van een tekst die vaak door drukkers, zetters, grafisch ontwerpers en dergelijken gebruikt wordt om te kijken hoe een tekst of lettertype eruit ziet, bijvoorbeeld in letterproeven, op een webpagina of op een kaft van een boek. De standaardversie van het Lorem ipsum stamt uit circa 1500.

In deze fase van ontwikkeling van de website kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

Websites aanpassen aan alle schermen

Wie al een tijdje meedraait op het internet, kan zich ongetwijfeld nog de tijd herinneren dat er onderaan een website adviezen stonden zoals "best viewed in...", gevolgd door een browsertype en een schermresolutie. Gelukkig is ondertussen het eerste probleem (browser-afhankelijke weergave van een webpagine) opgelost, omdat de browsers nu allemaal gemeenschappelijke standaarden volgen. Het tweede probleem - verschillende schermresoluties - echter niet en dat is met de opkomst van de tablets en smartphones steeds groter geworden. Daarom wordt de laatste tijd meer gedacht aan "Responsive Web Design". Alles draait daarbij om HTML5, de ontwikkeltaal die interactief is.

In het begin hadden webpagina's een vorm die er op alle schermen precies eender moest uitzien. Daarbij werd gewerkt met vaste maten, in "pixels". Klikte je op het knopje om de browser te verkleinen, dan bleef de webpagina even groot en moest je op en neer, links en rechts scrollen. Daarna volgde een trend om websites flexibel te maken, waarbij de website zich aanpaste naar gelang de schermgrootte van de bezoeker. Klikte je daarbij op de knop om de browser te verkleinen, dan moest je niet langer scrollen, maar werd alles op de website aangepast. In het tijdperk van de smartphones is de uitdaging echter groter. Pagina's in de browser moeten reageren op verschillende commando's. Klikken bij een desktop computer, flippen bij een smartphone bijvoorbeeld. Bij een pagina op de smartphone moet ook nog ruimte vrijgemaakt worden voor navigatie, terwijl er bij een pagina op de desktop veel meer ruimte is voor inhoud. Over deze trend lees je meer bij ReadWriteWeb.

Toegankelijkheid

Websites worden in toenemende mate geschikt gemaakt voor mensen met een beperking, hierbij wordt er rekening mee gehouden dat blinden bijvoorbeeld geen afbeeldingen kunnen zien maar wel graag willen weten wat er op de illustratie wordt afgebeeld door een begeleidende tekst. Eén van de belangrijkste richtlijnen voor het ontwikkelen van toegankelijke websites zijn de zogenaamde Web Content Accessibility Guidelines. Een belangrijk neveneffect van het toegankelijk maken van websites voor gehandicapten is de betere vindbaarheid in internetzoekmachines zoals Google.

Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site bruikbaar blijft. Zo is HTML bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browsers, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesigners steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.

Domeinnaam

Elke website is op de een of andere manier verbonden aan een unieke domeinnaam. De internationale Wikipedia bijvoorbeeld heeft als domein 'wikipedia.org'. Meestal wordt het subdomein 'www' gebruikt (zoals 'www.wikipedia.org'). Dat is niet altijd het geval: de Nederlandstalige Wikipedia bijvoorbeeld heeft als subdomein 'nl' (dit geeft dan nl.wikipedia.org). In Nederland verzorgt Stichting Internet Domeinregistratie Nederland de uitgifte en registratie van .nl-domeinnamen en bewaakt de kwaliteit van domeinregistratie in Nederland. Voor particulieren is het niet mogelijk om via de SIDN direct een domeinnaam te registreren. Dat kan alleen via de aangesloten bedrijven (dit kunnen zowel binnen- als buitenlandse bedrijven zijn).

Een domeinnaam (of, afgekort, 'domein') is een naam in het Domain Name System (DNS), het naamgevingssysteem op internet waarmee netwerken, computers, webservers, mailservers en andere toepassingen worden geïdentificeerd. Een domeinnaam is het adres waaronder uw site op het internet te vinden is en bestaat meestal uit uw bedrijfsnaam gevolgd door een landcode. Dit is bijvoorbeeld voor Nederland .nl en voor België .be. Daarnaast zijn er nog een aantal internationale codes zoals .com (commercieel) en .net (netwerk). Omdat iedere domeinnaam uniek is, kan er per landcode slechts één keer een naam verkocht worden.

Onderdelen van een domeinnaam

De verschillende delen van een domein (oftewel: domeinnaam) worden van elkaar gescheiden door punten. Een voorbeeld van een domein is wikipedia.org. Om deze naam vast te leggen is een registratie vereist. Meestal is in de domeinnaam de persoon of het bedrijf te herkennen waarover de pagina gaat, soms is in de domeinnaam het thema van de website te herkennen. In principe is alles mogelijk als domeinnaam, zolang de naam bestaat uit een combinatie van twee of meer tekens. De combinatie mag bestaan uit de letters a tot en met z, eventueel aangevuld met cijfers 0 tot en met 9 of een streepje -.

Levels

Een domeinnaam kan in verschillende niveaus worden opgesplitst. Zo bestaat er 'top level', 'second level', 'third level', etc. De verschillende niveaus worden gescheiden door punten in de domeinnaam, en het level is te achterhalen door de verschillende delen van het domein van rechts naar links te lezen.

TLD's

Een topleveldomein of TLD (letterlijk hoogste-niveaudomein) is het meest rechtse gedeelte in een internetdomeinnaam. Het wordt door de ICANN o.a. toegekend aan onafhankelijke landen. De meeste Belgische sites hebben .be als laatste deel van hun domeinnaam, terwijl dat bij Surinaamse domeinen .sr is. Nederlandse websites hebben .nl en de Nederlandse Antillen .an. Dit type TLD bestaat uit 2 letters en is ontleend aan ISO 3166-1.

In het voorbeeld nl.wikipedia.org is org het top level, wikipedia is het second level en nl het third level. Het achterste gedeelte, .org, is een generic top level domain (gTLD). Een gTLD is, naast een ccTLD, een van de twee soorten TLD's. TLD's geven meestal het type of het land van de website weer.

* Generic TLD's zijn naast .org (voor non-profitorganisaties), ook .info, .net, .com (voor websites met voornamelijk commerciële doeleinden) en .int (voor internationale organisaties). Aan deze lijst worden regelmatig nieuwe TLD's toegevoegd.
* ccTLD's (Country Code - landcode) zijn de codes van het land waar de website zijn basis heeft, bijvoorbeeld .be voor België en .nl voor Nederland.

De meeste TLD-operators stellen tegenwoordig geen eisen aan het type organisatie dat een domein registreert. Het is dus bijvoorbeeld mogelijk dat een commercieel bedrijf een .org-domeinnaam registreert.

Alle TLD's zijn vastgelegd in de DNS-rootservers. De lijst van TLD's wordt beheerd door Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN). De TLD's afzonderlijk worden beheerd door de TLD-operators, ook wel genoemd registry's. De TLD-operator van .nl is de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN); voor .be is dit DNS Belgium (DNS.be).
Het Brusselse Berlaymontgebouw is de zetel van de Europese commissie

Sinds eind 2005 is gefaseerd de nieuwe domeinnaam .eu voor registratie ter beschikking gesteld. Deze heeft de status van een ccTLD (en dus gelijkgesteld worden met een landcode-domeinnaam). De TLD .eu wordt beheerd door EurID. Momenteel is men bezig met .asia.

Sommige TLD-operators kiezen ervoor om hun domein onder te verdelen in second level domains (SLD's). Een voorbeeld is .uk, dat onder meer co.uk (voor bedrijven) en org.uk (voor non-profitorganisaties) aanbiedt.

Registratie

Zowel particuliere personen als bedrijven mogen een domeinnaam als combinatie van een naam met een TLD registreren. De meeste TLD's maken gebruik van een registry-registrar-model. De TLD-operator (registry) verleent hierbij de mogelijkheid aan diverse bedrijven (de registrars) om wijzigingen in het TLD aan te maken. Een registrar kan nieuwe domeinnamen aanvragen en de Whois-informatie en nameservers van de domeinnamen bepalen. Deze opzet heeft het voordeel dat de domeinhouders (vaak miljoenen bij bekende TLD's) niet direct zaken hoeven te doen met de TLD-operators. Een registrar betaalt voor het recht om domeinnamen te registreren meestal een vast periodiek bedrag plus een bedrag per domeinnaam.

Het aanvragen van een domeinnaam doe je bij een registrar naar keuze. De registrar is een agent bij DNS.be in het geval van een .be-domein en een deelnemer van de SIDN in het geval van een .nl-domein. Meestal kost een registratie jaarlijks een vast bedrag, waarvan de hoogte mag worden bepaald door de registrar. Soms komen daar ook nog startkosten bij. Voor het registreren van een .nl-domein is het lang een voorwaarde geweest een inwoner van of bedrijf in Nederland te zijn. Dit is voor een .be-domein nooit zo geweest, wat maakt dat zo'n 18% van de Belgische domeinnamen in handen van Nederlanders is.

Kies een domeinnaam die je belangrijkste trefwoord bevat. Gebruik dus liever niet je eigen naam als domeinnaam (tenzij je beroemd bent), maar liever het onderwerp van je website. Bijvoorbeeld: www.karpervissen.nl of, als je al een domeinnaam hebt vastgelegd: www.pietdeboer.nl/karpervissen of www.hcc.nl/karpervissen of, als je de website met Blogger maakt: karpervissen.blogspot.com Ook de onderliggende pagina’s (directories) kun je op deze wijze aanpakken: www.hcc.nl/karpervissen/hengels.html.

Techniek

Een domeinnaam verwijst naar een IP-adres, bijvoorbeeld 208.80.152.2. Een IP-adres is het adres van de fysieke server waar de webpagina op staat. Omdat domeinnamen veel eenvoudiger te onthouden zijn dan IP-adressen, worden IP-adressen door de meeste mensen niet direct gebruikt. Ook bij FTP en dergelijke diensten wordt een server doorgaans benaderd door middel van de domeinnaam, al dan niet vooraf gegaan met het subdomein ftp.

Domeinen en subdomeinen worden door middel van de DNS-instellingen op de server ingesteld. Dit kan vaak door de eigenaar van een domeinnaam zelf worden ingesteld, afhankelijk van de instellingen op de server. Eenvoudig gezegd: Wanneer Wikipedia.org wordt ingetypt, maakt uw computer een verbinding met een DNS-server, waarin een tabel is opgeslagen naar welk ip-adres het domein koppelt. De computer zal met deze informatie verbinding maken met dat IP-adres.

Statistieken

Eind 1995 waren er in Nederland nog slechts 10.000 .nl-domeinnamen uitgegeven, inmiddels (2008) zijn dat er meer dan 3 miljoen. In België kon pas sinds 11 december 2000 eenieder een .be-domeinnaam registreren. Na deze vrijgave steeg het aantal .be-domeinnamen dan ook van 40.000 eind 2000 naar een half miljoen medio 2005. In 1995 waren er in de VS al 100.000 .com-domeinnamen geregistreerd, in 1997 een forse 1,6 miljoen, tegenwoordig staan er ruim 70 miljoen .com-domeinnamen te boek (het aantal .com-domeinnamen is weer wat gezakt, onder andere door vervallen domeinnamen).

Door een recente beslissing van ICANN wordt het mogelijk om in de toekomst een eigen TLD te registreren en de domeinnamen daarop zelf te te verdelen.

Webhosting

Web hosting is het huren van een stukje (hardeschijf) ruimte waarop u uw website kunt plaatsen zodat deze beschikbaar is op internet. Met hosten maakt u uw domeinnaam operationeel. Feitelijk houdt dat in dat bezoekers uw site kunnen bekijken. Afhankelijk van de interactiviteit van uw site kunnen bezoekers bestellingen plaatsen, informatie bij u aanvragen of een bericht achterlaten in uw gastenboek. Bij een hostpakket zijn drie eigenschappen belangrijk. Het aantal MB serverruimte, het aantal GB dataverkeer en het aantal emailadressen.

Goedkope webhosting

Voor veel mensen die op zoek zijn naar webhosting is de prijs van het hostingpakket het belangrijkste criterium. De goedkoopste webhosting is echter niet altijd de beste keuze. De webhost biedt weliswaar een lage prijs, maar dit heeft meestal consequenties voor de diensten die de host kan aanbieden.

Over de prijs

De lage prijs is natuurlijk het grootste voordeel van de budget webhosters. Webhosters concurreren dan ook fel met elkaar om een zo scherp mogelijke prijs te kunnen bieden. Mede als gevolg van deze concurrentie krijg je tegenwoordig meer voor je geld dan een aantal jaren geleden. Veel webhosters hebben in de loop der tijd hun pakketten flink verruimd, waardoor klanten meer webruimte en dataverkeer krijgen voor dezelfde prijs.

Sommige hosts lijken op het eerste gezicht echter goedkoper dan ze in werkelijkheid zijn. Dit zijn een aantal zaken waar je op moet letten als het over de pakketprijs gaat:

Set-up kosten

Dat zijn eenmalige kosten die de webhost in rekening brengt voor het aanmaken van je account. Deze kosten zijn niet inbegrepen in de pakketprijs waarmee geadverteerd wordt. De prijs van een hostingpakket kan daardoor lager lijken dan het in werkelijkheid is. De set-up kosten betaal je eenmalig, dus na het eerste jaar zal je deze kosten niet meer hebben en zullen de totale kosten van het pakket lager zijn. Lang niet alle webhosts brengen overigens set-up kosten in rekening.

Kosten domeinnaam

Is een domeinnaam inbegrepen in de pakketprijs? Veel budget webhosters adverteren met pakketprijzen waarin de kosten van een domeinnaam nog niet meegerekend zijn. Tel deze jaarlijkse kosten in dat geval dus bij de pakketprijs op.

Kosten extra dataverkeer

Een goede host vertelt hoeveel dataverkeer u per maand mag verbruiken. Dit wordt de datalimiet genoemd. Controleer goed wat er gebeurt als u deze limiet overschreidt. Wordt uw site in dat geval geblokkeerd of moet u verplicht upgraden naar een groter (en duurder) pakket? Of worden de kosten van het extra dataverkeer achteraf in rekening gebracht? In het laatste geval wilt u weten hoe hoog deze extra kosten per gigabyte dataverkeer zijn.

Meerdere sites op één account

Een ander belangrijke punt bij het kiezen van goedkope webhosting is om het checken of het mogelijk is om meerdere websites op één account te hosten. Sommige hostingpakketten hebben misschien wel een hele hoop webruimte en een flinke datalimiet, maar in de voorwaarden van de host staat dat je slechts één site op je account mag hosten. Er zijn tegenwoordig diverse webhosts waar je meerdere domeinnamen (als afzonderlijke websites) op één webhostingaccount mag hosten.

Als je van plan bent om op korte termijn meer websites te bouwen en te laten hosten dan is het verstandig om een webhost te zoeken die je toestaat om deze sites op één account te hosten. Als je voor iedere extra site een nieuwe hostingaccount moet afnemen dan ben je waarschijnlijk een stuk duurder uit. Staar je dus niet blind op zo'n pakketprijs! Als je bij een webhost met een wat duurder pakket vijf afzondelijke websites op je account mag hosten dan vertegenwoordigt dit een waarde die je moet meewegen bij het vergelijken van de hostingpakketten.

Support

Voor webhosters vormt het personeel dat men in dienst heeft een grote kostenpost. Deze kosten moeten natuurlijk doorberekend worden aan de klant. De aanbieders van echt goedkope webhosting hebben vaak veel processen geautomatiseerd, waardoor minder personeel nodig is. De support aan klanten zal vaak gaan via e-mail of een ticket-systeem. Veel budget webhosters bieden geen telefonische support, omdat dit extra kosten met zich meebrengt.

Vraag je van tevoren af hoe de support bij je beoogde webhost geregeld is en of dit voldoende is voor jouw wensen. Heb je nog nooit een eigen site gehost en wil je je host kunnen bellen met een vraag? Dan is het verstandig om een host te kiezen die ook telefonische support biedt. De kosten van het pakket zullen wellicht wat hoger liggen, maar als de host je hierdoor beter en sneller kan helpen dan is dit ook een wat hogere prijs waard.

Als je al veel ervaring hebt met het bouwen van websites, het installeren van scripts en het beheren van databases dan heb je wellicht veel minder behoefte aan uitgebreide support. In dat geval kan een lagere pakketprijs van een host die beperkte supportmogelijkheden aanbiedt meer waarde voor je hebben.

Ervaringen van klanten

Om een goed idee te krijgen van de kwaliteit die een goedkope host kan bieden kun je kijken naar de ervaringen van andere klanten met deze host. Als de hoster trage verbindingen biedt en de server vaak last van storingen heeft dan zullen de klanten niet tevreden zijn en zullen ze dit laten weten. Twee websites waar klanten terecht kunnen met hun ervaringen met webhosters zijn:

* WebhostingReviews.nl: hosting ervaringen
* Webhosters.nl

Om een eerlijke vergelijking te maken tussen de aanbieders van goedkope webhosting is het van belang om de bovenstaande zaken mee te nemen in je beoordeling. Alleen zo kun je de waarde bepalen die een hostingpakket je biedt. Je moet in de eerste plaats een pakket vinden dat aan je wensen voldoet. Daarna ga je pas kijken naar de prijzen. Hierbij is het van belang om te letten op verborgen kosten, de precieze inhoud van het webhostingpakket en de support die er geboden wordt.

Hoe werkt een zoekmachine?

De meeste bezoekers op je website komen hier waarschijnlijk via een zoekmachine terecht. Het is dus belangrijk te worden vermeld in de resultatenlijst van bijvoorbeeld Google of Ilse. En dan natuurlijk het liefst bij de eerste 10 zoekresultaten, zodat je website direct op de eerste pagina van de zoekopdracht wordt genoemd. Om te weten hoe je hoog in de resultatenlijst komt, is het nuttig om eerst de werking van zoekmachines te begrijpen. Een zoekmachine (search engine) gebruikt een zogenaamde ‘spin’ (spider), een speciaal programma, dat zoveel mogelijk pagina’s op internet bezoekt. De spin ‘kruipt’ (crawl) van de ene naar de andere webpagina door het volgen van weblinks. Webpagina’s die op geen enkele wijze zijn gelinkt met andere pagina’s die door de zoekmachine zijn bezocht, zullen dan ook nooit in de resultatenlijst terechtkomen.

De door de spin bezochte pagina’s worden gedownload en (gedeeltelijk) opgeslagen op de server van de zoekmachine. Daar worden ze ‘geïndexeerd’, oftewel er wordt informatie uitgehaald zoals links, tussenkopjes (heads) en (vetgedrukte) trefwoorden (keywords).

Aan de hand van trefwoorden die de internetters intypen in de zoekbalk, bekijkt de zoekmachine welke websites in de index de meeste kans hebben de gezochte informatie te bevatten. Het is belangrijk te begrijpen dat trefwoorden hierbij een belangrijke rol spelen.

Zoekmachine algoritme

Alle zoekmachines hebben een eigen ‘formule’ om te bepalen welke webpagina’s het meest relevant zijn en dus een hoge positie in de zoekresultaten krijgen. Deze formule, ook wel ‘search engine algorithm’ genoemd, is geheim en verandert regelmatig bovendien.

Zoekmachine optimalisatie

Het is niet verwonderlijk dat op internet nogal wat wordt gediscussieerd, en theorieën de ronde gaan, over de algoritme van bijvoorbeeld Google (Google PageRank). Als mensen immers door krijgen wat de formule is, is het makkelijk om hun website zo in te richten zodat deze (terecht of onterecht) bovenaan de lijst komt. Dit aanpassen (optimaliseren) van een website staat bekend als search engine optimalisation (SEO), oftewel zoekmachine-optimalisatie.

Algemene richtlijnen

De formule of algoritme is dus onbekend en verschilt per zoekmachine. We weten dus niet precies waarom de ene website bovenaan de resultatenlijst komt en een andere niet. Toch kennen we wel een aantal algemene richtlijnen die zijn af te leiden aan de werking van de zoekmachines.

Ondiepe webstructuur

Als de onderliggende webpagina’s ver afliggen van de hoofdpagina (homepage), kan de spin pagina’s gaan overslaan. Zorg er dus voor dat al je webpagina’s binnen twee muiskliks vanaf de hoofdpagina bereikbaar zijn (dit heet een ‘ondiepe websitestructuur’). En maak een sitemap, zodat al je pagina’s voor de zoekmachines vindbaar zijn.

Aanmelden bij zoekmachines

Je handmatig aanmelden bij zoekmachines verzekert geen opname, en zeker niet in de eerste 10 zoekresultaten! Een lijst van zoekmachines waar je je bij kunt aanmelden is te vinden op Startpagina.nl De populairste zoekmachines in Nederland zijn (in aflopende volgorde) Google, Ilse, Altavista, IxQuick en Vinden.nl.

Indexeerbare inhoud

De zichtbare tekst op je pagina, de inhoud dus, wordt geïndexeerd. Hoe beter en vollediger de tekst van je pagina aansluit op het onderwerp waarmee je te vinden wilt zijn, des te beter scoort je pagina op dit onderwerp.

Afbeeldingen en flashitems zijn uiteraard ook inhoudelijk, en vaak erg mooi. Ze zijn helaas niet indexeerbaar. Vandaar dat we spreken over indexeerbare inhoud. Doordat afbeeldingen en flashitems niet geïndexeerd kunnen worden, scoren pagina's met dergelijke verfraaiingen in de regel een stuk slechter dan een vergelijkbare pagina zonder flash of plaatjes. Als je een flashpagina hebt, of een pagina die grotendeels uit afbeeldingen bestaat, neem dan een additioneel stuk tekst op. Bijvoorbeeld als toelichting en/of aanvulling op de verfraaiingen.

Ook het gebruik van frames kan negatieve gevolgen hebben voor jouw score. Als je frames gebruikt in je website, is het belangrijk om te beseffen dat er 'onder' de pagina's die in browsers getoond worden, nog een pagina verborgen zit. Dit is de zogeheten framesetpagina. Deze pagina bouwt de frameset op; het raamwerk waarin de andere pagina's getoond worden. Het is deze framesetpagina die door de zoekmachine geïndexeerd wordt. Daarom is het essentieel voor een goede opname bij ilse om in die framesetpagina een stuk tekst op te nemen dat over het onderwerp van je pagina gaat.

Zorg verder voor een duidelijke en overzichtelijke linkstructuur van je webpagina. Houd er rekening mee dat de zoekmachine enkel links kan volgen die statisch vermeld staan in de broncode. Links in javascript worden niet gevolgd.

Mensen zoeken voornamelijk informatie op internet. Maak de inhoud van je website dus vooral nuttig en zinvol. Kwaliteit gaat boven alles. Websites die bestaan uit 1 of twee pagina’s worden over het algemeen niet opgenomen in zoekmachines. Dus wees er zeker van dat je site er tiptop uitziet voordat je hem online zet, of aanmeldt bij een zoekmachine.

Externe Links

Zorg ervoor dat er websites linken (backlinken) naar jouw pagina’s. Een website die zelf hoog in de resultatenlijst staat en die linkt naar jouw website, kan jouw plek in de lijst aanzienlijk verbeteren. Bijvoorbeeld als er in een artikel op de website van de Volkskrant een link staat naar jouw site, dan stijg je gegarandeerd in de ‘ranking’.

Backlinks

Zorg ervoor dat er backlinks zijn op andere websites die verwijzen naar (bijna) al je verschillende webpagina’s. De zoekmachines zullen dan ‘denken’ dat je inhoud van uitstekende kwaliteit is. Als de externe links echter alleen linken naar je hoofdpagina, zal de conclusie zijn dat er verder niks interessants op je site te vinden is.

Frames, flash en Javascript

Zoekmachines houden niet van frames (tabellen), Flash, Javascript en dynamische content. Maar bezoekers natuurlijk wel! Gebruik dus, maar met mate. Vermijd ook urls met veel variabelen, oftewel veel vraagtekens en &-tekens.

Bronvermelding

Hoe populairder je site wordt, des te hoger eindig je ermee in de zoekresultaten. ilse raadt je daarom aan om je link ook aan te melden bij de relevante Startpagina-dochters (kijk op pagina.nl voor een totaal overzicht). De gedachte achter dit systeem is dat wanneer jouw site is opgenomen door een dochterpagina, deze is bekeken door een redacteur die betrokken is bij het onderwerp. Dat is ook terug te vinden in de score van een pagina: een pagina met één of meer bronvermeldingen scoort beter dan exact dezelfde pagina zonder bronvermeldingen. Via de aanmeldprocedure van ilse kun je je pagina ook aanmelden bij maximaal vijf dochterpagina's van Startpagina. Zorg er wel voor dat je dochterpagina's selecteert waar jouw site bij past, anders zal deze niet opgenomen worden. Dochterbeheerders hebben te allen tijde het redactionele recht om pagina's te weigeren. Naast het aanmelden bij Startpagina-dochters raadt ilse je aan om je site ook aan te melden bij andere websites met overzichten. Dit moet je zelf doen.

Anderen hebben ook belangstelling voor : Lessen HTML-code