Pagina menu

Systeeminformatie Vista

Een algemeen overzicht van de systeem­instellingen wordt gegeven bij het onderdeel Systeem van het configuratiescherm. In dit venster is een door Vista berekende systeemclassificatie van de aanwezige hardware (Windows Prestatie-index) af te lezen. Deze score (de maximale score is 7.9) wordt bepaald door de afzonderlijke prestaties van de aanwezige hardware. De score maakt duidelijk in hoeverre het systeem geschikt is voor de verschillende functionaliteiten van Windows Vista, en waar hardwarematige verbeteringen mogelijk zijn. U bereikt de Prestatie-Index door gelijktijdig de Windowstoets plus Pause-toets in te drukken. Een andere manier is: klik op de Windows Button, klik dan de rechter muis knop, kies Computer en dan Eigenschappen. De score vindt u achter Classificatie.

Windows Prestatie-index

 

 

Door op de link Windows Prestatie-index te klikken, worden de subscores getoond waarop de totaalscore is gebaseerd. Voor diverse hardwarematige onderdelen (de processor, het RAM-geheugen, de grafische kaart en de harde schijf/partitie waar Windows op is geïnstalleerd) wordt een aparte score berekend. De totaalscore wordt bepaald door de zwakste schakel in het systeem, de laagste is dus bepalend voor de totaalscore. Deze methode is vrij subjectief, die laat echter snel zien welke onderdelen vervangen moeten worden om de algemene prestaties te verbeteren.

windowsprestatieindex2.gif Windows Prestatie-index onderverdeeld in categorieën

Berekenen van de basisscore werkt niet

Lukt het niet meer de Windows Prestatie-index opnieuw te berekenen? In veel gevallen kan dat met de volgende handelingen worden opgelost: start de Windows Verkenner en verwijder de bestanden in de map C:\Windows \ Performance \ WinSAT \ DataStore (maak de map zo nodig eerst zichtbaar via de knop Organiseren, Map- en zoekopties, tabblad Weergave en activeer de optie Verborgen bestanden en mappen weergeven). Start vervolgens de registereditor en verwijder de registerwaarde PerfcplEnabled in de volgende registersleutels (indien aanwezig):

HKLM\SOFTWARE\­Policies\Microsoft\­Windows\Control Panel\­Performance Control Panel

HKCU\SOFTWARE\­Policies\Microsoft\­Windows\Control Panel\­Performance Control Panel

Resultaten van de prestatie-index

prestatie_index_grijs.jpg

Staat op uw scherm de score in het grijs, dan hebben er recente wijzigingen aan de drivers of hardware plaats gevonden en moet Windows Vista opnieuw de Prestatie Index berekenen.
Klikt u op de Windows Prestatie-index: niet geclassificeerd link, dan komt u op de pagina waar alle details staan. U vindt daar bijvoorbeeld een grijze prestatie index en de knop Nu vernieuwen. Klikt u die aan, dan gaat Windows Vista aan de slag om alle indexen opnieuw te berekenen om de juiste prestatie score voor uw PC te komen.

Er zijn twee log files die rapporteren wat er tijdens de Windows Prestatie Index test is gevonden:

%windir%\performance\­winsat\winsat.log (Rapporteert fouten in de test)
%windir%\performance\­winsat\datastore\­*.xml (Rapporteert de resultaten van de test)

Krijgt u een melding dat de prestatie-index niet berekend kan worden, kijk dan eens in deze log bestanden of daar een aanwijzing staat over wat er precies mis gaat:

951078 (4804) - winsat\main.cpp:1161: > Running Assessment: media '-input {winsatencode.wmv} -encode {winsat.prx}'
952046 (4804) - winsat\main.cpp:1430: > Assessment FAILED due to an error

Over het algemeen heeft het te maken met drivers. Kijk of de fabrikant van uw PC, laptop of moederbord drivers heeft voor Microsoft Windows Vista en installeer die op de PC.

Voor de Windows Prestatie Index is de laagste waarde bepalend voor de totaalscore. Maar het is niet duidelijk waarop die precies wordt gebaseerd, laat staan dat het mogelijk is te testen op prestatie­verbeteringen. In de map C:\Windows\­Performance\WinSAT\­DataStore worden de meer gedetailleerde resultaten (in XML-formaat) opgeslagen. Met het commando WINSAT.EXE formal in de Opdrachtprompt is het mogelijk zelf een prestatietest uit te voeren, met het commando WINSAT.EXE /? worden de overige mogelijkheden getoond.

Wijzigen van de weergavetaal

De meest uitgebreide versie voor consumenten, Windows Vista Ultimate, ondersteunt meerdere talen zodat de weergavetaal eenvoudig kan worden gewijzigd. Tijdens de setup van Windows wordt alleen de standaardtaal geïnstalleerd, extra talen kunnen na het downloaden via Microsoft Update worden toegevoegd. Vervolgens kan de weergavetaal via het configuratiescherm, onderdeel Landinstellingen, tabblad Toetsenborden en talen worden aangepast.

Wordt één van de andere Windows Vista-versies gebruikt, dan is het niet mogelijk de taal vanuit Windows te wijzigen. Dit is met name erg vervelend voor in het buitenland gekochte computers. De gratis tool Vistalizator (download: froggie.sk) kan dan uitkomst bieden. Deze tool downloadt namelijk de door Microsoft uitgebrachte taalpakketten en integreert ze alsnog in een bestaande Windows Vista-installatie.

let op Hoewel het programma gebruik maakt van de officiële taalpakketten, wordt deze werkwijze níet door Microsoft ondersteund.

Tabblad Systeembeveiliging

Systeemherstel kan bijzonder nuttig zijn wanneer het systeem op de een of andere manier in de problemen komt. Wees voorzichtig met het toepassen van deze functie, het komt namelijk wel eens voor dat er gegevens bij verloren gaan of dat er zich nadien opstartproblemen voordoen. Systeemherstel heeft er in Windows Vista een nieuwe functionaliteit bij gekregen: het bijhouden van bestandsversies. Via de Eigenschappen van een willekeurig bestand, tabblad Vorige versies kan een gewijzigd bestand (bijvoorbeeld een Word-document) in oude staat worden hersteld op basis van de door systeemherstel aangemaakte schaduwkopieën van eerdere versies.

let opHet tabblad Vorige versies is in de Home Basic en Home Premium versies van Windows Vista niet beschikbaar. De opgeslagen schaduwkopieën kunnen echter op eenvoudige wijze met de tool ShadowExplorer (download: shadowexplorer.com) worden teruggehaald. Selecteer daarvoor achtereenvolgens de partitie, de hersteldatum, blader naar het te herstellen bestand, klik met rechts op het bestand en kies voor Export. Om gebruik te kunnen maken van deze tool moet u Windows Systeemherstel natuurlijk niet uitschakelen.

Wordt met systeem backups gewerkt, dan kan systeemherstel (inclusief bestandsherstel) eventueel voor de C:-partitie worden uitgeschakeld. Deactiveer hiervoor op het tabblad Systeembeveiliging de Windows-partitie, zodat vele Gb's aan ruimte wordt vrijgemaakt. Door de partitie met persoonlijke data (D:) te activeren, blijft bestandsherstel van de persoonlijke bestanden nog steeds mogelijk

let opIn geval van een multiboot systeem kan het gebruik van bestandsherstel voor problemen zorgen wanneer dat in beide besturingssystemen wordt gebruikt.

Tabblad Computernaam

Op dit tabblad kan de computer van een naam worden voorzien waarmee de PC in een netwerk wordt geïdentificeerd. De computernaam moet uniek zijn in het netwerk, terwijl de naam van de werkgroep juist voor elke computer gelijk moet zijn. Meer informatie over het aanleggen van een (draadloos) netwerk is elders op deze website te vinden, bijvoorbeeld van een draadloos netwerk of een bedraad netwerk

Tabblad Geavanceerd

Op het tabblad Geavanceerd kunnen een groot aantal instellingen worden geoptimaliseerd. Onder de knop Instellingen bij het onderdeel Opstart- en herstelinstellingen kan de optie De computer automatisch opnieuw opstarten worden uitgeschakeld. Dit voorkomt dat Windows Vista bij problemen automatisch herstart, waardoor het mogelijk wordt eerst onderzoek naar de oorzaak te doen.

geavanceerdeinstellingen.gif Geavanceerde systeeminstellingen

 

 

 

 

 

De knop Instellingen bij het onderdeel Prestaties opent het venster Instellingen voor prestaties. Eén van de aanpassingsmogelijkheden in dit venster is het verminderen van de hoeveelheid visuele effecten om de systeemprestaties te verbeteren.

Op het tabblad Geavanceerd van hetzelfde venster kan met de knop Wijzigen het gebruik van het Virtueel geheugen worden aangepast.

Lees voor het voor en tegen van veranderen van het virtueel geheugen deze pagina.

virtueelgeheugen.gif Het verplaatsen van de pagefile

 

 

 

 

 

Eventueel kunnen de locatie en de omvang van het wisselbestand (het virtuele geheugen) worden aangepast door de optie Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch beheren te deactiveren. Gebruik voor het virtueel geheugen altijd de snelste harde schijf. De benodigde grootte van het virtueel geheugen is afhankelijk van het geheugengebruik van de gebruikte programma's. Een virtueel geheugen dat qua grootte overeenkomt met het aanwezige RAM-geheugen is in de meeste gevallen meer dan voldoende. Door de Begingrootte en de Maximale grootte dezelfde waarde te geven (in de afbeelding 2048 Mb), wordt voorkomen dat het wisselbestand in omvang kan wijzigen en daardoor gefragmenteerd kan raken. Vergeet niet na elke wijziging op de knop Instellen te klikken om de aanpassingen definitief te maken. Om de wijzigingen vervolgens toe te passen, is een herstart van de PC noodzakelijk.

Prestatiemeter in Windows 10

prestatiemeter_win10.png

Ook in Windows 10 kunt u de prestaties van uw pc beïnvloeden, bijvoorbeeld door het interne geheugen te ontlasten. Schakel bijvoorbeeld visuele effecten uit om uw computer sneller te maken. Dit geldt vooral voor de wat oudere machines.

In Windows 10 beschikt u over een Prestatiemeter om problemen met uw computer te achterhalen en zo mogelijk op te lossen.

Windows 10 Systeemherstel controleren

Het is nuttig na te gaan of in "Windows 10 Systeemherstel goed werkt en is ingeschakeld. Als dit niet zo is, schakelt u de functie eenvoudig in. Volg onderstaande stappen nauwkeurig. Er is namelijk ook een functie Systeemherstel binnen het Instellingenvenster van Windows 10, maar dit werkt anders en wordt hier niet besproken.

Readyboost en Readydrive

ReadyBoost is een techniek van het Windows Vista, Windows 7, Windows 8 en Windows 10 besturingssysteem om de prestaties van het systeem te verbeteren. Zie ook deze pagina voor meer info over deze functies. Zodra er zich een situatie voordoet waarbij gebrek is aan het snelle RAM-geheugen, wordt een gedeelte van het gebruikte geheugen weggeschreven naar het virtuele geheugen (de pagefile). Het relatief langzame virtuele geheugen op de harde schijf is niet echt bevorderlijk voor de systeemprestaties. Gelukkig is er met de optie ReadyBoost een beter alternatief voor handen in de vorm van relatief snel toegankelijk flashgeheugen (in de vorm van een USB-stick, Compact Flash (CF)- of Secure Digital (SD)-kaart) om het systeem te versnellen.

ReadyBoost stelt de volgende eisen aan het flashgeheugen: maximaal 4 Gb aan opslag, een minimale doorvoersnelheid van 2,5 Mb/sec (let op: het goedkopere flashgeheugen voldoet in veel gevallen niet) en geformatteerd zijn als FAT32 of NTFS. Voldoet het aangesloten flashgeheugen aan deze eisen, dan wordt na het aansluiten automatisch gevraagd of dit geheugen gebruikt moet worden voor het versnellen van de computer. Op het tabblad ReadyBoost van de eigenschappen van het betreffende flashgeheugen kunt u de instellingen wijzigen. Het weggeschreven bestand (de pagefile) wordt versleuteld middels AES 128-bits encryptie zodat onbevoegden geen toegang kunnen krijgen. Dat vormt ook een extra beveiliging voor het geval het draagbare geheugen per ongeluk in de verkeerde handen komt. Op een systeem met voldoende werkgeheugen zijn de voordelen overigens beperkt of zelfs niet eens merkbaar.

Een variant hierop is ReadyDrive waarbij de harde schijf zelf is voorzien van flashgeheugen. Gegevens worden tijdelijk in het flashgeheugen van de harde schijf opgeslagen waardoor het mogelijk is gegevens snel uit te lezen terwijl de harde schijf is uitgeschakeld. Dit heeft naast prestatiewinst als gunstige neveneffecten dat het energiebesparend werkt en de levensduur van de harde schijf verlengt. De relatief lage doorvoersnelheid van een USB2.0-aansluiting ten opzichte van die van een harde schijf maakt ReadyDrive een beter alternatief dan ReadyBoost. ReadyDrive is met name interessant voor laptops omdat hierbij het energieverbruik en de levensduur van de harde schijf een grotere rol spelen.

Windows Defender in Vista, 7, 8.1 en 10

Met Windows Defender wordt binnen Windows Vista spyware en malware aangepakt. Spyware is een verzamelnaam voor programma's die, zonder dat u het in de gaten heeft, op uw computer geïnstalleerd worden. De programma's proberen persoonlijke gegevens als inlognamen en wachtwoorden beschikbaar te maken voor de verspreiders van deze kwaadaardige software. Malware (malicious software) werkt op een soortgelijke wijze.

Hoe Windows Defender in Vista spyware en malware aanpakt is als volgt te omschrijven: U krijgt te zien welke programma's er allemaal op de achtergrond meedraaien in uw computer.

U heeft nu een overzicht gekregen van alle programma's die op dat moment in werking zijn op uw pc, óók de programma's en software die op de achtergrond actief zijn en waar u normaal gesproken niets van merkt. Bedenkelijke programma's kunt u nu eenvoudig uitgeschakelen of verwijderen.

Windows Defender in Vista moet worden gezien als een extra beveiliging tegen ongewenste software, het werkt dus niet als een virusscanner. Via de link Hulpprogramma's kan Windows Defender naar wens worden ingesteld. Geef bij het onderdeel Microsoft SpyNet aan dat het niet gewenst is deel te nemen aan deze online community en doorloop de verschillende instelmogelijkheden bij het onderdeel Opties.

Windows Defender zit standaard in Windows 8, 8.1 en Windows 10. Nieuw in Windows 10 is, het pakket schakelt zich in wanneer het besturingssysteem constateert dat er geen ander actief beveiligingspakket op de pc staat. Eerder werd Windows Defender alleen actief als er helemaal geen ander beveiligingspakket op de pc stond, maar nu kan Windows Defender dus ook een geïnstalleerd beveiligingspakket waarvan de licentie verlopen is, uitschakelen en vervolgens zichzelf inschakelen. Helaas laat de kwaliteit van Windows Defender te wensen over. Windows Defender biedt slechts een basisbescherming.

Visuele effecten uitschakelen

Prachtige effecten en animaties zijn leuk voor onze ogen, maar een belasting voor de computer. Extra effecten en animaties vergroten ook in Windows 10 de CPU en RAM laadtijden. Wanneer u een laptop of computer hebt met niet zo veel CPU en minimale RAM, heeft u meteen een meetbaar effect, wanneer u die effecten uitschakelt. Ga daarvoor naar:

Systeem > Eigenschappen> Systeem Instellingen. Klik op Instellingen (Settings) beschikbaar in de Performance groep in de Advanced Tab. U kunt ook het sysdm.cpl commando in Windows RUN (Win +R) tikken om dit schermpje op te roepen:

De visuele effecten kunt u wijzigen door op Instellingen (Settings) te klikken. Daar moet u de effecten uitvinken, die u niet meer wilt hebben. U zou de eerste 10 instellingen kunnen uitvinken. Wanneer u dieze instellingen heeft gewijzigd, merkt u een duidelijk verschil in de systeem prestaties van Windows 10.

Uitschakelen van enkele diensten en start-ups

Het is typisch voor Microsoft Windows besturingssystemen dat er altijd een reeks van processen en diensten actief zijn waar een gemiddelde gebruiker helemaal geen baat bij heeft en gewoon zonder veel poespas kunnen worden uitgeschakeld. Wanneer u deze diensten en processen uitschakelt zal dit ten goede komen voor de algehele Windows 10 systeem prestaties. Hieronder volgt een lijst met typische diensten die zonder problemen kunnen worden uitgeschakeld:

Uitschakelen van onnodige start-up apps

Door het uitschakelen van onnodige applicaties die meestarten en een beslag blijven doen op de processor en het geheugen, maakt u Windows 10 ook sneller. U doet dit door het openen van de Windows 10 Task Manager (Ctrl+ Alt + Del). U kunt daar selecteren welke applicatie u wilt uitschakelen.

Ook door de systeemconfiguratie aan te passen kunt u het starten van onnodige applicaties voorkomen.

Nadat Windows is opgestart, kan er een berichtvenster verschijnen waarin staat dat Windows enkele opstartprogramma's heeft geblokkeerd. Klik op het bericht om de geblokkeerde programma's te bekijken.

Als Windows of andere software na het verwijderen van een vinkje voor een bepaalde taak niet meer werkt, start u de computer opnieuw op in de Veilige modus en maakt u het verwijderen van het vinkje ongedaan. Druk zo nodig op F8 zodra het eerste blauwe opstartscherm op de pc wordt weergegeven (nadat u de computer hebt aangezet) om de veilige modus te kunnen openen.

Door deze stappen uit te voeren, wordt Windows opgestart met de instellingen voor selectief opstarten. Dit betekent dat bepaalde programma's in Windows niet worden gestart. Wanneer Selectief opstarten in de toekomst wordt uitgeschakeld, starten alle geselecteerde softwareprogramma's opnieuw op.

Pictogrammen verwijderen uit de map Opstarten

Voer de volgende stappen uit om te voorkomen dat ongewenste toepassingen worden geladen:

  1. Klik met de rechter muisknop op een leeg plekje op het Windows het bureaublad en kies Nieuw en klik vervolgens op Map. Geef de map de naam Niet opstarten. Deze map wordt later gebruikt.
  2. Klik met de rechter muisknop op Start en kies Openen. De map Startmenu wordt geopend.
  3. Dubbelklik op Programma's.
  4. Zoek de map Opstarten en open deze map.
  5. De pictogrammen in de map Opstarten zijn programma's die worden geladen wanneer Windows wordt geopend. Klik met de rechter muisknop op een van de pictogrammen en selecteer Eigenschappen om meer informatie over het pictogram weer te geven.
  6. Druk op de Ctrl-toets en houd deze ingedrukt. Klik op de pictogrammen die u wilt verwijderen, terwijl u deze toets ingedrukt houdt.
  7. Klik op Bewerken en vervolgens op Knippen.
  8. Sluit alle geopende vensters en ga terug naar het Windows bureaublad.
  9. Dubbelklik op de map Niet opstarten op het bureaublad die u eerder hebt gemaakt.
  10. Selecteer Bewerken en Plakken in de map Niet opstarten. De pictogrammen die zijn verwijderd uit de map Opstarten, zijn in de map Niet opstarten geplaatst.
  11. Start de computer opnieuw op.
    Alle pictogrammen die u uit de map Opstarten hebt verwijderd, worden niet meer geopend. Als u de toepassingen toch wilt openen, dubbelklikt u erop in de map Niet opstarten.

Windows Verkenner optimaliseren

windowsverkenner.gif

Windows Verkenner onder Windows Vista

 

 

 

 

 

Met de Windows Verkenner kan de inhoud op de verschillende harde schijven, CD-spelers en diskettestations worden beheerd. Enkele veel gebruikte beheer­faciliteiten zijn het kopiëren en verplaatsen van bestanden, aanmaken van nieuwe mappen, branden van CD's en DVD's, etc.

In Windows 10 kunt u Verkenner op verschillende manieren starten. De bekendste zijn: met Windows-toets+E of via Start / Verkenner. U kunt het programma ook starten door met de rechter muisknop op Start te klikken en dan in het systeemmenu te kiezen voor Verkenner. Of door op het vergrootglas naar de Start-knop te klikken en te zoeken op verkenner. Zodra het programma is gevonden, drukt u op Enter om het te starten.

Een nieuw onderdeel in Verkenner in Windows 10 is Snelle toegang. Dit onderdeel vult zichzelf automatisch met de mappen en bestanden die u het meest gebruikt. De mappen die door de Snelle toegang zijn geselecteerd staan links in het verkennervenster. Mappen die zich melden in de lijst Snelle toegang en die u echt vaak gebruikt, kunt u daar vastpinnen. Ze blijven dan altijd daar in de lijst staan, ook als u ze eens wat minder gebruikt.

Wilt u zelf een map toevoegen aan het onderdeel Snelle toegang, klik dan met de rechter muisknop op een map en kies Aan snelle toegang vastmaken. Wilt u een map die vastgepind is, juist niet meer in die lijst hebben, klik er dan met de rechter muisknop op en kies Van Snelle toegang losmaken.

Recente bestanden

Een variant op de Snelle toegang zijn de Recente bestanden. Deze lijst wordt automatisch door Windows opgebouwd en bijgehouden. U kunt dan snel weer de foto of het document openen waar u eerder aan gewerkt hebt. U ziet deze bestanden door in het Navigatievenster op Snelle toegang te klikken. Staat er een bestand dat u liever niet in de lijst hebt staan, klik dan met de rechter muisknop op het bestand en kies Uit Snelle toegang verwijderen.

Heeft u liever niet dat iedereen kan zien, welke mappen u veel gebruikt of welke bestanden u recent heeft geopend, dan kunt u Snelle toegang helemaal uitschakelen en de geschiedenis ervan wissen. Dat biedt wat minder gebruiksgemak, maar flink meer privacy. Klik daarvoor bovenin op het Lint op Beeld > Opties > Map- en zoekopties wijzigen. Op het tabblad Algemeen staan onderaan onder Privacy twee opties. Haalt u het vinkje weg bij Recentelijk gebruikte bestanden weergeven in Snelle toegang dan stopt Windows met het tonen van de lijst met de laatst geopende bestanden.

Door het vinkje weg te halen bij Recentelijk gebruikte mappen weergeven in Snelle toegang, zorgt u ervoor dat Windows niet langer mappen die u vaker opent, opneemt in de lijst links in Verkenner. Wilt u zeker weten dat men niet kan zien welke mappen en bestanden u heeft geopend of wilt u de lijst eens goed opschonen, klik dan op Wissen bij de optie Geschiedenis van Verkenner wissen.

Enkele standaard instellingen wijzigen

Vista

In Windows Verkenner wordt standaard gewerkt met relatieve paden, zodat bepaalde locaties langs meerdere wegen bereikbaar zijn. Het werkt praktischer wanneer het linker navigatievenster (met de boomstructuur) wat breder zou zijn, dat kunt u aanpassen door de verticale afscheiding met de muis naar rechts te trekken. De menubalk is volgens de standaard instellingen verborgen, maar kan met de linker ALT-toets tijdelijk tevoorschijn worden gehaald. Via de knop Organiseren, Indeling, Menubalk kunt u de menubalk permanent weer geven.

De systeembestanden worden standaard verborgen, voor de minder ervaren computergebruiker zijn dat prima instellingen. Blijkt na verloop van tijd dat deze instelling toch minder praktisch is, schakel in Vista deze optie dan uit door in de Windows Verkenner via de knop Organiseren, Map- en zoekopties, tabblad Weergave de volgende aanpassingen te maken:

Windows 10

In Windows 10 opent u de verkenner en klikt u linksboven op de tab Beeld. Vervolgens gaat u met de muisaanwijzer naar rechts en zet u een vinkje bij Verborgen Items. Vanaf dat moment zijn de verborgen bestanden en mappen zichtbaar op de computer. De verborgen bestanden zijn te onderscheiden van “gewone” bestanden omdat ze iets vager staan afgebeeld in uw verkenner.

U kunt dat ook bereiken via het configuratie scherm. In het Configuratiescherm kiest u in Windows 10 voor Opties voor Verkenner, tab Weergave. In het scherm dat nu opent, scrollt u naar beneden en dan aanvinken.

De afbeelding toont nog een aantal mogelijke aanpassingen:

explorerinstellingen.gif Opties Windows Verkenner organiseren

 

 

 

 

 

 

Windows verkenner tips

Met de F5-toets worden de gegevens in de Windows Verkenner (net als in de Internet Explorer) ververst. Met de toetscombinaties CTRL-C, CTRL-X en CTRL-V kunnen bestanden en mappen respectievelijk worden gekopieerd, geknipt en geplakt. Tijdens het selecteren van mappen en/of bestanden zijn de toetsen SHIFT en CTRL en de toetscombinaties SHIFT-HOME en SHIFT-END onmisbaar.

De prullenbak

De prullenbak kan per partitie anders worden ingesteld door met rechts op de prullenbak te klikken en te kiezen voor Eigenschappen. Het uitschakelen van de optie Vragen om bevestiging bij het verwijderen voorkomt extra klikwerk wanneer een bestand naar de prullenbak wordt gestuurd. Met het ingedrukt houden van de SHIFT-toets bij het verwijderen van bestanden en mappen kunnen deze overigens definitief worden verwijderd, zonder dat ze eerst in de prullenbak terechtkomen.

Bent u te enthousiast geweest met het verwijderen dan kunt u bestanden altijd nog proberen terug te halen met recoverytools als PC Inspector File Recovery en Recuva, zelfs als ze reeds uit de prullenbak zijn verwijderd. Verwijderde bestanden zijn namelijk pas echt weg wanneer de daarvoor gebruikte schijfruimte door een ander bestand wordt overschreven. Om te voorkomen dat een verwijderd bestand tijdens de installatie wordt overschreven, is het raadzaam de recoverytool uit voorzorg al te installeren vóórdat zich problemen voordoen.

Geluiden en multimedia

Bij het onderdeel Geluid van het configuratiescherm, tabblad Geluiden kan het geluidsschema worden gewijzigd of uitgeschakeld. Wordt geen gebruik gemaakt van de Windows-geluiden of ervaart u ze als vervelend, schakel ze dan uit door bij het onderwerp Geluidsschema te kiezen voor Geen geluiden. Geluiden kunnen hier ook gedeeltelijk worden uitgeschakeld, bijvoorbeeld wanneer u alleen geluid wenst bij het opstarten en afsluiten van Windows. Het volume wordt ingesteld met het volume-icoontje in het systeemvak. Dit icoontje kan overigens in Windows 10 worden verwijderd via Alle instellingen > Systeem > Meldingen en acties > Systeem­pictogrammen in- of uitschakelen.

Toetsenbord doet vreemd

Tijdens de setup van Windows werd gevraagd een van de standaard toetsenbordindelingen te kiezen, uw keuze is later terug te vinden bij het onderdeel Landinstellingen van het Configuratiescherm, tabblad Toetsenborden en talen, knop Toetsenborden wijzigen. Is er meer dan één invoertaal gedefinieerd? Dan kan het voorkomen dat Windows switcht van toetsenbordindeling wanneer u per ongeluk tegelijkertijd op de linker ALT- en de rechter SHIFT-toets drukt. Deze toetscombinatie wordt regelmatig per ongeluk aangeraakt, met als gevolg dat de toetsenbordindeling (zonder daar een melding over te geven) wordt aangepast. Na een herstart van de computer wordt de standaard­instelling weer hersteld. Het is echter niet nodig de PC opnieuw op te starten om weer terug te keren naar de juiste toetsenbordindeling. Dat gaat eenvoudiger door de toetscombinatie nogmaals te gebruiken. Het is nog beter de niet gebruikte toetsenbordindelingen uit het overzicht te verwijderen, zodat dit probleem zich niet meer voor kan doen.

toetsenbordindeling.gif Tekstservices en invoertalen (de taalbalk)

 

 

 

 

 

 

De standaard door Windows geïnstalleerde toetsenbordindeling Verenigde Staten (internationaal) heeft de voor velen ongewenste eigenschap dat het aanhalingsteken (' of ") pas op het scherm verschijnt nadat een volgende toetsdruk is gegeven. Het is een kwestie van smaak, maar velen vinden dit onhandig. Een andere toetsenbordindeling (bijvoorbeeld Verenigde Staten) is dan beter geschikt.

Het euroteken

Het -teken staat op de meeste toetsenborden op dezelfde toets als het cijfer 5. Gebruik deze toets in combinatie met de rechter ALT-toets om het -teken te plaatsen (bij de toetsenbordindeling Verenigde Staten moet de toetscombinatie CTRL-ALT-5 worden gebruikt). Het teken kan ook worden geplaatst door het intoetsen van de code 0128 op het numerieke toetsenbord in combinatie met het ingedrukt houden van de linker ALT-toets.

Geïnstalleerde Windows onderdelen

Het onderdeel Programma's en onderdelen van het configuratiescherm toont de verschillende geïnstalleerde softwarepakketten. Links in het taakvenster kunnen desgewenst de geïnstalleerde updates van Windows worden weergegeven (en eventueel ongedaan worden gemaakt). Ook is het in dit venster mogelijk specifieke Windows-onderdelen toe te voegen of te verwijderen met de taak Windows-onderdelen in- of uitschakelen.

Schermbeveiliging

Via Persoonlijke instellingen van het configuratiescherm, optie Scherm­beveiliging (ook bereikbaar met een rechter muisklik op het bureaublad, Aan persoonlijke voorkeur aanpassen) kan een screensaver worden ingesteld zodat het beeldscherm tegen inbranden wordt beschermd. De meest gewaardeerde screensaver is wellicht een diavoorstelling van persoonlijke foto's. Kies dan voor Foto’s waarna met de knop Instellingen de afbeeldingen kunnen worden geselecteerd, eventueel op basis van het sterrensysteem van Windows Fotogalerie. In dit venster kan ook de optie Aanmeldingsscherm weergeven bij hervatten worden aangevinkt. Deze optie zorgt ervoor dat het gebruikersaccount pas weer beschikbaar is nadat deze (al dan niet met een wachtwoord) in het aanmeldingsscherm is ontgrendeld.

Het beeldscherm kan overigens ook worden beschermd door dat na enige tijd van inactiviteit uit te laten schakelen, dat bespaart energie. Via Energiebeheer in het Configuratiescherm kan een energiebeheer­schema worden gekozen dat het beste bij uw gebruik past. Via de optie De schema-instellingen wijzigen kunt u instellen na welke periode van inactiviteit het beeldscherm uitgeschakeld moet worden. In dit venster kunt u ook vastleggen na welke periode van inactiviteit de computer in de slaapstand moet worden gezet. De wake-uptijd van de moderne beeldschermen is erg kort en geeft dus nauwelijks vertraging.

Slaapstand, sluimerstand en hybride slaapstand

In Windows Vista zijn drie verschillende mogelijkheden om de computer in een energiebesparende modus te laten overschakelen: de slaapstand, de sluimerstand en de hybride slaapstand. De slaapstand is een energiebesparende modus waarbij de computer 'aan' blijft zodat deze binnen enkele seconden weer toegankelijk is. Nadeel is wel dat de (nog) niet opgeslagen gegevens verloren raken bij een stroomonderbreking. De sluimerstand zet de computer daadwerkelijk 'uit' nadat het werkgeheugen (met daarin de openstaande programma’s) in het bestand C:\HIBERFIL.SYS is opgeslagen. Bij het opstarten van de computer worden de gegevens weer in het werkgeheugen geladen, zodat het systeem relatief snel weer geactiveerd kan worden. In de hybride slaapstand zijn de mogelijkheden van de slaapstand en de sluimerstand gecombineerd, zodat een optimale tussenvariant ontstaat (let op: Windows Vista benoemt die als slaapstand) Bij de hybride slaapstand wordt het werkgeheugen weggeschreven naar de harde schijf waarna de computer in een energiebesparende modus wordt gezet. Met deze instellingen kunnen geen gegevens verloren raken, terwijl de computer wel binnen enkele seconden weer toegankelijk is.

let opDe hybride slaapstand kan alleen worden geactiveerd wanneer het moederbord deze optie ondersteunt. Wordt de hybride slaapstand ondersteund, dan is de sluimerstand niet beschikbaar. Die kan overigens wel met het commando POWERCFG /hibernate ON in de Opdrachtprompt (Start > Alle programma’s > Bureau-accessoires) worden geactiveerd. Start de Opdrachtprompt met aanvullende administratorrechten door met rechts op de snelkoppeling te klikken en te kiezen voor Als administrator uitvoeren.

De hybride slaapstand wordt overigens niet toegepast bij laptops omdat deze geen last hebben van onverwachte stroomonderbrekingen. Dreigt de accu van een laptop leeg te raken terwijl die in de slaapstand staat, dan wordt de slaapstand automatisch omgezet in de sluimerstand waarmee gegevensverlies wordt voorkomen. Het is overigens verstandig de computer regelmatig op de normale wijze te laten opstarten zodat problemen met Windows worden voorkomen.

let opVoor het gebruik van het geavanceerde energiebeheer van Windows Vista is het noodzakelijk dat het moederbord ondersteuning biedt voor ACPI (Advanced Conifiguration and Power Interface). Wordt ACPI ondersteund, dan kan dat in het BIOS worden geactiveerd (het oude APM (Advanced Power Management) wordt door Windows Vista niet meer ondersteund).

Slaapstandknop veranderen in een uitknop

aanuitknopmenustart1.gif Geavanceerde instellingen voor het aanpassen van de uitknop

 

 

Het Startmenu is standaard voorzien van een gele knop waarmee de computer in de (al dan niet hybride) slaapstand gebracht kan worden. De overige opties, waaronder het uitzetten, herstarten en afmelden, zitten verborgen onder de knop met het pijltje oftewel het menu Vergrendelen. De functionaliteit van de gele knop kunt u aanpassen, zodat die de computer uitzet in plaats van in de slaapmodus brengt (de kleur van de knop wijzigt dan van geel naar rood). Deze mogelijkheid is handig wanneer het gebruik van de slaapstand ongewenst is of voor problemen zorgt. Het aanpassen van de functionaliteit kan via het Configuratiescherm, Energiebeheer, Wijzigen wanneer de computer in slaap gaat (links in het taakvenster), Geavanceerde energie-instellingen wijzigen, Aan/uit-knop en deksel, Aan/uit-knop van menu Start en kies daar Afsluiten in plaats van Slaapstand.

Met het volgende resultaat:

aanuitknopmenustart.gif Aangepaste uitknop van het startemenu

 

De computer kan handmatig in de slaapstand worden gezet via het menu Vergrendelen in het Startmenu. Een andere mogelijkheid is het voorprogrammeren van de aan-/uitknop (en eventueel de slaapstandknop) van de computer via Het gedrag van de aan/uit-knop bepalen (links in het taakvenster van Energiebeheer) zodat bij het indrukken van deze knop de slaapstand of de sluimerstand wordt toegepast (het uitzetten kan dan uitsluitend nog via het menu Vergrendelen van het Startmenu).

Aanmeldscherm na slaapstand

Windows toont standaard het aanmeldingsscherm nadat het uit de slaapstand ontwaakt, ongeacht of het gebruikersaccount is voorzien van een wachtwoord. Die beveiliging kunt u via het onderdeel Energiebeheer in het Configuratiescherm uitschakelen. Kies in het taakvenster voor de taak Een wachtwoord vereisen bij uit slaapstand komen, waarna (via de link Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn) de optie Geen wachtwoord vereisen geactiveerd kan worden.