Hoe komt het toch dat linkse denkbeelden vaak botsen met de feiten en links steeds meer een conservatief karakter lijkt te hebben? Linkse mensen hebben een wereldbeeld dat vaak botst met de feiten. Ze hebben meestal weinig analytische vaardigheden, maar vooral sociale vaardigheden. Dat is een vaststelling, maar wat zijn de oorzaken?

De oorzaak zit in de structuur van onze hersenen. Onze hersenen hebben zich ontwikkeld door voortdurend patronen te herkennen. Alle patronen zijn onder te verdelen in twee soorten: de persoonlijke relaties en de zakelijke. Duizenden jaren lang leefden mensen in een samenleving die voornamelijk was gebaseerd op persoonlijke relaties en sociale vaardigheden. Dat ontwikkelde vooral het conceptuele denken. Elk mens heeft aanleg voor beide gebieden, maar niet in gelijke mate. Deze verschillen ontstaan door genetische aanleg, culturele omgeving en schoolopleiding. Mensen hebben nu eenmaal een persoonlijkheid en hebben persoonlijke belangen, dus is het gezond dat ze persoonlijke relaties kunnen herkennen. Het denken dat samenhangt met deze persoonlijke relaties, noem ik conceptueel denken. Dat is vooral geschikt om persoonlijke relaties te begrijpen, de bijbehorende patronen te ‘herkennen’, ook daar waar ze niet zijn. In de 17de eeuw begon in Europa het kritische denken steeds meer toepassingen vinden in het dagelijkse leven. De cognitieve structuren in de hersenen hebben echter niet dezelfde snelle ontwikkeling doorgemaakt. In een moderne samenleving zijn de conceptuele patronen snel minder belangrijk geworden om te overleven. De zakelijke relaties zijn juist veel belangrijker geworden. In deze groep vallen de natuurwetten maar ook de zakelijke economische relaties.

Kenmerken van conceptueel denken

Conceptuele denkers zijn goed in het leggen van verbanden, in het bedenken van oplossingen voor complexe problemen, in creatief denken, in het verzinnen van nieuwe dingen. Iemand die in concepten denkt, heeft volgens ons ook een natuurlijke zwakte voor het routinematige werken, het werken met details en herhalingen, zoals andere mensen bijvoorbeeld moeite hebben met tekenen, muziek of je voorstellingsvermogen gebruiken. Alleen valt dat vaak minder op in onze talige maatschappij, die op routine is gebasseerd.

Kenmerken van kritisch denken

Mensen met veel analytische vaardigheden zijn veel minder aangewezen op samenwerking met anderen. Die vaardigheden geven namelijk direct controle over de natuurlijke wereld om ons heen, op allerlei manieren. Het vermogen om het weer te voorspellen, een motor te bouwen en elektrische schakelingen te construeren, valt onder analytische vaardigheden.

Het werken met patronen is het voornaamste middel waarmee mensen tot beslissingen komen in het leven. Hoe stabieler en concreter de omgeving, hoe minder analytische vaardigheden er nodig zijn. Aangezien de wereld steeds dynamischer en complexer wordt, is het onvermijdelijk dat het kritische denken terrein wint. Mensen die beter zijn in persoonlijke relaties en conceptueel denken, duiden we aan als alfa’s. Bij alfa’s is het conceptuele denken sterker in aanleg of ontwikkeling dan het kritische. De linksmensen vormen de groep mensen bij wie het conceptuele denken niet alleen dominanter is dan het kritische, maar bovendien hun denkwijze een moreel superieure rol toekennen boven het kritische denken. Dit laatste leidt onvermijdelijk tot een subjectivering van kennis. Deze denkwijze neigt er toe om kritisch denken te vervangen door conceptueel en zakelijke relaties te interpreteren als persoonlijke relaties. Het is een denkwijze die leidt tot conclusies als ‘internationale solidariteit is de oplossing voor alle problemen’, ‘alle culturen zijn gelijk’ en ‘waarheid is subjectief’.

Zoals hiervoor aangegeven zijn persoonlijke en zakelijke relaties even werkelijk en dienen ze beide om het overleven van de mens mogelijk te maken. Voor de linksmens heeft kritisch denken een bedreigend karakter, omdat het ondoorgrondelijk is. Niemand is verantwoordelijk voor zwaartekracht en radio-activiteit en er kunnen geen morele waarden aan toegeschreven worden. Het hele wereldbeeld van de linksmens, dat immers gebaseerd is op de vaardigheid om menselijke patronen te onderkennen, is ongeschikt om het objectieve karakter van de natuur te bevatten. Dit onvermogen leidt tot verlies aan maatschappelijke invloed voor linksmensen, terwijl techniek en technische mensen voortdurend winnen aan maatschappelijke invloed. Voor de linksmens betekent dit een paradox: de samenleving gaat over mensen en menselijke relaties, hoe kan het kritische denken daarin steeds belangrijker worden?

Het verschil tussen waarneming (analytische relaties gaan in de samenleving een steeds grotere rol spelen ten koste van persoonlijke) en de eigen beeldvorming bij de linksmens (als gevolg van matige analytische vaardigheden) leidt tot een onaangename spanning die ontstaat bij het kennis nemen van feiten of opvattingen die strijdig zijn met een eigen overtuiging of mening, of bij gedrag dat strijdig is met de eigen overtuiging, waarden en normen.cognitieve dissonantie. Die cognitieve dissonantie lossen linksmensen op door de theorie van ‘het omgekeerde wereldbeeld’.

De theorie van ‘het omgekeerde wereldbeeld’ lijkt op een complottheorie. De orde die we dagelijks ondervinden, meent de linksmens, is omgekeerd omdat ze gebaseerd is op macht, geld of geweld, ten koste van ‘menselijke’ relaties. Deze voorstelling van zaken bedient zich van nieuwspraak terminologie als ‘sociale rechtvaardigheid’ (tegenover ‘gewone’ rechtvaardigheid, die alleen maar de bestaande structuren in stand houdt). Op deze manier heeft de linksmens een filosofie geconstrueerd die moet verklaren waarom de patronen die zijn hersenen produceren, vaak niet overeen komen met de huidige samenleving waarin hij leeft. Door de rationalisering in de vorm van ‘het omgekeerde wereldbeeld’ kan de linksmens zijn cognitieve dissonantie toeschrijven aan de omgeving, in plaats van zijn eigen cognitieve structuren ervoor verantwoordelijk te stellen.

Persoonlijke relaties zijn veel minder effectief in het organiseren van processen dan analytische relaties. Een wereldbeeld dat persoonlijke relaties en niet-analytische relaties meer waarde toekent dan de analytische relaties, is onvermijdelijk minder productief. De reden hiervoor is dat de mens nu eenmaal aangewezen is op de natuur om te overleven en dat de natuur geen persoonlijke relaties kent, maar alleen zakelijke in de vorm van natuurkrachten.

Het maakt niet uit of dat wereldbeeld is gebaseerd op een economische en politieke theorie, zoals in het geval van het socialisme, of op een antropomorfe bovennatuurlijke entiteit. Het socialisme, gebaseerd op solidariteit en de islam, op trouw aan de stam en de eenheid met god, berusten beide grotendeels op persoonlijke relaties. Beide zijn stelsels die geloof vereisen en geen waarneming. Beide zijn uitwerkingen van de behoefte om persoonlijke relaties hoger te waarderen dan zakelijke relaties. Persoonlijke relaties horen thuis op het niveau van personen en in de familiekring en dat is precies wat is gebeurd in de westerse samenleving.

De theorie van ‘het omgekeerde wereldbeeld’ kan verklaren waarom linksmensen tegenwoordig conservatief en rechts zijn. Ze verdedigen een wereldbeeld dat meer is gebaseerd op persoonlijke relaties en dat een overblijfsel is van een verleden waarin de mens weinig directe macht over de natuur had. Ze zijn dus tegen atoomenergie (macht van analytische denkers over de natuur, onzichtbare deeltjes), voor windmolens (bewegende wieken, dus concreet), tegen zonnecellen (te abstract), tegen christendom (is een betrekkelijk analytische godsdienst en onderdeel van het analytische westen) en voor islam (bevat magisch denken, animisme, persoonlijke relatie met god). Maar de ontwikkeling naar het kritische denken is onvermijdelijk en onomkeerbaar om twee redenen. Ten eerste, rationele ontdekkingen scheppen nieuwe situaties die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. Ten tweede, de overbevolking dwingt tot specialisatie en rationalisering. Het is dan ook onvermijdelijk dat systemen als het socialisme en de islam zullen verdwijnen. Maar het zal niet vanzelf gaan en ook niet snel.

Op basis van opvallend irrationele overtuigingen en emoties ondermijnen moderne socialisten op meedogenloze wijze de belangrijkste principes waar onze vrijheid op gebaseerd is. Zoals verwende, boze kinderen rebelleren ze tegen de normale verantwoordelijkheden van volwassenen en eisen ze dat een ‘ouderlijke’ overheid van de wieg tot aan het graf voor hen zorgt.

. . . . . . . . . .

Een sociale wetenschapper die de menselijke natuur begrijpt zal de vitale rol van vrije keuze, vrijwillige samenwerking en morele integriteit niet ontkennen, zoals socialisten doen. Een politieke leider die de menselijke natuur begrijpt zal individuele verschillen in talent, streven, persoonlijke verantwoordelijkheid en arbeidsethiek niet negeren, zoals socialisten doen. En een wetgever die de menselijke natuur begrijpt zal geen woud van regels creëren waar de burgers van een land mee worden overgereguleerd en overbelast en die hun rol reduceert tot slaafse volgelingen van de staat – zoals socialisten doen.


Bron: Lyle Rossiter, The Liberal Mind – The Psychological Causes of Political Madness.

De omgekeerde wereld van de Azijnbode

Al decennialang wordt de Volkskrant in de volksmond de Azijnbode genoemd, vanwege de jammertoon die telkens opstijgt uit haar katernen. Die jammertoon is het gevolg van het feit dat de wereld zich niet wenst aan te passen aan het wereldbeeld van de redactie en dat steeds meer lezers zich afkeren van de Azijnbode. Deze krant wordt alleen door leraren, intellectuelen (ook veel universiteitspersoneel, omdat universiteiten de onsmakelijke gewoonte hebben om vacatures bij voorkeur in de Azijnbode te plaatsen; omdat ze op moment van plaatsing toch doorgaans al via vriendjespolitiek zijn vergeven, heeft dit behaaggedrag alleen invloed op de advertentie-inkomsten van de desbetreffende kranten) en overheidspersoneel. Dat deze drie groepen overwegend van linkse signatuur zijn, zal u niet verbazen.

In al die jaren hebben de redacties van deze en vergelijkbare kranten nog geen greintje zelfinzicht verworven en dat is eigenlijk niet verbazingwekkend. Want intellectuelen leven in hun eigen fantasiewereld en vertikken het hardnekkig om hun ballon van eigendunk te verlaten en empirisch onderzoek te doen. Net als het communisme in 1989, zullen deze kranten geleidelijk wegzakken in het moeras van leugens dat ze zelf hebben aangelegd. De meest recente van tragisch mislukte pogingen om tenminste te doen alsof men tot zelfanalyse in staat was, is de oproep aan lezers om suggesties te doen voor onderwerpen voor de Volkskrant. Kennelijk zijn ze bij de Azijnbode zelfs te wereldvreemd om internet en fora te sonderen en een eigen conclusie te trekken op grond daarvan. Deze actie, hoe suf ook op zichzelf, had echter nog tot een goed einde gebracht kunnen worden. Indien de redactie van de Azijnbode de reacties van lezers ook echt serieus had bestudeerd. Maar de Azijnbode las, schrok en vluchtte weg. Ze stelden een onderwerpenlijstje op van brave onderwerpen. Ik voeg meteen een alternatief toe:
1. Zonder vrijwilliger stort Nederland in. (wie zorgt voor het levensonderhoud van de vrijwilligers? De productiviteit van de werkende Nederlanders nog altijd. Zoek eens uit hoe dat kan.)
2. Nout Wellink, spin in het web van de kredietcrisis? (waarom de bank, dus het kapitalisme pakken en niet de minister die verantwoordelijk is voor de kapitaalinjecties? Bestudeer liever alle banenplannen zoals windenergie en tunnels en Noordzuidlijn op kosten van de gemeenschap)
3. Het laatste taboe: zonder seks door het leven .(Links is altijd tegen seksuele moraal geweest. Hoe meer seks, hoe beter. Schrijf liever eens een kritisch artikel over de ziekelijke vercommercialisering van seks).
4. Geheugentraining vaak zinloos. (Zoek uit waarom er naast een kloof tussen politiek en burger ook nog een kloof tussen media en burger bestaat. Waarom iets onthouden van de leugens die je elke dag van de linkse pers naar je hoofd krijgt?)
5. Buurtbemiddelaars in Amsterdam op pad . (Weer zo een onderwerp waaruit moet blijken dat sociale instrumenten beter werken dan repressie en regels. Vol met gesprekken, dicht bij de mensen zelf, en waaruit uiteraard weer blijkt dat mensen eigenlijk overal hetzelfde zijn. Schrijf ook eens een artikel over hoeveel sociale plannen al mislukt zijn – miljoenen over de balk gesmeten op kosten van de gemeenschap.)
6. Leve het vmbo! (Die nare elitaire universiteit en hbo zijn uitingen van bourgeois-mentaliteit. Ondertussen komt productiviteit voort uit ambitie en de confrontatie met het onbekende, niet uit het streven naar nivellering en het toegeven aan etnocentrisme van vreemdelingen.)
7. Golfbanenplaag. (Er zijn echt wel genoeg projecten die meer horizonvervuiling opleveren: VINEX, HSL, Noorzuidlijn – maar ja die zijn niet elitair en privaat betaald.)
8. Betalen verzekeraars verkeersschade uit als je medicijnen slikt? (Er zijn toch bijsluiters waarop staat of je ermee mag rijden? Zoek liever uit waarom ziekenhuizen over de kop gaan.)
9. Euthanasie voor verstandelijk gehandicapten. (Er zijn nog wel meer groepen die daarvoor in aanmerking komen, zoals TBS-ers. Analyseer eens hoe het kan dat deze psychische rampzones maar kunnen voortwoekeren – omdat het onderdeel van de socialistische illusie is).
10. Is fixatie en isolatie van patiënten nodig of een uiting van de verschraling van de zorg? (Zoek liever uit waarom de burger moet betalen omdat psychiaters leven in de illusie van de maakbare geestelijke stabiliteit).

De Azijnbode hanteert het omgekeerde wereldbeeld van het utopisme en dat past niet bij de werkelijkheid die lezers beleven. Echte maatschappelijke problemen worden zorgvuldig gemeden, want die passen niet bij de maatschappelijke visie van de redactie. Die visie is die van de welzijnswerker, het jeugdhonk en de ‘maatschappelijk betrokken intellectueel’. Deze krant schrijft alleen over ‘veilige onderwerpen’ voor PvdA leden die zich moeten inlezen voor het eerstvolgende congres en dan van elkaar willen weten wat ze moeten zeggen.

Het verraad der intellectuelen

Links probeert de politiek te domineren door links taalgebruik op te dringen, onder andere via de media. Wat is er gebeurd met het denken over de scheiding tussen links en rechts?

Wetenschappers als Newton, Volta, Watt en Avogadro hadden rond 1800 de relatie tussen mens en de fysieke wereld ingrijpend veranderd. In de 19de eeuw ontwikkelden Hegel en Marx een theorie waarin ook het sociale en geestelijke leven van de mens zich volledig zou ontwikkelen onder invloed van de menselijke rede. Marx had hier aan toegevoegd dat deze ontwikkeling weliswaar onafwendbaar was, maar erg lang zou kunnen duren. Een ingreep door een kleine groep intellectuelen zou door middel van een revolutie de komst van de nieuwe, betere wereld aanzienlijk kunnen versnellen.

Links onderscheidt zich van rechts door de volgende uitgangspunten (tussen haakjes de positie van rechts bij dit onderwerp):

1. een betere wereld kan alleen bereikt worden door een nieuwe inrichting daarvan; (door mensen met betere inzichten, niet alleen door mensen met betere modellen)
2. verandering kan alleen afdoende door revolutie tot stand gebracht worden; (verandering kan bereikt worden met kleine stappen, zoals de wetenschap bewijst)
3. die revolutie vereist geweld en dit geweld is rechtvaardig indien het revolutionaire doelen dient; (ook de bevoorrechten hebben voordeel aan ontwikkeling van de samenleving en geweld is dus niet onvermijdelijk)
4. om de nieuwe inrichting van de samenleving te waarborgen, is voortdurend ingrijpen van de overheid in de samenleving noodzakelijk; (de samenleving moet zo veel mogelijk zelf organiserend zijn met een minimale overheid).
5. overheidsingrijpen moet een basis hebben in ideologie om het denken van de mens te veranderen (resultaten in de werkelijkheid zijn belangrijker dan in de ideologie)

Progressieve partijen (socialisten en liberalen) kregen een steeds groter aandeel in de parlementen in Europa, waarbij er binnen socialisten een verdeling ontstond. De communisten waren revolutionair (links) en de socialisten geneigd tot samenwerking met democratische partijen, iets waar de communisten fel op tegen waren, omdat economie een grensoverschrijdend verschijnsel is. Het revolutionaire karakter van communisme is internationaal en uit dit gegeven komt de nadruk op solidariteit voort. Vormen van communisme die dit internationale karakter misten, waren dus per definitie anti-revolutionair (een van de ergste scheldwoorden die communisten in stelling kunnen brengen).

In zowel de VS als in Europa hebben socialisten / progressieven sterk de neiging om sociale spanningen en hun oorzaken te bagatelliseren of te ontkennen en houden zij tot het uiterste vast aan hun droom van een tot in alle details door de overheid opgelegde ‘multiculturele’ samenleving waarin iedereen zoveel mogelijk ‘gelijk’ is – op de absolute top, de overheid, na. Dit is feitelijk niets anders dan het aloude Sovjet-model dat helaas vooral goed zichtbaar geworden is in het bestuur van de Europese Unie. In zowel sociaal, economisch als financieel opzicht is zo’n afgedwongen ‘linkse’ maatschappij echter niet alleen onhoudbaar maar ook onbetaalbaar en -mede daardoor- uiteindelijk zelfs totaal onleefbaar.

De andere grote ideologie van de negentiende eeuw is het nationalisme, dat ontstond toen het feodale stelsel in relatief korte tijd werd vervangen door een gecentraliseerde staat. In sommige landen die nog maar relatief kort tevoren de nationale eenheid hadden bereikt, werd vervolgens geëxperimenteerd met mengvormen van nationalisme en communisme. De twee meest succesvolle experimenten zijn later bekend geworden onder de namen nationaal-socialisme en fascisme. Het regime van Franco in Spanje reken ik niet tot deze experimenten, omdat het niet voldoet aan een aantal kenmerken, zoals het revolutionaire karakter en het inrichten van een nieuwe orde. Verschillende onderzoekers zien meer overeenkomsten tussen Franco en het caudillismo (autoritair semi-militair bewind) zoals dat in Zuid-Amerika voorkwam.

De indeling links-rechts wordt tegenwoordig niet meer betrokken op de tegenstelling tussen revolutionair en gematigd, omdat na 1945 het socialisme in het westen snel aan invloed won en veel meer invloed kreeg op de samenleving als geheel. Het andere criterium, de oriëntering op de nationale situatie in tegenstelling tot internationale solidariteit, werd door de socialisten systematisch benadrukt om nationaal-links zwart te maken.

Nu bestaan er twee soorten rechts naast elkaar: oud rechts, dat we momenteel eigenlijk alleen nog aantreffen in partijen als de SGP en daarnaast partijen die eigenlijk nationaal-links of behoudend-links genoemd zouden moeten worden. Ze worden echter vaak rechts genoemd omdat dit links zich op deze manier beter kan profileren. De SP ondervond rond 1983 hoe sterk dit mechanisme was in de kwestie rond de brochure ‘Gastarbeid en kapitaal’.

In de huidige situatie wordt de beeldvorming omtrent links en rechts bijna volledig gedomineerd door de linkse visie op de wereld. Links bepaalt wat rechts is. Bijna alle partijen in Europa zijn in meer of mindere mate links. Aan de andere kant maakt de techniek het ook mogelijk, de automatisering veroorzaakt een zo hoge productiviteit dat er geld overblijft om te besteden aan collectieve idealen, zonder dat tastbaar is welke baten die nu eigenlijk opleveren voor de samenleving.

Het is jammer om telkens weer te moeten vaststellen dat ook mensen die kritisch tegenover links staan vaak het linkse woordgebruik overnemen. Het linkse woordgebruik is immers bedoeld om een nieuwe wereld ideologisch te onderbouwen en niet om de werkelijkheid te analyseren. Liberale en andere niet-linkse schrijvers hanteren vaak ‘rechtse’ ideeën die in feite links zijn en omgekeerd. Links is per definitie ondemocratisch. Wie het woordgebruik van een dominante ideologie overneemt, neemt daarmee ook die manier van denken over en onderwerpt daarmee zichzelf. De wetenschap heeft veel meer bereikt voor de vooruitgang van de mens dan intellectuelen als Hegel en Marx. De intellectuelen menen dat de wetenschap alleen de fysieke werkelijkheid heeft veranderd en te weinig invloed op de sociale werkelijkheid heeft gehad. Het is die sociale werkelijkheid die snel moet veranderen door middel van diepgaand overheidsingrijpen. Omdat socialisme niet duurzaam levensvatbaar is als economisch systeem, heeft het zich ontwikkeld als ideologie met een eigen woordgebruik en geheel nieuwe woorden die moeten suggereren dat er nieuwe inzichten ontstaan.

De intellectuelen zien voor zichzelf een leidende rol in het omvormen van de sociale werkelijkheid, maar de basis daarvoor is gebaseerd op ideologie en niet op wetenschap. Het verraad der intellectuelen ligt hierin dat ze het analytische denken afwijzen en niet zien als een weg die op een zinvolle manier verwijst naar de wereld om ons heen.