Pagina Menu

WLAN, WAN en LAN

Dit artikel begint met een paar letterwoorden die u moet kennen:

LAN is de afkorting voor Local Area Network, waardoor een groep (minimaal twee) computers rechtstreeks, of via een gedeeld medium (router) met elkaar verbonden zijn. Via LAN heeft een computer bovendien toegang tot andere bronnen in het netwerk zoals printers, digitale camera's en HD-TV beeldschermen

WLAN, ook wel WiFi genaamd, is de afkorting voor Wireless Local Area Network, dit is dus hetzelfde als LAN, alleen zijn de verbindingen nu draadloos i.p.v. aangesloten met kabels. Dat draadloos Local Area Network (WiFi) biedt vaak ook toegang tot internet. Een draadloze adapter in uw pc (notebook, tablet) koppelt uw pc aan een router, een zogenaamd accesspoint. Zo'n access-point bevat ook een switch en/of modem. Vandaar dat er veelal gesproken wordt van een draadloze router of draadloze modem. Het access point is vaak ook aangesloten op een bekabeld netwerk. Dat netwerk is dan door de modem­functionaliteit van een router met het internet verbonden.

letop.pngVaak wordt gezegd dat de router het netwerk verbindt met het internet. In feite gebeurt dat door het modem gedeelte van dat apparaat.

letop.pngWilt u laptops, tablets en smartphones draadloos met de router verbinden, dan heeft u een router nodig met WLAN functionaliteit (wifi dus). Ga er niet vanuit dat elke router dit heeft, vooral goedkope en oudere modellen hebben geen WLAN aan boord en hiermee kunt u dus niet draadloos het internet op.

Uw apparaten kunnen op twee manieren verbinding maken met de router, draadloos of via een kabel. De snelste verbinding is via een kabel, maar dat kan alleen als het apparaat een ethernet­aansluiting heeft. Als uw desktop pc niet te ver van de router verwijderd staat, is het aan te bevelen om die via een ethernetkabel op de router aan te sluiten. Afhankelijk van de situatie heeft u een aantal bekabelde aansluitingen op de router. Die worden aangeduid met LAN, een afkorting van Local Area Network. Als een router slechts één LAN-aansluiting heeft, kunt u er dus via een kabel maar één pc op aansluiten.

WAN, de afkorting voor Wide Area Network, omvat vaak een aaneenschakeling van LANs. Een Wide Area Network kan verspreid zijn over een redelijk groot oppervlak zoals een land of een continent. Het bevat een verzameling machines die bedoeld zijn voor het draaien van gebruikersprogramma's. Die machines worden hosts genoemd. Het internet is ook een WAN

Soms ziet u op een router een ethernet­aansluiting met de naam WAN staan. Die gebruikt u in de meeste gevallen om een zelf gekochte router aan te sluiten op de modemrouter die u van de ISP (uw Internet Service Provider) hebt gekregen.

Soorten "routers"

Om internet te delen op een netwerk gebruikt u een hardware of een software router. Een hardware router is een speciaal apparaat om mee te "routen". Een software router is een computer die uitgerust is met routing software. Er zijn dus verscheidene manieren om het internet te delen:

Mogelijkheden om internet te delen

 

 

 

Een software router

U laat Internet verdelen door een "server", waarop een programma werkt als softwarematige router. U kunt ook een oude PC inzetten als softwarematige Linux / BSD / FreeSCO router.

Een hardware router

 

routerpoorten.gif

De Uplink is om een verbinding te maken
met een grotere switch met meer poorten.
De WAN-poort gaat naar het ADSL- of
kabel modem, als deze niet geïntegreerd is.

 

Routers hebben vaak meer dan 2 poorten. Dat komt omdat er een switch geïntegreerd is met 4 poorten voor het interne netwerk, waarop u de workstations via UTP kabels kunt aansluiten. Als u wilt, kunt u het aantal poorten uitbreiden met een hub of een switch. Deze poorten worden meestal LAN-poort genoemd.

De Uplink is om een verbinding te maken met een grotere switch met meer poorten.

De WAN-poort gaat naar het ADSL- of kabel modem, als deze niet geïntegreerd is.

De betekenis van de leds op de voorkant van de router zult u uit de handleiding van de router moeten halen.

Server met softwarerouter

Een software router is een computer waarop routing software draait. Bij deze methode richt u een oude PC in als softwarerouter. In de PC zitten twee netwerkkaarten. In de ene prikt u het (kabel)modem, in de andere een hub (verdeelstation), waaraan u via een UTP kabel de workstations prikt.

Bij het gebruik van een software router moet de computer met de routing software (bijvoorbeeld Windows ICS) aan staan als de rest van het netwerk gebruik wil maken van internet. Dit kost dus relatief veel energie. Het voordeel van een software router is dat u er met behulp van software leuke trucs mee kunt uithalen (snelheidslimieten instellen, een firewall naar eigen keuze gebruiken, etc). Een thuisnetwerk met software routing komt steeds minder voor.

Windows ICS dwingt het gebruik van de range 192.168.0.x af. De verbinding met het lokale netwerk op de computer met ICS krijgt automatisch 192.168.0.1 toegewezen door Windows. Voor de netwerkcomputers moet je daarom adressen van 192.168.0.2 tot en met 192.168.0.254 gebruiken.

De server kan uitgerust zijn met het besturingssysteem Windows of Linux:

• Met Windows

(vanaf een Pentium met minimaal 16 MB ram).

• Met Linux

Onder Linux kan ook de beginnende gebruiker vrij eenvoudig een stabiele server bouwen. Naast het genoemde voordeel van stabiliteit, zijn de systeemeisen bij een Linux-server vele malen lager: vanaf een 386 met 6 MB ram, harddisk niet vereist. Een ander voordeel is dat de benodigde programma's helemaal gratis zijn. U kunt een complete mini-Linux server (met router software) gebruiken die op één floppy past.

Hardware router

gigabit_dlink.jp

Een Gigabit router met meerderde antennes

 

Een router (uitspraak: Brits: roeter, Amerikaans: rauter) is een apparaat dat twee of meer verschillende computer­netwerken met elkaar verbindt, bijvoorbeeld internet en een bedrijfsnetwerk, en pakketten data van het ene naar het andere netwerk verzendt. In elk thuisnetwerk zit minimaal één router. Vaak is die gecombineerd met het modem. De belangrijkste taak van een router is het routeren, dat wil zeggen het door een netwerk loodsen van een netwerkbericht of datapakketje om het van de ene plek op de andere te krijgen. Routers gebruiken daarvoor het IP-adres van de bestemming dat in elk netwerkpakketje staat. Ze beslissen dan heel snel of dat IP-adres op het thuisnetwerk hoort. Zo niet, dan stuurt de router het pakketje het netwerk van de provider op.

De router doet echter nog meer. Een tweede belangrijke functie van een router is NAT (Network Address Translation). Met NAT kunt u meerdere computers aansluiten op Internet, terwijl u slechts 1 IP-adres naar de buitenwereld aktief heeft. Intern, dus op het lokale netwerk worden speciale ip adressen gebruikt. Welke ip adressen dat mogen zijn, is vastgesteld door 'the Internet Assigned Numbers Autority' (IANA). De router deelt interne IP adressen uit, waarmee de computers in uw thuisnetwerk uit elkaar gehouden worden. Deze IP adressen beginnen meestal met 192.168. Op het moment dat u vanaf een computer een website bezoekt, onthoudt de router welke computer die website heeft opgevraagd. Als het antwoord vanaf het internet komt (het weergeven van de website), wordt dat naar het unieke IP adres gestuurd dat u van uw provider heeft gekregen. Uw router stuurt deze informatie weer door naar de juiste pc in het thuisnetwerk.

IP in IP-adres staat voor Internet Protocol. Het is een techniek die gebruikt wordt om computers in een netwerk met elkaar te laten communiceren. De meest gebruikte toepassing is het internet.

Openbaar IP-adres en privé IP-adres

Verbindingen met het internet via een router (die meestal geïntegreerd is in een draadloze modem), beschikken over twee netwerkinterfaces:

Een openbaar IP-adres, dat legt de verbinding met het internet. Deze code wordt het IP-adres genoemd. Meestal is een IP-adres gekoppeld aan een bedrijf. Op die manier is gemakkelijk te achterhalen waar acties onder een bepaald IP-adres vandaan komen. Bij particulieren is het IP-adres waarmee u online gaat het IP-adres van uw internetprovider. Bij de meeste routers/modems is het mogelijk om het IP-adres op te roepen door in te loggen op het systeemmenu van de modem. In de meeste gevallen is dit menu te bereiken door in uw browser naar het adres http://192.168.0.1 of http://192.168.1.1 te gaan. Vervolgens kunt u door middel van uw gebruikersnaam en wachtwoord inloggen.

Uw openbaar IP-adres kunt u vinden via de volgende site(s):

WhatIsMyIP

WhatIsMy­IPAddress

Een privé IP-adres dat in het geval er meerdere computers verbonden zijn met de router/modem, die computers in het netwerk met elkaar verbindt. In een IP netwerk krijgt elke computer een unieke code toegewezen (vergelijk het met een telefoonnummer). Het IP-adres van deze computers is gewoonlijk van het type 192.168.0.* of 192.168.1.*, waarbij de router als gateway functioneert met adres 192.168.0.1 of 192.168.1.1. Via een computeropdracht (commando) kunt u het privé IP-adres dat door de router is toegekend, oproepen.

Uw privé IP-adres vindt u als volgt:

Windows Vista / Windows 7

Ga naar het Start-menu en vervolgens naar Uitvoeren. Voer de zoekopdracht CMD in en druk Enter. In het venster dat verschijnt, typt u ipconfig in en drukt u vervolgens op Enter.

In Windows 8

Ga naar de lijst met Apps en selecteer onder Windows Systeem de applicatie Opdrachtprompt. In het nieuwe venster typt u ipconfig. Druk op Enter om de opdracht te bevestigen.

In Linux

Open onder Hulpprogramma's het programma Terminal. Zodra Terminal zich heeft geopend, typt u een van de volgende commando's in, gevolgd door Enter:

Bent u ingelogd als root = Voer ifconfig in

Bent u ingelogd als gebruiker = Voer /sbin/ifconfig in

In Mac

Ga achtereenvolgens naar het Apple-menu > Systeemvoorkeuren en klik op Network.

 

IPv4 en IPv6

Er zijn twee soorten IP-adressen, IPv4 adressen en IPv6 adressen. IPv6 adressen zijn feitelijk de opvolgers van IPv4 adressen en zorgen ervoor dat er weer volop vrije IP-adressen zijn om te gebruiken. Dit in tegenstelling tot de voorraad IPv4 adressen die was aan het opraken. De opbouw van een IPv6 adres is anders dan een IPv4 adres, dat laatste bestaat uit 8 reeksen van 4 karakters.

The Internet Assigned Numbers Authority (IANA) has reserved the following three blocks of the IP address space for private internets: 10.0.0.0 - 10.255.­255.255 (10/8 prefix) 172.16.0.0 - 172.31.­255.255 (172.16/12 prefix) 192.168.0.0 - 192.168.255.­255 (192.168/16 prefix)
Bron: iana.org

Een router met NAT zal ervoor zorgen dat de buitenwereld niet het IP-adres van uw PC (in het bedrijfsnetwerk) te zien krijgt, maar van uw publieke IP-adres. Wat er feitelijk gebeurt, is het volgende: uw router heeft twee netwerkkaarten. Eén voor het WAN-segment (het deel dat verbonden is met het internet) en één voor het LAN-segment (het deel dat verbonden is met het interne netwerk). Als een PC vanuit het interne netwerk een website op het internet bezoekt, dan zal die website de bezoeker identificeren aan de hand van het publieke IP-adres (van het WAN-segment). Wat u niet ziet, is dat er een poortadres wordt meegestuurd. Want dat is wat NAT doet: het vertaalt het IP-adres van het interne LAN naar een poort op het IP-adres van het WAN. Op het internet zal uw PC op het LAN dan ook alleen bekend zijn als 123.123.123.123:23456, waarbij 123.123.123.123 uw publieke IP-adres is en 23456 het poortnummer.

De NAT-functie biedt u geen veiligheid. Een beetje hacker kan uw PC vrij eenvoudig vanaf het internet bereiken door uw IP-adres te sniffen (= nagaan over welke poort IP-pakketjes worden verstuurd) en op die manier - via het poortnummer waarachter uw PC hangt - proberen bij u binnen te dringen. Het blijft dus van belang om altijd een firewall aktief te houden.

Een Windows computer kan als router fungeren, ook een computer met een Unix of verwant besturingssysteem kan dat. Tegenwoordig worden meestal speciale apparaten gebruikt om als router te dienen. Grofweg zijn er drie soorten: de breedband-router voor thuisgebruik, de professionele router voor bedrijven en organisaties en de grote backbone-routers voor internetproviders.

Een andere belangrijke functie van de router is de firewall. De router zal standaard elk bericht dat van het internet komt beoordelen en het enkel doorlaten als het een antwoord is op een bericht van een computer op het thuisnetwerk. Alle andere berichten worden geblokkeerd. Zo beveiligt de firewall het thuisnetwerk tegen indringers. Samen zorgen deze functies voor een prima verbinding met internet. Maar ze maken het benaderen van bijvoorbeeld een NAS (Network Attached Storage) of een webcam binnen uw thuisnetwerk vanaf het internet een stuk lastiger.

Routers communiceren door middel van protocollen, zoals het Internet Protocol (IP). Daarnaast worden er protocollen gebruikt voor het routeren van pakketten door het netwerk. Soms krijgt u een snellere of stabielere netwerk­verbinding krijgt wanneer u bepaalde parameters van het TCP/IP-protocol aanpast. Daarvoor kunt u een gratis tool als TCP Optimizer gebruiken. Zorg dat u minimaal versie 4 downloadt, geschikt voor Windows 7 en hoger.

U start het programma het best als administrator: klik met de rechter muisknop op het gedownloade exe-bestand en kies Als administrator uitvoeren. In het uitklapmenu bij Network Adapter Selection selecteert u de netwerkadapter die u wilt optimaliseren en zorgt u dat de optie Current is aangestipt. Stel de schuifknop bij Connection Speed in op de maximaal beschikbare bandbreedte. Die kunt u eventueel uitvissen door een paar keer een 'speedtest' uit te voeren (klik hier op Test starten en zorg dat er intussen geen andere internet­programma's actief zijn).

Stel de schuifknop in op de (gemiddelde) downloadsnelheid (bijvoorbeeld 100+Mbps). Vervolgens selecteert u Optimal en bevestigt u met Apply changes. U krijgt nu een overzicht van alle (oude en nieuwe) parameters. Belangrijk evenwel is dat u een vinkje plaatst bij Backup en dat u daarna pas met OK bevestigt. Herstart uw pc. Blijken de wijzigingen (na een aantal gebruikssessies) toch geen verbetering op te leveren, dan kunt u altijd nog terug naar de initiële instellingen, via File / Restore backed up settings. U vindt het backupbestand (met de extensie .spg) terug in de map waarin ook TCPOptimizer.exe zich bevindt.

Wanneer uw pc (via het internet) met een andere computer communiceert, bijvoorbeeld als u een website bezoekt, dan gebeurt dat aan de hand van een aantal protocollen. Een protocol is een reeks afspraken om de communicatie zo vlot mogelijk te laten verlopen. De belangrijkste protocollen voor communicatie via een netwerk als het internet zijn TCP en IP. Die zijn zo verweven dat men het vaak in één adem over TCP/IP heeft. RWIN bijvoorbeeld is een van de parameters waarvan het protocol-duo TCP/IP zich bedient. Er zijn er nog andere, maar het vergt veel kennis om aan die parameters te sleutelen met het oog op een optimale verbinding. Windows heeft die in de meeste gevallen al optimaal ingesteld.

Breedbandrouter

Deze router, vaak geïntegreerd met een DSL-modem en/of wifi-toegangspunt is een kastje voor thuisgebruik om meerdere computers aan te sluiten op één breedband aansluiting. In de meeste gevallen verzorgt hij ook NAT ofwel Network Address Translation of het verwante port adress translation waarbij meerdere computers gebruikmaken van één publiek IP-adres en de computers in het thuisnetwerk een IP-adres hebben uit de zogenaamde privéreeks. Dat zijn adressen die alleen in een eigen netwerk gebruikt kunnen worden en niet uniek zijn. Een privé-IP-adres hoeft alleen binnen uw eigen LAN uniek te zijn omdat het door de router wordt vertaald in een publiek IP-adres.

Professionele router

Deze routers worden gebruikt bij bedrijven of andere organisaties. Ze kunnen ofwel een vergelijkbare functie vervullen als de breedband­router voor thuisgebruik, maar vaak worden achter een dergelijke router systemen aangesloten die een eigen publiek IP-adres hebben. Bij een dergelijke aansluiting krijgt u niet één publiek IP-adres toegewezen, maar een blok opeenvolgende adressen (een subnet) van unieke adressen. Achter een dergelijke router kunt u meerdere web-, mail- of andere internetservers aansluiten met elk een eigen IP-adres. Ook een combinatie van beide toepassingen is mogelijk: een apart segment met (eventueel) publieke IP-adressen voor servers die vanaf internet toegankelijk moeten zijn en een ander segment voor het bedrijfsnetwerk waar wel privé-IP-adressen worden gebruikt.

Backbone- of ISP-routers

De laatste hoofdgroep zijn de routers die gebruikt worden door de Internet Service Providers (ISP) in hun eigen netwerk. Deze routers moeten enorme hoeveelheden data kunnen verwerken, erg betrouwbaar zijn en lange tijd zonder enig toezicht kunnen werken. Binnen deze categorie zijn nog allerlei types te onderscheiden, maar ze onderscheiden zich van de voorgaande twee groepen in capaciteit, aantal poorten of interfaces en zijn meestal modulair opgebouwd: in een basisframe worden de modules geschoven die nodig zijn.

Aansluiten breedbandrouter

Als u weet wat voor aansluiting u hebt - kabel of ADSL -, kunt u gaan nadenken over hoe u de router gaat verbinden met de aansluiting van uw ISP. Onthoud hiervoor dat het belangrijk is te weten dat er een verschil is tussen een router en een modem. Een router is het centrale aansluitpunt van al uw apparaten die verbinding willen maken met het internet. Dat kan een vaste verbinding zijn door middel van een ethernetkabel of een draadloze verbinding via wifi. Een modem is een apparaat dat ervoor zorgt dat het signaal van uw ISP wordt ontvangen.

Hoe het modem in huis wordt aangesloten, heeft te maken met uw internet­abonnement. Een kabelmodem wordt via een coaxkabel aangesloten op de contactdoos in de wand, een DSL modem wordt via een telefoonstekker op de contactdoos aangesloten. Soms moet u tussen de contactdoos en het DSL modem nog een splitter aansluiten. Het ene signaal van de splitter gaat naar de vaste telefoon, het andere signaal naar het modem. In de meeste gevallen levert uw ISP een modem met ingebouwde router. In sommige oude situaties kan het zijn dat er alleen een kaal modem staat. Als u zelf een router wilt aanschaffen, dan sluit u die aan op het modem of de modemrouter van uw provider. U kunt ook zelf een nieuwe modemrouter-combinatie aanschaffen, maar het zelf aansluiten en configureren hiervan is ingewikkeld en daaron niet aan te raden. Voor een glasvezelaansluiting krijgt u van uw provider een aparte glasvezelmodem.

Hub / Switch

netwerkswitch

Netwerk switch

Hubs, switches, routers en toegangspunten worden allemaal gebruikt om computers via een netwerk met elkaar te verbinden, maar de mogelijkheden verschillen per apparaat.

Hubs stellen computers in een netwerk in staat met elkaar te communiceren. Elke computer wordt op de hub aangesloten via een Ethernet-kabel en de informatie die tussen computers wordt verzonden, loopt via de hub. Hubs kunnen niet bepalen waar de ontvangen informatie vandaan komt of waar deze heen moet, en verzenden die naar alle aangesloten computers, met inbegrip van de computer waarvan de informatie afkomstig is. Hubs kunnen informatie verzenden of ontvangen, maar niet allebei tegelijk. Daardoor zijn hubs langzamer dan switches.

Switches werken op dezelfde manier als hubs, maar kunnen wel bepalen waar de ontvangen informatie heen moet en verzenden die alleen naar de computers waarvoor de informatie bedoeld is. Switches kunnen informatie tegelijkertijd verzenden en ontvangen en zijn dus sneller dan hubs. Als uw thuisnetwerk vier of meer computers omvat, of als u het netwerk wilt gebruiken voor activiteiten waarbij een grote hoeveelheid informatie tussen de computers wordt uitgewisseld (zoals het spelen van netwerkspelletjes of het delen van muziekbestanden), is het verstandig een switch te gebruiken in plaats van een hub. Switches zijn iets duurder dan hubs.

Een hub en een switch voeren dezelfde taak uit op een verschillende manier. Een switch stuurt gegevens direct naar de juiste computer door, terwijl een hub gegevens stuurt naar alle computers in een netwerk. De computers beslissen dan zelf of de gegevens voor hen bestemd zijn of niet. Het snelheidsverschil tussen hub en switch is voor thuisnetwerken niet merkbaar bij het surfen op internet, maar wel bij het versturen van bestanden tussen netwerkcomputers.

Switches en hubs zijn voorzien van poorten om UTP kabels in te steken. U kunt zo netwerkcomputers met elkaar verbinden. Als u uw computers alleen maar met elkaar wilt verbinden, voldoen hubs en switches zonder meer. Als u al uw computers echter toegang tot internet wilt geven via een modem, moet u een router of een modem met ingebouwde router gebruiken. Routers zijn in het algemeen ook voorzien van ingebouwde beveiligingsvoorzieningen, zoals een firewall. Routers zijn duurder dan hubs en switches.

UTP staat voor Unshielded twisted-pair. UTP is de meest gebruikte kabelsoort. Tot 1 Gb/s kunt u in de meeste gevallen gebruik maken van Cat 5e of Cat6 UTP kabel. Beide kabels kunnen een snelheid van 1 Gb aan, echter de bandbreedte verschilt. Zie het als een 2 en een 4 baans snelweg. Op beide mag u 120 rijden maar op de 4 baans weg kunt u veel meer auto's tegelijk van A naar B laten rijden.

Geïntegreerd modem, router en switch

router_wlan.jpg

De router bevat een switch met vier LAN-aansluitingen (geel).
Het verschil tussen de LAN- (geel) en WAN-aansluitingen (blauw) is duidelijk weergegeven.

De modem, router en hub of switch kunnen 3 verschillende apparaten zijn, maar tegenwoordig gebruikt men geïntegreerde oplossingen. Een hardware router heeft bijvoorbeeld bijna altijd een ingebouwde switch. Dat is een schakelkastje waarop u vier of vijf apparaten met behulp van een ethernetkabel kunt aansluiten, zodat ze in uw netwerk worden opgenomen. Bij veel (iets oudere) routers is dat een fast ethernet switch: de data gaan via die switch met maximaal 100 Mbit/s over uw netwerk. Voor veel toepassingen is dat voldoende, maar stuurt u bijvoorbeeld geregeld grotere bestanden van het ene naar het andere apparaat, dan bent u beter af met een gigabit switch.

Vaak wordt met een internet­abonnement een router meegeleverd. De kwaliteit van deze apparatuur is wisselend. De Wan-verbinding van de router is de poort die verbonden is met het internet. De snelheid van deze poort is doorgaans ruim voldoende voor de snelheid van het internet­abonnement. De snelheid van de Lan-poorten is echter lang niet altijd voldoende. Voor Gigabit Ethernet is het belangrijk dat deze ingebouwde switch een Gigabit-switch is. Of dat bij uw router zo is, kunt u uitzoeken door op de website van de maker de specificaties van het apparaat op te zoeken. Vaak zal de router slechts 10/100-poorten bieden in plaats van ook Gigabit 1000 Mbps-aansluitingen. Voor het werken met Gigabit snelheid is de voorwaarde wel dat de aangesloten pc's, printers, externe schijf (NAS) zelf ook over een gigabit netwerkadapter beschikken.

Dit laatste kunt u als volgt op uw pc nagaan. Druk op Windows-toets+R en voer het commando devmgmt.msc uit. Open de rubriek Netwerkadapters en klik de netwerkadapter met de rechter muisknop aan. Kies Eigenschappen, open het tabblad Geavanceerd en selecteer (Link)snelheid & duplex. Open het uitklapmenu bij Waarde. Ziet u daar 1.0 Gbps full duplex staan, dan beschikt u inderdaad over een gigabit netwerkadapter (laat Automatisch onderhandelen geselecteerd). In dat geval koopt u het best een gigabit switch. Die verbindt u met een ethernetkabel met de switch van de router, waarna u de apparaten in de extra switch plugt. Die kunnen dan van een veel hogere snelheid profiteren.

PC als router

netwerkkaart

Zoek en bekijk de netwerk kaart

 

 

Als u een pc als router wilt instellen, moet die pc twee netwerkkaarten hebben. Eén voor de verbinding met de switch of hub en één voor de verbinding met het modem. Als u een USB modem hebt, gebruikt u natuurlijk de USB poort in plaats van een van de netwerkkaarten. Alle netwerkcomputers (de clients) moeten uitgerust zijn met één netwerkkaart. In de meeste gevallen herkent en installeert Windows direct de netwerkkaart bij het opstarten. Kijk bijStart > Control Panel > System > Apparaatbeheer > onder Network adapters na of de kaarten juist geïnstalleerd zijn.

Als de netwerkkaart voorzien is van lampjes dan moeten die gaan branden zodra er een netwerkkabel ingeplugd is. Mits er aan de andere kant van de kabel een werkend netwerkapparaat (pc, switch, router, etc) hangt.

let opDeze werkwijze - een internetverbinding delen via een hoofdcomputer die dan als router wordt gebruikt -, maakt een hardware router overbodig. Deze methode is echter minder interessant, omdat die bijna zeker voor problemen zal zorgen.

Router (bedraad en/of draadloos)

Een draadloze verbinding wordt via radiogolven tot stand gebracht. Radiogolven worden voor verschillende toepassingen gebruikt en al deze toepassingen hebben hun eigen frequenties. Draadloze routers zijn verkrijgbaar in verschillende snelheden. De specificaties voor draadloze netwerken zijn vastgelegd in de 802.11-standaarden. Dat nummer komt u vaak tegen bij draadloze apparatuur, meestal voorzien van de letters a, b, g, n of ac. Deze letters duiden verschillende standaarden aan. De snelste standaard is 802.11ac. Die 802.11ac gebruikt een combinatie van verschillende draadloze kanalen met meerdere antennes. Ook worden gelijktijdig verschillende kanalen in het 2,4 GHz- en 5 GHz-frequentiegebied gebruikt. Bovendien is de beschikbare bandbreedte per kanaal groter, zodat er meer gegevens per seconde kunnen worden uitgewisseld.

Een probleem met wireless internet is dat de 2,4 GHz-frequentieband, waar 801.11-b/g gebruik van maakt, steeds voller begint te raken, omdat andere huishoudelijke apparaten zoals magnetrons op dezelfde frequentie actief zijn. Dat geldt zeker wanneer al uw buren ook draadloze modems hebben. Het loont te kijken naar een router die gebruik kan maken van de 5GHz-band. Deze frequentie kent minder interferentie en is dus beter geschikt voor het streamen van media. Er is een nadeel: uw router en het ontvangende apparaat moeten dan wel via deze 5GHz-band verbinding kunnen maken. Dat kan inhouden dat u een speciale adapter moet aanschaffen voor elke pc en notebook die u draadloos wilt aansluiten, als die apparaten de 5GHz-band niet ondersteunen. Zie voor meer informatie deze pagina

Single en Dual Band

Als een router wordt aangeduid als dual-band betekent dit dat die zowel op 2,4 GHz als op 5 GHz kan communiceren. Een andere manier om te weten te komen op welke frequentie uw apparaat communiceert, is om te kijken naar de IEEE 802.11-standaard. Ondersteunt een apparaat de 802.11b- of 802.11g-standaard, dan is dat alleen geschikt voor de 2,4GHz-band. Een apparaat met de 802.11n-standaard is geschikt voor de beide banden. De nieuwste standaard 802.11ac maakt vooral gebruik van de 5GHz-band. Het is dus handig een router aan te schaffen die 802.11n en 802.11ac ondersteunt. Denk er wel aan als u een 802.11ac-router koopt die alleen de 5GHz-band ondersteunt, dan kan uw oude smartphone (of andere oude apparatuur) misschien geen verbinding maken met de router.

Bereik

Met elke update van de 802.11-standaard wordt ook het bereik van het draadloze signaal verbeterd. Met het oude 802.11b kon u binnenshuis een afstand van zo'n 20 meter bereiken, buitenshuis was dit maximaal 100 meter. De 802.11n-standaard ondersteunt tot 70 meter binnenshuis en zo'n 250 meter buitenshuis. Hierbij gaat het overigens wel om theoretische waarden, het bereik van een draadloos signaal is sterk afhankelijk van interferentie van andere apparaten en tussenkomst van wanden en objecten. Een glazen deur zorgt voor minder blokkade dan een stenen muur, een gewapend betonnen vloer zorgt voor nog minder bereik. Een router met externe antennes kan zorgen voor een beter bereik van het wifi-signaal.

De keuze voor dit moment is tussen 802.11n en 802.11ac, de nieuwe standaard. Deze nieuwe standaard is in januari 2014 officieel geratificeerd, ondersteunt gelijktijdig de 2,4GHz- en de 5GHz-band en heeft hetzelfde of zelfs beter bereik dan de vorige 802.11n standaard (geschikt voor 5GHz en 2.4GHz band). Belangrijk is dat de apparaten in het netwerk in elk geval een van deze standaarden ondersteunt.

Er is helaas een groot kwaliteitsverschil tussen de diverse in de handel verkrijgbare routers, sommigen veroorzaken onverklaarbare problemen. Koop dus liever niet een van de goedkopere draadloze routers en vraag altijd of die mag worden teruggebracht als hij niet naar wens functioneert. In plaats van een draadloze router kan overigens ook een draadloos HUB/access point worden gebruikt als uitbreiding op het bestaande netwerk.

Snelheid

De snelheden die fabrikanten van routers op hun verpakkingen zetten, moet u altijd met een korrel zout nemen. Het gaat hier altijd om theoretische doorvoer­snelheden in optimale omstandigheden. Een huis biedt nooit optimale omstandigheden vanwege allerlei muren, vloeren en andere apparaten. Toch kan een snelle router wel degelijk verschil maken. Een router met de specificatie 300 Mbps betekent dat de router 300 megabit (geen megabyte!) per seconde kan versturen. Bedenk ook dat sommige getallen een optelsom zijn van de twee banden. De claim van een 802.11ac-router met een snelheid van 1900 Mbps betekent dat het op de 2,4GHz-band maximaal 600 Mbps verstuurt en op de 5GHz-Band maximaal 1300 Mbps. Een zinloze marketingkreet dus. Kortom, de ondersteunde IEEE 802.11-standaard is van veel groter belang dan de snelheid waarmee de fabrikant adverteert.

Vaak ziet u bij LAN het woord Gigabit staan, dit betekent dat de doorvoersnelheid van de LAN-poorten 1000 Mbps bedraagt, oftewel 1000 megabit per seconde. Dat geldt alleen voor een bekabelde LAN-verbinding en heeft dus niets met uw draadloze verbinding te maken. Ook is het belangrijk om te weten dat uw internetverbinding hier niet sneller van wordt, het heeft alleen betrekking op de snelheid waarmee u bestanden kunt verplaatsen tussen computers onderling die op de router zijn aangesloten.

Verbinden via netwerkkabel

De computer via een netwerkkabel met de router verbinden, is vrij eenvoudig. Zonodig moet u eerst een netwerkkaart (met de bijbehorende drivers) installeren. De meeste routers (bedraad of draadloos) zijn voorzien van vier poorten waarop de computers, met gebruik van CAT-kabels, direct kunnen worden aangesloten. Die poorten bevinden zich meestal aan de achterkant van de router. Van de router loopt een kabel vanuit de poort DSL naar de ingang van de telefoonlijnsplitter met de aanduiding DSL.

Sluit de router aan op netstroom.
Nadat de router is aangesloten
kunt u van start gaan met het instellen van het netwerk.

 

 

 

 

let opHet is verstandig zo weinig mogelijk computers draadloos aan te sluiten, want elke computer die draadloos gaat, is een mogelijke probleemveroorzaker. Daarnaast kan het voorkomen dat draadloze computers elkaar storen. Ze maken gebruik van dezelfde draadloze bandbreedte, hetgeen ook nog eens resulteert in een tragere verbinding.

Ethernetmodem en (draadloze) router plaatsen

In de meeste gevallen zitten het draadloze AP (Access Point) en de router in hetzelfde apparaat. Voor de beste resultaten kunt u het beste het draadloze AP installeren op een plek zo dicht mogelijk bij het midden van uw huis. De draadloze AP zal ook een groter bereik hebben als u hem op een niet-afgesloten plank plaatst in plaats van op de vloer. Dit is vooral belangrijk als u een woning heeft met meerdere etages.

let opDe signaalontvangst van de draadloze zender is gevoelig voor storingen van DECT-telefoons, magnetrons, meterkast, gewapend betonnen vloeren, etc. Daarnaast kan de ontvangst op sommige locaties tegenvallen waardoor er een centralere plek voor de router in het huis gekozen moet worden. In het ergste geval moet bij een draadloze router dus een kabel worden getrokken.

Tweede router

Een extra draadloos accesspoint toevoegen, al dan niet in de vorm van een router, is één manier om apparaten in slecht bereikbare ruimtes in uw woning aan uw netwerk te koppelen. Een wifi repeater of range extender is een andere mogelijkheid. Zo'n apparaat vangt het draadloze signaal van uw draadloze router op en zendt dat vervolgens weer uit. Houd er wel rekening mee dat de snelheid hierdoor ongeveer gehalveerd wordt. Een HomePlug / Powerline-setje is een andere mogelijkheid. U stopt de ene adapter in een stopcontact en verbindt die via een ethernetkabel met uw draadloze router. De andere adapter(s) stopt u in een stopcontact op de plaats waar u op het netwerk wilt aansluiten. Dat kan opnieuw via een ethernetkabel, maar sommige adapters hebben een draadloos accesspoint ingebouwd, zodat u ook weer draadloos kunt verbinden. (zie ook deze pagina)

De meeste internetproviders leveren modem en (draadloze) router af in een en dezelfde behuizing. Dat apparaat staat echter vaak in de meterkast en daardoor is het draadloze bereik niet altijd overal optimaal. Daar bestaan verschillende oplossingen voor. Een ervan is dat u een extra accesspoint op een strategische locatie opstelt en via een ethernetkabel met uw netwerk verbindt.

In plaats van zo'n accesspoint kunt u ook een draadloze router inzetten. Dat kan als volgt. Geef die extra router een IP-adres binnen het bereik (subnet) van de modem/router van de provider. Heeft die laatste bijvoorbeeld het IP-adres 192.168.1.1, dan kunt u uw eigen router 192.168.1.2 geven (vergelijk ook deze paragraaf en deze). Zorg er ook voor dat beide draadloze routers op een ander draadloos kanaal opereren, bij voorkeur met een verschil van minimaal vijf kanaalnummers. Gebruikt de eerste router bijvoorbeeld kanaal 6, dan kunt u voor het tweede exemplaar kanaal 1 of 11 instellen. Geef beide routers dezelfde draadloze netwerknaam (SSID) mee. Zorg er ook voor dat de Dynamic Host Configuration Protocol- of DHCP-service op uw eigen router is uitgeschakeld. Immers, binnen een netwerk mag er maar één DHCP-service actief zijn en dat is al het geval op de modem/router. Bij sommige routers regelt u dit in één keer door hem in zogenoemde brug- of bridge-modus te zetten. Raadpleeg hiervoor de handleiding bij de router. Tot slot verbindt u een LAN-poort van uw eigen router via een ethernetkabel met uw netwerk.

Gastnetwerk

U heeft de toegang tot uw draadloze netwerk afgeschermd door een stevig wachtwoord. Krijgt u geregeld kennissen over de vloer, dan is het vervelend om telkens uw eigen wachtwoord te moeten geven. Veel moderne routers hebben echter de functie gasttoegang. Die zorgt voor een afzonderlijke wifi-verbinding voor gasten, zodat u niet bang hoeft te zijn dat ze bij de gegevens op uw eigen netwerk komen. Schakel het gastnetwerk op uw router in, kies een makkelijk te onthouden SSID (voor zo ver instelbaar) en een niet voor de hand liggend, maar toch duidelijk wachtwoord. Dat dienen uw gasten dan gewoonlijk in te vullen in een browservenster zodra ze met het gastnetwerk zijn verbonden.

Netwerkadapter controleren

Ga na of uw Gigabyte netwerkkaarten wel goed zijn geconfigureerd, zodat ze bijvoorbeeld niet op 100 Mbit/s blijven steken. Dat kunt u controleren door het netwerkpictogram in het Windows-systeemvak met de rechter muisknop aan te klikken en Netwerkcentrum openen te kiezen. Vervolgens klikt u op Adapterinstellingen wijzigen, waarna u de betreffende netwerkverbinding met de rechter muisknop aanklikt en Status selecteert. Hier leest u dan de actuele snelheid af. Is dat niet 1,0 Gbps, druk dan op Windows-toets+R en voer het commando devmgmt.msc uit. U komt nu in Apparaatbeheer, waar u de rubriek Netwerkadapters opent. Klik de netwerkadapter met de rechter muisknop aan en kies Eigenschappen. Open het tabblad Geavanceerd en selecteer Snelheid & duplex, stel daar de Waarde in op Automatisch onderhandelen (en niet langer op 100 Mbps Full duplex).

Kabels

Netwerkkabels zijn in vele verschillende soorten te koop, dus zonder de juiste informatie is de kans groot dat je niet de juiste kabel aanschaft. Netwerkkabels worden onderverdeeld in verschillende snelheidscategorieën die aangeduid worden door Cat met een getal erachter. U zult in winkels Cat 5e, Cat 6, Cat 6a en Cat 7 tegenkomen. Al die categorieën zijn geschikt voor de gigabitsnelheid die momenteel het meest gebruikt wordt. Wilt u niet teveel geld uitgeven, dan kiest u het beste voor Cat5e-kabels. Het voordeel is dat de kabels relatief dun en soepel zijn waardoor ze eenvoudig door een buis zijn te trekken. Het nadeel is dat een snelheid van 1 Gbit/s gelijk het maximale is. Voor een toekomstige hogere snelheid heeft u een betere kabel nodig. Geen Cat6 kabel. Die kabel is net als Cat 5e gecertificeerd tot een snelheid van 1 gigabit en hebben als nadeel dat ze dikker en duurder zijn. Wilt u wel voorbereid zijn op de toekomst, dan heeft u Cat 6a (10GBASE-T) of Cat 7 nodig, die beide geschikt zijn voor snelheden tot 10 Gbit/s. Cat 6a is goedkoper en een goede keuze voor thuis. Verder heeft u bij ethernetkabels nog de keuze tussen kabels met aders die uit één enkele koperdraad bestaan (vaste kern; solid) en modellen met aders die uit diverse dunne draadjes zijn samengesteld (soepele kern; stranded). Gebruik kabels met vaste kern voor in de muren en die met een soepele kern voor flexibele locaties, zoals tussen uw pc en de wandcontactdoos.

letop.png Pas op, want de ene kabel is ondanks de aanduiding 5e of 6a toch de andere niet. Voor de beste prestaties zijn de aders in een netwerkkabel vervaardigd uit koper. Koper is echter betrekkelijk duur. Daarom zijn er ook kabels in de handel waarvan de aders gemaakt zijn van aluminium of ijzer omhuld met een dun laagje koper. Komt u de term CCA (Copper Clad Aluminium) of CCS (Copper Clad Steel) tegen, laat die kabel maar in de winkel liggen.

UTP netwerkkabel
netwerk-cable.jpg

 

 

 

Een gangbare techniek om netwerk verbindingen te maken is met behulp van een UTP kabel. UTP kabels komen in twee soorten, twisted en straight. UTP staat voor Unshielded Twisted Pair.

Verschil tussen een crossed of straight UTP kabel
straight.png

Straight UTP-kabel

 

 

 

 

Bij een straight UTP kabel zijn de pinnetjes van de twee stekkers 1 op 1 verbonden. Bij een crossover kabel worden 2 van de stekkerpinnetjes niet 1 op 1 verbonden. In de bijgaande afbeeldingen kunt u zien welke dat zijn.

cross.png

Crossover UTP kabel

 

 

 

UTP kabels zijn er in verschillende soorten. Voor 10/100 mbits netwerken wordt in de regel Cat5e of Cat6 UTP kabel gebruikt. Die maakt snelheden tot 100 mbits/s mogelijk. Voor een gigabit verbinding (1000 mbits/s) moet minimaal cat5e of cat6 of cat7 gebruikt worden. Cat5e en Cat6 zijn bij vrijwel elke computerwinkel verkrijgbaar.

De UTP crossover kabel van de router-pc naar de switch moet in de uplink poort van de switch zitten. De uplink poort staat vaak een stukje verwijderd van de normale poorten. De verbinding tussen de router computer en de hub of switch kan ook met een normale straight UTP kabel gemaakt worden als u een normale (niet uplink) poort op de switch of hub gebruikt.

Hardware routing
netwerkbekabeling_router

Bekabeling in een hardware router

De bekabeling in een netwerk met een modem / router is tegenwoordig het meest gebruikelijk en vrij eenvoudig, getuige de afbeelding hiernaast. U hoeft dan alleen de telefoonlijn en de netwerkcomputers in te pluggen. De kabel naar de router moet in de WAN (Wide Area Network) poort van de router zitten. Voor een aansluiting op de router/modem zijn CAT5e of Cat6-kabels nodig (geen crosskabels, die zijn alleen geschikt om twee PC's direct aan elkaar te koppelen, zonder tussenkomst van een router). Ook moet de PC voorzien zijn van een ethernetpoort (standaard aanwezig bij alle nieuwe PC's). Is die niet aanwezig, dan moet daarvoor nog een PCI-kaartje worden aangeschaft.

let opGebruik bij een Gigabit-router/modem (1.000 Mbit in plaats van 100 Mbit) liever CAT6-kabels om er zeker van te zijn dat de gewenste snelheid wordt behaald (met name bij het overbruggen van een grote afstand). De maximaal haalbare snelheid is overigens ook afhankelijk van de verwerkingssnelheid van de langzaamste harde schijf.

let opVoor de draadloze aansluiting van de PC zijn speciale USB-adapters of PCI-kaarten verkrijgbaar, en voor laptops speciale Cardbus-kaarten. Kies als het kan apparatuur van hetzelfde merk als de router. De verschillende merken zouden uitwisselbaar moeten zijn, maar toch....

Router instellen

** Zo vindt u het IP-adres ook: In Windows 8.1 opent u de commandoprompt door in het startscherm opdracht­prompt te tikken. In Windows 7 klikt u op de Startknop, tikt een deel van het woord opdracht­prompt en klikt u op de optie Opdracht­prompt in het zoekveld van het startmenu. In het opdracht­prompt venster tikt u vervolgens het commando ipconfig (gevolgd door een Enter). Het adres achter Standaard­gateway is het IP-adres van uw router. Zo achterhaalt u het eigen IP-adres, het subnet­masker, maar ook het IP-adres van de standaard­gateway (dat is het adres van de router). Het IP-adres van de NAS of IP-camera zit in hetzelfde netwerk als de pc en de router. U kunt ook een netwerk­scanner als Angry IP Scanner gebruiken. Op uw smartphone kunt u een app als Fing (ook voor Android) gebruiken om deze informatie te verkrijgen.

Voor een goed functionerend netwerk moet de router optimaal zijn ingesteld en dus heeft u toegang nodig tot het configuratiescherm van de router. Dat kan door in de adresbalk van de browser het IP-adres van de router in te tikken (bijvoorbeeld http://192.168.1.1. Dat adres vindt u als volgt: druk op Windows-toets+R en voer de opdracht cmd uit. In de opdrachtprompt tikt u ipconfig in (bevestig met de Enter-toets). U leest het adres dan af bij Default Gateway.Voordat u daadwerkelijk toegang krijgt tot het configuratiescherm van de router, moet u zich eerst aanmelden met een wachtwoord. Weet u dat niet meer, dan kunt u dat over het algemeen vinden in de handleiding van het apparaat. Met wat 'geluk' is nog het standaardwachtwoord actief en kunt u ernaar googelen met een zoekterm als default password. Het standaard wachtwoord is meestal admin. Het is niet zo veilig het standaard­wachtwoord te behouden. Zodra u succesvol bent aangemeld op de router, doet u er dus verstandig aan dat meteen aan te passen.

netwerk_ipconfig

Resultaat ipconfig commando

Het voorbeeld is van een draadloze verbinding, maar dat maakt verder niets uit. De computer moet een ip-adres hebben, een subnet mask en een standaard gateway adres. Merk op dat het standaard gateway adres het adres van de router is, de 'standaard toegangsweg' naar het andere netwerk, namelijk het internet. Als ipconfig een ip-adres oplevert dat met 169 begint, dan is er iets mis. Als Windows geen IP gegevens kan verkrijgen via het netwerk, dan wijst Windows zichzelf een 'nep' IP adres toe in de reeks 169.xxx.xxx.xxx. Controleer in dit geval of alles correct aangesloten is en of u kunt pingen.

Anders dan de apparaten in het thuisnetwerk, heeft een router niet één, maar twee IP-adressen. Het IP-adres aan de kant van het thuisnetwerk is het IP-adres van de router als standaardgateway. Daarnaast heeft de router nog een IP-adres aan de kant van het internet, vaak de WAN-poort geheten. Beide IP-adressen zijn te vinden in de configuratie van de router. Noteer de IP-adressen, later heeft u die allebei nodig.

letop.png In Windows Vista vindt u het IP-adres ook als volgt: klik op het icoontje Netwerk in het Netwerkcentrum zodat het netwerk wordt gescand. Klik met rechts op de getoonde router en kies voor Webpagina van apparaat weergeven. Kies in het snelmenu de optie Eigenschappen en selecteer - indien nodig - het tabblad Netwerkapparaat.
In Windows 7, 8, en 10 klikt u in het Netwerkcentrum op Volledig overzicht weergeven. Wanneer u met de muis op Gateway (= router) gaat staan, verschijnt het IP-adres.

Nu kan de internetverbinding tot stand worden gebracht. Er is immers een netwerkverbinding met de router aangemaakt, de router zelf moet echter eerst weer met het internet worden verbonden. In de meeste gevallen staat de internetverbinding (ook wel Gateway genoemd) al correct ingesteld (zoek naar een term als Obtain IP-address automatically / Dynamic IP-address). Bij kabelinternet moet soms ook het MAC-adres van de computer worden ingevoerd (ook aangegeven als Fysiek adres). Sla de nieuwe instellingen op en herstart de router. Lukt het niet contact te krijgen met internet, neem dan eventueel contact op met de helpdesk van de betreffende fabrikant om de juistheid van de router­instellingen te doorlopen.

Router-update

Ook routers zijn voorzien van software die in de hardware zit geprogrammeerd. U doet er goed aan af en toe te controleren of deze firmware nog wel up-to-date is, voor zover dat niet automatisch gebeurt. Want up-to-date firmware kan uw router meer functionaliteit geven en die stabieler en veiliger maken. Ook dat doet u vanuit de webinterface van de router. Raadpleeg hiervoor de handleiding. Belangrijk is wel dat u het updateproces op geen enkele manier onderbreekt om te vermijden dat de router onbruikbaar wordt. Het is aan te raden eerst even te googelen naar iets als firmware update problems om er achter te komen of de update geen ongewenste neveneffecten heeft.

Download indien mogelijk niet alleen de nieuwe firmware, maar ook de huidige versie en het installatieprogramma. De meeste leveranciers bieden het laatste ook ter download aan. Mocht de router na de upgrade de configuratie kwijt zijn, dan kunt u via het setup-programma een standaard installatie uitvoeren alsof de router helemaal nieuw is. Wanneer het upgraden tegenvalt of de nieuwe firmware onverhoopt problemen geeft met andere apparaten in het thuisnetwerk, dan kunt u proberen de oude firmware te installeren. Overigens is het niet altijd mogelijk een oudere versie van de firmware te installeren. Sommige apparaten accepteren alleen nieuwere versies. In dat geval kan het nodig zijn bij problemen toch contact op te nemen met de helpdesk van de leverancier.

Router met Gigabit snelheid

Hebt u al jaren een abonnement bij dezelfde provider? Goede kans dat u dan ook al jaren dezelfde router gebruikt. Niet nodig. Kijk eens op de site van de provider wat het huidige aanbod is. Mogelijk krijgt u zelfs een sneller abonnement en een nieuwe router voor minder geld. Bel eens met de provider en vraag of er een upgrade beschikbaar is. Zeker wanneer u bereid bent het abonnement met een jaartje te verlengen, is men daar veelal toe bereid. De kosten zijn gering en het levert veel snelheidswinst op, vooral wanneer de nieuwe router Gigabit-snelheid biedt.

Een Gigabit-alternatief

Ondersteunt uw router geen Gigabit Ethernet en valt er bij de provider ook niets te halen, dan is niet direct een nieuwe router nodig. Het belangrijkste bij een router is immers dat deze goed samenwerkt met de internetverbinding. Een goedkoop alternatief voor een nieuwe router is een Gigabit-switch. Door de switch op een Lan-poort van de router aan te sluiten en vervolgens alle Gigabit-apparaten op de switch, wordt voor de Gigabit-apparaten een snel netwerk gebouwd. Zolang de apparaten onderling gegevens uitwisselen, kunnen ze dat op Gigabit­snelheid doen. Pas wanneer ze iets met een site op het internet willen delen of daar willen weghalen, gebruiken ze de langzamere verbinding met de router. Het is zelfs mogelijk andere langzame apparaten op de switch in de router aan te sluiten. Zo worden die poorten toch benut en kunnen alle apparaten op hun eigen volle snelheid communiceren.

Beveiliging draadloze netwerk

Zorg ervoor dat de router met de laatste beveiligingsstandaard is uitgerust. Vooral een router die u standaard bij uw ISP-abonnement krijgt, kan soms vreselijk verouderd zijn. De eerste beveiligingsstandaard was WEP en staat voor Wired Equivalent Privacy. Deze vorm van beveiliging kan gemakkelijk gekraakt worden. De opvolger WPA (Wi-Fi Protected Access) is iets veiliger (maar ook alweer achterhaald) en werd opgevolgd door WPA2. Uw router moet deze laatste standaard ondersteunen om de garantie te bieden dat het uw draadloos netwerk goed kan beveiligen.

Het grootste geheim van versleuteling is niet de methode of het soort versleuteling. De beveiliging en versleuteling moet sterk genoeg zijn om iedereen die niet de sleutel heeft, de toegang te ontzeggen. Daarom is het enige echt belangrijke om goed te bewaren de wachtzin of encryptiesleutel. Gebruik geen namen van kinderen, echtgenotes, huisdieren, geboortedata of andere herkenbare informatie. Kies vooral lange wachtzinnen van minimaal twaalf tekens en gebruik hoofdletters, cijfers en speciale leestekens zoals ! ? @ &.

Wachtwoorden beheren

Voor de onderstaande voorbeelden is een Linksys WRT54G router gebruikt. Voor andere type routers is de configuratie vrijwel gelijk, alleen de configuratiepagina van elke router is anders. Eerst beveiligt u de router tegen ongewenst gebruik. Vanuit de fabriek staat namelijk een standaard wachtwoord ingesteld op uw router. Dit wachtwoord heeft u nodig wanneer u instellingen van de router gaat wijzigen op de configuratie pagina.

Start uw browser en typ het volgende adres in : http://192.168.0.1 . Er verschijnt nu een scherm waar u meestal uw gebruikersnaam en wachtwoord moet invoeren. Deze gegevens staan in de installatiehandleiding van uw router. Wanneer u bent ingelogd, klikt u rechtsboven op Management. Er verschijnt een nieuwe pagina waar links het onderdeel local access router te vinden is. In dit tekstvak kunt u een eigen wachtwoord invullen. Wanneer u dit heeft gedaan, klikt u onderaan op Save settings.

Het is ook handig de inlog­gegevens van de router/modem op te schrijven en dat onder op het betreffende apparaat te plakken.

Wanneer u voortaan inlogt op de configuratiepagina van de router, moet u altijd dat wachtwoord gebruiken. Het is bij de meeste routers niet mogelijk om de gebruikersnaam te wijzigen. Op de configuratie­pagina kunt u nog meer zaken instellen. Wees echter voorzichtig. Het open zetten van bijvoorbeeld een verkeerde poort kan vervelende gevolgen hebben. Ook vindt u op de configuratie­pagina de DHCP instellingen. Als u nog een andere pc aansluit op uw router en u start die op, dan krijgt die pc automatisch een IP-adres van de router. Dit noemt men Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP). U kunt dit uitschakelen. Maar dan stelt u automatisch de optie Statische IP adressen in. Bij Statische IP adressen moet u elke PC een eigen IP-adres geven voordat die op het netwerk kan. Vaste IP-adressen hebben als grootste voordeel dat gedeelde mappen (en printers) makkelijker te vinden zijn, ook na een reset van de router na een stroomstoring.

Lukt het niet de installatie­software van de ADSL-router/modem te vinden, dan is de kans groot dat het apparaat wordt geblokkeerd door een firewall. Schakel die daarom tijdelijk uit. Bij kabelinternet moet soms het MAC-adres van de betreffende computer in de router worden opgenomen, zodat de provider 'weet' dat het nog steeds dezelfde computer is die online gaat.

Als het eerste netwerkapparaat is geconfigureerd, wordt het tijd de gegevens van het netwerk en alle apparaten goed bij te houden. Welk wachtwoord zit op welk apparaat en wat is het IP-adres van dat apparaat? Een goed programma om dat bij te houden is KeePass.

Tip bij stroomstoring

Is er een stroomstoring geweest, dan moet het ADSL-router/modem veelal opnieuw worden gestart (met het aan/uit knopje of de stekker even uit het stopcontact halen).

Aansluitingen

router_usb.jpg

Gebruik de usb-poort om een printer of harde schijf aan te sluiten.

 

 

 

Naast alle specificaties is het ook belangrijk om te letten op eventuele extra aansluitingen. Een eenvoudige router heeft waarschijnlijk alleen een paar LAN-poorten, maar sommige duurdere routers bieden ook één of meer usb-aansluitingen. Dit is handig als u bijvoorbeeld een externe schijf op uw router wilt aansluiten. Zo'n schijf wordt op die manier een eenvoudige netwerkschijf die u bijvoorbeeld kunt gebruiken om uw fotoverzameling toegankelijk te maken voor alle computers die met de router zijn verbonden.

De usb-poort kan ook dienst doen als toegang voor een printer, maar kijk altijd even na of uw printer als netwerkprinter ingezet kan worden. Ga ook na waar de usb-poort op de router voor bedoeld is, sommige routers kunnen de poort alleen gebruiken om bepaalde instellingen van een usb-stick te lezen.

Geavanceerde router instellingen

router_apple.jpg

De Apple ME918Z/A (AirPort Extreme Base Station)

Voor de veeleisende gebruiker is het aan te raden de specificaties van de router eens goed te bekijken. Maakt u bijvoorbeeld vaak gebruik van een VPN-verbinding, ga dan na of de router de VPN-standaarden IPSec, PPTP en L2TP ondersteunt. Bij oudere routers is van belang is, of zij IPv6 ondersteunen. Elk apparaat dat zich op een netwerk wil aanmelden, heeft een IP-adres. De IP-adressen raken zo langzamerhand op en daarom moet er op termijn worden overgestapt van IPv4- naar IPv6-adressen. Alle nieuwe apparaten bieden automatisch ondersteuning voor deze standaard. Als gebruiker merkt u hier niets van, maar de router moet wel weten dat uw nieuwe apparaat zich als IPv6-apparaat wil aanmelden.

Ondersteunt de router geen IPv6, dan zal het uw apparaat in de toekomst niet op het netwerk kunnen aanmelden. Die omschakeling kan nog een paar jaar duren, maar het gaat een keer komen. Wilt u zelf een ftp-server draaien, let er dan bovendien op dat uw router de ftp standaard ondersteunt. Er bestaan ook 3G-routers, die maken verbinding met internet door middel van een dataverbinding met een mobiele provider. U stopt een simkaart in de router en maakt draadloos of via een kabel verbinding met de router. Handig als u geen internetaansluiting op uw vaste adres hebt of als u de router mee wilt nemen op reis.

Sommige routers hebben een functie als Advanced QoS. Daarmee herkent de router automatisch of u een film aan het streamen bent en geeft dit prioriteit boven andere zaken. Een andere functie zorgt ervoor dat uw wifi-apparaten een betere toegang hebben tot de router. Met extra meegeleverde software kunt u de router configureren en beperkingen instellen voor bepaalde gebruikers. Deze router biedt ook ondersteuning voor de Apple-standaard AirPrint, zodat u vanaf een Mac de netwerkprinter kunt aanspreken.

Heeft u vrijwel alleen Apple-producten, dan kunt u kiezen voor de AirPort Extreme. Die is eenvoudig in te stellen vanuit OS X of via de app AirPort voor uw iPhone of iPad. De nieuwste generatie ondersteunt naast 802.11ac ook de oudere standaarden 802.11b, 802.11g en 802.11n, dus alle apparaten kunnen moeiteloos met de router communiceren. De router biedt gigabit-ethernet en werkt op zowel de 2,4GHz- als de 5GHz-band.

Een ander voordeel is dat deze router alle Apple-standaarden ondersteunt en u dus minder kans hebt op problemen. Een pc, smartphone of tablet van een ander merk kunt u prima met de AirPort Extreme verbinden. Omdat deze router gebruiksgemak vooropstelt, vindt u hier niet zoveel instel mogelijkheden als bij bijvoorbeeld de Netgear-router.

letop.pngDe AirPort Extreme beschikt slechts over 3 bedrade LAN aansluitingen

Router terug zetten naar fabrieksinstellingen

router_1.png

Door de resetknop ingedrukt te houden volgens de 30/30/30-methode weet u zeker dat de router gereset wordt.

Normaal gesproken hoeft u een router nooit te resetten, maar als u het wachtwoord voor de webinterface vergeten bent of er een probleem is na een firmware-upgrade kan het toch noodzakelijk zijn. Zie daarvoor de handleiding of de website van de routerfabrikant. Een echt grondige reset die op alle routers werkt, is de 30/30/30-methode. Die bestaat uit drie stappen van dertig seconden waarbij de resetknop de hele tijd ingedrukt blijft. De resetknop van uw router vindt u doorgaans op de achterkant verzonken in een gaatje dat u met bijvoorbeeld een balpen of verbogen paperclip kunt indrukken.

1: Zorg dat de router ingeschakeld is en houdt de resetknop dertig seconden ingedrukt.
2: Terwijl u de resetknop ingedrukt houdt, trekt u de spannings­adapter uit de router en houdt u de resetknop nog eens dertig seconden ingedrukt.
3: Houd de resetknop ingedrukt en sluit de spannings­adapter weer aan. Na dertig seconden kunt u de resetknop loslaten en zou de router weer moeten werken. Bij sommige routers moet u na deze stap de spanning nogmaals heel even onderbreken voordat de router echt opstart.

Poorten van de router open zetten

Is het wenselijk poorten voor bepaalde software-toepassingen open te zetten? Bezoek ook eens de website portforward.com, hier worden de poortinstellingen voor de meeste routers besproken. Worden opengezette poorten niet meer gebruikt, sluit ze dan weer.

Controle van de (draadloze) verbinding

Als het goed is, heeft u met succes een fysiek netwerk aangelegd. Dat wil echter nog niet zeggen dat u gelijk een gedeelde internet­verbinding hebt. Hiervoor moet u soms nog de router configureren. Om te zien of de netwerk­onderdelen goed verbonden zijn en met elkaar kunnen 'praten' kunt u een aantal tests doen.

Pingen
netwerkping_router

Resultaat pin commando

Pingen is een netwerk­commando dat gebruikt wordt om te zien of een computer of netwerk­apparaat aan staat en verbindingen aan kan gaan. Pingen is even 'hallo' roepen tegen een andere computer of router en wachten of er antwoord komt. Om de verbinding van een netwerk­computer met de router te testen gaat u weer naar de command prompt en typt u ping xxx.xxx.xxx.xxx. Op de xxx-jes komt het ip adres van de router, ofwel het default gateway adres dat u kreeg toen u ipconfig intypte. Als het goed is krijgt u antwoord, bij een fout krijgt u (bijvoorbeeld) een timeout.

Als u met ipconfig de juiste ip gegevens krijgt en u kunt de router 'pingen', dan is de kans aanzienlijk dat u meteen toegang tot internet hebt. Zo niet, dan moet u mogelijk de handleiding van de (hardware) router raadplegen om te zien of er nog wat ingesteld moet worden. Het is trouwens altijd raadzaam om de handleiding te lezen, omdat een router vaak niet in één keer goed beveiligd is. Controleer bijvoorbeeld of de firewall in de router aan staat en stel een wachtwoord in.

Gebruikt u een software router dan moet de routing software nog ingesteld worden. Hierover is een artikel te vinden op de site tekstenuitleg.net. In dit artikel staat, hoe u een internet­verbinding deelt met Windows Internet Connection Sharing, de ingebouwde routing software van Windows.

Een handige aanvulling op het Spartaanse ping-commando is look@lan. Dit programma spoort alle apparaten met een ip-adres in uw netwerk op - zoals router en netwerkschijf - binnen het ip-bereik van het apparaat waarop het programma draait. Dat bereik kunt u zelf aanpassen. In het overzicht leest u meteen of het al dan niet om een Windows-apparaat gaat, wat de host- en netbiosnaam is, of de snmp-service geactiveerd is (simple network management protocol), enz. Via een rechter muisklik kunt u ook "trapping" inschakelen voor een bepaald apparaat. Dan wordt het zelfs mogelijk u automatisch een mail te laten sturen, zodra een apparaat online of offline gaat (de smtp-server stelt u in bij Setting > Trapping configuration).

Routetabel (routing table)

Zoals eerder is gezegd, wordt elk netwerk geïdentificeerd door een IP-adres. De router heeft een tabel (de route-tabel) met in elk geval de IP-adressen van de aangrenzende netwerken. Elk IP-adres van een netwerk is gebonden aan één van de poorten van de router.

Elke poort heeft ook een IP-adres. De poort die verbonden wordt met het Internet (de WAN-poort) krijgt zijn IP-adres meestal van de Internet Provider. Dit is een z.g. public address. Een IP-adres dat op het Internet gebruikt kan worden. De poort naar het LAN heeft een z.g. private address. Een IP-adres dat NIET op het Internet gebruikt kan en mag worden. (Dit is een belangrijk beveiligingsaspect. Hierdoor heeft het Interne netwerk (LAN) private addresses, waardoor de interne PC's niet zomaar vanaf het Internet benaderbaar zijn. Zie NAT.)

Resultaat is dus een tabel met maar twee netwerk-adressen. Om te zorgen dat andere netwerken ook bereikbaar zijn heeft elke PC en elke router ook een Default Gateway. Dit is het adres naar een naburige router, waar pakketjes naar toegestuurd moeten worden als het een onbekend netwerk betreft. Voor de PC's in het interne netwerk wordt de Default Gateway dus de router in het eigen netwerk. Die moet de pakketje voor onbekende netwerken weer doorsturen naar de router van de Internet provider. Dus de Default Gateway voor de eigen router is het adres van de router van de Internet Provider.

De routetabel van de router voor een eenvoudig netwerkje heeft dus 3 regels. B.v.:

Net­werk­adres Sub­net­mask In­ter­face (poort) uit­leg
214. 16. 35. 0 255. 255. 255. 0 214. 16. 35. 58 De WAN verbin­ding. Blijk­baar heeft de router op zijn WAN poort het IP adres 214. 16. 35. 58 van de Inter­;net Provi­der gekre­gen
172. 16. 0. 0 255. 255. 0. 0 172. 16. 10. 1

De LAN verbin­ding. De inter­ne pri­vate adres van de rou­ter is dus 172. 16. 10. 1

Dit adres haalt u mees­tal uit de docu­men­tatie van de rou­ter en heeft u nodig om de rou­ter te confi­gure­ren.

0. 0. 0. 0 0. 0. 0. 0 214. 16. 35. 1 De De­fault Gate­way. Deze info komt ook van de Inter­net Provi­der. De rou­ter van de Inter­net Provi­der heeft dus adres 214. 16. 35. 1

Meer info over routers vindt u in Pricewatch