prev-horizontal.png

Page file

De computer bevat twee soorten geheugen: RAM (Random Access Memory) en virtueel geheugen. Alle programma's en gegevens moeten in het RAM geheugen geladen worden voor Windows er mee kan werken. Als de computer over onvoldoende RAM beschikt om een programma of bewerking uit te voeren, worden in Windows gegevens die normaal gesproken in het RAM geheugen worden opgeslagen, overgebracht naar een tijdelijk bestand op de harde schijf (pagefile). De ruimte die op de vaste schijf wordt gebruikt als RAM-geheugen, wordt ook wel virtueel geheugen genoemd. Het virtuele geheugen is echter niet hetzelfde als de pagefile. Met virtueel geheugen wordt de hoeveelheid geheugen bedoeld die Windows en programma's gebruiken. Het bestaat uit het gebruikte RAM en het gebruikte deel van de pagefile. Dat kan dus meer zijn dan de werkelijk aanwezige hoeveelheid fysiek geheugen. Het totaal beschikbare virtuele geheugen bestaat uit de hoeveelheid RAM aangevuld met de hoeveelheid aan de pagefile toegewezen schijfruimte.

De pagefile wordt ten onrechte ook wel het wisselbestand ('swap file') genoemd. In een wisselbestand werden complete processen ondergebracht als er RAM vrijgemaakt moet worden voor andere toepassingen. Sinds de introductie van Windows95 is dat niet meer nodig. Sindsdien worden slechts delen van een proces (zogeheten 'pages' of geheugenpagina's) naar het schijfgeheugen verplaatst. Dit proces wordt 'paging' genoemd, in tegenstelling tot 'swapping' waarvan bij het wisselgeheugen sprake was. Een verschil met 'swapping' is dat 'paging' preventief kan gebeuren, zelfs al bij het starten van het besturings­systeem of een toepassing. De pagefile is dus een soort overloopgebied voor het geheugen. Door geheugen­pagina's bij voorbaat al in de pagefile te plaatsen houdt Windows het gebruikte RAM zo klein mogelijk. Op die manier blijft er een maximale hoeveelheid ongebruikt RAM over om zaken in op te slaan, waarvan aangenomen wordt dat ze binnenkort nodig zijn. Deze standby gegevens in het RAM vormen de systeemcache.

Het virtuele interne geheugen (de pagefile op de harde schijf) wordt gesplitst in kleine "pages" die door het operating system beheerd worden. Het operating system zorgt ervoor dat veel gebruikte "pages" in het fysieke geheugen blijven en andere naar de pagefile op de harde schijf geschreven worden. Wanneer een applicatie een "page" nodig heeft die in de pagefile staat, wordt er een page fault gegenereerd en wordt de applicatie geblokkeerd totdat de gevraagde "page" vanuit de pagefile in het interne geheugen geladen is. Het schrijven van pages van en naar de harde schijf gaat langzaam. Want een harde schijf is duizend keer langzamer dan het interne geheugen. Wanneer de computer over onvoldoende geheugen beschikt voor alle acties die worden uitgevoerd, bestaat de kans dat Windows en programma's vastlopen. In Windows wordt u op de hoogte gesteld wanneer de computer over onvoldoende geheugen beschikt om te voorkomen dat gegevens verloren gaan. Tekenen van onvoldoende geheugen zijn slechte prestaties, meldingen over weinig of onvoldoende geheugen en weergaveproblemen.

Het ideale wisselbestand

Veel gebruikers van computers zijn huiverig voor het maken van wijzigingen in de pagefile en het virtueel geheugen en hebben geen idee wat te doen als Microsoft Windows (weer) met de melding komt dat er onvoldoende virtueel geheugen beschikbaar is.

Het heeft voor een 32-bits besturingssysteem weinig zin om meer dan 4G RAM te installeren. Blijft de vraag: met hoeveel RAM is uw systeem het meest gebaat? Moet u kost wat kost tot de hoogst mogelijke hoeveelheid RAM gaan – een duur grapje op een 64-bits systeem – of kunt u met wat minder volstaan? Om daar een zinvol antwoord op te geven, is enig inzicht nodig in de manier waarop Windows omgaat met geheugen. Kijk daarvoor in Windows taakbeheer, op het tabblad Prestaties, onder het kopje Geheugen. Daar vindt u twee waarden. Eén waarde geeft de totale hoeveelheid beschikbaar geheugen aan. Dat is bijvoorbeeld 5886 MB, terwijl het fysieke geheugen (RAM, dus) bijvoorbeeld niet hoger komt dan slechts de helft daarvan: 2943 MB. De verklaring ligt in het zogenoemde wisselbestand van Windows, een (niet zo’n juiste) vertaling van page file (of paging file).

Een vraag die nogal wat gebruikers bezighoudt is: wat is de optimale grootte van het wisselbestand? In tegenstelling tot wat u wel vaker op het web leest, is het antwoord niet eenduidig. Dat hangt mede af van hoe u het systeem gebruikt en welke toepassingen u geregeld draait. Een methode om de optimale – of minstens een geschikte – grootte voor uw wisselbestand vast te leggen is de volgende. Start alle toepassingen op die u wel vaker gebruikt en laat die draaien. Download de gratis tool Process Explorer, pak het zip-archief uit en start het programma op. Open het menu View en selecteer System Information, waarna u het tabblad Memory opent. U herkent hier een aantal begrippen, zoals physical memory, paging lists, zeroed, free en standby.

pagefile.png

 

Van belang is de rubriek Commit Charge, met de items Current, Limit en Peak. Merk op dat Current (in kB) overeenkomt met de grafiek System Commit (in MB). Dit getal duidt de hoeveelheid geheugen aan die momenteel in gebruik is. Limit wijst op de maximale hoeveelheid beschikbaar geheugen, zowel afkomstig uit het ram als uit het wisselbestand. In deze afbeelding geven de waarden bij Commit charge aan hoeveel intern geheugen het systeem gebruikt. Als Commit charge hoger is dan het beschikbare RAM geheugen, zal het systeem de pagefile gaan gebruiken en kan het systeem relatief langzaam worden.

Een belangrijke indicator is de Commit peak. Dat is de maximale hoeveelheid geheugen die het systeem gebruikt heeft, sinds de computer is gestart. Het is dus belangrijk dat de computer al enige tijd draait (en gebruikt is) voordat u de process explorer start. Dat is de enige manier om betrouwbare waarden te achtehalen.

Belangrijk is ook de piekwaarde: de maximale hoeveelheid geheugen die tijdens deze Windows-sessie werd aangesproken. Er valt wat voor te zeggen om uw wisselbestand(en) in te stellen op minstens deze piekwaarde, verminderd met de totale hoeveelheid geïnstalleerd RAM. Stel, u beschikt over 4 GB RAM en de piekwaarde ligt op 6 GB, dan is 2 GB (6-4) een zinvolle (minimum)waarde voor uw wisselbestand(en). Een nog groter wisselbestand kan evenwel geen kwaad, alleen verspilt u dan extra harde schijfruimte. Zit u behoorlijk krap qua schijfruimte en blijkt de piekwaarde nauwelijks of nooit de aanwezige hoeveelheid RAM te overstijgen, dan heeft u wellicht de neiging om helemaal géén wisselbestand te creëren. Dat is echter niet zo’n goed idee, al was het maar omdat Windows bij een systeemcrash dan geen geheugendump kan wegschrijven (naar het wisselbestand).

Nu u weet hoeveel geheugen (RAM en virtueel geheugen) uw computer nodig heeft, kunt u besluiten hoeveel geheugen u dient aan te schaffen of (als dit een heel prijzige oplossing zou worden) hoe groot de pagefile moet zijn. Om de instelling van het virtueel geheugen op uw computer te bekijken gaat u naar het Configuratiescherm. Daar kiest u voor Systeem en vervolgens voor Advanced configuration settings.

Wisselbestand aanpassen

Heeft u een geschikte waarde voor uw wisselbestand(en) bepaald, dan ziet u in het invoegvenster Wisselbestand hoe u die waarde moet aanpassen. Op het tabblad Geavanceerd drukt u op de knop Wijzigen. De kans is groot dat zowat alle opties hier ‘grijs’ staan. Dat komt omdat er een vinkje staat bij Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch beheren. Dat betekent zoveel als: laat Windows maar zelf beslissen over de wisselbestandsgrootte (voor elk station). Wanneer u dit vinkje verwijdert, kunt u zelf een en ander instellen. U hoeft slechts de optie Aangepaste grootte aan te stippen en een geschikte waarde (in MB) in te vullen bij Begingrootte en Maximale grootte. U kunt bijvoorbeeld bij Begingrootte in het genoemde voorbeeld 4000 invullen en bij Maximale grootte het dubbele daarvan. Of u vult bij beide dezelfde grootte in (6000 bijvoorbeeld). Zo voorkomt u dat het wisselbestand in omvang kan wijzigen en daardoor gefragmenteerd raakt. Als de schijf redelijk vol is, lukt het Windows niet meer informatie als één blok op te slaan. Het bestand wordt dan opgesplitst en op verschillende openstaande plekken opgeslagen. Het verspreid opslaan van stukken bestand heet fragmentatie. Het oproepen van gefragmenteerde bestanden verloopt trager dan normaal omdat de schijfkop zich door de verschillende delen van de schijf moet bewegen om het bestand weer compleet te maken. Bovendien hoeft Windows als u de begin- en maximale waarde gelijk zet, niet te rekenen hoe groot dat bestand moet zijn. Dat scheelt ook iets in het tempo van Windows. Het nadeel van tweemaal dezelfde waarde is dat het niet kan meegroeien met de behoefte van het moment.

Heeft u voor een ‘dynamisch’ wisselbestand gekozen, dan kunt u dat in werking zien met het tooltje Testlimit (zowel een 32-bits als een 64-bits versie). Start een paar keren na elkaar het commando testlimit –m op, telkens vanuit een nieuw opdracht­regelvenster, en houd intussen goed de rubriek Commit Charge in de gaten. U zult zien dat Windows de grootte van het wisselbestand (en dus ook de Limit) aanpast aan wat op dat moment nodig is. Het commando testlimit –m zorgt er bij elke ronde voor dat er 2 GB extra geheugen wordt toegewezen. Overigens volstaat het zo’n opdrachtregel­venster af te sluiten om het ingepalmde geheugen weer vrij te geven.

Het lijkt er dus wel op dat een (dynamisch of voldoende groot) wisselbestand de oplossing is voor een eventueel geheugen%shy;tekort. Tot op zekere hoogte is dat misschien wel zo, maar vergeet niet dat het wisselbestand op schijf is opgeslagen en dus een veel tragere toegangstijd heeft dan RAM. De geheugen­manager moet ook voortdurend in de weer zijn om geheugen­pagina’s tussen ram en wisselbestand over te hevelen. Krijgt u herhaaldelijk waarschuwingen over een geheugentekort, dan doet u er in bijna alle gevallen beter aan effectief fysiek geheugen bij te prikken.

Problemen wegens onvoldoende geheugen

Een computer heeft dus virtueel geheugen nodig om pieken in het gebruik van het geheugen op te vangen. Bij de installatie van Windows wordt er een pagefile (die de naam pagefile.sys heeft) aangemaakt die 1.5 keer zo groot is als de hoeveelheid intern geheugen (RAM) die in de computer aanwezig is. Pagefile.sys is een 'verborgen bestand' en wordt dus gebruikt om tijdelijk gegevens naartoe te schrijven als het RAM-geheugen volloopt. U kunt Pagefile.sys beter niet verwijderen, omdat dat nodig is voor het goed functioneren van het systeem. Laat dit bestand door Windows beheren. Verwijdert u het bestand toch, bedenk dan dat pagefile.sys pas verwijderd wordt als u opnieuw opstart. Houd er dan ook rekening mee dat de PC trager wordt.

Als u minder programma's tegelijkertijd uitvoert, kunt u problemen door onvoldoende geheugen en gegevensverlies voorkomen. Het is een goed idee om in de gaten houden welke programma's problemen wegens onvoldoende geheugen lijken te veroorzaken. Probeer die niet tegelijkertijd uit te voeren. Het is echter niet altijd handig of praktisch om een beperkt aantal programma's uit te voeren. Tekenen van onvoldoende geheugen kunnen erop wijzen dat de computer meer RAM-geheugen nodig heeft voor de programma's die u gebruikt. Zorg dus dat er voldoende fysiek intern geheugen in uw computer aanwezig is, anders wordt de computer traag.

Misverstanden rond Page file

Er bestaan wat misverstanden over het wijzigen van het virtueel geheugen. Hier volgen er enkele:

Geen wisselbestand?

De verleiding is misschien groot om helemaal geen wisselbestand te in te stellen als de Peak-waarde altijd onder de hoeveelheid RAM blijft. Maar af en toe heeft Windows (bijvoorbeeld voor crashdumps) of andere tools wel eens zo'n wisselbestand nodig. Het kan zinvol zijn het wisselbestand op een andere fysieke schijf te plaatsen als die sneller is dan de systeemschijf, maar niet op een andere partitie van dezelfde fysieke schijf.

 

Virtueel geheugen instellen

letop.png Gewoonlijk laat u het wisselbestand op de Windows-partitie zetten (C:, in de meeste gevallen). Alleen wanneer u een tweede fysieke schijf hebt aangesloten die minstens even snel is als de systeemschijf, kunt u overwegen het wisselbestand daar te plaatsen.

verborgenbestanden.jpg

 

 

Om het bestand Pagefile.sys in Vista te zien, moet u de volgende instellingen maken in windows in de Mapopties.

Het is raadzaam die optie weer uit te schakelen (u kiest dan Verborgen bestanden en mappen niet weergeven)

Geheugenlek

Als de computer (nog) steeds over onvoldoende geheugen beschikt wanneer u bepaalde programma's uitvoert, is er bij één of meer van deze programma's mogelijk sprake van een geheugenlek. Als u een geheugenlek wilt stoppen, moet u het programma sluiten. Wilt u dat geheugenlek repareren, controleer dan of er updates voor het programma beschikbaar zijn of neem contact op met de uitgever van de software. Misschien heeft u het programma niet echt nodig en kunt u het verwijderen of misschien zijn er andere, vergelijkbare programma's beschikbaar, die minder geheugen vragen.

letop.png U kunt ook controleren of er informatie over programma­fouten en het oplossen van problemen wordt weergegeven in Logboeken. Zoek een koppeling naar de online-Help en controleer of hierin informatie over het oplossen van problemen beschikbaar is.

Logboeken Windows 7, 8, 10
Logboeken Windows Vista

Bepalen hoeveel RAM er op de PC is geïnstalleerd

In Windows 7

Dit kunt u op meerdere manier nakijken. Hier volgen er twee.
1. Met het Diagnostisch hulpprogramma voor DirectX

- Klik op Start.
- Klik op Uitvoeren.
- Typ in dxdiag.
- Klik op OK.
Bij het tabblad Systeem staat het Geheugen in MB (1 GB is 1024 MB).

U kunt Uitvoeren ook starten door de toetsencombinatie Windows logo + R tegelijk in te toetsen.
In Windows 7 / Vista: Als er geen knop Uitvoeren staat kunt u die instellen. Klik in dat geval met de rechtermuisknop op de Taakbalk of Start en kies Eigenschappen. Ga naar het tabblad Menu start en klik op Aanpassen. Vink het vakje De opdracht Uitvoeren weergeven aan, klik op OK, op Toepassen en klik nogmaals op OK.

Als het de eerste keer is dat u dit hulpprogramma opent, zal het toestemming vragen om digitale handtekeningen te controleren. Klik hierop Ja.

2. Via het Configuratiescherm

- Klik op de knop Start.
- Klik met de rechter muisknop op Computer.
- Klik op Eigenschappen.
In dit venster staat: "Geïnstalleerd geheugen (RAM)".

letop.pngHier staat de RAM aangegeven in GB in plaats van MB (1 GB is 1024 MB).
U kunt dit venster ook openen door achtereenvolgens Start > Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem te selecteren.

In Windows Vista

- klik op Start.
- Klik op Configuratiescherm.
- Klik op Systeem en onderhoud.
- Klik op Systeem.
In het gedeelte Systeem onder Geheugen (RAM) staat hoeveel RAM-geheugen is geïnstalleerd.

Vergroten van het wisselbestand (virtueel geheugen)

Windows probeert automatisch het wisselbestand te vergroten wanneer de computer voor het eerst over onvoldoende geheugen beschikt, maar deze grootte kan ook handmatig gewijzigd worden in een maximumwaarde die afhangt van de geïnstalleerde hoeveelheid RAM. Hoewel u problemen wegens onvoldoende geheugen kunt voorkomen door het wisselbestand te vergroten, is het mogelijk dat programma's hierdoor trager worden uitgevoerd. Omdat gegevens in het RAM geheugen sneller worden gelezen dan vanaf een harde schijf (waar het wisselbestand is opgeslagen) worden programma's langzamer als hiervoor teveel virtueel geheugen beschikbaar is.

Bepalen hoeveel vrije ruimte er op de PC is

Om het virtueel geheugen uit te breiden moet u eerst weten of er genoeg vrije ruimte op de computer is om dit te doen.

In Windows 7 en Vista

- Open de Windows Verkenner
- Klik op Start.
- Klik op Computer.

Kies nu een methode:

Selecteer Computer: bij Hardeschijfstations rechts in het deelvenster staat de Lokale schijf (C:). Hier staat hoeveel GB beschikbaar is.
Klik met de rechter muisknop op de vaste schijf (doorgaans is dit (C:)) en klik op Eigenschappen. Bij het tabblad Algemeen staat hoeveel ruimte beschikbaar is.

letop.pngAls u een Windows toetsenbord hebt, kunt u de Verkenner ook openen door de toetsen­combinatie Windows logo + E tegelijk in te toetsen.

Taakbeheer gebruiken om de grootte van het wisselbestand te bepalen

In Taakbeheer wordt weergeven welke programma's, processen en services momenteel op de computer actief zijn. U kunt met Taakbeheer ontdekken welke programma's veel geheugen opslokken. Wanneer u Taakbeheer opent, kunt u aan de kolom Geheugen (privéwerkset) op het tabblad Processen zien hoeveel geheugen voor elk programma nodig is. Als u dat programma weinig gebruikt, kunt u dit uitschakelen, vervangen door een vergelijkbaar (eenvoudiger) programma dat met minder resources genoegen neemt, of zelfs verwijderen (als u het nooit gebruikt). Dit kan een wereld van verschil betekenen.

letop.pngProcessen uitschakelen is voor de gevorderde computer gebruiker. Sluit nooit zomaar een proces af, dat kan leiden tot een onstabiel systeem.

Het tabblad Prestaties van Taakbeheer kunt u gebruiken als richtlijn om te bepalen hoe groot u het wisselbestand instelt.

In Windows 10, 8, 7, Vista

- Klik op Ctrl+Shift+Esc. Nu opent Windows Taakbeheer.
- Open het tabblad Processen om aan de kolom Geheugen (privéwerkset)te zien hoeveel geheugen voor elk programma nodig is. Start eventueel eerst het programma waarvan u wilt weten hoeveel geheugen het gebruikt.
- Open het tabblad Prestaties als hulpmiddel om te bepalen hoe groot het wisselbestand ingesteld moet worden. Tussen Windows Vista en Windows 7, 8 is er een weergave verschil. Bij Vista staat op het tabblad Prestaties onder Systeem: Wisselbestand. Bij Windows 7, 8 heet dit: Toeg. (MB). Beide verwijzen naar de wisselbestand informatie. Het eerste getal toont de grootte van het huidige wisselbestand, het tweede getal toont de totale hoeveelheid beschikbare geheugen. Dat is dan de som van het fysiek geheugen en de maximale grootte van het wisselbestand. In Windows 7, 8 kunt via Broncontrole nog meer informatie over het geheugenverbruik verkrijgen. Windows Vista heeft een iets eenvoudiger versie van Broncontrole (bijvoorbeeld geen tabbladen).

letop.pngMet de toetsencombinatie Ctrl+Alt+Del kan Taakbeheer ook gestart worden. In het Windows venster kiest u dan de optie Taakbeheer starten.

letop.pngTaakbeheer kunt u ook openen door met de rechter muisknop op de taakbalk te klikken en vervolgens op Taakbeheer starten te klikken.

letop.pngDe onderstaande stappen, zowel bij Windows 10, 7, 8 als Vista, gaan ervan uit dat er één harde schijf is, meestal is dit de C:\ schijf waar ook Windows op is geïnstalleerd. Dit kan vertragend werken. Als u meerdere partities of schijven gebruikt, kan het een idee zijn het wisselbestand op een andere partitie of schijf te zetten dan de Windows-installatie. Dit levert over het algemeen betere prestaties op. Als u dit wilt doen, verzamel dan eerst informatie.

Virtuele geheugen inzien of wijzigen in Windows 10

In Windows 7, 8

letop.pngAls u het wisselbestand wilt vergroten omdat de standaardgrootte onvoldoende blijkt, volg dan de aanwijzingen op behalve de tekst in het rood. Als u de begingrootte en maximale grootte dezelfde waarde wilt geven om te voorkomen dat het wisselbestand in omvang wijzigt en hierdoor gefragmenteerd raakt, volgt u alle aanwijzingen op, dus ook de tekst die in het rood is afgedrukt.

Als u deze stappen doorloopt, voer het beschreven proces dan in z'n geheel uit en voer tussendoor niet eerst andere taken uit.

- Klik op Start.
- Klik met de rechter muisknop op Computer.
- Klik op Eigenschappen.
- Klik in het linker deelvenster op Geavanceerde systeem­instellingen.
- Selecteer het tabblad Geavanceerd.
- Klik op Instellingen onder Prestaties.
- Selecteer het tabblad Geavanceerd.
- Klik op Wijzigen onder Virtueel geheugen.
- Vink het vakje Wisselgrootte voor alle stations automatisch beheren uit.
- Klik onder Station [Volumenaam] op het station waarop het te wijzigen wisselbestand is opgeslagen (meestal is dit C:\) en klik op de optie Geen wisselbestand.
- Bevestig dit door op Instellen te klikken.
Nu volgt er een waarschuwing of u echt wilt doorgaan. Klik hierop Ja want de uitschakeling is tijdelijk.
- Sluit nu alle geopende dialoogvensters.
- Open de Windows Verkenner. Hebt u een Windows toetsenbord? Open dan de Windows Verkenner met de toetsencombinatie Windows logo + E.
- Defragmenteer nu de harde schijf waarop een virtueel geheugen aanwezig is: rechtsklik met de muis op de drive-letter (meestal C:\) en selecteer Eigenschappen.
- Op tabblad Extra klikt u op Nu defragmenteren. Het defragmentatie proces kan even duren.
- Wanneer het defragmenteren klaar is, sluit u de Windows Verkenner.
- Open opnieuw het dialoogvenster Virtueel geheugen op eerder genoemde wijze.
- Klik onder Station [Volumenaam] op het station waarop het te wijzigen wisselbestand is opgeslagen. Meestal is dit C:\ waar ook Windows op is geïnstalleerd.
- Klik op de optie Aangepaste grootte.
Afhankelijk van uw voorkeuren vult u bij de Begingrootte en Maximale grootte de gewenste grootte in (1 GB is 1024 MB). Bij (1) verhoogt u maximale grootte. Bij Windows 7 wordt de minimumgrootte van het wisselbestand ingesteld op de hoeveelheid RAM op de computer. De maximumgrootte wordt ingesteld op driemaal de hoeveelheid RAM op de computer. Verhoog de waarde voor de minimum- en maximumgrootte als er op deze aanbevolen niveaus waarschuwingen worden weergegeven. Bij (2) geeft u de begingrootte en maximale grootte dezelfde waarde. U kunt ook de aanbevolen richtlijn die Windows aangeeft als waarde overnemen (zie onderin het dialoogvenster). Vanaf 1 GB beschikbare RAM geheugen is het een vuistregel om 1,5 keer het RAM geheugen in te stellen bij normaal pc gebruik. Deze ruimte wordt misschien niet altijd gebruikt door Windows maar is wel altijd beschikbaar. Als u bijvoorbeeld veel grafisch zware spellen speelt is het misschien nodig meer wisselgeheugen in te stellen, bijvoorbeeld driemaal de hoeveelheid RAM op de computer.
- Klik op Instellen.
- Klik op OK. Als u de waarde voor de grootte verhoogt, hoeft de computer meestal niet opnieuw opgestart te worden. Als u de grootte verlaagt, moet de computer wel opnieuw opgestart worden. Als u de Begingrootte en Maximale grootte dezelfde waarde hebt gegeven, volgt er een melding dat het noodzakelijk is de computer te herstarten.
- Klik nogmaals op OK.
Wanneer u het Virtueel geheugen dialoogvenster verlaat, krijgt u de melding of u nu of later de computer opnieuw wilt opstarten. Sluit al de programma's en klik op Nu opnieuw opstarten.

letop.pngU kunt het venster Virtueel geheugen ook zo openen: Start > Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem > Geavanceerde systeeminstellingen.

letop.pngSchakel het wisselbestand niet uit of verwijder het niet omdat hierdoor de prestaties van de computer achteruit kunnen gaan.

In Windows Vista

letop.pngAls het wisselbestand wilt vergroten omdat de standaardgrootte onvoldoende blijkt, volgt u de aanwijzingen op behalve de tekst in het rood. Als u de begingrootte en maximale grootte dezelfde waarde wilt geven om te voorkomen dat het wisselbestand in omvang wijzigt en hierdoor gefragmenteerd raakt, volgt u al de aanwijzingen op, en dus ook de tekst die vet gedrukt is .

Als u deze stappen doorloopt voer het beschreven proces dan volledig uit en ga tussendoor niet eerst andere taken uitvoeren.

- Klik op Start.
- Klik op Configuratiescherm.
- Klik op Systeem en onderhoud.
- Klik op Systeem.
- Klik in het linkerdeelvenster op Geavanceerde systeeminstellingen.
- Klik op Instellingen onder Prestaties op het tabblad Geavanceerd.
- Klik op het tabblad Geavanceerd onder Virtueel geheugen op Wijzigen.
- Schakel het selectievakje Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch beheren uit.

- Klik onder Station [Volumenaam] op het station waarop het te wijzigen wisselbestand is opgeslagen (meestal is dit C:\) en klik op de optie Geen wisselbestand.
- Bevestig dit door op Instellen te klikken.
- Nu volgt er een waarschuwing of u echt wilt doorgaan. Klik hierop Ja want de uitschakeling is tijdelijk.
- Sluit nu alle geopende dialoogvensters.
- Nu is het tijd om te defragmenteren. Klik achtereen­volgens op Start > Alle Programma's > Bureau-accessoires > Systeemwerkset. Selecteer Schijfdefragmentatie. Klik op Volumes selecteren om eventueel partities uit te sluiten (deze optie is beschikbaar na installatie van SP1). Klik op Nu defragmenteren, standaard worden alle partities gedefragmenteerd.
- Wanneer het defragmenteren klaar is, sluit u het venster.
- Open opnieuw het dialoogvenster Virtueel geheugen op eerder genoemde wijze.

- Klik onder Station [Volumenaam] op het station waarop het te wijzigen wisselbestand is opgeslagen. Meestal is dit C:\ waar ook Windows op is geïnstalleerd.
- Klik op de optie Aangepaste grootte.
- Typ een nieuwe waarde in megabytes in het vak Begingrootte (MB) en Maximale grootte (MB) (1 GB is 1024 MB). Bij (1) verhoogt u maximale grootte. In Windows Vista wordt de minimumgrootte van het wisselbestand ingesteld op de hoeveelheid RAM op de computer plus 300 megabytes (MB). De maximumgrootte wordt ingesteld op driemaal de hoeveelheid RAM op de computer. Verhoog de waarde voor de minimum- en maximumgrootte als er op deze aanbevolen niveaus waarschuwingen worden weergegeven. Bij (2) geeft u de begingrootte en maximale grootte dezelfde waarde. U kunt ook de aanbevolen richtlijn die Windows aangeeft als waarde overnemen (zie onderin het dialoogvenster). Vanaf 1 GB beschikbare RAM geheugen is het een vuistregel om 1,5 keer het RAM geheugen in te stellen bij normaal pc gebruik. Deze ruimte wordt misschien niet altijd gebruikt door Windows maar is wel altijd beschikbaar. Als u bijvoorbeeld veel grafisch zware spellen speelt, is het misschien nodig meer wisselgeheugen in te stellen, bijvoorbeeld driemaal de hoeveelheid RAM op de computer.
- Klik op Instellen.
- Klik op OK. Als u de waarde voor de grootte verhoogt, hoeft de computer meestal niet opnieuw opgestart te worden. Als u de grootte verlaagt, moet de computer wel opnieuw opgestart worden.

letop.pngSchakel het wisselbestand niet uit of verwijder het niet omdat hierdoor de prestaties van de computer achteruit kunnen gaan.

Opmerkingen

- U kunt bovenstaande procedure alleen uitvoeren als u bent aangemeld als beheerder.
- Plaats niet meerdere wisselbestanden op verschillende partities op hetzelfde fysieke schijfstation.
- Schakel het wisselbestand niet ui,t want dan kunnen de prestaties van de computer achteruit gaan.

Instellingen om de grootte van het virtueel geheugen aan te passen kunt u vinden via Start > Instellingen > Systeem > Prestaties > Virtueel geheugen (Windows 95/98/ME), of via Start > Configuratiescherm > Prestaties en onderhoud > Systeem > Geavanceerd > Instellingen in de sectie Prestaties > tabblad Gevanceerd > de knop Wijzigen in de sectie Virtueel geheugen (Windows XP), of via Start > Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem > Geavanceerde systeeminstellingen > Bij het onderdeel Prestaties klikt u op Instellingen, vervolgens op het tabblad Geavanceerd en onder de rubriek Virtueel geheugen op de knop Wijzigen (Windows 7).

of via Start - Uitvoeren typt u in het uitvoervenster sysdm.cpl en klikt u vervolgens op OK. U gaat dan naar het tabblad Geavanceerd waar u onder Prestaties op de knop Instellingen klikt. Klik in het tabblad Geavanceerd op de knop Wijzigen in de sectie Virtueel geheugen en haal zo nodig het vinkje weg bij Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch beheren en kies Aangepaste grootte, waarna u de gewenste gegevens invoert. Tenslotte klikt u op Instellen en twee keer op OK.

 

virtualmemory.jpg

 

 

 

 

 

 

Om de instellingen van het virtueel geheugen te bekijken vindt u misschien de volgende procedure gemakkelijker: met rechter muisknop klikken op My Computer, Eigenschappen, dan naar de tab Geavanceerd, in het onderdeel Prestaties, klik de knop Instellingen, en dan weer Geavanceerd, vervolgens onderaan in het onderdeel Virtueel geheugen de knop Wijzigen om het virtueel geheugen aan te passen.

Prefetch folder leeg maken?

Om de snelheid waarmee toepassingen starten te verbeteren controleert Windows voortdurend bestanden die worden gebruikt wanneer de computer start en wanneer u toepassingen start. Windows maakt dan een index (in de %SystemRoot% \Prefetch folder) die segmenten bevat van vaak gebruikte programma's en de volgorde waarin die worden geladen. Dit "prefetching" proces verbetert de prestatie, omdat het besturings­systeem snel de benodigde programma­bestanden kan pakken. Als u de map Prefetch leeg maakt, dwingt u Windows om toepassingen op weinig efficiënte manier te draaien. Want de volgende keer dat u dat programma weer gebruikt, maakt Windows de Prefetch layout voor dat programma weer aan. Als u de Prefetch-functie uitschakelt, verhindert u Windows om het laden van een programma zo optimaal mogelijk te maken.
Is het noodzakelijk om af en toe de Prefetch-map leeg te maken? Nauwelijks. Een Prefetch folder gebruikt gewoonlijk 3-6 MB schijfruimte en Windows verwijdert inhoud die ouder is dan enkele weken. Zet Prefetch dus niet uit.