Pagina Menu

Wat is Nieuwspraak?

'Als je echt van me zou houden dan...', 'Jij bent de enige die me kan helpen...', 'Als je dit niet doet, dán...', 'Hoe kun je nou zó zelfzuchtig zijn, je denkt ook alleen maar aan jezelf, je houdt nooit eens rekening met mijn gevoelens!'
Uitspraken die we allemaal wel kennen of die we wellicht zèlf wel eens gebruiken. Het is, zonder dat we het misschien in de gaten hebben, een vorm van manipulatie. De geschiedenis van de mensheid is vol van dergelijke manipulaties. Maar ook vandaag wordt er nog volop door mensen gemanipuleerd. Tot op zekere hoogte ontkomt natuurlijk bijna niemand er aan, als persoon die zelf (onbewust natuurlijk?) manipuleert of als degene die gemanipuleerd wordt. Het wordt pas erg op het moment als de hele werkelijkheid een vorm van manipulatie is.
Het ook vandaag de dag nogal altijd onthutsende boek '1984' van George Orwell geeft daar een voorbeeld van. Het boek beschrijft een wereld waarin de totale werkelijkheid - heden, verleden en toekomst - naar de wensen van de machthebbers, de Partij, wordt ingericht. In het boek ‘1984’ introduceert Orwell een nieuwe taal : de nieuwspraak. Die moet de oude taal vervangen en wordt een middel om de bevolking onder de duim te houden. In de nieuwspraak werden alle woorden geschrapt of aangepast, die refereren naar ‘misdunk’ (nieuwspraak voor : zondigen tegen de regels van De Partij).
Nieuwspraak ("Newspeak") is in het boek een taal met een bijzonder doel, namelijk het inkrimpen van de woordenschat en daarmee het doen verdwijnen van nuances in woord en idee. De taal wordt beperkt tot een zeer beperkte woordenschat. Die inperking draagt ertoe bij het denken in te perken. Het boek schetst een wereld waarin niemand nog vrij en zelfstandig denkt. Diegenen die dat nog wel doen, worden meedogenloos afgevoerd, heropgevoed of omgebracht: gevaporiseerd zoals dat zo kernachtig wordt omschreven. Slechts één werkelijkheid mag bestaan, die van de machthebbers. Het uiteindelijke doel is dat men alleen nog maar politiek correcte dingen kan zeggen, omdat men eenvoudig de woorden niet heeft om zaken te benoemen of zelfs maar te denken die het regime onwelgevallig zijn.
Orwell heeft Newspeak helemaal uitgelegd in een appendix achter in het boek.
De taal kent drie woordenlijsten: Woordenlijst A, B en C. Woordenlijst A is voor het dagelijks gebruik, Woordenlijst B is puur voor politieke doeleinden en Woordenlijst C is voor aanvulling van de andere lijsten en bestaat uitsluitend uit wetenschappelijke en technische termen.

Voorbeelden van nieuwspraak

Het verdraaien van de waarheid of het mooier doen voorkomen (door middel van eufemismen) van gebeurtenissen is politici, bestuurders en andere gezagsdragers in Nederland en op Europees niveau niet vreemd. Er zijn al vele voorbeelden van politiek correct woordgebruik dat bedoeld is om de werkelijkheid te verhullen en door simplistisch taalgebruik alle nuances weg te poetsen. Veel politici en beleidsmakers maken graag gebruik van de principes van newspeak die Orwell heeft opgesteld.

Voorbeelden van nieuwspraak

Een voorbeeld uit de jaren 1980: de neutronen­bom werd ook wel neutronen­granaat genoemd. dat klinkt minder erg en zou de weerstand tegen de bom kunnen verminderen.
Actuele voorbeelden:
De invasie in Irak wordt 'de vredes­missie', extre­misten oppakken wordt 'the war on terror'.

De Nederlandse media zijn meester in het brengen van slechts nieuws in een positief jasje. Zo is Mark Rutte bezig om meer macht aan Europa te geven, alleen het wordt heel slim verpakt in ‘nieuwspraak‘ (ook wel ‘dubbelspraak‘ genoemd). De Telegraaf van 20 december 2013 brengt het nieuws:
Premier Rutte zei gisteravond tijdens de Europese top van regerings­leiders in de Belgische hoofdstad dat Nederland op dit belangrijke economische terrein geen soevereiniteits­overdracht naar Brussel wil. „Nederland wil uiteraard dat landen hervormen maar contracten voor de lidstaten zijn geen goed instrument, ” aldus de minister-president. Met steun van de andere lidstaten heeft hij er toen voor gezorgd dat het woord ”bindend” is geschrapt.

De onoplettende lezer denkt “Mark Rutte is goed bezig. Eindelijk vecht hij voor een beetje behoud van de Nationale Souvereiniteit“. Maar Mark Rutte speelt zijn rol van de criticaster. Dat is om de buitenwereld nog enigszins het gevoel te geven dat er sprake is van democratie. De bottom line is: er gaat meer macht naar Europa om nog meer economische hervormingen op te leggen. Er is slechts een woordje, bindend, geschrapt. Voor de vorm wordt er dan van gemaakt dat er geen ‘soevereiniteits­overdracht naar Europa gaat‘, maar dat eerste woord heeft niet meer waarde dan een scrabbelwoord met een hoge woordwaarde. ‘Nieuwspraak‘ of ‘dubbelspraak‘ in optima forma. Om een lang verhaal kort te maken staat daar dus dat die contracten er wel zullen komen, maar dat het woordje bindend er maar even uitgehaald wordt.

In de westerse wereld maar ook elders zijn er mensen en partijen die denken alle problemen, ja zelfs de meest existen­tiële, op te kunnen lossen door “een ander lexicon” te gebruiken. Veel gezags­dragers in het westen willen de al politiek correcte term “alloch­tonen”, waarmee men feitelijk moslims bedoelt, en iedere andere term en verwijzing naar de islam vermijden en vervangen. Onlangs nog in België en Nederland waar leden van het kabinet het woord "alloch­toon" willen vervangen door “Nieuwe Belgen” en "Nieuwe Neder­landers". Immers, men beschouwt niet de doctrine maar de naamgeving ervan als het probleem. Met “nieuwspraak” wordt dat probleem opgelost.

De Europese Unie lijkt zelfs officieel naar het toepassen van nieuwspraak te streven, zo blijkt uit een interne richtlijn die is opgesteld door het Directoraat-generaal voor Handel van de Europese Commissie en waarop Julien Frisch wees op zijn Europese blog.  Hij citeerde:

When writing a report, avoid recording statements which may turn out to be politically embarrassing for those who have made them and avoid adding such comments to the report itself – In other words, don’t write everything that actually happened into your reports, but just record content that doesn’t reveal the true intentions of actors.

Nog een citaat:

Don’t refer to the great lunch you have had with an industry representative privately or add a PS asking if he/she would like to meet for a drink – In other words: Don’t leave any written proof that you are influenced by lobbyists and outside interests.

Een aansporing om de relevante informatie buiten beeld te houden, zodat die makkelijker verborgen kan worden gehouden voor het publiek. Het is allemaal geen verrassing, schrijft Frisch, maar wel een schok om het zo openlijk op papier te zien staan.

Ook het begrip ‘respect’ behoort nu tot het lexicon van ‘Nieuwspraak’ en heeft niets meer met de oorspronkelijke betekenis ‘achting‘ te maken. Sinds 9.11.2001 is het woord ‘respect’ synoniem voor ‘angst’, 'tolerantie' en ‘overgave’. Wie gelooft, dat ‘respect’ een vorm van noodzakelijke tolerantie is en niets meer met ‘achting’ te maken heeft, komt tegemoet aan de eis van de Islam, om ‘achting’ te tonen. Deze opzettelijke mis-interpreatie van het woord is een vorm van taalmanipulatie van de laatste jaren. Want wie kan aangeven welke aspecten van de koran en de islam ‘prijzenswaardig’ zijn, of blijk geven van ‘hoogachting’ voor de medemens?

Voorbeeld van verbale acrobatiek

Om bijvoorbeeld het aantal nacht­vluchten op vliegvelden te kunnen vergroten, vinden ze uitdruk­kingen als ‘vliegen in de randen van de nacht’, ‘gedogen moet mogen’ en ‘we gaan voor een 24-uurs economie’.

Invloed van de media

Zowel krant, televisie, radio en internet zijn alom tegenwoordig in onze maatschappij. Media bepalen wat wij lezen, zien en horen. Naast bijvoorbeeld onderwerp­keuze en invals­hoek kunnen de media ook bijdragen aan de beeld­vorming van mensen door de hoeveelheid keren dat er over een bepaald onderwerp wordt bericht. Hoe vaker aandacht wordt besteed aan een bepaalde zaak, hoe meer het publiek zal denken dat het gaat om iets belangrijks. Alle media berichten erover, dus dan moet het wel nieuwswaardig zijn. Als aan één gebeurtenis gedurende een bepaalde periode opvallend veel aandacht wordt besteed door vrijwel alle nieuwsmedia, kun je spreken over een mediahype.

Voorbeeld van mediahype

Het veelvuldig berichten over een bepaalde gebeurtenis kan leiden tot een mediahype. Een mediahype is een snel piekende nieuwsgolf in vrijwel alle media die één gebeurtenis als startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van zichzelf versterkende processen binnen de nieuwsproductie. Mediahypes kunnen in een korte tijd een overspannen dreigings­beeld opleveren rond een bepaald issue. Als een nieuws­onderwerp een mediahype is geworden, bestaat het gevaar dat de beoordeling van de ernst en de omvang van het gesignaleerde probleem niet meer objectief worden bekeken door de journalisten.

Een voorbeeld hoe een mediahype tot stand kan komen is de berichtgeving over zinloos geweld, enkele jaren geleden. Tot het voorjaar van 1996 heeft de term zinloos geweld geen specifieke betekenis. In de berichtgeving wordt zinloos geweld vooral in verband gebracht met oorlogen, opstanden, conflicten met bijbehorende slachtpartijen. Dat verandert echter na de gewelddadige dood van Joes Kloppenbrug in Amsterdam. Hij wordt door een doodgetrapt na een avondje stappen.

De media besteden ruim aandacht aan de herdenkingsdienst en de tijdens die dienst gehouden toespraak van Burgemeester Patijn. Opvallend is de geschokte toon van berichtgeving in onder andere Het Parool. In deze krant wordt gesproken over een ‘slachtpartij’ en over ‘hartverscheurende taferelen’. Zinloos geweld is nog geen algemeen aanvaard begrip, maar na de dood van Meindert Tjoelker (die in september 1997 overlijdt aan de gevolgen van mishandeling door enkele jongens na een avond stappen in Leeuwarden) groeit de term uit tot algemeen aanvaarde aanduiding voor een nieuw maatschappelijk probleem.

Vrijwel zonder uitzondering brengen de media op de maandag na de herdenkingsdienst op de voorpagina’s overzichten van allerlei geweldsincidenten van het afgelopen weekend uit zo’n beetje heel Nederland. ‘Geweld gaat gewoon door in rustig weekend’ (De Volkskrant, 22 september 1997), ‘Geweld luwt maar even’ (De Telegraaf, 22 september 1997). Het melden van deze reguliere incidenten die normaal gesproken niet verder komen dan de regionale kranten of nieuwsbladen versterken de beeldvorming dat er plots sprake is van een geweldspiraal. Ook in de artikelen zelf duiken vaak omschrijvingen op die dat bevestigen. Er is vaak sprake van ‘toenemend’ of van ‘oprukkend’ geweld, zowel in de Volkskrant als de Telegraaf.

De berichtgeving over het fenomeen zinloos geweld loopt vervolgens nog weken, zo niet maanden door. Eind september 1997 overlijdt bij een ontgroening in Groningen een student aan de gevolgen van het drinken van een liter jenever en ook die gebeurtenis haalt een krant (Utrechts Nieuwsblad, 22 september 1997) onder de noemer van zinloos geweld. Er ontstaat een discussie over de aanpak van het probleem, politieke partijen vliegen elkaar in de haren over de politiesterkte en er komen initiatieven tot stand die veel publiciteit krijgen, zoals de oprichting van de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld met het Lieveheers­beestje als symbool. In de berichtgeving wordt zinloos geweld in verband gebracht met kinder­mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik van kinderen.

Het is duidelijk dat de berichten­stroom niet meer gevoed wordt door nieuwe incidenten, die passen binnen de oorspronkelijk definitie van zinloos geweld waarbij het slachtoffer tussenbeide komt of ingrijpt. De media hanteren een bredere definitie en rangschikken ook vecht- en steekpartijen zonder duidelijk aanleiding onder ‘zinloos geweld, dat als een kwade geest door Nederland waart.’ De Volkskrant (17 november 1997): ‘Ruzie om sigaretten, het is toch belachelijk. Schaijkenaar (19) neergestoken na woordenwisseling met groepje jongeren.’ ‘Uitbarstingen zinloos geweld’, schrijft het Brabants Dagblad over enkele kleine incidenten van geweld­plegingen die weinig met ‘Tjoelker’ te maken hebben. Ook het publiek reageert op dezelfde manier: een dodelijk slachtoffer bij een steekpartij zonder noemens­waardige aanleiding in Schiedam leidt tot een wake en een bloemenzee.

Naast beeldvorming door onderwerpkeuze en frequentie dragen ook foto- of filmbeelden bij aan beeldvorming. Een voorbeeld van nieuws dat gekleurd wordt door de getoonde spectaculaire beelden en daarnaast door gekleurd woordgebruik:

Nieuwspraak door middel van beeld en gekleurd woordgebruik

Toen het Franse leger in Rwanda ‘tussenbeide’ kwam en het Amerikaanse leger in Haïti de democratie herstelde, werden zij begeleid door professionele voorlichtings­diensten, satellietverbindingen en televisiecamera’s die dagenlang ‘live’ in de lucht waren. Eerdere zaken die van minstens evenveel belang waren, waren daarentegen nooit in beeld gebracht en werden later slechts terloops in de pers gemeld. Bijvoorbeeld het feit dat het de Franse militaire missie was geweest die in Rwanda de Hutu-regering en de Hutu-milities tot op het allerlaatst in het geheim van wapens voorzag, óók toen ze de Tutsi’s al openlijk en massaal aan het afslachten waren. Of het feit dat het de Amerikaanse CIA was geweest die eerder in het geheim de doodseskaders in Haïti steunde, die honderden democraten hadden omgebracht.

Manier van in beeld brengen

 

 

 

Camera’s bieden ons geen ‘venster op de wereld’, maar vaak een zorgvuldig geënsceneerde en geregisseerde beeldenreeks. Nog meer dan bij de schrijvende journalist zouden we bij de beeld­journalist en cameraman de naïeve gedachte hebben dat die eenvoudig de belangrijkste zaken uit de buitenwereld vastlegt en doorgeeft met hooguit wat meer of wat minder talent. Maar wat we uiteindelijk te zien krijgen geeft niet bij benadering een representatief beeld van de gebeurtenissen, maar een gearrangeerd beeld. Bijgaande foto’s waren al weer enige tijd te vinden in de Volkskrant en Trouw. Beide kranten berichtten over rellen bij G8-top in het Duitse Rostock. Trouw plaatste de eerste foto en de Volkskrant de tweede. Op foto 1 staat de fotograaf aan de kant van de demonstranten en wat je ziet zijn agressieve ME-ers. Bij foto 2 stond de fotograaf aan de kant van de ME en nu zie je agressieve demonstranten. Zelfde gebeurtenis, maar een heel ander beeld.

 

 

 

In zijn boek ‘Het zijn net mensen’ beschrijft Joris Luyendijk twee situaties uit zijn begintijd als correspondent, waarin duidelijk wordt hoe de afstand tot de situatie kan leiden tot vertekening van het beeld:

Voorbeeld 1

'Nieuws zat zo in elkaar dat ik wel schreef over ‘woedende mannen’ die vlaggen verbrandden en leuzen scandeerden, maar geen ruimte had om erbij te vertellen wat er buiten beeld gebeurde. Op foto’s en tv’s leek het een massa, maar ter plekke zag je met hoe weinig die woedende mannen waren, dat ze pas hun aansteker tevoorschijn haalden als de camera’s draaiden, en dat ze daarna op huis aan gingen voor het eten.’

 

Voorbeeld 2

‘Een of ander ‘Islamitisch Front tegen de Joden en de Kruisvaarders’ had twee Amerikaanse ambassades in Afrika opgeblazen. Daarop had Washington trainingskampen van dat front in Afghanistan gebombardeerd en een fabriek in Sudan. (…) Aangekomen in Sudan wezen mensen van het Ministerie van Informatie de weg naar ziekenhuizen met gewonden en naar de demonstraties in de stad. Die waren klein, maar in close-up leken ze groot en zo kwamen ze op CNN: ‘Woedende menigtes protesteren in Khartoem tegen bombardement’.

De aanwezigheid van een fotograaf of cameraploeg kan ook reacties uitlokken, zoals Luyendijk in onderstaand voorbeeld beschrijft.

Camera’s leggen niet altijd het nieuws vast

"In Ramallah ging ik wel eens wandelen, voor de sfeer. Stonden er dure auto’s buiten, was er veel verkeer, hoe keken mensen je aan?
Op zo’n wandeling passeerde ik eens het City Inn-hotel. Ik was daar vaker geweest maar altijd wanneer het ‘tot botsingen kwam tussen Palestijnse stenen­gooiers en het Israëlische leger’. Nu was er niemand. In Ramallah mochten in die tijd geen Israëlische soldaten komen en het City Inn-hotel stond aan de gemeentegrens. Ik weet niet meer wie er het eerst was, maar opeens verschenen ze kort na elkaar: Israëlische jeeps die daarvoor speciaal uit hun kazerne moesten zijn gekomen en Palestijnse jongetjes voor wie het vanuit school ook een flink stuk lopen was. Er arriveerden een paar toeschouwers, een ambulance, een karretje met falafels en een cameraploeg. Toen begonnen de jongetjes met stenen te gooien. De Israëliërs vuurden in de lucht. De jongetjes waagden zich dichterbij en de Israëliërs vuurden weer in de lucht. De jongetjes waagden zich nog dichterbij en de Israëliërs schoten er eentje neer. Loeiende ambulance, scanderende jochies, draaiende camera’s. Hello Everybody! Waren er camera’s omdat er wat gebeurde of gebeurde er iets omdat er camera’s waren?"

Andere vormen van Nieuwspraak

Politici, bestuurders en andere gezagsdragers maar ook journalisten gebruiken bewoordingen waarvan op het eerste gezicht niet duidelijk is dat het gaat om partijdig taalgebruik. Woorden die een bepaalde visie bevatten op een beschreven situatie, of een oordeel geven. Taalgebruik waarbij veel lezers en kijkers, maar vaak ook de gebruikers zelf zich niet bewust zijn van de connotaties van een woord en de wijze waarop die verbonden zijn met een visie op de sociale werkelijkheid. Woorden waarin waardeoordelen schuilen, die zich voordoen als ‘feitelijke’ beschrijvingen.

Binnen de huidige westerse wereld ontstaat gekleurd woordgebruik (nieuwspraak) bijvoorbeeld door het onvertaald overnemen van bepaalde termen, die daardoor een nieuwe lading kunnen krijgen. Oorspronkelijk waren ze betekenisloos, althans in de taal waarheen ze geëxporteerd werden. Vervolgens gingen ze daarin iets heel specifieks betekenen (en bijbetekenen). Deze woorden behielden door hun klank en uitspraak hun ‘vreemdheid’, en gingen vooral sterk resoneren op de dimensie van morele inferioriteit versus morele superioriteit.

Enkele voorbeelden van dit type gekleurd woordgebruik (nieuwspraak):

Uit Oost-Europa: dissident, glasnost, perestrojka en stasi.
Uit Latijns-Amerika: contra, guerrilla en macho.
Uit het Midden-Oosten: ayatollah, harem, jihad, sjeik en mudjaheddeen.

Het is daarbij interessant om vast te stellen dat de etiketten die selectief uit bepaalde regio’s zijn overgenomen, tot geheel andere politieke registers behoren. Maar door hun exotisme hebben ze allemaal een bepaalde aantrekkingskracht. Bovendien hebben woorden denotaties en connotaties en associaties. Denotaties zijn de letterlijke betekenissen zoals die in het woordenboek staan. Connotaties zijn de vaak figuurlijke bijbetekenissen, die er ook mee verbonden kunnen zijn. Associaties hoeven er niets mee te maken te hebben, maar kunnen door allerlei ‘samenlopen van omstandigheden’ (bijvoorbeeld klankovereenkomsten of opvallende gebeurtenissen) opkomen en verdwijnen.

Dubbelspraak

Een ander type Nieuwspraak is dubbelspraak (‘Doublespeak’). Dat is een taalgebruik dat voorwendt te communiceren, maar het eigenlijk niet doet. Het is taal die het slechte goed doet lijken, het negatieve positief, en het onprettige prettig of tenminste aanvaardbaar doet lijken. Dubbelspraak is taal die verantwoordelijkheden vermijdt of verschuift, taal die afwijkt van de echte of schijnbare betekenis. Het is taal die een gedachte verbergt of voorkomt. In plaats van het denken te verruimen, belemmert het dat. Dubbelspraak wordt gebruikt om de ware toedracht der zaken te verhullen. In zijn boek “1984” beschrijft George Orwell het fenomeen van de “dubbelspraak”: termen met een positieve betekenis worden toegepast om onderdrukkende maatregelen te rationaliseren, zodat ze in de praktijk het omgekeerde gaan betekenen. De huidige Westerse leiders maken gretig gebruik van “dubbelspraak”: het brengen van democratie, enduring freedom, vredesmissie, bestrijding van het Kwaad, zelfverdediging, preventieve actie, peace process, etc. Saddam werd door de Westerse landen jarenlang van wapens voorzien tegen de dreiging van Iran (en de dreiging van Russische invloed op de oliebronnen), maar moest bestreden worden omdat hij Al Qaida steunde en over massavernietigingswapens beschikte. Dat het alom duidelijk is dat het de Westerse landen alleen om invloed op de olievoorziening gaat en dat steeds meer drogredenen worden ontmaskerd, heeft echter nauwelijks verandering in het beleid tot gevolg. Nederland doet mee aan een “vredesmissie” in Afghanistan. De strategische en economische belangen worden verpakt in een nobel doel, want je kunt die arme Afghanen toch niet aan hun lot overlaten. Zo zijn er nog 1000 gebieden op aarde waar je de mensen niet aan hun lot kunt overlaten, maar die liggen toevallig niet onder het machts-economisch vergrootglas van de USA.

De Nederlandse regering beweerde bij de Dodenherdenking op 5 mei dat herdenken belangrijk is om te voorkomen dat de gruwelijkheden van de oorlog weer zullen gebeuren. Maar in diezelfde toespraak wordt de “vredesmissie” in Afghanistan geprezen. Het aantal omgekomen Nederlandse soldaten brengt het hele land tot terechte ontroering en medeleven, maar de vele burgerdoden daar, het materiële verlies en de emotionele ontwrichting zijn slechts “collateral damage”.

Woorden als ‘vrijheid’, ‘democratie’ en ‘mensenrechten’ worden ook vaak gebruikt alsof ze volledig eenduidig zijn.

Enkele voorbeelden:

Dit rijtje is nog verder aan te vullen. Welke benaming moet je kiezen? ‘Waren het de ‘bezette’ of ‘betwiste’ of ‘bevrijde’ gebieden, of toch de Westelijke Jordaanoever of Judea en Samaria of de Palestijnse gebieden? Lagen daar joodse dorpen, joodse nederzettingen of illegale joodse nederzettingen? Waren het Arabieren, Palestijnen of moslims? Dat was in het Heilige Land het eerste probleem als je onpartijdig wilde zijn: er waren geen onpartijdige woorden.’

Dubbelspraak in oorlogstijd

Toen in de Golfoorlog van 1991 de geallieerde strijdkrachten onder leiding van de VS de Iraakse troepen uit Koeweit verdreven, was de internationale pers op alle mogelijke manieren beperkt in haar bewegingsvrijheid. Journalisten mochten alleen in groepen onder leiding van militaire woordvoerders in de buurt van de gevechtszones komen, terwijl hun verslagen ook nog eens werden gecensureerd. De dagelijkse persconferenties van de Amerikanen, waar videobeelden werden getoond van de zogenaamde ‘smart bombs’, creëerden het beeld van en schone oorlog zonder de gebruikelijke gruwelheden en massaslachtingen. Voor de internationale pers was de Golfoorlog één grote nachtmerrie, omdat direct verslag doen van de oorlogshandelingen onmogelijk was. De militaire bronnen met hun eufemistische taalgebruik waarin civiele slachtoffers werden aangeduid als ‘collateral damage’ (omgevingsschade) bepaalden de nieuwsstromen.

Bovengenoemd voorbeeld is van toepassing op veel oorlogssituaties. De internationale pers is vaak afhankelijk van militaire bronnen en de kans is dus groot dat deze bronnen partijdig woordgebruik zullen gebruiken. In zijn boek over de rol van tv in de Golfoorlog maakt Douglas Kellner zich boos over de taalvervuiling (uit ‘Live! Macht, missers en meningen van de nieuwsmakers op tv’). Hij noemt het niet verwonderlijk dat legerwoordvoerders niet al te beeldend over de akelige aspecten van de oorlog praten. Zo zijn de ‘lijkenzakken’ (de uit Vietnam befaamde ‘body bags’) in de Golfoorlog vervangen door ‘stoffelijk-overschot-omhulsels’ (‘human remains pouches’). Wanneer een bom niet helemaal op de juiste plek valt, zijn er nooit onnodige doden of grote schaden aan bijvoorbeeld huizen. Hoogstens is er volgens het Pentagon-jargon ‘collateral damage’ (omgevingsschade). Het bombarderen van vijandelijke doelen (targets) heet ‘servicing the target’ of zelfs ‘visiting the enemy’. De vraag is in hoeverre de media dit taalgebruik overnemen.

Afghanistan? een vechtmissie? kom nou

Vroeger was er geen grotere eer dan als soldaat te sterven voor het vaderland. Nu is daar nauwelijks nog iemand voor te porren. Voor de Nederlandse deelname aan de oorlog in Afghanistan was aanvankelijk dan ook weinig maatschappelijke steun. Het woord ‘oorlog’ roept te veel het beeld op van uiteengereten lichamen, ingewanden uitgesmeerd over een stoffig marktplein na een precisiebombardement. Oorlog is niet te verkopen aan de Nederlandse burger. Ondanks hevige protesten heeft Nederland jaren in Afghanistan gevochten. Nieuwspraak, dubbelspraak ook wel vaagtaal genoemd bleek hét middel om critici de mond te snoeren en Nederland de strijdbijl te laten opgraven. Een paar jaar lang voerden ‘onze jongens’ daarom robuuste "opbouwwerkzaamheden" uit. Opbouwwerkzaamheden, met dit zorgvuldig gekozen woord heeft de regering de
emotionele lading van oorlog buitenspel gezet en het maatschappelijk denken gemanipuleerd, want in werkelijkheid bleek er geen verschil tussen opbouwwerkzaamheden en een oorlog. Een simpele woordtruc heeft de oorlog in Afghanistan veranderd in een taalkundige idylle waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Ook tijdens opbouwwerkzaamheden sterven Nederlandse soldaten door bermbommen en schieten kameraden elkaar per ongeluk dood in een uitwisseling van vriendelijk klinkend maar levensgevaarlijk friendly fire.

Zodra nieuwspraak inboet aan kracht, komt er een nieuw eufemisme voor in de plaats. Dat geldt ook voor het woord opbouwwerkzaamheden in Afghanistan. Het wordt tijd voor een nieuw woord. Wat gaat het worden? Vertraagde terugtrekking? Die uitdrukking zit te dicht aan tegen "mislukking". Een lastige keuze nu ook nog het budget van Defensie op is. Geen nood, nieuwspraak biedt redding. Voor de komende tijd heeft het ministerie een "verplichtingenpauze" ingelast, waarin Nederland zich beperkt tot "educatieve ondersteuning van de plaatselijke wetshandhavers" in de vorm van een "trainingsmissie".

Het Deense blad Politiken zette uit de Engelstalige pers een aantal gebruikte benamingen op een rij. Voor hetzelfde begrip zijn verschillende bewoordingen, afhankelijk van de vraag of het over geallieerden of Iraki’s ging.

Geallieerden hebben: De Iraki’s hebben:

Leger, luchtmacht & marine
Richtlijnen voor journalisten
Perscon­ferenties
De geallieerden
Uitschakelen
Neutraliseren
Precisie­bombarde­menten uitvoeren
Geallieerde soldaten zijn
Professioneel
Voor­zichtig
Moedig
Manhaftig

Oorlogs­machine
Censuur
Propaganda
The Iraki’s
Vermoorden
Vermoorden
Schieten in het wilde weg
Iraakse soldaten zijn
Gehersen­spoeld
Laf
Kanonnen­voer
Fanatiek

Westerse media: als wegkijken niet meer kan, blijft zwijgen over

De Syrische oppositie voert talloze gruwelijkheden uit, maar mag van de westerse journalisten vooral niet van haar voetstuk vallen. In Den Haag worden krokodillentranen gehuild over de ellende in Syrië. Maar wat er werkelijk gebeurt, kan niet meer verzwegen worden. De hysterie over het Syrische conflict is voorbij. Westerse politici zingen een paar toontjes lager, nu zij erachter komen dat hun plunderende, moordende en kannibalistische vrienden binnen de Syrische oppositie zijn ontmaskerd. Hun sprookjesachtige verhalen over 'gematigde' oppositiegroepen die onze 'morele' en financiële steun zouden verdienen, blijven nu achterwege. Dat is ook omdat ze door hebben dat de publieke opinie zich niet langer knollen voor citroenen laat verkopen.

Tot voor kort was er zeer veel steun voor de oppositie. Ziad al-Rahbani, de bekendste Arabische componist en zoon van de Libanese legende Fairouz, zei onlangs: 'Als de steun aan de Syrische oppositie aan koeien was besteed, dan hadden ze inmiddels geleerd piano te spelen.' Een dergelijke vergelijking werkt misschien op de lachspieren, maar is toch treffend omdat die aangeeft hoe omvangrijk die steun is geweest en wat die had kunnen bereiken.

Ook de kippendrift van de policor journalistiek rondom het onderwerp 'Syrië' is bekoeld. Wat nauwelijks te betreuren is, omdat een groot deel van het nieuws onjuist of subjectief was. Te lang is een romantisch beeld geschetst van de Syrische realiteit. Dat kwam gedeeltelijk doordat westerse journalisten het waarheidsgehalte van de vele berichten nauwelijks konden controleren. Wanneer 'Syrische activisten', 'ooggetuigen', 'lokale actiecomités', of 'gedeserteerde generaals' iets meldden, werden journalistieke standaarden - zoals als het controleren van berichten en het toepassen van hoor en wederhoor - losgelaten.

Gezichtsverlies

Uit angst de nieuwskaravaan te missen, werden allerlei bronnen gebruikt die hun 'waarheid' wereldkundig maakten. De blunder van de journalistiek rondom de Syrische blogster Amina al-Omari, bekend als 'Gay Girl from Damascus', is veelzeggend. Deze lesbische activiste hield vier maanden lang een blog bij over het regeringsgeweld tegen demonstranten die burgerlijke vrijheden zouden eisen. Voorname internationale media namen haar waarnemingen klakkeloos over. Zo kopte de Britse krant The Guardian: 'A Gay Girl in Damascus becomes a heroine of the Syrian revolt'. En Time Magazine omschreef deze Syrische 'heldin' als een 'honest and reflective voice of the revolution' die de wereld voorziet van 'unsettling details about the state of the country'. Amina bleek uiteindelijk een fictief figuur en de blogs bleken geschreven door Tom MacMaster, een heteroseksuele Amerikaan die vanuit de Verenigde Staten zijn fantasieën de vrije loop liet.

Dergelijke blunders betekenen wel dat de berichtgeving over de cruciale eerste maanden van de Syrische opstand vooral waanvoorstellingen omhelsde. Soortgelijke journalistieke missers, goedbedoeld of niet, plaveien de weg naar de hel of naar algehele misleiding. Ook het aandikken van nieuws om publieke emoties te bespelen en politiek-militaire acties te bespoedigen, behoorde tot de trucs. Zo gebruikte de BBC een weerzinwekkende foto van een slachting uit 2003 in Irak om een bloedbad, waar de Syrische president Bashar al-Assad van werd verdacht, in het Syrische dorpje Houla (2012) te illustreren. De Italiaanse fotograaf die de foto in Irak had geschoten, reageerde verbolgen. Hoe kan een gerespecteerd medium als de BBC zomaar foto's bij gebeurtenissen plakken?

List en bedrog zijn geen vreemde verschijnselen in de geschiedenis van dit Britse medium. Lees de vele onderzoeken die zijn verschenen naar aanleiding van de staatsgreep in Iran (1953) en de rol van de BBC daarin. Een aanrader is The 1953 Coup in Iran (2001) van Ervand Abrahamian. De eenzijdigheid rondom de berichtgeving over Syrië uitte zich ook in journalistieke desinteresse in de misdaden die de oppositie pleegde tegen minderheden, vrouwen en kinderen.

De oppositie mocht vooral niet van haar voetstuk vallen, aangezien het overgrote deel van de journalisten haar 'moreel' steunde. Daarom hebben de gruwelijke verhalen uit Sadad, Ma'loula, en Qalamoen u niet bereikt. Ze betroffen slechts christenen, dus onbelangrijk. Daarom heeft u niets gehoord over de drie priesters uit Al-Raqqa die zijn gewurgd door hun lichamen eerst 'bloedvrij' te maken, hun bloed op te vangen in een emmer en die vervolgens te verbranden zodat hun 'onrein levensgif' de grond niet zou raken. Daarom heeft u niets gehoord over Syrische vrouwen die door de Saudische terreurorganisatie Da'esh worden opgehangen als ze weigeren een verklaring te ondertekenen waarin ze instemmen met de 'neukjihad'. Daarom heeft u niets bereikt over schoolbussen die dagelijks worden aangevallen omdat kinderen niet 'geloofwaardig' koranverzen kunnen reciteren. Ook eeuwenoude bomen, musea, kerken en moskeeën vond de oppositie te bedreigend en werden dus in brand gestoken. Zij die hierover zwijgen, inclusief westerse christenen en kerkleiders, zijn minstens even medeplichtig aan deze wandaden. Wie zwijgt, stemt toe.

Wanneer journalisten in activisten veranderen en activisten zichzelf omtoveren tot journalisten, zonder dat ze elkaars vak beheersen, wordt het publiek schromelijk benadeeld.

Tegenwoordig verkopen Syrische vluchtelingen in Libanon hun organen om in hun primaire levensbehoeften te voorzien. Terwijl de Haagse wijsheid vage sites steunt, jihadisten (sorry: 'gematigde' rebellen) voorziet van geavanceerde communicatieapparatuur om 'de onderlinge communicatie te verbeteren en de oppositie slagvaardiger te maken'. Dat hindert de politiek niet om krokodillentranen te plengen over de humanitaire misère waarin Syriërs verkeren.

Bron: Elsevier Hala Naoum Néhmé 27 nov 2013

Beeldspraak

Een andere categorie van (mis)leidende taal wordt gevormd door allerlei soorten beeldspraak. Metaforen die verwijzen naar ziekten, rampen en oorlog kunnen bijzonder veelzeggend zijn. In een studie naar de ‘zogenaamde Tamil-paniek’ van 1989 in de Nederlandse pers merkte Teun van Dijk (1987b, p. 244) op dat de plotselinge immigratie van een beperkte groep vluchtelingen uit Sri Lanka aanleiding gaf tot het gebruik van nogal dramatische woordkeuze en beeldspraak. Een krant had het bijvoorbeeld over ‘een invasie’, wat de op handen zijnde aanwezigheid van een vreemd en vijandig leger suggereert. In Nederland, dat een lange nationalistische traditie heeft van strijd tegen het water, zijn vloedmetaforen bijzonder effectief. Een andere krant had het over ‘ een gigantische stroom Tamils’, die de autoriteiten in Amsterdam niet langer aan kan. Het aantal waarmee deze stortvloed geassocieerd wordt blijkt 1.200 te zijn: in een stad van 700.000 inwoners en die jaarlijks miljoenen toeristen ontvangt.

Andere voorbeelden:

Het is nuttig en verhelderend om woordgebruik van politici, bestuurders en andere gezagsdragers voortdurend kritisch te bekijken. Dat gebeurt eigenlijk te weinig. Want zij gebruiken graag woorden op een manier alsof die eenduidige en probleemloze beschrijvingen van de ‘feiten’ geven.

Voorbeeld van dubbelspraak

Een mevrouw Liliane Ploumen van de PvdA laat zien hoe dubbelspraak werkt. In de notitie Verdeeld verleden, gedeelde toekomst die zij schreef voor de PvdA (22 december 2009) worden de gevoelens van Nederlanders en nieuwkomers uitvoerig uiteengezet en met begrip benaderd. Natuurlijk ervoeren immigranten ‘verlies en onbehagen’ (p. 1), maar zij kozen toch zelf voor de emigratie omdat ze een beter leven tegemoet gingen?De fase van het vermijden is nu definitief voorbij volgens Ploumen (p. 2) en dat brengt conflicten met zich mee. Het socialistische wereldbeeld klinkt in alle beweringen door. Het verband dat ze vervolgens aangeeft laat niet uitkomen waar de schoen wringt: veel migranten en kinderen van migranten die hier al jaren wonen [hebben] meer dan ooit de indruk dat ze worden afgerekend op hun achternaam, huidskleur, afkomst of geloof. En dit is naar buiten gekomen door de gebeurtenissen van 2001. Wie dat echt denkt, hedft de afgelopen twintig jaar met een roze bril gelopen, die alle signalen zorgvuldig wegfilterde. Het gaat niet om de genoemde eigenschappen (achternaam, huidskleur, afkomst of geloof): het gaat om het feit dat moslims de seculiere staat afwijzen. Al in de jaren negentig waren er enorme problemen met moslims in Nederland, begonnen moslims parallelle samenlevingen naast de westerse seculiere op te zetten [1] en infiltreerden moslim­terroristen het westen. Wat 9/11 gedaan heeft, is het westen keihard confronteren met de werkelijkheid. Desondanks duurde het nog zeven jaar voordat Ploumen het verwerkt had in een notitie. Die vervolgens nog steeds vol staat met pseudo sociologische verdraaiingen en gerationaliseerde conclusies. De notitie gebruikt af en toe de taal van kerstmistoespraken: Na de fase van vermijding en conflict hoort het te gaan om acceptatie. En acceptatie kan niet zonder perspectief. (p2). Acceptatie van wat door wie? Perspectief van wat voor wie? Ploumen suggereert hier dat er een oplossing gaat komen, en inderdaad ze heeft wat opgeschreven:

(bewering 1) Nieuwkomers, hun kinderen en kleinkinderen moeten zonder voorbehoud kiezen voor de Nederlandse samenleving. (p.2)

Dat hebben moslims al gedaan door ons te ‘verrijken’ met een percentage werklozen, schoolverlaters en bijstandtrekkers dat ver boven het percentage Nederlanders ligt. Ze hebben al lang gekozen voor de geneugten van de Nederlandse sociale zekerheid en voor het overige werden ze door socialistische vrienden in staat gesteld om binnen hun eigen culturele ruimte te verblijven. Ploumen had hier moeten schrijven: de seculiere samenleving en de democratie. Het is tekenend voor haar inzichten dat het woord ‘seculier’ niet één keer voorkomt in de tekst van 18 pagina’s. Voor moslims zijn die twee dingen, seculariteit en democratie, niet vanzelf onderdeel van de Nederlandse samenleving, maar Ploumen gebruikt de ‘ lezer vult zelf wel in wat hem goed uitkomt’ strategie.

Dat Ploumen niet begrijpt wat de kern van het probleem is, blijkt uit de zin die volgt op de bovenstaande bewering 1:

(bewering 2) Van degenen die hier van oudsher al woonden wordt gevraagd ruimte te bieden aan tradities, gewoonten en religies die niet van oudsher tot de Nederlandse samenleving behoorden.

Deze twee zinnen vatten de socialistische spagaat perfect samen. De migranten moeten bewering 1 doen, maar ze hebben recht op bewering 2, dus waar moet de motivatie vandaan komen om 1 te doen? De Nederlanders wordt voorgehouden dat de migranten 1 moeten doen, en de Nederlanders moeten ook iets doen, namelijk wat in 2 staat. Een knap staaltje dubbelspraak.

Ploumen schetst twee pijlers van de toekomst: het bewaken van de rechtsstaat, zowel de rechten als de grenzen daarvan, en in de tweede plaats om verheffing en emancipatie.
Sinds 1973, toen de PvdA zich verbond aan de migratiepolitiek, heeft ze de rechtsstaat gebruikt als middel om islamisering toe te staan en de grenzen steeds weer op te rekken. Er is alle reden om te veronderstellen dat deze partij niet in staat is om grenzen te stellen. Wat het tweede punt betreft, verheffing en emancipatie, heeft de PvdA steeds weer laten blijken dat ze hieronder verstaat subsidie en islamisering. De PvdA is de grote promotor van het minderheden beleid dat migranten in een hokje stopt waar ze lekker zielig mogen zijn, op kosten van de Nederlandse samenleving.

De notitie bedient zich weer van dubbelspraak om met oude wijn in nieuwe zakken de bevolking te bedriegen. Zo luidt de dubbelspraak:
Integratie van migranten is het respect dat ze zonder meer verdienen van de bestaande bevolking.

Aanpassen van migranten is ruimte bieden zodat ze zichzelf kunnen blijven.

Emancipatie en verheffen is islamisering en een parallelle samenleving toestaan.

Wat deze notitie schetst, is niet anders dan de toekomst die achter ons ligt. Wat hierin wordt voorgesteld had al tientallen jaren geleden moeten worden opgepakt. Voor zover het de kern raakt, is het ook veel te weinig, veel te zoetsappig, te zeer bereid om conflicten te mijden.

Opmerkingen en noten

[1] AIVD, De gewelddadige jihad in Nederland, maart 2006, schetst op p. 16 e.v. hoe al begin jaren negentig transnationale netwerken werden gevormd om aanslagen te plegen. De eerste geruchtmakende aanslag was die op het WTC in New York in 1993.

En op p. 61: “op deze manier is denkbaar dat ook in ons land een parallelle samenleving ontstaat, grotendeels langs etnisch-religieuze lijnen,…”


Bronnen

Ginneken Van, Jaap
De schepping van de wereld in het nieuws (1996)

Luyendijk, Joris
Het zijn net mensen (2006)

ENCINA NAVAN
Integratie is respect. Aanpassen is ruimte bieden. Emancipatie is islamisering. (24 december 2008)