Netwerk overzicht

Hieronder staat een overzicht van het netwerk met een apart modem, een computer met routersoftware en een switch of hub. De moderne routers hebben deze drie eenheden in één kastje.

overzicht van het netwerk met een apart modem,
een computer met routersoftware en een switch of hub

Van links naar rechts:

* Internet: Dit spreekt voor zichzelf.
* Modem: Het kastje dat een computer met de internet provider verbindt.
* Computer met ICS: De router computer. Deze pc heeft 2 netwerkverbindingen. (1) De internetverbinding en (2) de verbinding met de switch of hub, ofwel met het lokale netwerk.
* Switch of hub: Een netwerkkruispunt
* Netwerk computers: De netwerkcomputers hebben maar één netwerkverbinding, namelijk die met de switch. Deze verbinding heeft een lokaal ip adres in de range 192.168.0.2 - 192.168.0.254. De default gateway is het ip adres van de computer die ICS draait. Dat is namelijk de 'gateway' naar het internet.

let op Als u bestanden en printers op uw netwerk wilt delen, moet u ervoor zorgen dat in Windows uw type netwerklocatie is ingesteld op Particulier en dat netwerkdetectie, bestandsdeling en printerdeling zijn ingeschakeld.

IP-adres, MAC-adres en Standaard Gateway Adres vinden

Openbaar IP-adres en privé IP-adres

Verbindingen met het internet via een router beschikken over twee netwerkinterfaces:

1. Een privé IP-adres dat in het geval er meerdere computers verbonden zijn met de router/modem, deze aansluitpunten met elkaar in het netwerk verbindt. Het IP-adres van deze computers is gewoonlijk van het type 192.168.0.* of 192.168.1.*, waarbij de router als gateway functioneert met adres 192.168.0.1 of 192.168.1.1. Via een computeropdracht (commando) kan het privé IP-adres dat door de router is toegekend, opgeroepen worden.

2. Een openbaar IP-adres, dat verbonden is met het internet. Bij de meeste routers/modems is het mogelijk om het IP-adres op te roepen door in te loggen op het systeemmenu van de modem. In de meeste gevallen is dit menu te bereiken door in uw browser naar het adres http://192.168.0.1 of http://192.168.1.1 te gaan. Vervolgens kunt u met uw gebruikersnaam en wachtwoord inloggen.

Soms is het nodig om te weten wat het "IP-adres", "MAC-adres" of het "Standaard Gateway Adres" van een bepaalde computer is.

Voorbeeld 1

U wilt een instelling veranderen in uw router, maar u bent het adres van deze router vergeten en kan het configuratiemenu ("webinterface") van dit apparaat dus niet openen. Gelukkig is het "Standaard Gateway" adres van een computer die aangesloten is op de router ook het adres van deze router.

Voorbeeld 2

U wilt in de router een lijst aanmaken van computers die wel verbinding mogen maken. Dit gebeurd aan de hand van het "MAC Adres" van de betreffende computers. Dit adres moet je dus eerst achterhalen op de betreffende computers.

Voorbeeld 3

U wilt een FTP, VPN, HTTP of een andere server draaien op een computer, en om die bereikbaar te maken vanaf het Internet moet u in de router een zogenaamde "Port Forward"-regel aanmaken. Daarvoor heeft u twee dingen nodig: de 'poort' (de gebruikte poort is meestal standaard, en dus al bekend) en het "IP Adres" van de betreffende computer.

Het "IP-adres", "MAC-adres" en "Standaard Gateway Adres" zijn vrij makkelijk te achterhalen.

Windows Vista
pc-adressen.jpg

Dit venster toont het "IP-adres", "MAC-adres" en "Standaard Gateway Adres"

 

 

Windows 7
Windows 8 en 10

Ga naar de lijst met Apps en selecteer onder Windows Systeem de applicatie Opdrachtprompt. In het nieuwe venster voert u nu ipconfig in. Druk op Enter om de opdracht te bevestigen.

Bij vorige Windowsversies kan het ook via de Opdrachtprompt
pc-adressen2.png

Venster na de command-opdracht

 

(Of gebruik de sneltoetscombinatie: Windows-toets + R)

letop.pngWanneer u IPCONFIG /ALL gebruikt krijgt u meer informatie te zien over de verschillende verbindingen, waar onder het MAC Adres (Fysiek Adres).

In Linux
Open onder Hulpprogramma's het programma Terminal. Zodra Terminal zich heeft geopend, voert u een van de volgende commando's in, gevolgd door Enter:

Ingelogd als root = Voer ifconfig in

Ingelogd als gebruiker = Voer /sbin/ifconfig in
In Mac

Ga achtereenvolgens naar het Apple-menu > Systeemvoorkeuren en klik op Network.

Gebruikte techniek

Voor de manier waarop u verbinding maakt met het internet is uw Internet Service Provider (ISP) verantwoordelijk. U kunt via een kabelaansluiting op het internet zijn aangesloten, bijvoorbeeld via Ziggo of UPC. Een voordeel van kabelinternet is dat de beloofde snelheden vaker waar gemaakt kunnen worden dan wanneer u een internetaansluiting via ADSL hebt. ADSL, ook wel DSL genoemd, werkt via uw telefoonlijn en wordt bijvoorbeeld aangeboden door Tele2, KPN en XS4ALL (om er enkele uit vele te noemen).

Meer informatie over het aanleggen van een thuisnetwerk vindt u op deze pagina. Daar leest u meer over de internetkabels die u het beste kunt gebruiken, op welke manier u het netwerk kunt inrichten en controleren, hoe u de router afschermt tegen indringers. Op deze pagina (netwerktools) vindt u een bespreking van enkele handige instrumenten om uw netwerk te bekijken en af te schermen.

Enkele gangbare typen netwerktechnologie zijn Ethernet, draadloos, de Homeplug (of Powerline) die gebruik maakt van het stopcontact en HPNA (Home Phoneline Network Adapter).

Bij het kiezen van een netwerk­technologie moet u rekening houden met de plaats waar uw computers staan, evenals meet de gewenste snelheid van het netwerk. De kosten van het gebruik van deze technologieën zijn vergelijkbaar. De meest gebruikte netwerktechniek is ethernet. Voor thuis­netwerken is het zelfs dé standaard. In deze uitleg leggen we een ethernet netwerk aan met netwerkkaarten en UTP bekabeling.

Protocol
netwerkkaart

Een 10/100 mbits netwerkkaart

 

Om op een netwerk te kunnen communiceren gelden altijd bepaalde regels. Als computers bij het verzenden van data niet bepaalde afspraken maken, komen gegevens verkeerd aan, worden niet begrepen en mogelijk vergeten of teruggestuurd. De regels voor netwerkcommunicatie tussen twee of meer computers zijn vastgelegd in een protocol. De meeste thuisnetwerken gebruiken het TCP/IP protocol om computers met elkaar te laten communiceren. Webpagina's worden op internet ook verzonden via het TCP/IP protocol (nauwkeuriger gezegd: het HTTP protocol, een protocol dat gebruikt maakt van TCP/IP). De meest basale voorwaarden voor een netwerk zijn: een verbinding (fysiek dan wel draadloos) en een protocol voor de netwerkcommunicatie.

Netwerkkaart

Voordat u het eigenlijke netwerk gaat aanleggen, moet elke computer uitgerust zijn met een netwerkkaart. Vaak hebben computers een ingebouwde netwerkkaart op het moederbord. Zo niet, dan wordt er gebruik gemaakt van een PCI netwerkkaart die in een PCI slot op het moederbord gezet wordt (zie afbeelding). De gangbare snelheid voor netwerkaarten was 10/100 Mbits. Tegenwoordig is dat 1 Gigabit. 1 Gigabit maakt een doorvoersnelheid van zo'n 100 Mb per seconde mogelijk, mits er aan de andere kant ook een 1 Gigabitskaart aanwezig is natuurlijk.

Heeft u de sneklheid van uw netwerk vergroot naar 1 Gbit/s, waarbij dus uw switches, bekabeling (minimaal Cat 5e) en netwerkkaarten de snelheid van 1 Gbit/s aankunnen, ga dan na of uw netwerkkaarten goed zijn ingesteld. Misschien staan die nog ingesteld op maximaal 100 Mbit/s. Dat kunt u controleren door het netwerkpictogram in het Windows systeemvak met de rechter muisknop aan te klikken en Netwerkcentrum openen te kiezen. Klik vervolgens op Adapterinstellingen wijzigen, klik dan de betreffende netwerkverbinding aan met de rechter muisknop en selecteer Status. Hier ziet u de actuele snelheid. Is die niet 1,0 Gbps, druk dan de Windowstoets+R en voer het commando devmgmt.msc uit. U komt nu in Apparaatbeheer. Daar opent u de rubriek Netwerkadapters. Klik de netwerkadapter met de rechter muisknop aan en kies Eigenschappen. Open het tabblad Geavanceerd en selecteer Snelheid & duplex. Stel daar de Waarde in op Automatisch onderhandelen (en niet langer op 100 Mbps Full duplex).

Verbinding internet met thuisnetwerk

Van uw internet provider krijgt u een uniek IP adres waarmee u op het internet kunt surfen. Met dit IP adres bent u met het internet verbonden. Om uw WAN IP te achter­halen, kunt u gebruik maken van de volgende sites: MYIP.nl. Bovenaan ziet u uw IP adres staan bij WAN IP adres. WAN staat voor Wide Area Network, het internet.

WhatIsMyIP
WhatIsMy­IPAddress

Als u met meerdere computers, laptops of andere apparaten gebruik wilt maken van dezelfde internet verbinding heeft u een router of een modem/router nodig. Deze router verbindt de twee netwerken (uw thuisnetwerk en het internet) met elkaar. U krijgt een IP adres van uw provider toegewezen en de router zorgt ervoor dat u met meerdere pc’s van dit IP adres gebruik kunt maken.

let opAlle computers in uw netwerk moeten een unieke naam hebben. De naam wordt gebruikt om computers en apparaten uit elkaar te houden. Hierdoor wordt het makkelijk om bijvoorbeeld af te drukken op de printer in de studeerkamer of een bestand op te halen van uw notebook. Als u alleen de computernaam wilt aanpassen of de naam van de werkgroep wilt wijzigen, is het niet nodig de wizard Thuisnetwerk instellen opnieuw te doorlopen, het kan ook handmatig. Kies Configuratiescherm >Systeem en vervolgens in het linker-menu Geavanceerde systeeminstellingen. Open het tabblad Computernaam. Geef bij Computernaam een unieke naam op. In Windows 10 is de procedure: kies Configuratiescherm > Systeem en beveiliging. Onder Systeem kiest u De naam van de computer wijzigen. In het linker menu selecteert u Geavanceerde systeeminstellingen, dan het tabblad Computernaam en in dat tabblad Wijzigen. De computernamen moeten verschillen, de werkgroepnaam dient op alle computers hetzelfde te zijn. Na het aanpassen van deze instellingen moet u uw pc opnieuw starten.

netwerk_2pc

 

Het eenvoudigste thuisnetwerk bestaat uit twee computers die verbonden zijn met een crossover UTP kabel. Er is geen switch of hub nodig.

 

netwerk

 

Wilt u een netwerk aanleggen met meer dan twee computers dan kunt u de netwerkcomputers verbinden met een hub of een switch.

 

netwerk_internet.gif

 

 

 

Als u op uw netwerk een internetverbinding gaat delen, dan moet er tussen de twee netwerken, internet en het thuisnetwerk, een apparaat staan dat het verkeer regelt: een router. De router komt tussen de switch of hub en de modem. De belangrijkste taak van de router is zorgen dat verkeer vanaf het internet op de juiste netwerk pc terecht komt en andersom.

let opDe internetverbinding kan eventueel ook via een hoofdcomputer worden gedeeld (die wordt dan als alternatieve router gebruikt), waardoor de router overbodig wordt. Deze methode is echter minder interessant, omdat die bijna zeker voor problemen zal zorgen.

Instellen van de internet­verbinding

Sluit de netwerkkabel enerzijds aan op een van de poorten van de router en anderzijds op de ethernetpoort van de PC. Als de kabels zijn aangesloten, start u de computer. Nadat de computer is gestart, heeft u automatisch een zogenaamd IP-adres van de router gehad. Met dit adres is het mogelijk om te communiceren met andere computers. Controleer hierna of de instellingen correct zijn en of de netwerkverbinding tot stand is gebracht, in Windows Vista, 7, 8 en 10 is dat direct duidelijk na een blik op het Netwerkcentrum. De verbinding wordt doorgaans vanzelf opgezet, waarbij automatisch een IP-adres wordt verkregen van de DHCP-server van de router.

De instellingen kunnen ook worden gewijzigd. In Windows gaat dat via de link LAN-verbinding in het Netwerkcentrum, knop Eigenschappen. Controleer eerst of het Internet-protocol (TCP/IP) is aangevinkt. Controleer tevens via de knop Eigenschappen van het venster van het TCP/IP-protocol of dat staat ingesteld op automatisch toewijzen (dat is voldoende voor een router met een DHCP-server). Naast het standaard TCP/IPv4-protocol (IP-adres bestaande uit 4 delen) wordt vaak ook het nieuwe TCP/IPv6-protocol (IP-adres bestaande uit 6 delen) vermeld. Wordt de v6-variant (nog) niet ondersteund door de internetprovider dan kan deze net zo goed worden uitgeschakeld. De QoS pakketplanner zorgt ervoor dat specifiek internetverkeer (zoals bellen over internet (VoIP)) voorrang krijgt. Deze functie kan eventueel worden uitgeschakeld.

Schakel, wanneer die niet nodig is, ook de Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken uit zodat het niet meer mogelijk is bestanden cq. printers op de betreffende PC te delen met andere gebruikers van het netwerk. Een onnodig veiligheidsrisico dat u beter kunt afdichten als er toch geen gebruik van wordt gemaakt. Het blijft dan nog steeds mogelijk toegang te krijgen tot gedeelde bestanden en printers op een andere computer.

Het ingestelde IP-adres voor een netwerk pc is te achterhalen via Netwerkcentrum > Lan-verbinding (of Ethernet) en dan een klik op de knop Details. In dit geval is dat toegekend door de DHCP-server van de router. Dat IP-adres wordt gebruikt voor de identificatie van de computer in het netwerk en begint met dezelfde reeks getallen als het IP-adres van de router. Het IP-adres van de router wordt vermeld bij Standaard-gateway en begint meestal met 10.0.0.xxx of 192.168.x.xxx. (door dit IP-adres in te tikken in de adresbalk van de Internet Explorer kan doorgaans worden ingelogd op de modem/router).

Netbios via TCP/IP uitschakelen

Hoogstwaarschijnlijk wordt er geen gebruik gemaakt van NetBIOS, die kan dan beter worden uitgeschakeld om zo tot een hoger beveiligingsniveau te komen. Dit is mogelijk via de instellingen van het TCP/IP-protocol van de netwerkverbinding. Klik op de knop Eigenschappen van de netwerkverbinding, selecteer het TCP/IP-protocol en klik op Eigenschappen, knop Geavanceerd, tabblad WINS. Schakel daar de NetBIOS via TCP/IP uit.

let opHet is nu niet meer mogelijk computers in het netwerk op hun computernaam te benaderen, zoals bij het delen van bestanden wordt gedaan (het benaderen van de computers in het netwerk is nog wel mogelijk via het IP-adres).

Firewall instellen

Het is verstandig elke PC in het netwerk te voorzien van een eigen firewall. Veiligheid voor alles, vooral wanneer het netwerk is uitgebreid met draadloze functionaliteit. De beveiligingsinstellingen van firewall kunnen het netwerk dwars zitten. De firewall beschermt al het netwerkverkeer en voorkomt daarmee dat hackers in kunnen breken op uw pc. Worden bestanden gedeeld, dan zal de firewall op de betreffende PC iets soepeler moeten worden afgesteld zodat andere gebruikers binnen het netwerk toegang kunnen krijgen tot de gedeelde bestanden. Als u een router gebruikt, werkt die al als firewall. U kunt de firewall van Windows dan zonder gevaar minder streng instellen. In de Windows-versies Vista, 7 en 8 doet u dat door uw netwerkinstellingen aan te passen. Klik op Start > Configuratiescherm en Netwerkcentrum. Klik in Windows 10 links onder op de optie Windows firewall. Daar kunt u instellingen aanpassen. Klik in eerdere Windowsversies rechts naast de naam van de router, bijvoorbeeld SpeedtouchA104B18, op de optie Aanpassen. In het venster dat dan verschijnt, kiest u voor Particulier (Vista) of Thuisnetwerk (Windows7, 8) voor het type netwerk, klik vervolgens op Volgende en Sluiten. De instellingen van uw firewall worden nu automatisch aangepast.

Als u een losse firewall hebt geïnstalleerd, zoals Zonealarm, Norton, Bullguard of een ander internet securitypakket, dan moet u de instelling van de firewall in dit programma aanpassen. Kijk in de handleiding of helpfunctie van het betreffende programma hoe u dat doet.

Computers opnemen in het thuisnetwerk

Wanneer uw netwerk ingesteld is, bestaat de volgende stap uit het afstemmen van het netwerk, zodat alle computers elkaar kunnen vinden. Dit is vereist als u bestanden en printers wilt delen. Als in uw netwerk computers voorkomen met verschillende versies van Windows, plaatst u alle computers in dezelfde werkgroep.

U vindt de werkgroep­naam op een Windows10 PC als volgt:

In Vista of Windows 7, 8.1 PC vindt u de werkgroepnaam als volgt:

De werkgroepnaam wijzigen op een computer waarop Windows Vista of Windows 7 wordt uitgevoerd

De netwerklocatie instellen op Thuis of Werk

Controleer vervolgens de netwerklocatie op alle computers waarop Windows wordt uitgevoerd. De netwerklocatie is een instelling waarmee Windows de beveiliging en andere instellingen automatisch kan aanpassen op basis van het type netwerk waarop de computer is aangesloten.

netwerklocatie.jpg

Het type netwerklocatie wordt onder de netwerknaam weergegeven.

Er zijn vier typen netwerklocaties:

Thuis. De computer is aangesloten op een netwerk dat een bepaald beveiligingsniveau ten opzichte van internet heeft (bijvoorbeeld een router en een firewall) en bekende of vertrouwde computers bevat. De meeste thuisnetwerken vallen in deze categorie. Thuisgroep is beschikbaar op netwerken met de locatie Thuisnetwerk.

Werk. De computer is aangesloten op een netwerk dat een bepaald beveiligingsniveau ten opzichte van internet heeft (bijvoorbeeld een router en een firewall) en bekende of vertrouwde computers bevat. De meeste kleine bedrijfsnetwerken vallen in deze categorie.

Openbaar. De computer is aangesloten op een netwerk dat beschikbaar is voor openbaar gebruik. Voorbeelden van typen openbare netwerken zijn openbare internettoegangnetwerken die bijvoorbeeld te vinden zijn op luchthavens, in bibliotheken en in cafés.

Domein. De computer is aangesloten op een netwerk dat een Active Directory-domeincontroller bevat. Een voorbeeld van een domeinnetwerk is een netwerk op een werkplek. Deze netwerklocatie is niet beschikbaar als optie en wordt ingesteld door de domeinadministrator.

Controleer voor uw thuisnetwerk of het type netwerklocatie is ingesteld op Thuis. U kunt dit als volgt controleren:

Open Netwerkcentrum door te klikken op de knop Start en vervolgens op Configuratiescherm. Typ netwerk in het zoekvak en klik vervolgens op Netwerkcentrum.

letop.png gedeelde bronnen bereikenAls uw netwerk goed is ingesteld, kunt u de gedeelde bronnen bereiken in Netwerk. Dat kunt u vinden in Computer. Die optie vindt u weer in het Start-menu en op het bureaublad. Ziet u niets? Druk F5 om de lijst te vernieuwen.

Thuisnetwerk? Lees verder

Dat de internetverbinding gedeeld kan worden met meerdere pc's, betekent niet dat het instellen van het thuisnetwerk klaar is en u bestanden en andere bronnen kunt delen.

Zodra u een internet­abonnement afsluit en de internet­verbinding werkend is in uw woning, hebt u waarschijnlijk de beschikking gekregen over een router. Een router is een netwerkapparaat dat twee netwerken met elkaar verbindt. In uw geval, uw thuisnetwerk met het internet.

Veelal is de router van uw internetaanbieder, zoals Ziggo en KPN, zo ingesteld dat ieder apparaat of pc die verbinding heeft met de router, automatisch een zogenaamd IP-adres krijgt toegewezen. Daarbij maakt het niet uit of dit apparaat via een kabel of draadloos is aangesloten op de router.

Net als de internetverbinding delen met alle computers die u in huis hebt, kunt u uw thuisnetwerk zo instellen dat u ook bestanden kunt delen met de andere pc's in uw thuisnetwerk. Of een printer, of een externe harde schijf waar u een back-up op wilt zetten.

Maar om iets te kunnen delen in een netwerk is wat meer nodig dan een router die automatisch IP-adressen uitdeelt aan de in het netwerk aanwezige pc's. Want bestanden en apparaten kunnen alleen in een netwerk gedeeld worden wanneer:

Bestands- en printerdeling inschakelen

Of 'Bestands- en printerdeling' staat ingeschakeld controleert u als volgt:

  1. Ga naar Configuratiescherm en vervolgens via Netwerk en internet naar het onderdeel Netwerkcentrum. Klik in de linker kolom van het venster Netwerkcentrum op de optie Geavanceerde instellingen voor delen wijzigen.
  2. U komt dan in het venster Geavanceerde instellingen voor delen. Controleer in het onderdeel Bestands- en printerdeling van dit venster of Bestands- en printerdeling staat ingeschakeld. Schakel Bestands- en printerdeling in wanneer die optie uitgeschakeld staat en klik vervolgens op de knop Wijzigingen opslaan.
Computers lid maken van dezelfde werkgroep

Nu controleert u of alle pc's waar u bestanden en andere zaken mee wilt delen wel lid zijn van dezelfde werkgroep. Want een thuisgroep kan alleen gemaakt worden met pc's die lid zijn van dezelfde werkgroep. Die controle gaat als volgt:

  1. Ga naar Configuratiescherm. Selecteer via Systeem en beveiliging naar het onderdeel Systeem.
  2. In het onderdeel Systeem vindt u de sectie Instellingen voor computernaam, domein en werkgroep. Hierin staat onder andere de naam van de werkgroep waar uw pc onderdeel van is. De naam die Windows standaard aan een werkgroep geeft is: WORKGROUP. De kans is groot dat alle pc's in uw netwerk al lid zijn van die werkgroep.

Is de werkgroepnaam niet op elke pc hetzelfde, dan kunt u dat als volgt aanpassen:

  1. Klik op de optie Instellingen wijzigen in de sectie Instellingen voor computernaam, domein en werkgroep.
  2. U komt dan in het venster Systeemeigenschappen. Klik op het tabblad Computernaam, en vervolgens op de knop Wijzigen.
  3. U komt in het venster Computernaam en/of domein wijzigen. In dit venster kunt u de naam van de werkgroep wijzigen. U kunt daar ook een computernaam opgeven. Klik op de knop OK om de wijziging te bevestigen.
  4. Windows vertelt u vervolgens dat u de computer opnieuw moet starten om de wijziging(en) door te voeren. Klik op de knop OK om dat bericht te sluiten. Vergeet niet om de pc opnieuw op te starten voordat u verder gaat met het instellen van uw thuisnetwerk.
Een thuisgroep maken

Als u de voorgaande instelleingen hebt gecontroleerd en zonodig aangepast, kunt u de thuisgroep maken. Daartoe maakt u op een willekeurige pc in het netwerk een thuisgroep. Daarna maakt u de overige pc's in het netwerk lid van die thuisgroep.

Het maken van een thuisgroep gaat als volgt:

  1. Open Configuratiescherm en navigeer via Netwerk en internet naar het onderdeel Thuisgroep en klik hierop.
  2. Het venster Thuisgroep opent. Omdat er nog geen thuisgroep bestaat in het netwerk, zal Windows dit in het venster meedelen. U krijgt de mogelijkheid om nu een thuisgroep te maken. Klik daarvoor op de knop Een thuisgroep maken.
  3. Er verschijnt een wizard waarin u onder andere kunt aangeven wat u via de thuisgroep wilt delen.
  4. Zodra u dat heeft gedaan, genereert Windows een wachtwoord. Dat wachtwoord heeft u nodig om de andere pc's in het netwerk lid te maken van de thuisgroep. Na een Klik op de knop Voltooien maaktWindows de thuisgroep aan.

Andere pc's lid maken van de thuisgroep gaat als volgt:

  1. Laat de pc waarop u zojuist het maken van een thuisgroep heeft afgerond, aan staan en ga naar de volgende pc die u lid wilt maken van de thuisgroep.
  2. Open Configuratiescherm en selecteer via Netwerk en internet naar het onderdeel Thuisgroep en klik hierop.
  3. Dit opent het venster Thuisgroep. Windows deelt nu mee dat er een thuisgroep bestaat in dit netwerk en stelt voor om lid te worden van die thuisgroep. Via de knop Nu lid worden maakt u de pc lid van de al bestaande thuisgroep in het netwerk.
  4. Een klik op de knop Nu lid worden opent een nieuw venster waarin u het wachtwoord van de thuisgroep moet invoeren. Voer dat in en klik op Volgende.
  5. In een volgend venster deelt Windows mee dat de pc lid van de thuisgroep is.

Het wachtwoord van een thuisgroep is te achterhalen via pc's die reeds lid zijn van de thuisgroep. Navigeer op een pc die al lid is van de thuisgroep, naar het onderdeel Thuisgroep dat zich bevindt in Netwerk en internet van het Configuratiescherm. Klik op de koppeling Het wachtwoord voor de thuisgroep weergeven en afdrukken.

Mappen / Bestanden delen

U gaat voor het delen van mappen en bestanden als volgt te werk. Gebruik Start > Computer in Vista, 7 en 8 om de map te vinden, die u wilt delen. Met deze optie kunnen vanaf een andere computer in het thuisnetwerk bestanden in de gedeelde map worden opgenomen, aangepast of gewist. Klik met rechts op een map die u wilt delen. Kies Eigenschappen. In het dialoogvenster dat volgt, selecteert u het tabblad Beveiliging. Klik op de knop Bewerken. In het volgende dialoogvenster tenslotte, selecteert u accounts (namen van groepen of gebruikers) waarvan u de machtiging wilt instellen. Onderaan plaatst u vinkjes bij de opties met wat er wel of niet mag gebeuren met dit bestand of map. (Alleen lezen, schrijven, etc.).

letop.pngHier vindt u een produre die Microsoft heeft opgesteld. Die maakt gebruik van het menu Delen

Met behulp van wizard Bestanden delen

 

delenmet.jpg

 

Klik met de rechter muisknop op de schijf, de map of het bestand dat u wilt delen en klik vervolgens op Delen met.

Kies een van de volgende opties:

Thuisgroep (lezen). Met deze optie wordt het onderdeel gedeeld met de hele thuisgroep (maar alleen mensen in uw thuisgroep kunnen het onderdeel openen). Leden van de thuisgroep kunnen het onderdeel niet wijzigen of verwijderen.

Thuisgroep (lezen/schrijven). Met deze optie wordt het onderdeel gedeeld met de hele thuisgroep. Het onderdeel kan worden geopend, gewijzigd of verwijderd.

Specifieke personen. Met deze optie wordt de wizard Bestanden delen geopend, waar u afzonderlijke personen kunt selecteren met wie u items wilt delen.

wizard_delenmet.jpg

Met de wizard Bestanden delen kunt u specifieke personen
kiezen met wie u bestanden en mappen wilt delen.

Opmerkingen

Als u het menu Delen met niet ziet, bevindt het item dat u wilt delen, zich mogelijk op een netwerk of andere niet-ondersteunde locatie. Het menu Delen met wordt ook niet weergegeven wanneer u bestanden selecteert buiten uw persoonlijke map.

Als u probeert te delen met specifieke personen in uw thuisgroep, maar hun namen worden niet weergegeven in de wizard Bestanden delen, dan hebben ze hun Windows-gebruikersaccount mogelijk niet gekoppeld aan een online-id. Wellicht is het ook noodzakelijk dat u een provider voor online-id op uw computer installeert. Zie Wat is het voordeel van het koppelen van mijn onlineaccounts aan mijn Windows-gebruikersaccount? voor meer informatie.

Als u probeert iets te delen in een van de Openbare mappen van Windows 7, wordt in het menu Delen met de optie Geavanceerde instellingen voor delen weergegeven. Met deze optie komt u automatisch bij het Configuratiescherm, waar u Openbare mappen delen in- of uit kunt schakelen.

Thuisgroepen zijn niet beschikbaar in Windows Server 2008 R2.

Bestanden delen onder Windows Vista

netwerkmapdelen.gif

 

 

 

 

Klik met rechts op de schijf of map die u wilt delen en kies voor Delen. Kies in de combobox voor Iedereen (alle gebruikers in deze lijst) en klik op de knop Toevoegen. Vervolgens kan het machtigingsniveau worden aangepast naar Bijdrager (of eventueel Mede-eigenaar) zodat de bestanden ook door derden kunnen worden gewijzigd. Via de knop Delen wordt het netwerkpad getoond waarmee verbinding tot de gedeelde schijf of map wordt verkregen. Via de link Alle netwerkshares op deze computer weergeven kunnen vervolgens de gedeelde bestanden worden getoond. Na het doorlopen van de instellen wordt de schijf of map voorzien van een aangepast icoontje (plaatje met meerdere gebruikers) waaruit blijkt dat de map is gedeeld.

Via de Eigenschappen van de gedeelde map, tabblad Delen, knop Geavanceerd delen kunnen de machtigingen van de gedeelde map worden gewijzigd en een netwerknaam worden toegevoegd (verwijder dan wel de oude netwerknaam). Via de Mapopties, tabblad Weergave is het mogelijk de Wizard Delen gebruiken uit te schakelen zodat voortaan direct het scherm voor het Geavanceerd delen wordt getoond. Een bepaalde map kan onder meerdere netwerknamen worden gedeeld, dit gaat echter ten koste van de overzichtelijkheid. Na het toevoegen van een nieuwe netwerknaam moeten de machtigingen opnieuw worden toegewezen.

Bestanden delen onder Windows 7, 8 en 10

thuisgroep.png

Hoewel de werkwijze bij Windows 7, 8 en 10 erg lijkt op die bij Windows Vista, zijn er toch ook een aantal verschillen. U kunt gebruik maken van de zogenaamde Thuisgroep waardoor het delen van bestanden met andere Windows 8 en 7 computers gemakkelijker wordt. U moet wel beschikken over het (automatisch gegenereerde) wachtwoord om vanaf een andere op hetzelfde netwerk aangesloten computer toegang te krijgen tot de via de thuisgroep gedeelde bestanden. U kunt dat wachtwoord vinden via Configuraitescherm > Opties voor thuisgroepen en delen selecteren > Het wachtwoord voor de thuisgroep weergeven en afdrukken.

De persoonlijke bestanden van een gebruikersaccount (afbeeldingen, muziek, video’s, documenten en zelfs printers) kunnen aan de thuisgroep worden toegevoegd via het onderdeel Thuisgroep in het configuratiescherm (bij Windows 8 is de thuisgroep ook in te stellen via de charm Instellingen, optie Pc-instellingen wijzigen, onderdeel Thuisgroep).

Andere mappen kunt u toevoegen door vanuit de Windows Verkenner de betreffende map te selecteren om vervolgens met een rechter muisklik het contextmenu te openen. Klik vervolgens voor Windows 8 op Delen met, optie Thuisgroep (openen en bewerken) (of Een thuisgroep maken of lid worden wanneer er nog geen thuisgroep is aangemaakt) en voor Windows 7 op Delen met, optie Thuisgroep (lezen/schrijven).

Moeten gedeelde bestanden ook vanaf een Windows Vista-computer toegankelijk zijn, kies dan bij Delen met voor Specifieke personen (in plaats van Thuisgroep) en voeg de gewenste gebruikersnaam toe (de gebruikersnaam moet dan wel op beide computers aanwezig zijn, kies anders voor de optie Iedereen). Wijzig vervolgens het machtigingsniveau in Lezen/schrijven (of alleen Lezen wanneer de bestanden niet door het betreffende gebruikersaccount gewijzigd mogen worden). Via de knop Delen wordt de netwerknaam getoond waarmee verbinding tot de gedeelde partitie of map wordt verkregen. Via de link Alle netwerkshares op deze computer weergeven worden vervolgens de gedeelde bestanden getoond. Via de Eigenschappen van de gedeelde map, tabblad Delen, knop Geavanceerd delen kunnen de machtigingen van de gedeelde map worden gewijzigd en een netwerknaam worden toegevoegd (verwijder dan wel de oude netwerknaam). Via de Mapopties, tabblad Weergave is het mogelijk de Wizard Delen gebruiken uit te schakelen zodat voortaan direct het scherm voor Geavanceerd delen wordt getoond. Een bepaalde map kan onder meerdere netwerknamen worden gedeeld, dit gaat echter ten koste van de overzichtelijkheid. Na het toevoegen van een nieuwe netwerknaam moeten de machtigingen opnieuw worden toegewezen.

letop.png Zie ook de tool Ultimate Windows Tweaker: onderdeel Network Tweaks (voor Windows Vista, 7, 8), onderdeel Additional (voor Windows 8), optie Enable NTLM 2 support. Op deze website van Menno Schoone vindt u een goede uiteenzetting over alle mogelijkheden van dit gratis programma. Wie werkt met Windows 8.1 moet eens kijken op deze website. Die bevat een Ultimate Windows Tweaker for Windows 8.

Wilt u alles in eigen hand houden, dan kunt u ook de vanouds gebruikte methode hanteren. Klik in de Windows Verkenner met rechts op de te delen partitie of map (bijvoorbeeld de map D:\NETWERK) en kies voor Delen met, optie Specifieke personen, ontbreekt die optie, activeer dan via tabblad Beeld, knop Opties, de optie Wizard delen gebruiken (geadviseerd). Kies in de combobox voor Iedereen en klik op de knop Toevoegen. Pas ook het machtigingsniveau nog aan van Lezen naar Lezen/schrijven zodat de inhoud van de gedeelde map niet alleen vanaf andere computers in het netwerk kan worden gelezen maar ook bewerkt kan worden. Via de knop Delen wordt het netwerkpad getoond waarmee u verbinding tot de gedeelde partitie of map krijgt (in dit geval \\WIN10PC\NETWERK). Als u wordt gevraagd om netwerkdetectie in te schakelen, kunt u dat toestaan. Vervolgens worden via de link Alle netwerkshares op deze computer weergeven de gedeelde bestandslocaties getoond.

Beveiligen bestanden delen

In Windows 10, 8, 7 en Vista zijn beveiligingsinstellingen toegevoegd om het ongewenst delen van bestanden te voorkomen. Via het Netwerkcentrum kunnen die instellingen worden aangepast (bij Windows Vista direct in het Netwerkcentrum zelf, bij Windows 10, 8 en 7 via de taak Geavanceerde instellingen voor delen wijzigen). De optie Bestanden delen (Windows Vista), Bestands- en printerdeling (onder Particulier netwerk bij Windows 8 en Thuis of werk bij Windows 7) moet in ieder geval zijn ingeschakeld, eventueel aangevuld met de optie Met wachtwoord beveiligd delen (zonder deze optie wordt ook om een wachtwoord gevraagd, in dat geval is het voldoende een willekeurige naam in te vullen). Zijn de bestanden met een wachtwoord beveiligd, dan moeten de gebruikers die gerechtigd zijn met deze bestanden te werken ook een eigen gebruikersaccount op de betreffende computer hebben, anders kunnen er geen machtigingen voor die gebruikersnaam worden aangemaakt.

Het is ook mogelijk bestanden via de map Openbaar te delen, deze methode heeft echter het nadeel dat de te delen bestanden zich in deze map moeten bevinden (let op: de gedeelde map is vanaf andere PC's te herkennen aan de share-naam Public). Voor gebruik van de map Openbaar is het noodzakelijk de optie Openbare mappen delen in te schakelen.

letop.png Controleer ook via de eigenschappen van de LAN-verbinding in het Netwerkcentrum (Windows 10, 8: Ethernet, knop Eigenschappen;; Windows 7: LAN-verbinding, knop Eigenschappen; Windows Vista: Status weergeven, knop Eigenschappen) of de optie Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken wel is ingeschakeld. Een firewall kan het delen van bestanden bemoeilijken.

Openen van gedeelde mappen

Eerst moet worden gecontroleerd of alle computers in het netwerk onder dezelfde werkgroep actief zijn. Dit kan via het configuratiescherm bij het onderdeel Systeem (bij Windows 10, 8, 7 en Vista vervolgens nog de link Instellingen wijzigen), tabblad Computernaam, knop Wijzigen. Gebruik een korte naam voor de werkgroep (standaard is dat MSHOME, WORKGROUP of WERKGROEP) en gebruik tevens een korte, eenvoudige naam voor elke in het netwerk aanwezige computer.

Blader met de Windows Verkenner door het netwerk om te inventariseren welke bestanden er op de andere in het netwerk aanwezige computers worden gedeeld. In Windows 10, 8, 7 en Vista gaat dat door met de Windows Verkenner te navigeren naar Netwerk. Door op de naam van het netwerk te dubbelklikken, worden alle gedetecteerde computers met daaronder de gedeelde mappen in het betreffende netwerk getoond.

Schijfletter koppelen

netwerkverbindingmaken.png

 

Als u regelmatig een gedeelde map op een andere pc wilt gebruiken, dan is het telkens opnieuw opzoeken van de map via Netwerk omslachtig. Gelukkig bestaat er ook een snellere methode, mits het verkeer niet door een firewall wordt geblokkeerd. U maakt de map op een andere computer bereikbaar via bijvoorbeeld schijfletter Z. Dat gaat op de volgende manier. Maak in de Windows Verkenner via de optie Extra > Netwerkverbinding maken in de menubalk voor elke gedeelde map een extra schijfletter aan, bij Windows 10, 8 via het item Computer, tabblad Computer, optie Netwerkverbinding maken.

Roep eerst de gedeelde map op vanaf de pc waar u de koppeling met een schijfletter wilt maken en klik met rechts op de map. Kies in het menu voor Netwerkverbinding maken. Windows vraagt om een schijfletter. Kies bijvoorbeeld Z: en zet eventueel een vinkje  bij Opnieuw verbinding maken bij het aanmelden.

letop.pngIs de menubalk verborgen, dan haalt u die tevoorschijn door een klik op de ALT-toets.

Begin bij voorkeur aan het einde van het alfabet (let op: laat in elk geval de eerst beschikbare schijfletter ongemoeid, anders ontstaan er onherroepelijk problemen bij het aansluiten van een externe harde schijf of flashgeheugen). U ziet het bijgaande scherm.

Dit voorbeeld toont een verwijzing naar de gedeelde map met de naam pin op de computer met de naam infokom. Voor het aanmaken van een netwerkverbinding naar deze gedeelde map moet het volgende commando worden opgegeven: \\infokom\pin

letop.pngWordt hier de naam van de eigen computer ingevuld, dan kunt u ook een snelkoppeling naar de eigen gedeelde map maken. Verander tot slot de naam van de aangemaakte schijfletter door met rechts te klikken op de aangemaakte netwerkmap en te kiezen voor Naam wijzigen.

letop.pngHet is handig om de gedeelde mappen op elke PC onder dezelfde schijfletter aan te maken (dus ook op de computer met de gedeelde map). Dit maakt het communiceren een stuk makkelijker: de opmerking "Ik heb de bestanden op de Z:-schijf gezet" is dan voor iedereen duidelijk.

Linux

Werkt u niet met Windows maar met Linux dan is de procedure voor het delen van bestanden en mappen anders. U maakt eerst een map aan die u wilt delen met andere (= Windows) computers. Open dan het bestand smb.conf. Dat vindt u meestal in /etc/samba/smb.conf. Vervolgens vult u met behulp van een editor het bestand smb.conf aan met de volgende regels.

[documenten]

path = /home/vul hier de naam in waaronder uw linux pc werkt/documenten

available = yes

read only = no

browsable = yes

public = yes

writable = yes

guest ok = yes

create mask = 777

directory mask = 777

Let op de spaties rond het = teken.

Openbare mappen delen

Een openbare map op uw pc is een map waarin iedereen in het netwerk toegang toe heeft. Het is aanbevolen deze optie uit te schakelen.

Gegevens synchroon houden

Mogelijk hebt u sommige bestanden op een computer opgeslagen, andere in mappen op een netwerkserver en weer andere op mobiele apparaten, zoals draagbare muziekspelers, PDA's (Personal Digital Assistants) of mobiele telefoons. Met het Synchronisatiecentrum kunt u gegevens op elkaar afstemmen tussen uw computer en:

Wat is synchronisatie?
synchroon.png

De synchronisatie kan in één richting of in twee richtingen worden uitgevoerd. Telkens wanneer u een bestand of andere gegevens op de ene locatie toevoegt, wijzigt of verwijdert, worden bij synchronisatie in één richting dezelfde gegevens toegevoegd, gewijzigd of verwijderd op de andere locatie. Er worden geen wijzigingen aangebracht op de eerste locatie omdat de synchronisatie in slechts één richting wordt uitgevoerd.

Bij synchronisatie in twee richtingen worden bestanden in beide richtingen gekopieerd, waardoor bestanden op twee locaties synchroon worden gehouden. Telkens wanneer u een bestand op een van beide locaties toevoegt, wijzigt of verwijdert, wordt dezelfde wijziging doorgevoerd op de andere locatie. Het maakt niet uit of u de veranderingen aanbrengt op een computer, mobiel apparaat of map op een netwerkserver: dezelfde wijzigingen worden doorgevoerd op beide locaties. Synchronisatie in twee richtingen wordt meestal gebruikt in netwerkomgevingen, waar bestanden vaak op meerdere locaties worden bijgewerkt en vervolgens met andere locaties worden gesynchroniseerd.

Hoe gaat synchronisatie in zijn werk?

Telkens wanneer u bestanden synchroniseert tussen twee locaties (bijvoorbeeld tussen een computer en een mobiel apparaat), worden de bestanden op beide locaties vergeleken in het Synchronisatiecentrum om te bepalen of een bestand is gewijzigd. Als de bestanden verschillen, wordt in het Synchronisatiecentrum bepaald welke versie van elk bestand behouden moet blijven, waarna deze versie wordt gekopieerd naar de andere locatie en de andere versie daar wordt overschreven. De meest recente versie blijft behouden, tenzij u de synchronisatierelatie zo instelt dat de synchronisatie op een andere manier wordt uitgevoerd.

Een synchronisatie­relatie maken

1. Schakel het apparaat in en sluit dit op uw computer aan. Controleer of de draadloze verbinding tussen het apparaat en uw computer tot stand is gebracht als het een apparaat betreft dat gebruik maakt van een draadloze verbinding met de computer of sluit het apparaat op uw computer aan met een USB-kabel (Universal Serial Bus).

2. Open het Synchronisatie­centrum: klik op de knop Start, klik op Alle programma's, klik op Bureau-accessoires en vervolgens op Synchronisatie­centrum.

3. Klik in het linker deelvenster van het Synchronisatie­centrum op Nieuwe synchronisatie­relaties instellen.

4. Zoek het apparaat in de lijst met beschikbare synchronisatie­relaties en klik op het apparaat.

5. Klik in de werkbalk op Instellen.

6. Selecteer de gewenste instellingen en bepaal hoe en wanneer u het apparaat met de computer wilt synchroniseren.

Als u meteen wilt beginnen met synchroniseren, klikt u op Synchronisatie­relaties weergeven, vervolgens klikt u in de lijst met synchronisatie­relaties op het gewenste apparaat en dan op de werkbalk op Synchroniseren.

letop.pngSluit het apparaat opnieuw aan of schakel het apparaat uit en weer in als het apparaat niet in de lijst wordt weergegeven. Klik vervolgens op de knop Vernieuwen in het Synchronisatie­centrum.

letop.pngSommige synchronisatierelaties zijn niet voorzien van synchronisatie­instellingen of van een schema dat u kunt aanpassen.

Voorbeelden van synchronisatie

Muziek die op een draagbare muziekspeler en op een computer is opgeslagen. U slaat uw hoofdverzameling muziek op de computer op en u wilt dat muziekbestanden die u toevoegt aan of verwijdert van de computer ook worden toegevoegd aan of verwijderd van de draagbare speler. Nummers die u op de draagbare speler verwijdert, wilt u echter niet verwijderen van de computer, dus u maakt een synchronisatierelatie in één richting tussen de computer en muziekspeler. Als u muziek toevoegt aan of verwijdert van de computer, worden dezelfde nummers toegevoegd aan of verwijderd van de muziekspeler.

Bestanden die zijn opgeslagen op een computer en in een netwerkmap. U werkt samen met uw collega's aan een set documenten die zijn opgeslagen op een netwerkserver. U stelt de synchronisatie­relatie Offline bestanden met deze netwerkmap in. Telkens wanneer u de verbinding tussen de computer en het netwerk verbreekt of de netwerkverbinding met de server wordt verbroken, kunt u zonder onderbreking deze bestanden verder bewerken. De volgende keer dat u verbinding maakt met de netwerkmap, worden aangebrachte wijzigingen ook doorgevoerd in de bestanden in de netwerkmap.

Een synchronisatie­relatie beëindigen

- Open het Synchronisatie­centrum: klik op de knop Start, klik op Alle programma's, klik op Bureau accessoires en vervolgens op Synchronisatie­centrum.

- Klik met de rechter muisknop op de synchronisatierelatie die u wilt beëindigen en klik op Verwijderen.

letop.pngBepaalde synchronisatierelaties bieden misschien niet de mogelijkheid om de relatie te verwijderen. Probeer in dat geval het programma of de locatie te openen van waaruit u de synchronisatie­relatie hebt ingesteld en bekijk of u de relatie kunt uitschakelen of verwijderen vanuit dat programma of die locatie.

letop.pngVolg bovenstaande stappen niet als u een lopende synchronisatie wilt beëindigen, want hiermee beëindigt u de hele synchronisatie­relatie. Klik in plaats hiervan met de rechter muisknop op de synchronisatie­relatie en klik op Synchronisatie stoppen met‍ <naam van relatie>. De synchronisatierelatie wordt opnieuw gesynchroniseerd op het volgende geplande tijdstip.

letop.pngAls u een synchronisatierelatie verwijdert, worden bijna nooit bestanden of andere gegevens verwijderd. Hiermee wordt alleen de synchronisatie­relatie beëindigd. Als u een synchronisatie­relatie verwijdert, wordt u gewaarschuwd voordat er bestanden of andere gegevens worden verwijderd.

letop.pngIn Windows Vista Starter, Windows Vista Home Basic en Windows Vista Home Premium is het niet mogelijk om netwerkmappen te synchroniseren.

Synchroniseren van gegevens tussen twee pc's

Wilt u bestanden niet alleen tussen verschillende computers delen maar ook synchroniseren of vindt u de hier omschreven methode voor het delen van bestanden lastig? Kijk dan eens naar OneDrive en Dropbox, die opslag­diensten werken een stuk makkelijker.

Met wachtwoord beveiligd delen

Het delen van mappen en printers in een Windows-netwerk gaat via gebruikers­rechten. Als u bijvoorbeeld de map Muziek wilt delen op de computer met de naam desktop1 dan doet u dat  als een gebruiker. Die gebruiker heeft bij voorkeur een wachtwoord. Als die vanaf notebook1 de gedeelde map Muziek op desktop1 wil benaderen, heeft u de gebruikersnaam en wachtwoord nodig. Gebruikersnaam achterhalen, opnieuw instellen en een wachtwoord opgeven is eenvoudig. Open het Configuratie­scherm, Gebruikers­accounts. Hier ziet u de naam staan, waarmee u bent aangemeld op de pc. Als u nog geen wachtwoord hebt opgegeven, klik dan op Een wachtwoord voor uw account instellen. U kunt uw wachtwoord veranderen via Uw wachtwoord wijzigen.

Media delen

Wanneer deze optie is ingeschakeld hebben de gebruikers binnen uw netwerk de beschikking over de video en muziekbestanden die op uw computer aanwezig zijn. Aanbevolen optie: uitgeschakeld.

Met bovenstaande opties beschikt u over een veilig en stabiel thuisnetwerk.

Verder bevat het netwerkcentrum nog enkele opties aan de zijkant van het scherm.

U kunt aan de linkerkant klikken op computers en apparaten weergeven om te bekijken welke apparaten en computer er zich op dit moment in het netwerk bevinden. Ook is er de optie "verbinding met een netwerk maken" waarbij u een nieuw netwerk of een draadloos netwerk kunt instellen. Onder "netwerkverbindingen beheren" zijn de adapters (de netwerkkaarten) te zien waarmee de verbinding tot stand is gebracht en onder diagnose en herstel wordt er een wizard opgesteld die direct controleert of er problemen zijn met de verbinding.

Bestanden delen via een Online dienst

Een manier om uw bestanden niet alleen binnen uw thuisnetwerk maar ook voor anderen daarbuiten bereikbaar te maken is via een online dienst. Bestanden die u bij een online dienst (in een Cloud) zet, kunt u ongeacht het apparaat dat u gebruikt en waar u ook bent, bereiken en bewerken.

Met Dropbox bijvoorbeeld kunt u bestanden tussen een pc, tablet en smartphone synchroniseren. Een andere online dienst is LastPass waarmee u wachtwoorden en gebruikersnamen kunt synchroniseren. Met Windows Live Skydrive kunt u bestanden online opslaan. Gladinet zorgt ervoor dat u de online opslagruimte van Windows Live Skydrive en Google Docs direct kunt benaderen via Windows Verkenner. Een andere "online applicatie"is Google Docs. Ze werken prima, maar doorgaans alleen als u maar een paar bestanden wilt delen. Voor het delen van grote hoeveelheden en vooral grote bestanden kunt u beter Jumpshare gebruiken. Jumpshare is speciaal bedoeld voor het delen van een ongelimiteerd aantal (grote) bestanden.

Om Jumpshare te gebruiken moet u eerst een account aanmaken. U doet dat door te surfen naar jumpshare.com/ en te klikken op Sign Up. Heel veel informatie hoeft u niet op te geven, uw voornaam, achternaam, e-mail adres en een wachtwoord is voldoende. Direct daarna krijgt u waarschijnlijk het aanbod om de app voor Windows te downloaden (die heel handig is). Installeert u de app, dan krijgt u er direct 500 MB bij. Wilt u de app niet, klik dan op Skip. Zodra u bestanden naar Jumpshare stuurt, wordt automatisch een map gemaakt waarin die bestanden komen te staan. U krijgt u 2 GB aan gratis opslagruimte. U kunt zelf meer mappen maken. Vervolgens klikt u op Share om de bestanden te kunnen delen met een ander. Vervolgens vult u het e-mailadres van de ontvanger(s) in plus een bericht en klikt u op Send. Het maakt dus niet uit hoeveel bestanden u stuurt, alleen hoe groot (maximaal 250 MB) die zijn. U kunt de bestanden delen met anderen die geen account hebben bij Jumpshare.

letop.pngWilt u in een keer heel veel foto's of grote bestanden versturen naar vrienden of familie dan lukt dat meestal niet met de mail. De meeste mailproviders stellen een limiet aan de grootte van bijlagen en ook de mailboxen van ontvangers kunnen vaak niet honderden MB's verwerken. Een oplossing hiervoor is de webdienst WeTransfer. Daarmee kunt u een bestand tot een grootte van 2 GB verzenden aan maximaal 20 personen.

Televisie aansluiten

ipscan-vista.png

 

 

 

Als u tegenwoordig een nieuwe televisie koopt, kan deze vaak ook op het netwerk worden aangesloten. Dat is bijvoorbeeld handig om filmpjes van YouTube direct op de televisie  te bekijken. Daarnaast zijn filmpjes, foto's of muziek van uw pc of nas (externe netwerkschijf) meteen af te spelen  op de tv. Als u een oudere televisie hebt, is die ook aan te sluiten op het netwerk. Hiervoor gebruikt u een mediastreamer. Dat is een kastje dat u bij de televisie zet. Die mediastreamer haalt de bestanden van uw netwerk en speelt ze af op de tv. Mediastreamers hebben vaak een eigen harde schijf, zodat u de bestanden ook gewoon kunt kopiëren van de pc naar de mediastreamer. Als de afstand tussen de pc en televisie groot is, koop dan een mediastreamer met een netwerkaansluiting. Sommige werken namelijk uitsluitend via usb en dan kunt u alleen korte kabels gebruiken.

IP-adres en netwerksleutel vinden

IP-adres vinden

In een netwerk worden gaandeweg steeds meer netwerk­apparaten opgenomen. We hebben het niet alleen over pc's, maar ook over printers, mediaspelers, routers, televisies, enz. Soms hebt u het ip-adres van een netwerk­apparaat nodig voordat u het kunt benaderen via bijvoorbeeld een lokale webserver. Als dan de ip-adressen automatisch via dhcp worden uitgedeeld, dan zijn ze niet eenvoudig te vinden. Dat is waar het programma Angry IP Scanner van pas komt. Zie hiervoor deze pagina.

Bij het installeren ervan gebruikt u als ip-bereik het ip-bereik van uw lokale netwerk. Daarna neemt een klik op de knop Start u al het verdere werk uit handen. Is de scan wat later afgerond? Dan kunt u één van de kolomkoppen Ping en Hostname gebruiken voor een handige sortering van de lijst met treffers.

Netwerksleutel opvragen

Als u in het netwerk met kabel zit, gaat u naar de router via Start > Uitvoeren. In het Opdrachtvenster tikt u cmd. Vervolgens komt er een zwart scherm. Daarin typt u ipconfig, zoek vervolgens naar de default gateway meestal is dit 192.168.0.1 of 192.168.1.0. Dit adres tikt u in de webbrowser en vervolgens meldt u zich aan met de inloggegevens. U kunt de gewenste gegevens inzien bij Draadloze instellingen.