Pagina Menu

Voordeel draadloze verbinding

netwerkdraadloos.jpg

 

 

Draadloze technieken werken nu zo goed dat het verschil met een bekabeld netwerk te verwaarlozen is. Een draadloos netwerk is vooral gemakkelijk als u veel met draagbare apparaten werkt zoals een laptop, een pda of een wifi-telefoon. Het kan ook handig zijn voor apparatuur die anders nauwelijks te bereiken is met een kabel, bijvoorbeeld een computer op zolder. Het is wel zo dat een bedraad netwerk na installatie nauwelijks problemen oplevert en dat kan helaas niet altijd van de draadloze variant worden gezegd. Een draadloos netwerk kunt u heel goed combineren met een vast netwerk.

 

We beginnen met een aantal termen die in dit artikel gebruikt worden.

WiFi: Wireless Fidelity, draadloze netwerken in het algemeen

802.11: de standaard verzamelnaam voor de specificaties (goedgekeurd door de IEEE) van draadloze netwerken.

11 Mbit: de snelheid van een draadloos netwerk: in dit geval 802.11b.

54 Mbit: de snellere variant (tegenwoordig standaard) van draadloze netwerken, ook bekend als 802.11a en het populairdere 802.11g.

WLAN: Wireless LAN. LAN staat weer voor Local Area Network, het betreft dus gewoon een draadloos netwerk.

WEP: Wired Equivalent Privacy: een versleutelingstechniek voor draadloze netwerken.

WPA en WPA2: Wi-Fi Protected Access, nieuwere versleutelings­technieken, tegenwoordig standaard voor het beveiligen van draadloze netwerken

SSID: Service Set IDentifier, een soort wachtwoord dat gebruikt wordt om draadloze netwerken van elkaar te onderscheiden, bijna vergelijkbaar met de werkgroepnaam.

ad-hoc mode: een methode om pc's met draadloze netwerk­kaarten met elkaar te verbinden, zonder gebruik van een access point.

Access Point: (AP) een netwerk­apparaat (vergelijkbaar met een hub of switch) dat meerdere computers met draadloze netwerk­kaarten aan elkaar koppelt.

Wat heeft u nodig

Voor een draadloos netwerk heeft u natuurlijk de nodige apparatuur nodig. Soms zit de benodigde hardware al in uw PC ingebouwd, zoals vaak het geval is bij nieuwere notebooks. Ook veel PDA's hebben een WiFi-adapter ingebouwd, en mobiele telefoons krijgen meer en meer - naast Bluetooth - WiFi aan boord.

WiFi Access Point of router
router

 

Het centrale punt in een draadloos netwerk is het Access Point. Zoals de naam aangeeft, is dit het toegangspunt tot uw draadloze netwerk. Een Access Point koppelt een bedraad netwerk (of een modem) aan het draadloze netwerk. Voor een breedbandverbinding, zoals een DSL (Digital Subscriber Line)- of kabelverbinding, hebt u een DSL- of kabel modem nodig. Als u van plan bent een netwerk in te stellen om internettoegang te delen met meerdere computers, heeft u ook een router nodig. Een router heeft meer voordelen: anders dan een puur Access Point, heeft een router ook uitgebreide routerings­functionaliteiten. Zo heeft een WiFi router vrijwel altijd een ingebouwde firewall (wat een firewall op uw PC overigens niet overbodig maakt) en kunt u netwerkverkeer tussen de computers regelen. Een Access Point koopt u in de regel als Wireless router: in plaats van slechts één (bedrade) netwerkaansluiting, kunt u dan minimaal vier PC's via kabels aansluiten. Zowel modem als router maken mogelijk deel uit van de hardware die door de internetprovider wordt geleverd wanneer u een breedband­account aanvraagt.

WiFi kaarten
netwerkkaart_wifipci

 

 

Ook de PC (of PC's) hebben een stukje hardware nodig om deel uit te maken van een draadloos netwerk. Hiervoor zijn verschillende opties voorhanden. Voor een desktop-PC heeft u de optie een WiFi-kaartje in te bouwen. Dit is een van de oudere technieken en heeft als belangrijkste nadeel dat u uw kast moet openschroeven. Ook heeft u een vrij PCI-slot nodig. Sommige kaartjes hebben een vaste antenne die aan de achterkant van de computer uitsteekt, andere hebben een losse antenne die u ergens neer kunt zetten zodat u betere signaalsterkte hebt.

 

WiFi USB
netwerk_usb

 

Indien de computer die u in het thuisnetwerk wilt opnemen, niet over draadloze mogelijkheden beschikt, heeft u een draadloze WLAN adapter nodig. Die steekt u in een vrije usb-poort en u installeert de software van de meegeleverde CD. U kunt vervolgens kiezen om verbinding te maken via de meegeleverde software, of via de standaard Windows methode. Dergelijke USB adapters zien eruit als een standaard USB drive met soms een antenne eraan. Een kwestie van in een vrije USB poort steken en de installatie is klaar. Voordeel van dergelijke USB adapters is het installatiegemak en de draagbaarheid: u kunt ze makkelijk in uw notebook prikken, of in uw PC thuis. U ziet ze ook met ingebouwd geheugen: wel zo handig als u de adapter steeds meeneemt. Om computers die nog volgens de vorige standaard werken (802.11n) een hogere verbindingssnelheid te geven, kunt u een usb-adapter gebruiken met daarin een 802.11ac-netwerkkaart.

Overig

Er zijn nog een aantal opties om WiFi in uw computer te krijgen. Voor notebooks kunt u ook nog voor het PCMCIA kaartje kiezen, dat zijn de creditcard-achtige kaartjes die in een sleuf in de meeste notebooks passen. Voor PDA's zonder ingebouwd netwerk kunt u - afhankelijk van de door de PDA ondersteunde standaard - kiezen voor Compact Flash WiFi kaartjes, een SD WiFi card of Sony's WiFi MemorySticks.

Om via een draadloze verbinding te kunnen internetten hebt u ook nog het volgende nodig:

Account bij een internetprovider (ISP)

Een internet­provider verschaft u toegang tot internet. U kunt een account bij een internetprovider op dezelfde manier aanvragen als bij een telefoondienst of nutsbedrijf.

Een apparaat geschikt voor draadloos internet
draadloos_symbolen.png

 

 

Het apparaat dat u wilt aansluiten moet geschikt zijn voor draadloos internet. U herkent dit aan een draadloos internet / Wi-Fi symbool.

Draadloos schakelaar aanzetten op uw computer

Controleer of draadloos internet op uw computer aan staat. Op veel laptops bevindt zich een aan/uit schakelaar voor draadloos internet. Zet de schakelaar op ‘Aan’ ‘On’ of ‘I’. Waarschijnlijk gaat het draadloos internet symbool op uw pc branden.

draadloos_schakelaar.png

Netwerknaam en beveiligings­sleutel

U heeft de netwerknaam (SSID) en beveiligings­sleutel (WPA-2) nodig.

Instellingen op de router (Access Point)

netwerk_draadloos

 

De router is het centrale punt in uw netwerk, zowel voor het bedrade als het draadloze gedeelte en verdient daarom uw aandacht bij het opzetten van het thuisnetwerk.

Om de instellingen van uw draadloos netwerk / internet te kunnen aanpassen dient u eerst in te loggen op uw modem of router. Daarvoor moet u een PC of laptop met een netwerkkabel aan sluiten op uw router. Voor informatie over het instellen van uw router zie deze paragraaf in de pagina Router, netwerkkaart, kabels, instellingen Configuren kan ook via de WiFi-verbinding, maar als de instellingen op router en PC niet overeenkomen, kan het lastig worden. Meestal moet u de router (of Access Point) via een intern IP-adres in uw browser instellen. Vergeet niet uw router en netwerk te beveiligen. Een draadloos netwerk moet niet van de hele straat zijn.

letop.png U vindt de informatie zoals het IP-adres en inloggegevens van de router in de meeste gevallen op een sticker aan de onderzijde van uw router. Het ip-adres van uw router is vaak 192.168.1.1 of 192.168.0.1. Door een opdrachtprompt venster te openen en ipconfig te typen kunt u het ip adres van de router zien. (Start, uitvoeren, cmd intypen, ipconfig intypen). U kunt het ook achter halen in Windows via de opdrachtprompt. In Windows 7: klik op de startknop, tik opdrachtprompt in het zoekveld en klik op Opdrachtprompt. Onder Windows 8: tik in het startscherm opdrachtprompt in en klik in de zoekresultaten op Opdrachtprompt. Tik in de opdrachtprompt vervolgens ipconfig en druk op Enter. Het IP-adres achter Standaardgateway is het IP-adres van de router. Tik dit IP-adres in uw browser in en de inlogpagina van uw router opent. Waarschijnlijk moet u op deze webinterface inloggen.

Start een internetbrowser en log in op de router, ga vervolgens naar een onderdeel als Wireless of Draadloos. Daar vindt u meestal de instelmogelijkheden. Kijk als eerste naar de modus waarop uw wifi-netwerk draait. Een moderne router maakt gebruik van 802.11n. Deze wifi-standaard is terugwaarts compatibel is met 802.11b/g. Deze compatibiliteit zorgt wel voor wat minder goede prestaties, ook als u alleen 802.11n-apparatuur gebruikt. Standaard staat uw router waarschijnlijk in een mixed modus die alle standaarden ondersteunt. Heeft u geen apparatuur meer die 802.11b/g nodig heeft, stel uw router dan in op alleen 802.11n. Meestal heet deze optie N of N only. Heeft u nog wel 802.11g-apparatuur, kijk dan of u in ieder geval de ondersteuning voor 802.11b kunt uitschakelen door iets als G/N te kiezen.

netwerk_veilig

Het IP-adres van uw router

 

IP-adres

Alle apparaten in uw netwerk communiceren met elkaar via IP-adressen. De IP-adressen zijn gebaseerd op het IP-adres van uw router. In de router vindt u die doorgaans terug onder de instellingen voor LAN. Het is per router verschillend waar deze optie precies zit. Zoaks gezegd, als IP-adres voor de router is vaak 192.168.1.1 gekozen. Bij subnetmasker is 255.255.255.0 ingevuld. De eerste drie cijfercombinaties in uw netwerk staan vast. De vierde cijfercombinatie - hier nog een 0 - is uniek voor ieder apparaat in uw netwerk. U kunt op die manier maximaal 253 IP-adressen uitdelen in uw netwerk en dat is doorgaans meer dan genoeg voor thuisgebruik.

letop.pngVoor meer informatie over ip-adressen zie deze paragraaf op de pagina over de router.

IPv6

We gaan in dit artikel bij het instellen van het thuisnetwerk uit van IPv4. Hoewel er al een aantal jaren verkondigd wordt dat internetproviders overstappen naar IPv6, is dit tot op heden nog niet op grote schaal gebeurd. Voor de bekabeling en switches maakt de overstap naar IPv6 niet uit. Uw internetprovider moet de wifi-modem/router bijwerken via firmware of het apparaat vervangen. Verder dient een eventuele eigen wifi-router ook geschikt te zijn voor IPv6. De meeste apparaten die u aan uw netwerk koppelt zijn al geschikt voor IPv6.

DHCP

Een apparaat dat u aansluit op uw netwerk via een kabel of wifi, krijgt automatisch een verbinding met het netwerk en internet. De router bevat hiervoor een DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol). Die zorgt ervoor dat netwerkapparatuur die u aansluit op het netwerk automatisch een IP-adres en andere netwerkinstellingen krijgt toegewezen. Meestal krijgt hetzelfde toestel een volgende keer hetzelfde IP-adres toebedeeld, maar dat is geen zekerheid. Voor een gewone pc of mobiel apparaat maakt dat niet zoveel uit, maar voor zaken als een netwerkprinter, beveiligingscamera of NAS (een schijf met een netwerkverbinding) is het vaak handig dat die altijd over hetzelfde IP-adres beschikken. Dat kunt u op verschillende manier regelen. U kunt bijvoorbeeld in de router aangeven dat de DHCP-server slechts een beperkt aantal adressen mag uitdelen (bijvoorbeeld van 192.168.1.2 tot 192.168.1.100), waarna u bepaalde apparaten zelf een vast, statisch IP-adres meegeeft dat buiten die reeks ligt (in ons voorbeeld: van 192.168.1.101 tot 192.168.1.204). Beperk dat aantal tot bijvoorbeeld honderd IP-adressen, dat is meer dan genoeg voor het gemiddelde thuisnetwerk. Wijs in ieder geval niet alle mogelijke IP-adressen toe aan de DHCP-server, omdat het handig is om een aantal IP-adressen te reserveren voor apparaten die u een vast IP-adres wilt geven.

Statisch IP
dhcp-reserveringen.png

Vast IP-adres voor NAS en netwerkprinter

 

Op veel routers kunt u vaste IP-adressen via DHCP toekennen. Hiervoor wordt het MAC-adres van het netwerkapparaat opgegeven in de router in combinatie met het IP-adres dat u wilt toewijzen. Het MAC-adres (Media Access Control) is een unieke tekenreeks waarmee een netwerkapparaat geïdentificeerd kan worden. De optie om DHCP-reserveringen te doen, wordt door iedere routerfabrikant anders genoemd. De ASUS-router die bijvoorbeeld, spreekt over 'Manually Assigned IP around the DHCP list', terwijl andere fabrikanten het over bijvoorbeeld DHCP Reservations, DHCP-reserveringen of Static Lease hebben.

letop.png Draagt het DHCP uitschakelen bij aan een veiliger netwerk? Dat houdt een aanvaller hooguit 10 seconden tegen. DHCP deelt automatisch IP-adressen uit. Dit uitschakelen is nutteloos. Een aanvaller heeft vrijwel direct het IP-schema van het netwerk doorgrond en zichzelf alsnog een geldig IP-adres toebedeeld.

Ziet u een tabel waarin u MAC-adressen kunt koppelen aan een IP-adres, dan zit u in het goede onderdeel. U tikt het MAC-adres van het netwerkapparaat in de ene kolom en het IP-adres dat u wilt toekennen in de andere kolom. U moet kiezen voor IP-adressen die buiten de reeks van de normale DHCP-server liggen. Uiteraard moeten het adres wel in hetzelfde subnet als de DHCP-server liggen, bijvoorbeeld 192.168.1.200. Het MAC-adres van een netwerkapparaat als een NAS of netwerkprinter is te achterhalen in de webinterface van dat apparaat. Het staat doorgaans ook op een sticker achterop het apparaat. Mocht het apparaat momenteel via DHCP een IP-adres toegewezen krijgen, dan kunt u de gegevens ook terugvinden in het DHCP-overzicht van de router. Tot slot kunt u een netwerkscanner gebruiken om het MAC-adres te achterhalen.

networkwatcher.png

Wireless Network Watcher doet anders dan de naam doet vermoeden ook uitstekend dienst op een bedraad netwerk.

 

 

 

Wilt u gegevens hebben over de apparatuur die is aangesloten op uw netwerk dan is Wireless Network Watcher een handig programma. Hiermee ziet u van ieder apparaat het IP-adres, MAC-adres, de fabrikant en de apparaatnaam. Handig als u iets moet instellen én om te weten te komen of er onbedoelde gebruikers toegang hebben tot uw netwerk.

 

 

DHCP-reservering

dhcpreservering.png

DHCP-reservering voor een router

 

 

Een nadeel van een vast of statisch adres is dat u gewoonlijk zelf nog andere lastige informatie moet invullen, zoals subnetmasker, standaard­gateway en DNS-servers, en dat u moet opletten dat u een adres niet dubbel gebruikt. Er is echter een tussenoplossing: DHCP-reservering, een functie die door nagenoeg alle routers wordt ondersteund. Het komt erop neer dat DHCP automatisch voor de nodige adres­toekenningen zorgt, maar er tegelijk oog voor heeft dat een apparaat altijd opnieuw hetzelfde IP-adres krijgt toebedeeld. Hoe u DHCP-reservering precies activeert, hangt van uw routermodel af. In de meeste gevallen volstaat het in een tabel de gewenste apparaatnaam van een vinkje te voorzien. Voortaan krijgt dat apparaat dan het IP-adres mee dat het voorheen al via DHCP kreeg toebedeeld. Het is ook mogelijk handmatig voor zo'n koppeling tussen apparaat (met een bepaald MAC-adres) en IP-adres te zorgen. Kies dan natuurlijk wel een IP-adres dat nog niet aan een ander apparaat was toegekend.

Handmatig vaste IP-adressen toekennen

webinterface.png

In de webinterface van een netwerkapparaat zoals in dit geval een NAS kunt u een vast IP-adres instellen.

 

 

 

Heeft uw router geen mogelijkheid tot DHCP reserveringen of werkt dit niet goed, dan kunt u ook handmatig vaste IP-adressen toekennen. Het apparaat geeft zichzelf dan een IP-adres waarop het bereikbaar is. Om een apparaat een vast IP-adres toe te kennen moet u inloggen op de webinterface van dat apparaat en de netwerk­configuratie veranderen van DHCP of automatisch naar handmatig.

Kies vervolgens een IP-adres dat in dezelfde reeks ligt als de DHCP-server, maar niet gebruikt kan worden door de DHCP-server. Heeft u aan de DHCP-server bijvoorbeeld de adressen 192.168.1.50 tot 192.168.1.150 toegekend, kies dan voor bijvoorbeeld 192.168.1.200 als een vast IP-adres. In het veld netwerkmasker vult u 255.255.255.0 in. Als er een veld is voor gateway of router vult u het IP-adres van uw router in, meestal is dit 192.168.1.1.

Eigen wifi-router achter wifi-(modem)-router

U kunt een andere router aansluiten op de wifi-(modem)-router die u van uw internetprovider hebt gekregen. Vaak gaat dit qua verbinding goed, maar krijgt u soms problemen met het doorzetten van poorten. U kunt uw eigen router dan proberen op te nemen in de DMZ van de wifi-(modem)-router. U werkt dan met twee routers achter elkaar. Bij een glasvezelverbinding van KPN of XS4ALL kunt u de wifi-(modem)-router vervangen als uw eigen wifi-router VLAN ondersteunt. U hebt de wifi-router van KPN of XS4ALL wel altijd nodig om te bellen. Een uitleg hierover vindt u hier. Heeft u internet via de kabel, dan kunt u de door de provider geleverde modem/router niet vervangen, er worden in Nederland geen kabelmodems verkocht die u zelf kunt aansluiten op de kabel.

 

 

 

Wel kunt u een eigen wifi-router achter de modem/router van de provider hangen en proberen of het goed werkt als u uw eigen wifi-router in de DMZ van de wifi-(modem)-router toevoegt. Beter is om de wifi-(modem)-router te configureren als bridge waardoor hij alleen als modem werkt. Op de website van KPN vindt u een uitleg om een tweede modem/router als bridge te gebruiken. U kunt de wifi-(modem)-router van Ziggo niet zelf in de bridge mode zetten. U kunt dit vragen aan de helpdesk van Ziggo. U verliest bij zowel UPC als Ziggo door het instellen van de wifi-(modem)-router als bridge wel de mogelijkheid om gebruik te maken van hun openbare hotspots. Mocht het niet werken of heeft u meer hulp nodig, dan kunt u proberen of u een antwoord kunt vinden op één van de gespecialiseerde gebruikersfora over internetproviders.

Via gebruikers.eu vind u fora over vrijwel alle internetproviders. Informatie over UPC vindt u daarnaast via chelloo.nl en voor Ziggo kunt u ook terecht op ziggo-gebruikers.nl. KPN heeft een eigen forum.

Kanaal kiezen

Wanneer u thuis met een notebook toegang tot een draadloze net­werkverbinding zoekt en Windows de ether laat aftasten welke netwerken er beschikbaar zijn, dan zult u al snel zien dat meer dan alleen uw eigen netwerk wordt aangeboden. Veel buren hebben ook een draadloos netwerk en dat is niet gunstig. Draadloze netwerken storen elkaar namelijk.

Krijgt u met een mobiel apparaat maar moeilijk verbinding of valt de connectie soms weg, terwijl u toch een goed signaal ontvangt? Dan heeft dat wellicht te maken met de kanaalkeuze voor uw draadloze netwerk. Binnen de 2,4GHz-band zijn er namelijk maar elf tot dertien kanalen beschikbaar. Zit uw eigen kanaal te dicht bij dat van het draadloze netwerk van uw buren, dan kunnen er verbindingsproblemen ontstaan. In de praktijk zijn vrijwel alle kanalen door meerdere routers bezet en zult u moeten testen wat het beste werkt. Voer een siteonderzoek uit om te bepalen welke wifi kanalen in uw omgeving in gebruik zijn. Daar zijn een aantal gratis programma's voor, waaronder NetSurveyor en WiFi Channel Scanner voor Windows, of Network Signal Info voor uw Android smartphone of tablet. Een ander hulpprogramma om het beste kanaal vinden is WirelessNetView. Download het programma, plaats het zip-bestand liefst op een notebook dat de 802.11n-standaard aankan en anders de 802.11g-standaard. WirelessNetView heeft geen verdere installatie nodig. Het is een kwestie van downloaden, uitpakken en daarna WirelessNetView.exe opstarten. Laat het programma dan een tijd aanstaan en loop met de notebook door het huis. Het programma pikt onderweg alle draadloze netwerken op en toont die in het overzicht. In de kolom Channel Number is van ieder draadloze netwerk het gebruikte kanaal te zien. Al snel zal opvallen dat bepaalde kanalen heel veel worden gebruikt en andere niet. Om het minst gebruikte kanaal te bepalen moet bij ieder kanaal het aantal netwerken dat WirelessNetview vindt, worden opgeteld bij het aantal zenders dat in de aanpalende kanalen wordt gevonden. Dit omdat de kanalen overlappend zijn. Om te weten hoe druk het op kanaal 11 is, moeten dus de netwerken op kanaal 10, 11 en 12 bij elkaar worden opgeteld. Doe dit voor alle kanalen en kies dan een van de kanalen die helemaal vrij is of het kanaal met de laagste score. Gebruik die voor het configureren van het draadloze accesspoint. Het is een goed idee om uw omgeving om de paar maanden opnieuw te testen om te controleren of het kanaal dat u gebruikt nog steeds het minst drukke is. Ga er niet van uit dat de netwerken om uw heen statisch blijven. Om te achterhalen op welk kanaal de netwerken van uw buren opereren kunt u ook Xirris Wi-Fi Inspector gebruiken of het gratis WifiInfoView op uw Windows-pc installeren. Mac-gebruikers kunnen een beroep kunnen doen op programma's op deze webpagina. Of u installeert een mobiele app als Wifi Analyzer op uw Android, iOS laat zulke apps standaard niet toe.

Deze tools tonen niet alleen het kanaal van de gedetecteerde netwerken, maar onder meer ook de signaalsterkte (-30 is uitstekend; vanaf -80 wordt het lastig) evenals de netwerk- en beveiligingsmodus. Op basis van deze informatie stelt u dan zelf een kanaal in dat zo ver mogelijk is verwijderd van dat van uw buren. Dit geldt eigenlijk alleen voor de 2,4GHz-band, omdat u hier binnen de 5GHz-band vooralsnog veel minder last van hebt. Binnen het spectrum van de 802.11g-standaard zijn er veertien kanalen waarvan er in Europa dertien mogen worden gebruikt. Binnen de 802.11n-standaard zijn er zestien kanalen, maar doordat een deel van de snelheidswinst van 802.11n wordt gehaald uit het bundelen van kanalen kunnen er minder gekozen worden. Vaak is er maar keuze uit vier sets van gebundelde kanalen.

Ook de 5GHz-frequentie is verdeeld in kanalen, maar is veel minder druk waardoor een vrij kanaal een minder groot probleem is.De opvolger van 802.11n is 802.11ac. Deze standaard maakt gebruik van de 5GHz-band en is door onder andere het nog verder bundelen van kanalen veel sneller. Er zijn momenteel echter nog weinig apparaten die 802.11ac ondersteunen.

Behalve het juiste kanaal is er nog een optie die u moet opgeven. Bij een 802.11n-netwerk kunt u kiezen voor een 20 of 40 MHz breed kanaal. Een 20 MHz breed kanaal biedt als maximum snelheid 130 Mbit, terwijl een 40 MHz kanaal verbindingen tot 300 Mbit toestaat. Het ligt dus voor de hand voor 40 MHz te kiezen, alleen ondersteunt niet alle 802.11n-apparatuur dat. Tenzij u weet dat uw apparatuur 40 MHz ondersteunt, is het daarom beter om voor automatisch 20/40 MHz of 20 MHz te kiezen. Het voordeel hiervan is dat het draadloze accesspoint alle apparatuur op het netwerk bekijkt en de instellingen daarop aanpast. Kan 40 MHz, dan wordt het 40 MHz. Kan het niet, dan zal worden teruggeschakeld tot 20 MHz. Bij 802.11g is dit geen optie, deze standaard gebruikt altijd 20 MHz. U kunt op 5 GHz wel gerust proberen of het afdwingen van 40 MHz kanalen zin heeft.

Netwerkmodus

Een draadloos accesspoint geeft het mooiste signaal wanneer het niet meerdere netwerkmodi tegelijk hoeft te ondersteunen. Op de 5 GHz-band is zowel Wireless-A als Wireless-N mogelijk, dus 802.11a en 802.11n. 802.11a-apparaten zijn echter schaars, 802.11n-apparaten zijn er daarentegen steeds meer. Kies dan ook voor Alleen Wireless-N wanneer die mogelijkheid er is. Kies alleen Gemengde modus (Mixed mode) wanneer er ook echt apparaten zijn die beide modi nodig hebben. Hetzelfde geldt voor de 2,4 GHz-band. Hier is 802.11b, 802.11g en 802.11n mogelijk. Vermijd ook hier zoveel mogelijk de mixed modus.

Moderne routers ondersteunen 802.11n en vaak ook al 802.11ac. Wellicht staat uw router echter ingesteld op Gemengde modus (Mixed mode), waarbij ook nog apparaten met 802.11g (wireless G) kunnen aansluiten. Heeft u echter alleen nog apparaten die 802.11n ondersteunen, dan kunt u de router het best instellen op Wireless-N. Apparaten met 802.11g vallen dan buiten de boot, maar de prestaties van uw wifi zijn wel beter. De kanaalbreedte laat u doorgaans het best op Automatisch staan.

Router afschermen

Er zijn vier dingen die u kunt doen: de draadloze verbinding een andere naam geven, de SSID van uw Access Point veranderen, de router een wachtwoord geven en een sleutel instellen (WPA), zodat mensen eerst een wachtwoord in moeten geven voor ze kunnen verbinden met uw netwerk.

Andere naam voor de verbinding

Als u dat per sé wilt kunt u de verbinding een andere naam geven.

letop.pngU verandert op deze manier de naam van de verbinding, niet van het netwerk (de SSID).

Ga naar Start > Configuratiescherm > Netwerkcentrum
Bovenin ziet u (waarschijnlijk) drie afbeeldingen naast elkaar:
- uw computer
- netwerk 2
- internet

Links daaronder staat nog een keer netwerk 2.
- Klik op het plaatje wat daarvoor staat.
- U kunt nu de naam van het netwerk wijzigen.

letop.pngDe verbindingsnaam mag geen tabs of een van de volgende tekens bevatten: \ / : * ? < > |

 

In Windows Vista gaat dat net even anders:

- Klik op de knop Start, klik op Configuratie­scherm, klik op Netwerk en internet, klik op Netwerk­centrum en klik vervolgens op Netwerk­verbindingen beheren.

- Klik met de rechter muisknop op de verbinding waarvan u de naam wilt wijzigen en klik op Naam wijzigen.

- Typ een nieuwe naam en druk vervolgens op ENTER. Typ het wachtwoord of een bevestiging als u wordt gevraagd om het Administrator wachtwoord of een bevestiging.

letop.pngOp de volgende manier wijzigt u de naam van de netwerkadapter, niet van het netwerk.

- Open uw Netwerkcentrum.
- Klik aan de linkerkant op Adapter instellingen wijzigen.
- Er opent zich nu een ander scherm, klik met rechts op uw verbinding.
- Kies Naam wijzigen.

In Windows 8 is het weer anders. Verander de instellingen in het Configuratiescherm > Netwerk en internet > Netwerkverbindingen op de manier zoals in de twee afbeeldingen is aangegeven.

Van

netwerknaam_win8.jpg

Naar

netwerknaam_2_win8.jpg

SSID (netwerknaam) veranderen
netwerkrouter_config_2

 

 

 

Ieder draadloos netwerk heeft een naam, de SSID (Service Set Identifier) genoemd. Als u een router in gebruik neemt, is die naam doorgaans de naam van de fabrikant of de internetprovider gevolgd door een willekeurige tekenreeks. Het is mogelijk om de SSID te veranderen in iets persoonlijks zodat u uw netwerk snel kunt herkennen tussen de wirwar van netwerken die u in de doorsnee woning ontvangt.

Mogelijk komt u de optie tegen om het SSID te verbergen, doe dit niet. Het is een hardnekkige fabel dat het verbergen van een SSID uw netwerk beter beveiligd. Iemand die uw netwerk echt wil kraken, heeft ook zonder dat de SSID wordt uitgezonden zo door dat er een netwerk in de lucht is. Als gebruiker heeft u er alleen maar last van dat de SSID niet wordt uitgezonden omdat het verbinden maken lastiger is.

Met een dubbelklik op het draadloze pictogram in het systeemvak rechts onderin het scherm worden de beschikbare draadloze netwerken getoond. Selecteer hier het netwerk met de eerder opgegeven SSID. Er wordt vervolgens automatisch verbinding gemaakt.

 

Verbergen van het SSID is een risico

Het is zelfs gevaarlijk is om de netwerknaam niet uit te zenden. Klinkt dat onlogisch? Lees dan verder.

Om te beginnen is het onmogelijk om het uitzenden van het SSID (SSID broadcasting) in zijn geheel te blokkeren. Er zijn namelijk maar liefst vier andere manieren waarop de router een "uitgeschakelde" SSID nog steeds bloot geeft.

Bij veel gegevens­pakketten die de router verzendt, zendt hij namelijk de SSID ook mee. Niet versleuteld. Open en bloot te ontvangen door iedereen die in de buurt is. Die SSID stuurt de router dus ook nog steeds gewoon mee, als u "SSID broadcasting" uit hebt staan.

Met gangbare netwerkscanners, zoals bijvoorbeeld Kismet, duurt het slechts enkele seconden totdat een hacker een "verborgen" SSID alsnog in beeld heeft.

Uitschakelen van het uitzenden van de SSID schept zelfs een extra risico. Als het uitzenden van het SSID is uitgeschakeld in de router van het netwerk, moeten de gebruikerscomputers namelijk continu hun aanwezigheid prijsgeven. Waardoor ze het SSID overal verspreiden, waar ze ook zijn. Uw laptops zullen dus overal waar u ze aanzet, gaan schreeuwen:"hé, is er hier een netwerk met de naam XYZ?", en dat met korte tussenpozen...

Daardoor zijn ze een eenvoudig doelwit. Een aanvaller kan immers een toegangspunt opzetten met de SSID van uw netwerk. Zodat uw laptop automatisch daarmee verbindt, zonder om bevestiging te vragen. De aanvaller kan dan al het netwerk­verkeer afkijken. Of misschien zelfs uw laptop binnendringen.

De router een wachtwoord (netwerksleutel) geven
netwerkrouter_password.jpg

 

Beveiligen van het draadloos netwerk doet u via het menu van de router. U geeft dat netwerk een soort toegangscode, een unieke netwerksleutel. Heeft u dat netwerk wachtwoord nooit veranderd, dan vindt u de inloggegevens in de handleiding van de router. Het is verstandig om de standaard inloggegevens van de router na het inloggen te veranderen in een zelfgekozen gebruikersnaam en wachtwoord. Zo voorkomt u dat een andere (kwaadwillende) netwerkgebruiker de instellingen van uw router wijzigt. Het is voor iedere router verschillend hoe u dat wachtwoord precies verandert. In de bijgaande afbeelding heet het gedeelte waar u dit kan veranderen "Password", in elke router configuratie zal het ongeveer zo heten, zoek dus even die pagina. Verander hier het wachtwoord in een moeilijk te kraken wachtwoord bijvoorbeeld Hp3q67A en bevestig dat, zoals hier door een klik op Apply.

Het is bij de meeste routers niet mogelijk om de gebruikersnaam te wijzigen. Op de configuratiepagina kunt u nog meer zaken instellen. Wees echter voorzichtig. Het openzetten van bijvoorbeeld een verkeerde poort kan vervelende gevolgen hebben. Ook vindt u op de configuratiepagina de DHCP instellingen. Als u nog een andere pc aansluit op uw router en u start deze op dan krijgt deze pc automatisch een IP-adres van de router. Dit noemt men DHCP. U kunt dit uitschakelen. Maar dan stelt u automatisch de optie Statische IP adressen in. Bij Statische IP adressen moet u elke PC een eigen IP-adres geven voordat die op het netwerk kan. Vaste IP-adressen hebben als grootste voordeel dat gedeelde mappen (en printers) makkelijker te vinden zijn, ook na een reset van de router na een stroomstoring.

letop.pngLukt het de installatiesoftware niet de ADSL-router/modem te vinden, dan is de kans groot dat het apparaat wordt geblokkeerd door een firewall. Schakel die daarom tijdelijk uit. Bij kabel internet moet soms het MAC-adres van de betreffende computer in de router worden opgenomen, zodat de provider 'weet' dat het nog steeds dezelfde computer is die online gaat.

Netwerk­beveiligings­sleutel

De netwerk­beveiligings­sleutel is een soort wachtwoord dat u moet invullen, als u verbinding wilt maken met een draadloos netwerk.
Andere namen voor ‘netwerk­beveiligings­sleutel’ zijn:
- Wachtwoord
- Wachtwoordsleutel
- WPA2 wachtwoord
- WPA2 code

Er wordt om een netwerk­beveiligings­sleutel gevraagd als u een apparaat, zoals een PC, laptop of tablet, wilt verbinden met uw netwerk.
Netwerk­sleutel kwijt?

Als u in het netwerk met kabel zit, gaat u naar de router door Start > Uitvoeren. In het Opdrachtvenster tikt u cmd. Vervolgens komt er een zwart scherm. Daarin typt u ipconfig, zoek vervolgens naar de default gateway meestal is dit 192.168.0.1 of 192.168.1.0. Dit adres tikt u in de webbrowser en vervolgens meldt u zich aan met de inloggegevens. U kunt de gewenste gegevens inzien bij Draadloze instellingen.

Wanneer het een draadloos netwerk betreft en u een Windows PC hebt die automatisch inlogt, kunt u Wireless­KeyView gebruiken om het wachtwoord uit WLAN AutoConfig service van Windows Vista, Windows 7 of Windows 8 te vissen.

Indien u nog wel op de router in kunt loggen ( http://10.0.0.1 of http://192.168.1.1 bijvoorbeeld ) kunt u een configuratie­dump maken en die analyseren met RouterPassView.

Kunt u niet in loggen op de router (of andere gateway), dan zit er weinig anders* op dan de router te resetten. Zie hiervoor de gebruiks­aanwijzing van de router.

Een ander programma om de wachtwoordsleutel te achterhalen is WiFi password Decryptor

Voor het geval u op zoek bent naar een thuisgroep wachtwoord kunt u een kijkje nemen in het Netwerkcentrum (in het Configuratiescherm) onder Thuisgroep. De sleutel wordt getoond als grote zwarte tekens op een gele achtergrond.

* of brute-force kraken met BackTrack Linux

WPA2-beveiliging

Als u uw draadloos netwerk met een “netwerksleutel” (wachtwoord) beveiligt, voorkomt u dat onbevoegden toegang verkrijgen tot uw netwerk. Een netwerksleutel zorgt ervoor dat iemand een wachtwoord moet ingeven voor hij verbinding kan maken met uw netwerk. U heeft wat betreft het type sleutel de keuze uit verschillende beveiligings-standaarden. De meest voorkomende zijn WEP (Wired Equivalent Protocol), WPA/WPA2 en WPA2 (WiFi Protected Access). Die versleutelen de gegevens die over het draadloze netwerk verstuurd worden. Maak bij de instellingen de keuze voor WPA2, want deze beveiligings­methode heeft de beste encryptie. Bij WPA2 mag dit wachtwoord bestaan uit allerlei combinaties of losse letters, cijfers en leestekens. Alleen als u apparaten hebt die niet kunnen omgaan met WPA2 kiest u voor WPA/WPA2. Kies geen korte woorden die in het woordenboek voorkomen, die zijn eenvoudig te kraken. Hoe langer het wachtwoord is, hoe beter. De encryptie is alleen veilig als die beveiligingssleutel ook sterk genoeg is. Kies bijvoorbeeld een beveiligingssleutel met een lengte van minimaal zestien tekens met daarin kleine letters, hoofdletters en getallen. Kies voor WPA2-Personal of WPA2-PSK. Dit is de variant voor thuisgebruik, die gebruik maakt van een zelfgekozen beveiligingssleutel. Als sleutel voor toegang tot het draadloze netwerk kan het gemakkelijkst gebruik worden gemaakt van een Pre Shared Key (PSK), dit is een wachtwoord in de vorm van een zin. U zou een zin kunnen maken waarin hoofdletters, kleine letters en getallen in voorkomen om de beveiligingssleutel te kunnen onthouden. Na het instellen van de router kan een verbinding met het gewenste netwerk worden gemaakt door dat uit het overzicht van beschikbare draadloze netwerken te selecteren, mits de SSID niet wordt verborgen, want dan wordt het draadloze netwerk niet getoond. De wizard voor het maken van een draadloze verbinding vraagt na het selecteren van het gewenste draadloze netwerk de in de router ingevoerde WPA-sleutel op te geven, waarna de verbinding automatisch wordt opgezet.

letop.pngGebruik in geen geval WEP, deze beveiligingsmethode is verouderd en echt onveilig. Heeft u toch apparaten die alleen met WEP kunnen omgaan, overweeg dan om die te vervangen. WPA maakt gebruik van 'dynamische' sleutels: de versleuteling verandert steeds, waardoor het minder makkelijk te kraken is.

Instellingen op de PC

Een draadloze netwerkadapter

De meeste computers hebben ingebouwde mogelijkheden voor draadloos netwerk. Als uw computer niet beschikt over een draadloze netwerkadapter, kunt u die installeren. Installatietips geven is - gezien het brede aanbod van WiFi-hardware - lastig. De meeste WiFi-hardware wordt geleverd met aparte software. Het beste advies is: volg de instructies van de fabrikant. Wanneer u een USB adapter installeert, heeft u het meestal het makkelijkst. De adapter wordt automatisch herkend en geïnstalleerd.

let opSoms moet u eerst drivers installeren en daarna pas de hardware aansluiten.

Stel vast of uw computer beschikt over een draadloze netwerkadapter en of die is ingeschakeld.

netwerktcpip.jpg

 

Wanneer u met de rechtermuis op de netwerkverbinding klikt, kunt u de instellingen via Eigenschappen aanpassen. U krijgt nu minimaal drie items te zien: een Client voor Microsoft Netwerken, een Bestanden en Printers delen en de belangrijkste: Internet-protocol (TCP/IP). Wanneer u dit item aanklikt en op Eigenschappen klikt, kunt u de instellingen voor uw netwerk aanpassen. Afhankelijk van de instellingen van uw WiFi router kunt u hier een vast IP-adres, Subnet masker, Gateway en DNS invoeren, of alles op Automatisch een IP adres laten toewijzen aanklikken. Als u de router gebruikt als DHCP-server (een standaard optie in routers), kunt u de netwerkinstellingen op automatisch zetten.

letop.png

Als een adapter wordt afgebeeld met een rode X, is deze adapter niet aangesloten. Als het venster Netwerkverbindingen leeg is, beschikt uw computer nog niet over een bekabelde of draadloze netwerkadapter. Als uw computer beschikt over een draadloze netwerkadapter, kunt u uw draadloos netwerk instellen.

letop.pngAls uw draagbare computer een ingebouwde draadloze netwerkadapter heeft, maar die lijkt niet te werken of niet te zijn geactiveerd, controleer dan of uw computer beschikt over een draadloze adapterschakelaar. Een groot aantal laptops beschikt over een dergelijke schakelaar waarmee u de adapter kunt uitschakelen om het batterijgebruik te verminderen.

Nu moeten alle computers verbonden worden met het draadloos netwerk. Die stappen zijn voor ieder computer of laptop hetzelfde. Via Start > Configuratiescherm > Wizard draadloos netwerk instellen voert u de benodigde stappen uit. Wanneer u nu één van de pc's opnieuw opstart, krijgt u de melding dat er een of meer draadloze netwerken beschkibaar zijn. Standaard heeft uw draadloos netwerk de naam van het merk van de router, bijvoorbeeld "linksys".

Voer de volgende stappen uit om uw laptop of desktopcomputer met uw draadloze netwerk te verbinden:

Veiliger zonder WPS

WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een in 2007 geïntroduceerde methode waarmee netwerkapparaten eenvoudig aan het draadloze netwerk zijn te koppelen middels een pincode of het indrukken van een knopje. Druk het WPS-knopje op de router en druk op het WPS-knopje van een randapparaat en tussen die twee apparaten wordt automatisch een veilige draadloze verbinding gemaakt. Het voordeel hiervan is dat u het wpa2-wachtwoord niet hoeft in te geven.

wps-kraak-reaver.jpg

Resultaat van het programma Reaver

Maar Wifi Protected Setup heeft een gevaarlijk achterdeurtje. Randapparatuur kan ook met een bepaalde WPS-pincode draadloos worden aangemeld. De pincode bestaat uit een reeks van slechts 8 cijfers. Het laatste cijfer is een controlegetal. De de hacker krijgt ook nog een seintje als de eerste 4 cijfers goed zijn. Binnen maximaal 11.000 keer raden weet die hacker de pincode.

Dat achter elkaar raden kan met het Linux-programma Reaver (zie afbeelding). Binnen een paar uur levert Reaver de pincode van WPS maar ook het wachtwoord van het draadloze netwerk. Hoe sterk, lang en uniek dat wifi wachtwoord ook is. Schakel WPS indien mogelijk uit op uw router. Helaas is WPS op sommige routers niet uit te schakelen of blijft het ondanks de optie het uit te schakelen stiekem toch actief.

Het risico van het wps-lek zit 'm in een hacker binnen het (wifi) bereik van het draadloze netwerk. Zeg zo'n 30 meter van uw huis. De hack werkt namelijk niet via internet, op grote afstand. Een hacker die het wifiwachtwoord weet kan de internetverbinding misbruiken voor allerlei strafbare zaken, zoals up- en downloaden van illegale inhoud.

De hacker kan waarschijnlijk ook inloggen als beheerder op de router, want het beheer wachtwoord wordt vaak niet aangepast. Dan is nog veel meer mogelijk: de hacker kan bijvoorbeeld laten bijhouden welke websites worden bezocht, hij kan het telefoonverkeer bestuderen en netwerk apparaten uitschakelen (zoals beveiligingscamera's). De mogelijkheden hangen af van de mogelijkheden van de router.

letop.pngVoor veel Linksys-routers die van 2007 tot 2011 op de markt zijn gekomen is (december 2012) nog geen oplossing beschikbaar. WPS kan niet worden uitgeschakeld - het blijft aan staan, ook al lijkt het te zijn uitgezet - en er is geen officiële update beschikbaar. Het gaat om de Linksys types E1000, E2000, E3000, de WAG-serie en de WRT-serie. De Linksys E2500, E3200 en E4200 zijn al gelijk minder kwetsbaar als de nieuwste firmware wordt geïnstalleerd. Van de Sitecom N300 X4 WLR-4000, de Belkin N600 DB en de Sweex LW321 is bekend dat ze (nog?) kwetsbaar zijn voor het WPS-lek. Er is wel een oplossing: WPS uitschakelen.

30/30/30-reset

router_1.png

Door de resetknop ingedrukt te houden volgens de 30/30/30-methode weet je zeker dat de router gereset wordt.

Normaal gesproken zult u een router nooit te hoeven resetten, maar als u het wachtwoord voor de webinterface vergeten bent of er een probleem is na een firmware-upgrade kan het toch noodzakelijk zijn. Zie daarvoor de handleiding of de website van de routerfabrikant. Een echt grondige reset die op alle routers werkt, is de 30/30/30 reset. Die bestaat uit drie stappen van dertig seconden waarbij de resetknop de hele tijd ingedrukt blijft. De resetknop van uw router vindt u doorgaans op de achterkant verzonken in een gaatje dat u met bijvoorbeeld een balpen of paperclip kunt indrukken.

1: Zorg dat de router ingeschakeld is en houdt de resetknop dertig seconden ingedrukt.
2: Terwijl u de resetknop ingedrukt houdt, trekt u de spanningsadapter uit de router en houdt u de resetknop nog eens dertig seconden ingedrukt.
3: Houd de resetknop ingedrukt en sluit de spanningsadapter weer aan. Na dertig seconden kunt u de resetknop loslaten en zou de router weer moeten werken. Bij sommige routers moet u na deze stap de spanning nogmaals heel even onderbreken voordat de router echt opstart.

Heeft u de router een reset gegeven, dan is de firewall terug naar zijn standaard instellingen. Op de meeste routers betekent dit dat verbindingen vanuit het Lan altijd naar het internet mogen en dat ongevraagde verbindingen vanuit het internet naar het Lan geweigerd worden. Voor veel gebruikers zal dat een prima situatie zijn.

MAC filter gebruiken?

Mocht u nog verder willen gaan, dan kunt u een MAC filter table gebruiken. In uw router zit een tabel (MAC filter table) waar u kunt invullen welke netwerk­apparatuur op uw netwerk mag komen. Op die manier kunnen alleen draadloze netwerkkaarten met het door u opgegeven MAC adres op uw netwerk. Het Media Access Control adres is een unieke naam voor elke netwerkkaart. In routers kunt u (weer afhankelijk van type en fabrikant) instellen alleen specifieke MAC-adressen toe te laten op het netwerk.

netwerk_controle

Het MAC-adres staat aangegeven achter Fysiek adress

 

Eerst kijkt u welke pc's u toegang wilt geven tot uw netwerk, hiervoor heeft u het MAC adres nodig van de draadloze netwerkkaart die op die pc is aangesloten. Een MAC adres is het ipadres van een apparaat. Dit adres kan niet worden gewijzigd ook al stopt u het in een andere pc. Ga naar het opdrachtprompt venster en typ cmd in. Er springt nu een opdrachtprompt venster open, typ nu ipconfig /all. U ziet nu een hele reeks informatie. Zoek de netwerkkaart die u toegang wilt geven (soms heeft u er meer op uw pc, maar u moet de juiste hebben natuurlijk) en schrijf zijn fysiek adres even op. Doe dit voor elke pc.

Beveiligt u hiermee echt uw netwerk? Dat is zeer de vraag. Want een aanvaller kan eenvoudig zien welke MAC-adressen toegang krijgen. Vervolgens kan hij zijn MAC-adres vervalsen (spoofen) en krijgt hij alsnog toegang.

Met een MAC-adresfilter maakt u het alleen lastig voor uzelf, wanneer u met een andere (nieuwe?) computer wil gaan internetten. Of wanneer er iemand bij u thuis op bezoek is, die met zijn eigen laptop even het internet op wil.

NAT (Network Address Translation)

De meeste routers hebben een firewall ingebouwd die NAT (Network Address Translation) ondersteunt. NAT maskeert uw IP-adres, waardoor hackers minder mogelijkheden hebben uw netwerk aan te vallen. De PC's (of andere apparaten) in uw draadloze netwerk zijn met NAT niet individueel te herkennen, maar hebben alle hetzelfde (externe) adres. Voor de meer gevorderden zijn ook opties als een DMZ instellen en het gebruik van een VPN handige opties, mits uw hardware hiervoor geschikt is.

let opVergeet niet uw werkgroep (te zien bij Eigenschappen via Deze computer - Computernaam - Wijzigen) op alle PC's in het netwerk hetzelfde te maken. Mocht u problemen hebben elkaar 'te zien' in het netwerk, kan het soms helpen even de werkgroepnaam te wijzigen en te herstarten. Nu is het netwerk veilig genoeg om bestanden van alle pc's te delen. Op deze manier kunt u via pc's onderling bestanden uitwisselen.

Mappen delen

netwerk_bestanddeling

 

 

 

 

 

De procedure gaat vrijwel aan die beschreven staat in deze pagina

Allereerst moet u zorgen dat alle pc's in uw netwerk in dezelfde netwerkgroep zitten. Die kunt u aanpassen door met de rechtermuisknop op Deze Computer te klikken, daarna op Eigenschappen. Vervolgens selecteert u Computernaam en klikt u op Wijzigen. Vul nu een werkgroepnaam in, en wijzig eventueel de naam van de computer.

 

netwerk_bestanddeling_2

 

 

 

 

Daarna opent u de Verkenner en klikt u met de rechtermuisknop op een map die u wilt delen. Klik vervolgens op Eigenschappen en klik op het tabblad Delen. Daarna ziet u een venster zoals hiernaast.

Vink Van deze map een gedeelde netwerkmap maken aan en geef die een share naam. In het voorbeeld wordt een hele schijf gedeeld, die krijgt dan de naam Data (G). Als u wilt dat alle netwerkgebruikers uw bestanden mogen wijzigen, moet u het onderste vakje ook aanvinken.

 

De stappen die u in elk geval moet nemen zijn:
netwerk_locaties

 

 

 

 

 

Om nu vanaf een andere pc te zien wat er allemaal gedeeld is op een pc gaat u naar Mijn NetwerkLocaties en klikt u op Zoeken naar computers in werk groepen. U krijgt dan alle pc's te zien die aangesloten zijn op uw netwerk en in dezelfde netwerkgroep zitten. Om te zien welke mappen en of hardware zijn gedeeld klikt u op één van de computers.

 

Printer delen

netwerk_printer_delen.jpg

 

 

 

 

 

Deze procedure is vergelijkbaar met die voor een bedraad netwerk, vergelijk deze pagina. De printer kan op een vergelijkbare manier als een station worden gedeeld. Alleen in plaats van het station, kiest u nu de Printer. Wanneer u een of meerdere pc's hebt, is het natuurlijk absurd om voor elke pc een printer te kopen.

Als eerste gaat u naar de computer waar de printer op is aangesloten. Ga naar het Configuratiescherm en klik op Printers en Faxapparaten. Hier staat de printer bij, die u wil delen, klik er met de rechter muisknop op en kies Eigenschappen. Kies het tabblad Delen en vink het bolletje Deze printer delen aan. Geef de printer een naam zodat u hem kunt herkennen binnen het netwerk. Als alles is ingesteld, verschijnt het handje onder het station (of de printer).

 

 

netwerk_selectie_printer.jpg

 

 

 

 

 

Nu is de printer gedeeld binnen het netwerk, wanneer u nu op een andere computer zit dan waarop de printer is aangesloten en u moet iets printen, selecteer dan de printer die u hebt gedeeld.

 

Draadloze verbinding in het netwerk werkt niet...

We maken steeds meer gebruik van draadloze verbindingen in ons thuisnetwerk. Niet alleen de laptop is verbonden, ook smartphones, tablets, spelcomputers en smart-tv's vertrouwen vaak op een internet­verbinding via het draadloze netwerk. Er komen daarnaast steeds nieuwe apparaten bij die niet zonder wifi kunnen, zoals slimme thermostaten, de Chromecast en fototoestellen. En dan zijn er in een gemiddeld huishouden ook nog eens meerdere smartphones, laptops en tablets waarvan de gebruikers allemaal tegelijkertijd op internet willen. Ook bij uw buren gebruiken meerdere mensen tegelijkertijd hun draadloze netwerk. U moet dus ook niet vreemd opkijken als u twintig netwerken kunt oppikken in uw huis. Helaas blijkt steeds vaker dat wifi helemaal niet berekend is op zoveel netwerken en gebruikers. Problemen met draadloze verbindingen in een netwerk zijn vaak lastig op te lossen. Het kan gaan om een slechte verbinding of elkaar storende netwerken. U wilt proberen zelf het probleem op te lossen? Misschien helpen de volgende procedures.

Controleer Wlan

Een vast onderdeel van uw speurtocht is om de Wlan te testen wanneer dat mogelijk is. Staat het Wlan schakelaartje wel op "ON" (=Aan)? Is de Wlan netwerkkaart wel ingeschakeld? Kan Windows wel netwerken vinden? In het algemeen is het zo dat Windows zelf informatie geeft wanneer er een netwerk binnen bereik is. Dat moet voor het instellen van een draadloze verbinding dan een draadloos netwerk zijn. Windows kan ook aangeven dat er een gewoon netwerk, een WAN verbinding of een inbelverbinding beschikbaar is. Voor een draadloos netwerk zijn die mogelijkheden niet geschikt. Voor een thuisnetwerk met vaste verbinding (via UTP) zal er meestal sprake zijn van een gewoon netwerk. Alleen bij een rechtstreekse verbinding met een ADSL of kabelmodem (zonder router) kan er sprake zijn van een inbelverbinding of een WAN verbinding. Verder is het handig om de netwerk pictogrammen van de netwerkkaart rechtsonder op de taakbalk te hebben staan. Informatie over de netwerkverbinding komt dan snel beschikbaar. Verder is het vaak een kwestie van goed lezen. Windows doet vaak al veel denkwerk voor u.

Indien er geen Wlan netwerk verschijnt, kijk dan eerst of de Wlan driver software is geïnstalleerd. Is die niet geïnstalleerd, dan gaat het netwerk niet werken. Kijk eens op Apparaatbeheer (te vinden via Eigenschappen van Deze Computer of via Systeem op het Configuratiescherm). Wanneer er onder Netwerkadapters geen Wlan hardware is te zien en er zijn geen (onbekende) apparaten dan is enig onderzoek raadzaam. Een Onbekend apparaat in Apparaatbeheer wijst op een niet geïnstalleerde driver. Dat kan dus de driver van een Wlan netwerkkaart zijn. Wanneer de computer wel beschikt over Wlan, maar onder Netwerkadapters is niets te vinden, dan is er mogelijk sprake van een defecte Wlan kaart. Ga wel eerst na of de Bios opties goed staan ingesteld. Wanneer er Wlan hardware is te vinden, dan is het van belang dat deze hardware gebruikt kan worden. Zorg ervoor dat die is ingeschakeld en dus is te gebruiken. Soms moet de ingeschakelde netwerkkaart nog eens apart geactiveerd worden. Wanneer het netwerk zelf in orde lijkt, maar internet werkt niet, verander dan vooral niet zomaar allerlei instellingen. Het kan zijn dat er toevallig geen internet mogelijk is om wat voor reden dan ook. Het kan zijn dat er iets fout staat ingesteld in het ADLS of kabel modem/router. Misschien heeft u een nieuwe telefoon gekocht en werkte na het aansluiten óf de telefoon óf het internet (ADSL). Het is voorgekomen het snoer naar de telefoon de schuldige was. Dat snoer was 4-draads, dat was op zich goed, alleen werkte het in dit geval niet. Het snoer vervangen door een 2-draads telefoon lijn bleek uiteindelijk de oplossing.

Plaats van de router

De internet­verbinding komt in veel gevallen binnen in de meterkast, die doorgaans in de hal van uw huis gesitueerd is. Internet­providers verwachten dat u de modem/router zo dicht mogelijk bij het abonnee overnamepunt installeert. De router hangt dus vaak in de meterkast. Een gesloten kast, die niet centraal in uw huis ligt, is niet de ideale omgeving voor een draadloze router. In veel huizen komt u hier op de begane grond nog wel mee weg, maar op de eerste verdieping zal de snelheid vaak al merkbaar trager zijn, terwijl u op zolder vaak niet eens ontvangst hebt. Veel mensen die wifi problemen ervaren, vervangen de router van hun internet­provider. Soms helpt dit, maar in de praktijk blijkt vaak ook dat een (in theorie) betere router niet veel meer dekking of snelheid biedt. Dat komt omdat ook voor een nieuwe router de meterkast geen ideale plek is. U wilt de router het liefst zo centraal mogelijk in uw huis hebben. Met de router van uw internetprovider kan dat vaak niet, die moet vanwege het ingebouwde modem vaak in de meterkast blijven. Een eigen router kunt u in principe neerzetten waar u wilt, zolang er maar een netwerkverbinding van die plek naar de meterkast loopt. Een mogelijke oplossing is de aanschaf van een draadloze usb netwerkadapter en een usb verlengkabel. De antenne zit in de usb-adapter en die kunt u dankzij de verlengkabel op een plek plaatsen die beter bereik levert.

Toevoegen van een extra draadloos accesspoint is ook een manier om apparaten in slecht bereikbare ruimtes in uw woning aan uw netwerk te koppelen. U kunt een wifi-router inzetten als accesspoint door op deze extra router de DHCP-server uit te schakelen en het LAN-adres in te stellen op een vast adres in het bereik van uw primaire router. Sluit de extra router vervolgens aan op uw bedrade netwerk via één van de LAN-poorten op het apparaat. Gebruik de WAN-poort dus niet.

Een wifi repeater of range extender is een andere mogelijkheid. Zo'n apparaat vangt het draadloze signaal van de draadloze router op en zendt dat vervolgens weer uit. Houd er wel rekening mee dat de snelheid hierdoor ongeveer gehalveerd wordt.

Een eenvoudige oplossing is het gebruik van powerline-adapters met ingebouwd wifi-accesspoint. Zo'n adapter combineert in veel gevallen de sterke punten van een accesspoint en repeater. Powerline is een technologie die uw elektriciteits­bedrading in uw huis verandert in netwerkkabels. Het lastige aan powerline is dat het moeilijk te voorspellen is hoe snel de technologie in uw huis werkt. In een gunstig geval haalt u ergens tussen de 100 en 200 Mbit/s, maar u moet er niet raar van opkijken als u op een minder gunstige locatie nog maar iets van 30 Mbit/s haalt. Helaas komt u hier alleen achter door de powerline-adapters op de door u gewenste locaties te installeren. Voor draadloze technologie bevatten de powerline-wifi-accesspoints één of twee antennes. Het heeft weinig zin om een accesspoint met drie antennes te gebruiken in een powerline-adapter, omdat de beperkende factor het powerline-signaal zelf is. Van zo'n HomePlug/Powerline set stopt u de ene adapter in een stopcontact en verbindt die via een ethernetkabel met uw draadloze router. De andere adapter(s) stopt u in een stopcontact op de plaats waar u op het netwerk wilt aansluiten. Dat kan via een ethernetkabel, maar sommige adapters hebben een draadloos accesspoint ingebouwd, zodat u ook weer draadloos kunt verbinden. Deze oplossing werkt doorgaans goed, maar is minder snel dan een echt accesspoint of router geconfigureerd als accesspoint (Zie ook deze pagina).

Overvolle frequentieband

Het succes van wifi komt voor een groot gedeelte omdat de technologie zonder vergunning gebruikt kan worden. Er kan frequentieruimte worden gebruikt op twee frequentiebanden: 2,4 en 5 GHz. De 2,4GHz-frequentieband wordt het meest gebruikt. De eerste wifi-standaarden maakten alleen gebruik van 2,4 GHz. Nog steeds is er veel apparatuur enkel geschikt is voor 2,4 GHz. Veruit de meeste gebruikers werken dus op de 2,4GHz-band. De toegestane frequentieband loopt echter maar van 2400 tot 2483,5 MHz en er is dus maar 83,5 MHz bandbreedte beschikbaar.

Wilt u een manier om dat probleem aan te pakken, kijk dan eens op deze pagina. Die pagina vindt u in het hoofdmenu Netwerken > Internet > Wifi versnellen.

Stoorzenders

Wifi maakt gebruik van vergunningsvrije frequentieruimte. Deze frequenties worden daarom niet alleen voor wifi gebruikt, maar ook voor andere apparatuur. De 2,4GHz-band is eigenlijk een ISM-band die bedoeld is voor industriële, wetenschappelijke en medische toepassingen. Een belangrijke toepassing is de magnetron en dat apparaat is zelfs de reden voor het wereldwijde vergunningsvrije gebruik van de 2,4GHz-band. Ook medische apparatuur en sommige soorten verlichting zenden op frequenties op de 2,4GHz-band uit.

De vergunningsvrije communicatietoepassingen toepassingen als wifi, bluetooth en ZigBee (domotica) mogen de eigenlijke ISM-doeleinden niet storen. Nu is dat in het geval van een magnetron natuurlijk niet zo'n probleem: zo'n apparaat bevat geen ontvanger. Dit soort apparatuur en andere communicatiestandaarden op de 2,4GHz-band zorgen wel voor onzichtbare storing op uw netwerk die u niet oppikt met een wifi-scanner.

Controleer instellingen

U kunt een aantal instellingen controleren zodat u zeker weet dat uw router op de belangrijke 2,4GHz-band goed staat ingesteld. Stel de router eerst zo in dat hij niet compatibel is met 802.11b en als het kan ook niet met 802.11g. Hierdoor wordt uw netwerk sneller. Kies voor kanaalbreedte 20 MHz, dwing 40 MHz zeker niet af. Tot slot kunt u proberen het kanaal op de 2,4GHz-band te wijzigen. Kies alleen kanaal 1, 6 of 11.

Als u wilt weten welke apparaten (met welk IP-adres) momenteel met uw netwerk zijn verbonden. Dan kan een gratis tool als PortScan & Stuff van pas komen. Start de tool op, open het tabblad Search Devices en druk op de Start-knop. Het programma laat een lijstje zien van alle gedetecteerde apparaten met naam en IP-adres en vaak nog heel wat andere nuttige informatie. Bent u geïnteresseerd in de diensten die zoal op uw netwerkapparaten draaien (en op welke poorten dat gebeurt), dan kunt u daar ook Portscan & Stuff voor gebruiken. Deze keer opent u het tabblad Scan Ports. Hier vult u het begin en het einde van het IP-adresbereik (subnet) van uw router in, bijvoorbeeld 192.168.1.1 en 192.168.1.254. In het uitklapmenu bij Scan Type selecteert u vervolgens Scan Only Common Ports of, voor nog grondiger maar langdurig speurwerk, Scan All Ports, waarna u met Start bevestigt. Na afloop hoeft u alleen maar het pijltje bij het gewenste apparaat aan te klikken. U krijgt dan bijvoorbeeld te zien welke poorten er zijn geopend, of er een http(s)- of ftp-server actief is, en zo ja, op welk poortnummer die bereikbaar zijn. Wilt u weten of een specifiek apparaat reageert op verzoeken van uw pc, open dan het tabblad Ping Devices, vul de gewenste naam of het IP-adres in en klik op Start. Standaard verstuurt de tool drie kleine pakketjes. Wilt u de responsiviteit van het apparaat over een wat langere periode nagaan, vink dan eerst Continuously Pinging aan en klik dan op de Start-knop.

Ook met het gratis programma Axence NetTools kunt u een snelle netwerkscan laten uitvoeren om IP- of MAC-adressen te weten te komen of om na te gaan welke services op welke poorten actief zijn. Wilt u de tool langer dan dertig dagen kunnen gebruiken, dan moet u zich wel even (gratis) registreren. Met NetTools is het echter ook mogelijk allerlei extra informatie over de andere computers in uw netwerk op te vragen, zoals de geïnstalleerde hardware en hotfixes. Voorwaarde is wel dat op die machines bepaalde services actief zijn en de nodige gaatjes in de firewall zijn geprikt. Wilt u dat liever niet allemaal handmatig regelen, dan hoeft u op uw pc's maar één keer het programma WmiEnable.exe als administrator uit te voeren. Dit treft u aan in de installatiemap van NetTools (standaard is dat C:\Program Files (x86)\Axence\netTools\5). Vervolgens start u NetTools op uw eigen pc op, opent u de rubriek WinTools, vult u de naam of het IP-adres van de beoogde pc in, evenals Username en Password van uw Windows-account op die pc. Zodra u op de knop Connect drukt, haalt NetTools allerlei informatie op. Vanuit het linkerpaneel hoeft u nu slechts bij General of bij Custom WMI queries aan te geven in welke informatie u bent geïnteresseerd.

Hulp bij het delen: MyPublicWiFi

U krijgt het maar niet voor elkaar om méér dan één apparaat te laten verbinden met een draadloos netwerk. In dat geval kan het handig zijn om uw draadloze netwerk te delen, zodat de andere apparaten daar wel van kunnen profiteren. Het delen van een draadloos netwerk in Windows is niet zo eenvoudig als het zou moeten. Het is dan goed om te weten dat er programma's zijn die dat voor u doen, bijvoorbeeld MyPublicWiFi. Het programma werkt eenvoudig, na installatie vinkt u Automatic hotspot configuration aan en klikt u op Start Hotspot. De bestaande verbinding wordt nu gedeeld en u kunt met meerdere apparaten gebruik maken van WiFi.

Controle met Speedtest.net

Wanneer u het gevoel hebt dat u lang niet de snelheid haalt die uw provider heeft beloofd, dan kunt u met behulp van Speedtest.net controleren of dat zo is. Dit is geen programma dat u moet downloaden en installeren, maar eentje die u online kunt gebruiken.

Speedtest.net laat u niet eenmaal een pakketje data downloaden, maar meet de snelheid over een langere periode. Daardoor bent u minder vatbaar voor periodieke verschillen. Een handig grafiekje laat tijdens het testen zien hoe stabiel uw verbinding is. U kunt bovendien de resultaten meteen delen op sociale media.

Beheer netwerk

NetTools bevat ook een monitoring­module, waarmee u de status van andere apparaten vanaf uw eigen pc op de achtergrond kunt laten bewaken. Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat u een e-mail ontvangt op het moment dat een apparaat niet meer (tijdig) reageert op ping-commando's. Dat gaat als volgt. Open de rubriek NetWatch, vul de hostnaam of het IP-adres van de gewenste pc in en druk op de knop Add. De tool stuurt meteen continue ping verzoeken naar die computer. Klik in het linker paneel op Disable monitoring om die verzoeken weer stop te zetten. Wilt u een melding ontvangen bij mogelijke problemen, klik dan op Set alerts en vink aan wanneer u precies zo'n alert wilt ontvangen (bijvoorbeeld: Host has not responded for at least 5 minutes). Welk soort meldingen u wenst, geeft u onderaan aan: Display a message, Show an icon in the tray, Play a sound en/of Send mail. Voor dit laatste dient u via de knop Setup wel nog de juiste e-mailgegevens in te vullen. Bevestig met OK.

USB-dongel

usb-dongel.png

 

 

 

 

Als het wifi-bereik niet optimaal is en het verplaatsen van de wifi-router of het wiki-accesspoint niet goed mogelijk is, kunnen pc- of laptop-gebruikers een trucje uithalen. Schaf een usb-wifi dongel aan. Sluit die via een usb verlengkabel aan en u hebt een soort 'verplaatsbare wifi antenne'. U werkt dan toch via wifi en u kunt een lastig bereikbaar draadloos toegangspunt beter oppikken. Die truc werkt ook goed in een hotelkamer, op de camping of om vanuit een vakantie-appartement een hotspot op te pikken.