Pagina Menu

Onderdelen van Internet Sharing Connection delen

De onderdelen van Internet Sharing Connection (ICS) zijn de volgende:

* DHCP-allocator: Wanneer u Internet Connection Sharing (ICS) inschakelt, worden bepaalde protocollen, services, interfaces en routes automatisch geconfigureerd. Een belangrijke configuratie is dat de ICS-hostcomputer automatisch een DHCP-allocator (Dynamic Host Configuration Protocol) wordt voor het thuisnetwerk of kleine bedrijfsnetwerk. DHCP zorgt voor de toewijzing van een IP-adres, de standaardgateway en de naamserver aan gebruikers wanneer deze zich aanmelden.

Let op:

* DNS-proxy: Hiermee worden namen omgezet voor lokale netwerkclients en vragen doorgestuurd.
* Network Address Translation (NAT). De oorzaak voor het veelvuldig gebruik van NAT is het tekort aan IPv4-adressen, de populariteit van het internet en de opkomst van steeds meer machines die het TCP/IP model gebruiken. NAT stelt netwerkbeheerders en eigenaars van een huis- of klein bedrijfsnetwerk in staat om via het privaat netwerk op het internet te kunnen surfen met een beperkt aantal IP-adressen. De lokale computers en router beschikken over een lokaal IP-adres dat niet zichtbaar is voor de buitenwereld. Dit is in een thuisnetwerk vaak een klasse C adres zoals bv. 192.168.1.10 enz. Wanneer één van deze computers verbinding probeert te maken zal de NAT-router het lokaal adres vertalen naar het publieke adres. NAT is niet ontworpen om een lange termijn oplossing te zijn, dat is namelijk de opvolger van IPv4: IPv6. Vele IPv6 experts geloven dan ook dat IPv6 de noodzaak naar NAT zal doen verdwijnen. Het zal echter nog even duren vooraleer IPv6 een grote gebruikersbasis heeft en alle hardware klaar is voor het nieuwe protocol. Bovendien zijn er nog een aantal andere redenen om van NAT gebruik te maken. NAT voorziet in een simpele firewall functionaliteit en maakt het beheer van een netwerk makkelijker omdat men met een eigen set van IP-adressen kan werken.

 

In deze tabel worden alle protocollen, services, interfaces en routes beschreven die automatisch worden geconfigureerd wanneer u ICS inschakelt.

TCP/IP zelf instellen of DHCP

DHCP staat voor Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP). Als een netwerkcomputer gebruik wil maken van een netwerkverbinding (om bijvoorbeeld internet te ontvangen) moet-ie een IP-adres, een subnetmasker, een default gateway en DNS adressen weten. Kortom, de TCP/IP gegevens moeten bekend zijn. U kunt die zelf op elke netwerkcomputer invullen, maar u kunt ze ook automatisch door de router laten toekennen. Dat automatisch toekennen gaat met behulp van DHCP. ICS fungeert naast router ook als DHCP server. U laat een netwerkcomputer gebruik maken van DHCP door Automatisch een IP adres laten toewijzen en Automatisch een DNS-server adres laten toewijzen te selecteren bij de TCP/IP instellingen van een netwerkverbinding.

Als uw netwerk een draadloos netwerk is, voert u de wizard Een router of toegangspunt voor draadloos netwerk instellen uit op de computer die met de router is verbonden. De wizard begeleidt u stapsgewijs door de procedure voor het aan het netwerk toevoegen van andere computers en apparaten.

IP-adres automatisch laten toewijzen

Als u verbinding met internet wilt maken via de gedeelde verbinding, moet u eerst de IP-configuratie van de LAN-adapter controleren en vervolgens de clientcomputer configureren. Ga als volgt te werk om de IP-configuratie van de LAN-adapter in te stellen:

In Windows Vista
In Windows 7, 8

let op Als u een uniek statisch IP-adres wilt toewijzen in het bereik 192.168.0.2 tot en met 192.168.0.254 en een subnetmasker en standaardgateway-adres, lees dan verder.

letop.pngVoor meer informatie over ip-adressen zie deze paragraaf op de pagina over de router.

 

 

 

TCP/IP-configuratie testen met de opdracht ping

  1. Als u snel de TCP/IP-configuratie van een computer wilt weergeven, opent u een opdrachtprompt en typt u ipconfig. Controleer vanuit de weergave van de opdracht ipconfig of de netwerkadapter voor de TCP/IP-configuratie die u test, niet de status Verbinding met medium verbroken heeft.
  2. Typ ping 127.0.0.1 achter de opdrachtprompt om een ping voor het loopback-adres uit te voeren.
  3. Voer een ping voor het IP-adres van de computer uit.
  4. Voer een ping voor het IP-adres van de standaardgateway uit.

    Als de opdracht ping niet werkt, controleer dan of het IP-adres van de standaardgateway klopt en de gateway (router) operationeel is.

  5. Voer een ping voor het IP-adres van een externe host (een host in een ander subnet) uit.

    Als de opdracht ping niet werkt, controleer dan of het IP-adres van de externe host klopt, of de host operationeel is en of alle gateways (routers) tussen deze computer en de host operationeel zijn.

  6. Voer een ping voor het IP-adres van de DNS-server uit.

    Als de opdracht ping niet werkt, controleer dan of het IP-adres van de DNS-server klopt, of de DNS-server operationeel is en of alle gateways (routers) tussen deze computer en de DNS-server operationeel zijn.

Een paar zaken waar u op moet letten:

Nu de computer aanpassen voor delen internetverbinding

Via het Netwerkcentrum is snel de status van het netwerk op te vragen en het type netwerk te veranderen in een openbaar (publiek) of privé netwerk. Ook de naam van het netwerk is hier te wijzigen met een naar eigen wens in te stellen netwerkicoon. Het "Netwerk overzicht" brengt een overzicht in kaart van het netwerk en geeft eventuele problemen aan. Windows biedt ook een optie om het netwerk te controleren.

Netwerkcentrum Vista

Standaard staat het delen van bestanden en printers uit.

 

 

 

 

Het delen wordt vanuit het Netwerkcentrum geregeld. U vindt daar een overzicht met opties voor het delen van internet en bestanden. Eenvoudig klikken om de onderdelen Aan of Uit te zetten. De mogelijkheid om printers te delen vindt u daar ook. U vindt er ook een optie om in één keer een overzicht te maken van alle mappen die gedeeld zijn.

De windows pc instellen voor internet-verbinding delen

Als u een (draadloos) thuisnetwerk of een klein bedrijfsnetwerk instelt, kunt u de Wizard Netwerk instellen gebruiken om Internet-verbinding delen in te schakelen. Met de Wizard Netwerk instellen worden automatisch alle netwerkinstellingen opgegeven die nodig zijn om een internetverbinding te delen met computers op het netwerk.

internet-delen-afbeelding-5.jpg

Afbeelding 1

internet-delen-afbeelding-6.jpg

Afbeelding 2

Om uw internetverbinding te delen, gaat u naar Start en dan naar Configuratiescherm. In dit menu kiest u voor de optie Netwerk en internet. Kies nu voor de optie Netwerkcentrum. Nu kunt u in het linker menu voor 3 opties kiezen. Kies Adapterinstellingen wijzigen.

letop.pngU kunt die adapterinstellingen alleen veranderen als u op de thuisgroep zit. Een mede-gebruiker kan dit niet zelf doen, dit moet door de hoofdgebruiker gedaan worden.

Nu komt u in een scherm terecht waar u de internet­verbindingen vindt die in gebruik zijn. Klik nu met uw rechter muisknop op de verbinding en kies in dit menu voor Eigenschappen. Ga in dit scherm (zie afbeelding 1) naar het tabblad Delen.

Nu klikt u de optie Andere netwerkgebruikers mogen verbinding maken via de internetverbinding van deze computer aan (zie afbeelding 2). Als u dit gedaan heeft, kan uw internetverbinding gedeeld worden.

letop.pngWindows kent een nieuwe manier van netwerken: de Thuisgroep. Via deze functie deelt u gemakkelijk bestanden en mappen met ander gebruikers op het (bedrijfs)netwerk. Een Thuisgroep is een verzameling Windows computers binnen hetzelfde netwerk. Het maakt niet uit of dit bekabelde of draadloos met elkaar verbonden computers zijn. Ook printers, scanners en andere randapparatuur kunnen worden gedeeld. Naast het delen van bestanden en mappen is het ook mogelijk media als audio en video te delen. Alle gebruikers van de Thuisgroep worden als gelijkwaardig beschouwd en krijgen dezelfde rechten.