Pagina Menu

Internet delen

Als u met meerdere computers, laptops of andere apparaten gebruik wilt maken van dezelfde internet verbinding, heeft u een router of een modem/router nodig. Deze router verbindt de twee netwerken (uw thuisnetwerk en het internet) met elkaar. U krijgt een IP adres van uw provider toegewezen en de router zorgt ervoor dat u met meerdere pc’s van dit IP adres gebruik kunt maken.

Als u één internetverbinding wilt delen met verschillende computers, hebt u twee mogelijkheden:

Gebruik van één internetverbinding voor alle computers in uw thuisnetwerk bespaart u tijd, omdat u maar één verbinding hoeft in te stellen. Bovendien bespaart u geld omdat u geen internetaccounts voor elke afzonderlijke computer hoeft aan te schaffen.

Uw Internet Service Provider (ISP) heeft een collectie unieke IP-adressen die uitgedeeld worden aan gebruikers. Op het moment dat uw ADSL- of kabelmodem contact maakt met de provider krijgt u meestal (particulieren altijd) maar één uniek IP adres tot uw beschikking en niet eens altijd hetzelfde uit de zogeheten 'IP pool' van de provider. Een IP-adres moet altijd uniek zijn op een netwerk, anders ontstaan er conflicten bij het afleveren van informatie. Als u de internetverbinding wilt delen met een netwerk van computers, dan zult u met meerdere computers tegelijk van dat ene internet IP-adres gebruik moeten maken. U legt daartoe een netwerk aan met speciale lokale netwerkadressen. Die adressen zijn alleen bestemd voor 'lokale' netwerken (LANs) en worden niet op internet gebruikt. Ze zijn ook niet zichtbaar op internet. Welke IP-adressen dat mogen zijn, is vastgesteld door 'the Internet Assigned Numbers Autority' (IANA).

The Internet Assigned Numbers Authority (IANA) has reserved the following three blocks of the IP address space for private internets: 10.0.0.0 - 10.255.255.255 (10/8 prefix) 172.16.0.0 - 172.31.255.255 (172.16/12 prefix) 192.168.0.0 - 192.168.255.255 (192.168/16 prefix)

Bron: iana.org

ICS gebruiken

Een netwerk dat gebruikmaakt van Internetverbinding delen (ICS)

 

Windows heeft een ingebouwd routing programma Internet Connection Sharing (ICS). Dat programma biedt een mogelijkheid voor het delen van een kabel of ADSL internetverbinding.

Hoe werkt ICS?

Eén computer in het netwerk wordt aangewezen als hostcomputer. De hostcomputer maakt verbinding met internet en de andere computers in het netwerk delen diezelfde internetverbinding. Bij deze manier van delen moet de hostcomputer voortdurend ingeschakeld blijven. Het is wel de beste methode als u nog een inbelverbinding met internet hebt of als u een modem met een USB-aansluiting gebruikt.

Een routingprogramma zoals ICS regelt het verkeer tussen de IP-adressen in het lokale netwerk en IP-adressen op het internet. Voor ICS zijn twee verbindingen nodig: één openbare en één particuliere. De particuliere verbinding, meestal een LAN-adapter, verbindt de ICS-hostcomputer met de computers op uw thuisnetwerk of kleine bedrijfsnetwerk. De openbare verbinding, meestal een DSL, kabel of inbelmodem, verbindt uw netwerk met het Internet. De internetverbinding is het unieke IP-adres van de provider dat op internet zichtbaar is. De verbinding met een andere computer of netwerk is het lokale netwerkadres. Het routingprogramma ICS kan het verkeer regelen tussen deze twee adressen, waardoor communicatie tussen het lokale netwerk en internet mogelijk wordt. Voor de lokale netwerkadressen dwingt Windows ICS het gebruik van de range 192.168.0.x af. De verbinding met het lokale netwerk op de computer met ICS krijgt automatisch 192.168.0.1 toegewezen door Windows. Op de netwerkcomputers moet u daarom adressen van 192.168.0.2 tot en met 192.168.0.254 gebruiken.

ICS inschakelen

Ga als volgt te werk om ICS in te schakelen op de hostcomputer:

Wanneer u ICS inschakelt, krijgt uw LAN (Local Area Network)-verbinding een nieuw statisch IP-adres en een nieuwe configuratie. Daarom moet u de TCP/IP-verbindingen tussen uw hostcomputer en de andere computers in het netwerk opnieuw instellen.

U kunt de netwerk- en internetverbinding controleren door na te gaan of u bestanden kunt delen met andere computers en of elke computer een website kan bereiken.

TCP/IP configureren

TCP/IP is het communicatieprotocol op uw thuisnetwerk én internet. Wanneer u bijvoorbeeld een webpagina opent, dan gaat er een groot aantal netwerkpakketjes van de computer naar de webserver en terug. De basis daarvan is de IP-adressering. Elke computer, NAS of IP-camera heeft een IP-adres. Elk adres bestaat uit vier blokken van elk maximaal 3 cijfers, van 0 tot 255.

Alle adressen zitten dus tussen 0.0.0.0 en 255.255.255.255, in totaal 4.294.967.296 IP-adressen (2^32). Van al die adressen zijn een paar blokken alleen voor gebruik op privénetwerken, die kunnen niet op internet worden gebruikt. Dit zijn 10.0.0.0 tot 10.255.255.255, 127.0.0.0 tot 127.255.255.255 en 192.168.0.0 tot 192.168.255.255. Dit geldt overigens voor IPv4. Er is inmiddels een opvolger in de vorm van IPv6, waarbij er genoeg IP-adressen beschikbaar zijn om ieder apparaat een uniek adres te geven. IPv6 wordt echter nog nauwelijks gebruikt.

Wilt u internet delen op een netwerk, dan moet op alle pc's het TCP/IP protocol geïnstalleerd zijn. Bij Windows is TCP/IP standaard aanwezig. Om ICS te kunnen gebruiken, controleert u of de LAN-verbinding (Local Area Network) op elke computer in het netwerk zodanig is geconfigureerd dat automatisch een IP-adres wordt opgehaald

Transmission Control Protocol/Internet Protocol is een verzameling van protocollen die het verzenden van data over het internet mogelijk maakt. Onder andere HTTP en FTP zijn gebasseerd op TCP/IP. TCP/IP is een mechanisme dat data leest, in pakketjes verdeelt en verstuurt. Daarnaast kijkt het ook nog of pakketjes goed op hun bestemming zijn aangekomen en het stuurt pakketjes opnieuw als dat niet het geval is. TCP/IP vormt de basis van het internet en is wereldwijd het meest gebruikte netwerkprotocol. Door informatie aan pakketjes toe te voegen kan de "router" (=TCP/IP) nagaan van welke (netwerk)computer een data­pakketje afkomstig is en voor welke hij bestemd is. Dit maakt TCP/IP geschikt voor het delen van een internet­verbinding.

Die configuratie gaat als volgt:

Ook de internetopties op de computers in uw netwerk moeten worden geconfigureerd voor ICS.

lan-instellingen.jpg

Het dialoogvenster LAN-instellingen

 

Die configuratie voor het gebruiken van Internetverbinding delen (ICS) voor computers in uw netwerk, houdt in dat u de volgende wijzigingen aanbrengt op alle computers, met uitzondering van de hostcomputer. Breng deze wijzigingen pas aan nadat u ICS hebt ingesteld op de hostcomputer.

Gebruik ICS niet in een netwerk met domeincontrollers, DNS-servers, gateways of DHCP-servers. Gebruik ICS ook niet op systemen die zijn geconfigureerd voor statische IP-adressen.

ICS en VPN-verbindingen

- Als u op uw hostcomputer een VPN (Virtual Private Network) verbinding instelt naar een bedrijfsnetwerk en vervolgens ICS inschakelt voor die verbinding, wordt alle internetverkeer naar het bedrijfsnetwerk geleid en hebben alle computers in uw thuisnetwerk toegang tot het bedrijfsnetwerk.
- Als u ICS niet inschakelt op de VPN-verbinding, hebben andere computers geen toegang tot internet of het bedrijfsnetwerk zolang de VPN-verbinding actief is op de hostcomputer.

ICS en ad-hocnetwerken

Als u de internetverbinding deelt op een ad-hocnetwerk, wordt ICS uitgeschakeld wanneer u:

- De verbinding met het ad-hocnetwerk verbreekt.
- Een nieuw ad-hocnetwerk maakt zonder de verbinding te verbreken met het ad-hocnetwerk waarvoor u ICS hebt ingeschakeld.
- Zich afmeldt en dan weer aanmeldt zonder de verbinding met het ad-hocnetwerk te verbreken.

Een hardware router gebruiken

adsl_1.jpg

Een ethernetwerk met een bekabelde router en een gedeelde internetverbinding

 

 

Hoe het werkt

Elke computer is verbonden met een hardware router (ook wel internetgateway genoemd). De router wordt, al dan niet draadloos, verbonden met een breedband -(DSL of kabel) modem, die op zijn beurt verbinding maakt met het internet.

letop.png Zorg ervoor dat de router een ingebouwde firewall heeft. Een firewall kan ongewenste verbindingen met uw netwerk vanaf internet voorkomen.

letop.pngVoor soorten routers en het instellen ervan zie deze pagina.

Als uw huis of kantoor is bekabeld met het oog op het opzetten van een Ethernet-netwerk, plaatst u de computers in vertrekken die zijn voorzien van een of meer aansluitpunten voor Ethernet. Sluit de computers rechtstreeks op die aansluitpunten aan.

Bedraad netwerk

Een ethernet-netwerk via een ingebouwd Ethernet-systeem

 

 

 

Een bedraad netwerk is een netwerk waarin de datacommunicatie plaatsvindt via een netwerkkabel. Grootste voordelen met bedraad werken is dat het betrouwbaar is en de beveiliging beter is dan draadloos.

Een belangrijke vernieuwing is de overgang van Fast Ethernet naar Gigabit Ethernet. Fast Ethernet is ondanks de naam niet snel genoeg meer, zeker niet wanneer meerdere gebruikers het thuisnetwerk gebruiken. Dan is Gigabit beter. Fast Ethernet kan maximaal 100 Mbit aan gegevens per seconde verplaatsen, wat gelijk staat aan ongeveer 11 MB. Gigabit kan in theorie tien keer zoveel gevens verwerken. Gigabit is vooral nuttig tussen apparaten in het thuisnetwerk, de verbinding met het internet is immers maar 5, 10 of 20 Mbit snel. Dus op het lokale netwerk valt er met Gigabit Ethernet veel snelheidswinst te behalen.. De twee voorwaarden daarvoor zijn bekabeling van voldoende kwaliteit en netwerkapparaten met een Gigabit-netwerkkaart. De laatste is redelijk standaard op alle computers van de laatste paar jaar. Helaas niet op netwerkapparaten zoals spelcomputers en netwerkcamera's. Om erachter te komen of uw hardware is uitgerust met zo'n snelle poort, kunt u behalve de website van de fabrikant en specificaties van de hardware bekijken, ook op de computer zelf kijken. Klik met de rechter muisknop op Deze computer en kies voor Beheren. Klik op Apparaatbeheer en daarna op Netwerkadapters. In latere versies van Windows vindt u de gegevens als volgt: Open het Configuratiescherm, wijzig rechts boven in het venster dat u dan ziet (zonodig) Categorie in Pictogrammen. Klik op Apparaatbeheer en daarna op Netwerkadapters. Soms zal de naam van de adapter al verraden dat deze Gigabit Ethernet ondersteunt. Klik anders met de rechter muisknop op de adapter en kies Eigenschappen. Klik op Geavanceerd en selecteer Speed  Duplex bij de Eigenschappen. Kijk dan in het menu onder Waarde of er ook 1000Mbs full duplex bij staat. Zo ja, dan is de netwerkkaart geschikt voor Gigabit Ethernet.

Bekabeling

Om de maximale snelheid uit een Gigabit Ethernet netwerk te halen, is de bekabeling belangrijk. Hoewel ze er allemaal hetzelfde uitzien, zijn er tussen netwerkkabels grote verschillen. Dat verschil wordt veroorzaakt door de kwaliteit van de connector, de draaiing in de kabel en de mate waarin de kernen in de kabel van elkaar gescheiden zijn. De verschillende typen netwerkbekabeling zijn vastgelegd in enkele standaarden, waarvan Cat4, 5 en 6 de bekendste zijn. Cat4 en 5 zijn niet snel genoeg voor Gigabit. Cat5e (let op de extra e), Cat6 en Cat6a zijn dat wel. Veel thuisnetwerken zullen zijn aangelegd met Cat4 of te langzame Cat5-kabels. Upgraden is dan nodig. Maar hoe weet u of dat bij uw netwerk nodig is? Vaak vindt u het antwoord op de zijkant van de kabel. Haal de kabels los uit de computer of netwerkapparatuur. Kijk dan op de lengte van de kabel naar een opdruk. Staat die er niet, maar wel een naam en merkaanduiding, gebruik dan Google om de kwaliteit van de kabel te bepalen.

Let op beschadiging

Het is ook belangrijk dat de kabels niet beschadigd zijn. Tot de veel voorkomende soorten beschadigingen horen knikken in de kabels. De strak opgerolde kabels die u met de meeste netwerkapparatuur krijgt meegeleverd, kunnen over het algemeen dan ook zo de prullenmand in. Niet goed bruikbaar en zeker niet voor Gigabit Ethernet. Controleer daarom bij de bekabeling niet alleen of deze wel Cat5e of Cat6 is, maar kijk ook naar beschadigingen en knikken. Is er een knik, vervang de kabel dan door een nieuwe.

Maximaal 100 meter

Cat5e- en Cat6-kabels mogen niet langer zijn dan 100 meter. Daarboven wordt de snelheid van de gegevensstroom niet gegarandeerd en wordt de kans op dataverlies zelfs onaanvaardbaar groot. Het zal niet vaak voorkomen, maar wilt u toch een langere verbinding realiseren, dan moet u na 100 meter een apparaat plaatsen dat het netwerksignaal oppakt, versterkt en weer doorstuurt. Dat kan bijvoorbeeld een switch zijn.

Draadloos netwerk

adsl_3.jpg

Draadloos netwerk met een gedeelde internetverbinding

netwerkdraadloos.jpg

Thuisnetwerk met bedrade en draadloze verbindingen

Voor draadloze netwerken voert u de wizard Een draadloos netwerk instellen uit op de computer die via een internetkabel met de router is verbonden. De wizard leidt u stapsgewijs door de procedure voor het aan het netwerk toevoegen van andere computers en apparaten. Wanneer alle pc's aan het netwerk zijn gekoppeld kunt u ook de pc met de internetkabel draadloos maken.

Veel consumenten willen het makkelijk en kiezen daarom voor een draadloos netwerk. Geen gedoe met kabels en boren, overal in huis een netwerkverbinding en gemakkelijk uit te breiden. WiFi is een technologie die dit alles mogelijk maakt. Wifi is de verzamelnaam voor draadloze netwerken, het wordt ook wel geschreven als Wi-Fi. Wifi is de afkorting voor 'Wireless Fidelity'. De naam is bedacht met een knipoog naar de audioterm HiFi (High Fidelity = hoge betrouwbaarheid). In Nederland spreken we het uit als 'wiefie', op zijn Engels klinkt de uitspraak meer als 'waifai'. Aangezien steeds meer mensen kiezen voor een laptop, wordt de draadloze router steeds populairder.

Een wifi-netwerk werkt feitelijk hetzelfde als een bedraad computernetwerk, maar dan draadloos (eigenlijk als een soort onzichtbare netwerkkabels dus). Het verzenden en ontvangen van de gegevens gebeurt door middel van radiogolven. Wifi is ook bekend als:
- Draadloos netwerk
- Draadloos internet (vaak wordt een draadloos netwerk voornamelijk voor draadloos internet gebruikt)
- WLAN (= Wireless LAN): dit staat voor een draadloos netwerk (LAN betekent Local Area Network)

Hotspots
Tegenwoordig beschikken veel kantoren en huizen over wifi. Daarnaast kunt u overal wifi-hotspots tegenkomen: van restaurant tot vliegveld en van winkelcentrum tot concertzaal. Steeds meer organisaties en ondernemingen leveren als service draadloos internet aan hun klanten.

Voor een draadloos netwerk heeft u een WiFi router nodig, hierin zit een Access Point verwerkt. De router koppelt een bedraad netwerk of een modem, aan het draadloze netwerk. Daarnaast moeten ook de computers een netwerkkaart hebben om deel uit te kunnen maken van een draadloos netwerk. Bij nieuwere laptops zit al vaak een netwerkkaart ingebouwd. Maar het is mogelijk zulke kaarten los te kopen. U moet dan wel de computer open schroeven. De kaarten zijn verkrijgbaar met een vaste antenne, maar ook met een losse die u ergens kunt zetten waar het signaal beter is. Een vervanger van de netwerkkaart is de WiFi USB. Die ziet eruit als en gewone usbstick met soms een antenne eraan. Het voordeel hiervan is dat die gemakkelijk mee te nemen is.

Draadloze routers zijn verkrijgbaar in verschillende bereikniveaus en snelheden. De snelheid wordt aangegeven in Mbit. Voor een thuisnetwerk is 54 Mbit uitstekend.

De meeste routers hebben tegenwoordig de mogelijkheid om een draadloos netwerk op te zetten. U kunt via de router draadloos verbinding maken met een tablet, smartphone of laptop. Het grootste voordeel om draadloos te werken is, dat u de apparaten niet meer met kabels op de router hoeft aan te sluiten. De snelheid die draadloos behaald kan worden, is per router verschillend.

Wireless B/G/N/AC/AD (WiFi)

IEEE 802.11 of wifi omvat een verzameling standaarden voor draadloze netwerken (Wireless LAN). De term IEEE 802.11 wordt ook gebruikt om naar de originele standaard 802.11 te verwijzen die ook wel "802.11 legacy" genoemd wordt.

De huidige 802.11-familie omvat 6 draadloze modulatie-technieken die allemaal hetzelfde protocol gebruiken. De op dit moment populairste (en meest productieve) technieken zijn omschreven in de a, b, g, n en ac-uitbreidingen op de originele standaard. Een veiligheidsprotocol werd toegevoegd en later verbeterd door de 802.11i toevoeging. Andere standaarden (c–f, h–j) uit dezelfde familie zijn verbeteringen en uitbreidingen of correcties van vorige specificaties.

802.11b, 802.11g en 802.11n gebruiken de vrije (geen licentie nodig) 2,4 gigahertzband (die behoort tot de UHF-band). De 802.11a- en 802.11n-standaard gebruiken de 5GHz-band (die behoort tot de SHF-band; UHF en SHF zijn beide microgolven). De 802.11n-standaard kan dus in beide frequenties werkzaam zijn en als dit gelijktijdig gebeurt spreekt men over dualband. Omdat er voor de 2,4GHz-band bijna geen regelgeving bestaat kan 802.11b- en 802.11g-apparatuur soms storingen (Interferentie) ondervinden van apparaten die dezelfde band gebruiken, zoals onder andere magnetrons en draadloze telefoons. Routers met de N-standaard werken ruim 5x sneller dan die met de oude G-standaard. Theoretisch kan daar een snelheid van maximaal 300Mbit/s mee behaald worden. Sommige Wireless-N routers halen zelfs snelheden tot 450Mbit/s. De AC-standaard is de opvolger van de N-standaard en is goed voor een brutosnelheid van circa 1Gbit/s. Maak u geen zorgen dat een Wireless-N of AC router niet met Wireless-G apparaten overweg kan. Want die Wireless-N en AC routers zijn backwards compatible. U kunt dus zonder problemen met oudere apparaten werken op een nieuwe router. Houd er wel rekening mee dat de snelheid van het netwerk bepaald wordt door het apparaat met de laagste snelheid.

We gebruiken steeds meer wifi-verbindingen en verwachten er ook meer van. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van een breed assortiment nieuwe en handige applicaties, waardoor de vraag ernaar nog verder toe is genomen. Ook Wi-Fi hotspots schieten als paddenstoelen uit de grond, wat betekent dat Wi-Fi er altijd is en altijd “aan” is, of je nu thuis, op kantoor of onderweg bent. Dat heeft als gevolg dat we min of meer het einde hebben bereikt van de capaciteit van de huidige draadloze technologie, die opereert in het steeds drukker wordende 2,4 GHz radiospectrum. Wireless N hield hier al rekening mee door ondersteuning te bieden voor de relatief lege 5 GHz golfband, die eerder alleen gebruikt werd door oude 802.11a-netwerken. Wireless AC voltooit die overgang en is ontworpen om uitsluitend te werken in dit deel van het spectrum. En dan gaat het niet alleen om laptops en breedbandrouters, maar ook om smartphones en tablets, satelliet navigatiesystemen, IP-camera’s, geluidssystemen en de nieuwste tv’s. U kunt het zo gek niet bedenken, of er zit Wi-Fi in, zelfs in horloges, huishoudelijke apparaten en auto’s.

De nieuwe standaarden 802.11ac en 802.11ad leveren bruto datasnelheden van 1,2 Gbps (of zelfs nog hoger). Vergeleken met de snelheden van 2 Mbps die 12 jaar geleden bij de start van WLAN beschikbaar waren, is dit een enorme ontwikkeling. 802.11ad brengt WLAN naar de volgende vrije frequentieband, 60 GHz. Deze band blijft tot op vandaag grotendeels ongebruikt en is in sommige landen ook niet beschikbaar. 802.11ac werkt wel in de bestaande wifi-banden, zij het uitsluitend in het bereik van 5 GHz. Hoewel 802.11ac al in 2011 is geïntroduceerd, is die nog niet geratificeerd door het bestuursorgaan van de wifi-industrie, de IEEE. Dit staat gepland voor 2014. In het verleden is echter gebleken dat dat ook langer kan duren. Pre-release-producten zijn inmiddels op de markt verkrijgbaar. De belangrijkste eigenschappen van 802.11ac zijn de snelheid en het gebruik van 5 GHz, wat de belangrijkste band voor wifi aan het worden is om netwerkstoringen en -interferentie te vermijden. Kanaalbundeling is echter essentieel om de hoge transmissiesnelheden te kunnen halen. Dat houdt in dat er minder kanalen beschikbaar zijn om meerdere WLAN-netwerken te gebruiken. Om de hoogst bereikbare bandbreedte te bereiken, moeten alle 5 GHz-kanalen worden gebruikt.

Overstappen naar 802.11ac netwerk?

802.11ac lijkt theoretisch bijzonder interessant, maar de toepasbaarheid en resultaten hiervan blijken in de praktijk nog tegen te vallen. In veel situaties zal de 802.11n techniek voldoende bandbreedte bieden. Ook is een meerderheid van de devices nog niet AC-ready en heeft het dus weinig nut om de complete infrastructuur volledig te vernieuwen. Wanneer u uw bestaande netwerk gaat upgraden, lijkt het verstandig om dezelfde aanpak te hanteren als bij 802.11n en bij de introductie van 802.11abg, namelijk om twee netwerken parallel aan elkaar te gebruiken en de twee standaarden gescheiden te houden. Dat is mogelijk met een dual-radio access point dat zowel 802.11n als 802.11ac ondersteunt.

Single en Dual Band

De standaard frequentie waarmee de draadloze apparaten werkt, is de 2,4Ghz-band. Routers die alleen op deze band werken zijn single-band routers. Een router kan ook de extra 5Ghz-band hebben. Een router die zowel op de 2,4Ghz- als op de 5Ghz-band kan werken noemt men een Dual-Band router.

Frame-burst

Behalve de vele standaard instellingen op een draadloos accesspoint, zijn er ook instellingen die weinig bekend zijn maar een grote uitwerking hebben op de snelheid van het draadloze netwerk. Frame-burst is er zo een. Frame-burst wil zeggen dat een draadloos accesspoint als het informatie mag verzenden niet één maar direct meerdere pakketjes verstuurt. Dit kan tot dertig procent snelheidswinst opleveren. Het probleem is dat niet iedere router het ondersteunt, soms is een firm­ware-update nodig. Er is ook geen eenduidige naam voor. Sommige merken spreken over 802.11g Plus en 802.11n Plus, andere noemen het gewoon 'Frame-burst', zoals Linksys zelfs doet in de Nederlandse interface. Kijk bij de geavanceerde WLan-opties of daar Frame-burst of een daarop lijkende functie is te vinden en schakel die in.

HPNA netwerk

Als u een HPNA-netwerk (Home Phoneline Network Adapter) wilt opzetten, moeten de afzonderlijke computers zijn uitgerust met een HPNA netwerkadapter. Gebruik bij voorkeur USB-to-Phoneline-netwerkadapters. Bovendien moet elke ruimte waarin computers staan, voorzien zijn van een aansluitpunt voor een telefoon. Sluit elke computer in uw netwerk met een standaard telefoonkabel aan op een telefoonaansluiting. Schakel alle computers en apparaten (zoals printers) in die u in uw netwerk wilt opnemen. De apparaten worden dan automatisch verbonden.