Router, netwerkkaart en firmware

ac-adapter.jpg

Dualband-adapter ook geschikt voo 2,4 en 5 GHz 801.11n netwerken

Windows werken we regelmatig bij voor optimale prestaties, maar het netwerk laten we jarenlang ongemoeid. Maar ook daar treedt vervuiling op en kunnen ingrepen de prestaties flink verbeteren. Kijk eens naar de staat van uw router. Is die nog wel van deze tijd? Zo niet, dan kan een nieuwe al een merkbaar sneller draadloos netwerk opleveren. De 802.11ac wifi-standaard heeft de routerwereld vrijwel volledig overgenomen. Deze technologie biedt op de 5GHz-frequentieband van dual-band-routers een forse snelheidsverbetering. Zoals vaker het geval is, lopen routers voor op de rest van het thuisnetwerk. Om computers die nog volgens een vorige standaard werken (802.11g of 802.11n), een fors sneller draadloos netwerk te geven, kunt u een usb-adapter aanschaffen met daarin een 802.11ac netwerkkaart. Een usb-adapter met 802.11ac is geschikt voor alle computers waarop één usb-poort vrij is. Die poort moet wel altijd vrij zijn, want de adapter moet altijd in de computer blijven zitten.

Voor maximale snelheid op een draadloos netwerk is het niet voldoende alleen een 802.11n of 801.11ac zender te hebben. Ook de ontvanger moet deze techniek ondersteunen. Het is van belang de draadloze router snel te voorzien van de nieuwste firmware. Wilt u bovendien het maximale uit de verbinding halen, dan kan het nuttig zijn de draadloze accesspoint en netwerkkaart op elkaar af te stemmen, liefst van één merk en bij elkaar horend. Wanneer uw notebook al is voorzien van een 802.11n of 802.11ac kaart voor draadloos netwerken is dit natuurlijk jammer, maar moet u toch upgraden, doe dat dan met bij elkaar horende hardware.

We beginnen door van ieder apparaat het model, type, wat het doet en ook het IP-adres te noteren. Om IP-adressen te achterhalen, opent u een DOS-prompt, Kies daarvoor Start, Uitvoeren en typ het commando CMD gevolgd door Enter. Typ dan in de prompt het commando ipconfig en druk weer op Enter. U leest nu het IP-adres van de eigen computer en het adres van de standaard Gateway. Dat is het IP-adres van de router. Noteer alle IP-adressen.

Noteer van alle apparaten in het thuisnetwerk inclusief de router het merk, type en de firmware. Bezoek dan achter elkaar de websites van de makers van al die netwerkapparaten en kijk of er nieuwere firmware beschikbaar is. Zo ja, download die naar een map op uw computer. Kijk dan of de router ook een optie biedt om de configuratie te bewaren. Bewaar die indien mogelijk en klik dan op Firmware Upgrade. Blader naar het nieuwe firmware-bestand en kies voor Upgraden. Dit duurt meestal enkele minuten en wanneer de upgrade klaar is, volgt een automatische herstart van de router. Dat laatste is nodig om de firmware te activeren en de voordelen zoals meer opties en stabiliteit te benutten.

Hardware hergebruiken

Hebt u al langere tijd een thuisnetwerk en wilt u daar de bezem door halen, dan is het niet nodig alle hardware te vervangen. Een deel zult u zeker kunnen hergebruiken. Bij hergebruik zijn er twee opties: de configuratie opschonen of het apparaat terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Dit laatste kan soms via de webinterface of door een knopje enige tijd in te drukken. Bekijk hiervoor de handleiding of download die via de website van de maker van het apparaat. Zoek binnen de handleiding op factory default of reset. Het voordeel van een reset is dat de hele configuratie weer leeg is. Het nadeel is dat u het apparaat tijdelijk niet kunt gebruiken tot het weer opnieuw ingericht is. Om een apparaat na een herstel naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen nog te kunnen gebruiken, is het raadzaam behalve de handleiding ook de installatiewizard of setup-software van de website van de maker van het apparaat te downloaden. Vaak zal een apparaat na een totale reset opnieuw in het netwerk moeten worden opgespoord en zijn ook de wachtwoorden weer helemaal standaard. Ook die vindt u dan in de handleiding.

IP-plan maken

Zodra u het bedrade netwerk gaat inrichten, is het noodzakelijk een IP­plan te maken. Welke reeks wordt gebruikt en welke adressen horen bij welke computers? En gaat u alles via DHCP regelen of krijgen er ook netwerkapparaten een vast IP-adres? Het zijn belangrijke keuzes. Hoewel niet noodzakelijk ligt het voor de hand een /24-netwerk te configureren, dat wil zeggen een netwerk met een subnetmasker van 255.255.255.0 en daarbinnen ruimte voor 254 apparaten. De meest voorkomende keuze is een netwerk te kiezen uit de 192.168.0.0 tot en met 192.168.255.255 reeks, bijvoorbeeld 192.168.1.0/24. U kunt dan lP-adressen gebruiken van 192.168.1.1 tot en met 192.168.1.254. Wilt u een andere reeks gebruiken? Kijk dan eens op jodies.de/ipcalc. Op die website kunt u een andere raaks laten berekenen.

Als u weet welke IP-reeks wordt gebruikt voor het netwerk, welk IP­adres voor de router en welke reeks voor DHCP, weet u ook welke adressen er nog over zijn. Die kunnen gebruikt worden voor alle delen van het netwerk die een vast IP-adres krijgen. En dat zijn er nogal wat. De printers, de netwerkopslag, de spelcomputers en de computers die altijd een bekabelde verbinding gebruiken. Waarom deze een vast IP-adres geven? Omdat het bronnen zijn binnen het netwerk die worden gedeeld of vanaf meerdere computers worden gebruikt en daarvoor is een vast IP-adres het handigst. Reserveer bijvoorbeeld tien adressen voor computers, tien andere voor printers en weer tien andere voor netwerkopslag. Er zijn adressen genoeg om een paar reeksen te maken. Bewaar deze informatie in de database van het programma KeePass.

Controleer de internetverbinding

Behalve de verbinding aan de kant van het thuisnetwerk is voor de router ook de verbinding naar het internet van groot belang, niet alleen voor de router, ook voor alle computers in het thuisnetwerk. Is de verbinding op de router niet goed ingesteld, dan heeft geen van de computers op het thuisnetwerk toegang tot het internet. Van de provider hebt u als het goed is een gebruikersnaam en wachtwoord ontvangen, maar vaak ook een aantal andere configuratie-opties zoals een Virtual Circuit, de soort Multiplexing en Encapsulation. Ook bepaalt de internetprovider of u aan de Wan-kant, de zijde van het internet, een Static IP Adress (statisch of vast adres) moet configureren of dat u daar de DHCP van de provider moet gebruiken met een Automatic IP Adress. Wordt er met vaste IP-adressen gewerkt, dan moet meestal zelf de First, Second en eventueel Third DNS Server worden opgegeven. Stel dat allemaal in volgens de opgave van de provider.

Draad of draadloos?

Draadloze netwerken waren altijd zeer storingsgevoelig, maar inmiddels is dat sterk verbeterd. Wel levert een bedrade verbinding nog altijd minder problemen op en bovenal meer snelheid. Haalt Gigabit Ethernet maximaal 80 of 90 MB per seconde, zelfs de snelste techniek voor draadloze netwerken komt u niet boven de 15, 20 MB uit. Daarbij komt dat in een draadloos netwerk de bandbreedte wordt gedeeld. De bandbreedte is dus niet exclusief beschikbaar voor ieder apparaat, maar is voor alle apparaten samen. Houd hier rekening mee bij het kiezen welke apparaten via draad en welke draadloos in het netwerk komen.

Extra accesspoint nodig?

Voordat u het draadloze netwerk configureert, is het belangrijk te bepalen waar alle onderdelen komen te staan. Draadloze netwerken hebben erg veel last van muren en nog meer van verdiepingsverschillen. Wordt er voornamelijk op zolder gebruikgemaakt van het draadloze netwerk, dan levert het een vele malen betere verbinding op als daar ook het draadloze accesspoint staat en niet op de begane grond. Wanneer accesspoint en breedband­internetmodem of router in één apparaat zitten, is dat niet altijd mogelijk. Dan kunt u overwegen een extra accesspoint aan te brengen en dat aan te sluiten op de router (Vergelijk hiervoor deze paragraaf). Door het accesspoint op de juiste verdieping te plaatsen zal een veel betere ontvangst worden bereikt en een veel hogere snelheid van het WLan. Een juist ingericht 802.11g netwerk kan dan zelfs sneller zijn dan een verkeerd ingericht en door allerhande muren en deuren gestoord 802.11n of 802.11ac netwerk.

Vermijd stoorzenders

Het 802.11g-protocol gebruikt de 2,4 GHz-band. Dat is dezelfde band die ook magnetrons en bluetooth-apparatuur gebruiken. Andere gebruikers zijn draadloze AV-zenders om binnen het huis een televisieverbinding draadloos te delen. Houd hier rekening mee bij het bepalen waar in huis het beste het draadloze accesspoint geplaatst kan worden. Schakei biuetooth uit ais het wel in een apparaat zit, maar niet wordt gebruikt. Doe dit laatste trouwens ook op de apparaten die het draadloze netwerk gebruiken zoals net- en notebooks, het spaart accutijd en voorkomt storingen.

De SSID

Gebruik voor ieder draadloos netwerk een eigen unieke SSID. De SSID is de naam van het draadloze netwerk waaraan het herkend wordt. Een unieke SSID is ook belangrijk voor de beveiliging. Laat u het standaard SSID staan, dan kan een ander zich erop beroepen niet te hebben gezien dat het niet zijn netwerk was. Is het SSID uniek, dan kan dat niet. Gebruik voor draadloze toegangspunten die meerdere netwerken ondersteunen telkens een unieke SSID voor ieder netwerk. Een SSID is niets om verstoppertje mee te spelen of geheim. Het is een methode van herkenning en daarom is er niets mis mee om uw eigen naam of zelfs een e-mailadres als SSID te gebruiken. Het SSID is hoofdlettergevoelig en mag niet langer zijn dan 32 alfanumerieke tekens, dat betekent dat elk teken op het toetsenbord mag worden gebruikt.

Vraag het de router

Sommige routers bieden inmiddels de mogelijkheid om zelf te kijken welke apparaten het draadloze netwerk gebruiken. Ze geven er dan de naam bij. Kijk in de router of die een lijst met WLan-clients kan genereren.

De omgekeerde weg

Hebt u nog wel de lijst met MAC-adressen zoals die in de router staan, maar weet u niet bij welk apparaat die horen, dan kunt u ook een MAC-adres opzoeken op internet. Op internet heet dit een MAC Address Vendor lookup. Dan kan op bijvoorbeeld coffer.com/mac_find. Kopieer het MAC-adres uit de router en plak dat in het zoekvenster van de site. Klik dan op String en even later leest u de naam van de 'vendor', wat vaak genoeg is om te achterhalen bij welk apparaat het MAC-adres zal horen.

Portforwarding

Hebt u wel servers op het thuisnetwerk of wilt u de eigen computer vanaf het internet kunnen overnemen, dan is portforwarding nodig. Daarbij regelt u dat een bepaalde poort binnenkomende verbindingen mag toestaan en doorsturen naar de juiste computer of het juiste netwerkapparaat. Nu komen de vaste IP-adressen voor de belangrijkste computers op het netwerk goed van pas. Gebruik die informatie om de noodzakelijke regels in de firewall op te geven. Regels die niet meer nodig zijn, worden opgeruimd.